DIT IS MIJN WINST SOFTWARE B.V.

All posts in Kennisbank voor de Zelfstandige Zonder Personeel(ZZP)

Facturen, loonadministratie, jaarrekeningen. Voor de meeste zakelijke documenten gelden wettelijke bewaartermijnen. Hoe lang moet u ze in het archief houden of op uw pc laten staan? Hoe zit het met e-mail? En wanneer moet u welke gegevens vernietigen?

  • Wat moet u bewaren en hoe lang?
  • Geen onderscheid papier en digitaal
  • Een handig overzicht
  • Wanneer moet u welke documenten vernietigen?

Wat moet u bewaren en hoe lang?
Elk bedrijf is wettelijk verplicht een administratie bij te houden van haar werkzaamheden en financiële gegevens. Naast facturen bent u verplicht alle documenten te bewaren met betrekking tot:

  • De rechten en verplichtingen van uw onderneming (oprichtingsstatuten, jaarverslagen, vergaderstukken)
  • De gegevens die voor de heffing van belasting van belang zijn (fiscale bewaarplicht)*;
  • De gegevens die voor de heffing van invoerrechten van belang zijn.
Voor andere documenten, zoals contracten, gelden geen wettelijke bewaartermijnen. Bewaar deze in ieder geval gedurende de looptijd. U doet er goed aan contracten daarna zeker nog vijf jaar achter de hand te houden.Geen onderscheid tussen papier en digitaal
De bewaartermijnen voor zowel papieren als digitale documenten is hetzelfde. Daarnaast gelden nog bijzondere eisen voor het in digitale vorm bewaren van gegevens.

Uitgebreide informatie over beleidsmatige en juridische eisen aan de opslag van (digitale) gegevens kunt u downloaden op de website van het ECP (PDF-document).
Facturen
Vooral met (elektronische) facturen moet u zorgvuldig omgaan. Wettelijk is elke ondernemer voor de omzetbelasting verplicht om alle kopieën van de door hemzelf, door zijn afnemer of een ander uitgereikte facturen op te slaan. Dat geldt ook voor de door hem ontvangen facturen.
Bijkomende eis is dat de oorspronkelijkheid, integriteit van de inhoud en de leesbaarheid van de rekeningen worden gewaarborgd.
Elektronische handtekening Is een factuur voorzien van een elektronische handtekening, dan mag deze niet zonder die handtekening worden bewaard.
Dat betekent dat de nota in het oorspronkelijke bestandsformaat bewaard moet worden.
Bewaren in een ander bestandsformaat of als papieren document is niet toegestaan. U kunt natuurlijk wel voor eigen doeleinden een kopie maken of de factuur printen, zolang het oorspronkelijke bestand maar blijft bestaan.
Back-up
U mag bestanden met zakelijke documenten op elke door u gewenste plaats bewaren, zolang de inspecteur van Belastingen er desgewenst binnen redelijke termijn maar over kan beschikken. Een online factuurprogramma vormt dus geen enkel probleem. Maakt u bijvoorbeeld gebruik van een back-up service in het buitenland voor uw facturen (en overige documenten), dan vormt dat geen enkel bezwaar.
Overigens mag de inspecteur van Belastingen aangeven in welke vorm hij uw factuurgegevens wil ontvangen. Dat kan dus ook een elektronische kopie zijn.
E-mail
Voor e-mails (zowel interne als externe) die betrekking hebben op de bedrijfsvoering geldt dezelfde wettelijke vereiste als voor administratieve gegevens: een bewaartermijn van zeven jaar.
Een handig overzicht:

Soort documenten

Bewaartermijn

Ledenadministratie coöperatie of vereniging

10 jaar

Gegevens bedrijfsmatig onroerend goed
(in welke vorm dan ook opgeslagen)

9 jaar

Administratieve gegevens en interne e-mail *
(jaarrekening, accountantsverklaring, algemene administratie: grootboek, debiteuren- en crediteurenadministratie, in- en verkoopadministratie, voorraad- en loonadministratie)

7 jaar

Personeelsadministratie
(loonbelastingverklaringen, identificatiebewijs, NAW-gegevens en burgerservicenummer van personeelsleden)

5 jaar

Bron: Nederlands Normalisatie Instituut (NEN) en ECP.NL (2007)
* Op grond van beleid kan de belastinginspecteur met u afspraken maken over een kortere bewaartermijn en het detailniveau waarop de gegevens moeten worden bewaard.
Wanneer moet u welke documenten vernietigen?
Voor documenten waarin persoonsgegevens staan, geldt een verjaringstermijn. Dat betekent dat u ze na een bepaalde periode moet vernietigen. Dit is vastgelegd in de de Wet bescherming persoonsgegevens.

Persoonsgegevens

Termijn

Persoonsgegevens in het algemeen

uiterlijk na twee jaar

Sollicitanten

wanneer de sollicitant daarom vraagt, maar uiterlijk 4 weken na beëindiging van de sollicitatieprocedure

Uitzendkrachten

uiterlijk 2 jaar na beëindiging van het dienstverband

Personeelsadministratie

uiterlijk 2 jaar na beëindiging van het dienstverband

Salarisadministratie

uiterlijk 2 jaar na beëindiging van het dienstverband

Debiteuren en crediteuren

uiterlijk 2 jaar nadat de laatste rekening is voldaan

Klanten en leveranciers

uiterlijk 2 jaar nadat de laatste transactie is afgehandeld

Klanten van advocaten en accountants

uiterlijk 2 jaar nadat de behandeling van een zaak is stop gezet

Bron: Nederlands Normalisatie Instituut (NEN) en ECP.NL (2007)

(Bron: De Zaak)

Het recht van de Belastingdienst op informatie over ondernemingen reikt ver. Hierdoor kunnen ondernemers verplicht worden om gegevensdragers ter beschikking te stellen aan de fiscus. De ondernemer kan er eventueel zelf voor zorgen dat deze geen informatie bevatten die de inspecteur niet hoeft te weten door de administratie te splitsen.

Informatieverplichting

Iedere belastingplichtige is verplicht op verzoek van de inspecteur alle gegevens en inlichtingen te verstrekken die van belang zijn voor de belastingheffing bij de belastingplichtige zelf. Deze verplichting geldt ook als de ontvanger van de belastingen gegevens en inlichtingen opvraagt voor de inning van de belastingschuld. Voor ondernemers die hun onderneming via een eenmanszaak drijven betekent dit dat zij zelf moeten voldoen aan het informatieverzoek van de Belastingdienst. Wordt de onderneming via een bv gedreven, dan moeten  de bestuurders voldoen aan de informatieverzoeken met betrekking tot de fiscale positie van de bv. Als een belastingplichtige een vertegenwoordiger aanwijst, kan de Belastingdienst ook deze vertegenwoordiger benaderen voor inlichtingen. Als hoofdregel geldt dat men de fiscus niet ongevraagd inlichtingen hoeft te geven. Hierop bestaan uitzonderingen, zoals de verplichting om een correctie op te sturen bij een onjuiste aangifte loonheffingen.

 

Derden

Voor een beperkte groep personen en lichamen bestaat ook een informatieplicht met betrekking tot de fiscale positie van derden. Deze groep bestaat uit de administratieplichtigen en de inhoudingsplichtigen (werkgevers). Zo is een werkgever verplicht de Belastingdienst te vertellen over het privégebruik van een bestelauto van de zaak door zijn werknemer als deze werknemer (ten onrechte) beschikt over een Verklaring uitsluitend zakelijk gebruik bestelauto. Geestelijken, notarissen, advocaten, procureurs, artsen en apothekers hoeven de fiscus geen informatie over derden te verstrekken als dat in strijd is met hun ambtelijke geheimhoudingsplicht. Zij hebben een verschoningsrecht.

 

Administratieplicht

Bedrijven zijn daarnaast ook administratieplichtig. Zij moeten daardoor een administratie voeren die voldoende inzicht geeft in onder andere de fiscale positie van de onderneming. Een ambtenaar van de Belastingdienst kan bij een controle om inzage in de administratie vragen. Administratieplichtigen moeten in beginsel aan dit verzoek voldoen. Zij moeten zelfs toestaan dat de controleur kopieën van de administratie maakt. Het is aan te raden de door de controleambtenaar gewenste kopieën zelf te maken en daarbij exact te registreren welke gegevens en kopieën aan de controleambtenaar zijn verstrekt. Zo kunt u bijhouden waar de medewerker van de Belastingdienst zich mee bezig houdt. Administratieplichtigen zijn ook verplicht de ambtenaar inzage te geven in de opzet en werking van hun administratie, zodat de controle binnen een redelijke termijn kan gebeuren.

Gesplitste administratie

Wie niet zijn hele administratie aan de controleur wil geven, doet er goed aan een gesplitste administratie bij te houden. Het ene deel bevat dan informatie die de controleur mag inzien en het andere deel informatie die hij links kan en moet laten liggen. Een Noorse holding, die haar administratie bijhield op een server die zij met andere bedrijven deelde, had geen splitsing gemaakt. Toen de Noorse belastingdienst een controle hield, vroeg de controleur om een kopie van alle gegevens op de server. De holding weigerde eerst, maar moest uiteindelijk van de belastingrechter toch een back-up maken en overhandigen. De holding bracht de zaak vervolgens voor het Europese Hof van de Rechten voor de Mens. Het Hof constateerde dat de Noorse fiscus het Europees recht niet had geschonden. De controle was een jaar van tevoren aangekondigd, zodat de holding maatregelen had kunnen nemen. Bovendien waren na de controle de digitale gegevens op de back-up gewist en de papieren kopieën vernietigd.

Relevante informatie

De bevoegdheid van de fiscus om informatie op te vragen is echter niet oneindig. De gevraagde informatie moet van belang kunnen zijn voor de heffing of invordering van belastingen. Een informatieverzoek mag dus slechts zien op fiscaal relevante informatie. De grenzen van de informatiebevoegdheid zijn echter zeer ruim. Dit komt omdat de betekenis van bepaalde gegevens vaak alleen valt te bepalen aan de hand van hun onderlinge samenhang. Overigens mag men wel informatie of gegevens weigeren als de fiscus deze alleen vraagt om een boete op te kunnen leggen.

Behoorlijk gedrag van de fiscus

Bij zijn verzoek om inlichtingen moet de controleur zich wel redelijk opstellen. Hij mag het de belastingplichtige niet te moeilijk maken om te voldoen aan de informatieverplichting. De fiscus is daarbij gebonden aan de algemene beginselen van behoorlijk bestuur.

(Bron: Taxence)

Uitleg over het boekenonderzoek
Met een eigen bedrijf heb je vaak veel voordelen. Zo zijn bijna alle kosten die je voor je bedrijf maakt, aftrekbaar bij de belastingdienst. Toch is het niet verstandig om hier te makkelijk mee om te gaan.
Per 1 januari 2007 zijn een groot aantal administratieve regeltjes, zoals vergoeding voor je mobiele telefoon, kerstpakket en lunchvergoedingen, vereenvoudigd of afgeschaft. Omdat De Belastingsdienst het aantal boekenonderzoeken wil uitbreiden, is de kans groot dat ze ook bij jou op de stoep staan.
Wat is een boekenonderzoek?
Het boekenonderzoek is een controle van de administratie. Het kan gaan om een onderzoek over een bepaalde periode of om controle van bepaalde onderdelen van de boekhouding. Van elk boekenonderzoek wordt een verslag gemaakt. Je krijgt automatisch een kopie van het openbare deel van dit verslag.
Wat wordt er gecontroleerd?
Bij controles wordt een verband gelegd tussen de aangiften, de jaaropgaven en de administratie. Bij een algemeen boekenonderzoek, wordt jouw gehele administratie onderzocht. Dit onderzoek vindt het minst vaak plaats, en meestal naar aanleiding van:
  • de door jou ingediende aangiften;
  • een klikbrief;
  • onderzoek bij derden.
Welke controles zijn nog meer mogelijk?
Naast het algemeen boekenonderzoek kan er een deelcontrole plaats vinden. Dit is een controle naar de juiste afdracht van de omzetbelasting of loonbelasting. Bij een controle naar de omzetbelasting wordt gekeken of:
  1.     Er aansluiting is tussen jouw jaarrekening en de aangiftes omzetbelasting;
  2.     Je het nultarief correct toepast;
  3.     Je daadwerkelijk datgene exporteert wat je zegt te exporteren;
  4.     Daarnaast worden de facturen nagelopen.
De snelste en eenvoudigste controle, die de fiscus ook nog vaak het meeste oplevert, is de loonbelastingcontrole. Bij deze controle wordt alles gecontroleerd wat te maken heeft met jouw werknemers.
Ben ik verplicht om mee te werken aan een controle?
Ja, je bent verplicht om mee te werken aan een controle. Dat houdt het volgende in:
  • Je moet de controleurs toegang geven tot de gebouwen waarin jouw onderneming is gevestigd;
  • Je moet alle gegevens en inlichtingen aan de controleurs geven die in het kader van de controle van belang kunnen zijn;
  • Je moet inzage geven in je administratie en toestaan dat er kopieën van worden gemaakt. Dit geldt ook als het gaat om belastingen, premies en inkomensafhankelijke bijdragen voor de Zorgverzekeringwet van je werknemers.
  • Je moet inzage geven in de opzet en werking van jouw administratie.
Tip:
Om de controles voorspoedig te laten verlopen, is het raadzaam om de berekeningen te bewaren die zijn gemaakt bij de opstelling van de aangiften en jaaropgaven.
Moet ik bepaalde documenten bewaren?
Ja. Voor zogenoemde basisgegevens geldt een bewaarplicht van 7 jaar. Onder basisgegevens vallen:
  • het grootboek;
  • de debiteuren- en crediteurenadministratie;
  • de in- en verkoopadministratie;
  • de voorraadadministratie;
  • de loonadministratie.
Je moet de volgende gegevens ten minste 5 volle kalenderjaren na het einde van de dienstbetrekking bewaren:
  • de kopie van het identiteitsbewijs, en eventueel de aard en het nummer hiervan;
  • de loonbelastingverklaring of de gegevens van de werknemer voor de loonheffingen;
  • een verzoek om de loonheffingskorting wel of niet toe te passen;
  • (eventueel) de bijlage studenten- en scholierenregeling.
Let op!
Ook als je stopt met ondernemen, moet je de gegevens blijven bewaren.
Bron: De Belastingdienst
Tip van Ambitions.nu: Het is handig om privé-gegevens of andere gegevens die u liever niet wilt afstaan afgescheiden te bewaren van u administratie en eventuele backupserver van uw administratie. De fiscus kan namelijk de volledige backupserver opvragen bij een boekenonderzoek.

De rechtsvorm van je onderneming heeft gevolgen voor je aansprakelijkheid en belastingverplichtingen. Heel belangrijk dus dat je kiest voor de juiste rechtsvorm. Welke past bij jouw bedrijf?

Ben ik een eenmanszaak?

Veel starters kiezen voor de eenmanszaak als rechtsvorm. Een eenmanszaak is een bedrijf waarvan één persoon eigenaar is, al wil dat niet zeggen dat er ook maar één persoon werkt in de onderneming. Dus wil je (nu of later) personeel aannemen, dan kun je nog steeds kiezen voor een eenmanszaak. Verder is het goed om te weten dat voor de eenmanszaak geen oprichtingseisen gelden: je hebt bijvoorbeeld geen notariële akte nodig. Het enige wat je moet doen, is je inschrijven in het Handelsregister van de Kamer van Koophandel.
Juridisch gezien bestaat er in de eenmanszaak geen onderscheid tussen privé-vermogen en zakelijk vermogen. En dat kan een risico zijn. Want als het mis gaat met je bedrijf, is de kans groot dat je ook bijvoorbeeld je koophuis en inventaris kwijtraakt aan de schuldeisers. Heb je een eenmanszaak en ben je getrouwd of ga je trouwen, kan het om die reden slim zijn om huwelijkse voorwaarden te laten opstellen.

Moet ik een vennootschap onder firma (vof) oprichten?

Een vennootschap onder firma (vof) heeft meerdere eigenaren (de vennoten of firmanten). Deze eigenaren kunnen bestaande personen zijn, maar ook rechtspersonen zoals besloten vennootschappen (bv’s).
Aan de oprichting van een vof worden geen bijzondere eisen gesteld, buiten inschrijving bij het Handelsregister. Wel is het wel raadzaam om afspraken over verantwoordelijkheden, bevoegdheden en winstverdeling schriftelijk vast te (laten) leggen.
De vennoten binnen een vof zijn hoofdelijk aansprakelijk. Dat betekent dat als de vof haar verplichtingen niet nakomt, iedere vennoot met zijn of haar privé-vermogen voor 100 procent aansprakelijk is, ook als deze schulden door een andere vennoot binnen de vof zijn aangegaan.

Ben ik onderdeel van een maatschap?

Een maatschap is een samenwerkingsvorm tussen twee of meer personen (‘maten’), die onder een gemeenschappelijke naam een beroep uitoefenen. De maatschap komt veel voor in de medische en juridische wereld, denk bijvoorbeeld aan (tand)artsen, advocaten en fysiotherapeuten. Iedere maat brengt iets in, bijvoorbeeld arbeid, geld of goederen en het voordeel hieruit wordt verdeeld onder de maten.
Maatschappen moeten zich, afgezien van stille maatschappijen, sinds 2008 inschrijven in het Handelsregister. Het is niet verplicht om een notariële akte op te stellen bij de oprichting van een maatschap, maar het is wel aan te raden om onderlinge afspraken vast te leggen (bij een notaris), om ruzie tussen de maten te voorkomen. Zo doe je er bijvoorbeeld verstandig aan om vast te leggen wat de inbreng is van de maten, welke winstverdeling jullie gaan hanteren, hoe de verdeling van bevoegdheden is en wat er gebeurt als de maatschap wordt beëindigd. Goed hierbij om te weten is alle maten aansprakelijk zijn voor gelijke delen. Dat is dus een belangrijk verschil met de vof, waarbij iedere vennoot voor 100 procent aansprakelijk is.

Is een commanditaire vennootschap (cv) de oplossing?

Een commanditaire vennootschap (cv) is in feite een bijzondere vorm van de vof. Het is een samenwerkingsvorm tussen twee of meer personen (vennoten). Bij een cv bestaan twee soorten vennoten: beherende en stille (commanditaire) vennoten. De stille vennoten zijn alleen financieel betrokken; zij mogen niet namens de cv naar buiten treden.
De oprichting van een commanditaire vennootschap is vormvrij; er gelden dus geen formele vereisten. Wel is het slim om schriftelijk vast te leggen wat jullie precies zijn overeengekomen. Een inschrijving in het Handelsregister is wederom wél verplicht.
Lukt het de vennootschap niet meer om verplichtingen na te komen, dan zijn de beherende vennoten privé hoofdelijk aansprakelijk voor 100 procent. Dit geldt niet voor de commanditaire vennoten. Zij zijn slechts aansprakelijk voor het bedrag dat zij hebben ingebracht.

Past een besloten vennootschap (bv) bij mij?

De besloten vennootschap is een rechtspersoon, waarbij het kapitaal in aandelen is verdeeld (over de aandeelhouders) en de risico’s van hoofdelijke aansprakelijkheid worden beperkt. Dat betekent dat niet jij, maar de bv in de meeste gevallen aansprakelijk is voor eventuele schulden. Het rechtspersoon bv heeft dezelfde juridische status, rechten en plichten als een natuurlijk persoon. Daarmee wordt de bv als geheel als ondernemer gezien, terwijl je een bv wel samen met anderen kunt oprichten.
Je hebt geen minimum(start)kapitaal nodig om een bv op te richten, Eén eurocent is al genoeg. Ook een notariële akte is niet meer nodig. Een inschrijving in het Handelsregister is dat wél. Totdat dit gebeurd is, ben je namelijk nog persoonlijk aansprakelijk.
Groot voordeel van een bv is dat je privé-bezittingen buiten schot blijven. Er is echter één ‘maar’: voor schulden ontstaan door wanbeleid kun je wél persoonlijk aansprakelijk gesteld worden.

Hoe zit het bij een naamloze vennnootschap (nv)?

Slechts weinig starters zullen bij de oprichting van hun bedrijf kiezen voor een nv. Dit is een vennootschap waarvan het kapitaal is verdeeld in aandelen, maar anders dan bij de bv zijn de aandelen van een nv overdraagbaar.
Voor het oprichten van een nv gelden vrijwel dezelfde eisen als bij het oprichten van een bv, behalve het feit dat je voor oprichting van een nv startkapitaal nodig hebt: 45.000 euro.
Zowel met een bv als met een nv moet je jaarstukken inleveren bij de KvK. Welke gegevens je daarin moet opnemen, is afhankelijk van de grootte van je bedrijf. Zo hoeft een klein bedrijf alleen een verkorte balans en een beperkte toelichting te sturen en moet een middelgroot bedrijf ook een jaarverslag en een winst-en verliesrekening toevoegen.

Wanneer kies ik voor een vereniging?

Een vereniging is een samenwerkingsvorm tussen twee of meer personen (leden) met een gemeenschappelijk doel. Belangrijke voorwaarde is dat het niet je doel mag zijn om winst te maken om onder de leden te verdelen. Winst maken an sich mag wel, maar die moet dan ten goede komen aan het gemeenschappelijke doel.
De hoogste macht in een vereniging ligt bij de ledenvergadering, waarvan alle leden in principe één stem hebben. De ledenvergadering benoemt het bestuur, dat meestal bestaat uit leden.
Je hebt twee soorten verenigingen:
  • Bij een vereniging met volledige rechtsbevoegdheid ben je niet met je privé-vermogen aansprakelijk voor de verplichtingen; je richt deze vereniging op met een akte van de notaris en de notaris schrijft je in in het Handelsregister.
  • Bij een vereniging met beperkte rechtsbevoegdheid ben je met je privé-vermogen wél aansprakelijk voor verplichtingen. Die aansprakelijkheid kun je beperken door de vereniging in te schrijven in het Handelsregister.
Is mijn bedrijf eigenlijk een stichting?
Een stichting is bedoeld om met behulp van een vermogen een bepaald doel te realiseren. Deze doeleinden leg je vast in de statuten. Een stichting mag winst maken, maar net als bij een vereniging moet deze opbrengst wel ten goede komen aan een ideëel of sociaal doel. Een stichting wordt opgezet door één of meerdere personen. Dit kunnen natuurlijke personen zijn, maar ook rechtspersonen (zoals bij een bv). Een stichting heeft geen leden en wordt opgericht bij notariële akte of testament. Vergeet een stichting niet in te schrijven in het Handelsregister van de KvK, zodat de bestuuurders niet privé aansprakelijk zijn.
In het geval van schulden worden bestuurders van een stichting niet aansprakelijk gesteld. Als de stichting onder de heffing van de vennootschapsbelasting valt, zijn wel de anti-misbruikwetten van toepassing en kunnen bestuurders onder bepaalde omstandigheden alsnog aansprakelijk worden gehouden.

Hoe zit het bij een coöperatie en onderlinge waarborgmaatschappij?

Een bijzondere en weinig voorkomende rechtsvorm is de coöperatie en onderlinge waarborgmaatschappij. De coöperatie en onderlinge waarborgmaatschappij zijn bijzondere verenigingen. Een coöperatie komt door middel van het afsluiten van overeenkomsten op voor de materiële belangen van haar leden. De winst mag worden uitgekeerd aan leden. Er zijn drie soorten: bedrijfscoöperatie, consumentencoöperatie en producten- of dienstencoöperatie.

Een coöperatie wordt opgezet door minimaal twee personen. De oprichting vindt plaats bij notariële akte. De coöperatie moet daarnaast worden ingeschreven in het Handelsregister en is verplicht om ieder jaar jaarstukken op te stellen en deze openbaar te maken.
(Bron: MKB Servicedesk)

Dagen, nachten, weken of zelfs maanden zwoegen op een ondernemingsplan: het zal veel startende ondernemers bekend in de oren klinken. Bedenk je eens wat er zou gebeuren als je deze tijd en energie zou steken in het verbeteren van je product of dienst. Of nog beter: in het vinden en contracteren van je eerste klant(en).

Stop met schrijven

Mijn advies: stop met schrijven en ga de wereld in. Praat met klanten, potentiële leveranciers en investeerders. Ja, je moet een plan hebben, een richting bepalen. Maar dat kan ook in één A4. Dus stop met het schrijven van een ondernemingsplan van 150 pagina’s en een exploitatiebegroting voor de komende 5 jaar. Gebruik de volgende 5 stappen om jouw ondernemingsplan te maken.

Stap 1. Waarom besta je?

Waarom ben je dit bedrijf begonnen (of ga je dit bedrijf beginnen)? Wat zijn jouw drijfveren om te kiezen voor de markt waarin je actief gaat worden en hoe staat het met je passie voor je bedrijf?
Oftewel: waarom heeft jouw bedrijf bestaansrecht? Misschien wel de moeilijkste vraag van allemaal, maar wel erg belangrijk om over na te denken. Het is de basis van alles!

Stap 2. Wat is je waardepropositie?

Je waardepropositie is eigenlijk de verklaring naar je klant: wat is je toegevoegde waarde? Waarom is datgene wat jij doet of levert van waarde? Op welke manier profiteert een klant van jouw product of dienst? Vanzelfsprekend heb je hier ideeën en gedachten over, maar durf dit ook te toetsen bij je klant. Ga in gesprek met je potentiële klanten en vraag hen of jouw ideeën hierover kloppen.

Stap 3. Voor wie doe je het?

Ken je klant. Wie is hij of zij? Focus op één (of maximaal vier) klantsegmenten. Durf er ook voor te kiezen om bepaalde mensen of bedrijven te laten gaan. Je kunt immers niet voor iedereen van toegevoegde waarde zijn. Benoem je klant in een duidelijk omschreven persona. Hang op de muur een duidelijke omschrijving van je klant. Hoe denkt hij? Wat voor keuzes maakt hij? Wat zijn de uitdagingen, wensen of behoeften die hij heeft waarvoor jij de oplossing vormt? Lees ook mijn eerdere column over focus.

Stap 4. Wat zijn je doelen ofwel: hoe meet je succes?

Stel je belangrijkste doelen. Beschrijf niet alleen twee of drie financiële doelen (omzet, winst, et cetera), maar ook ambities wat betreft klantbereik, klanttevredenheid en bijvoorbeeld het  bezoekersaantal op je website. Bedenk welke doelen relevant zijn voor jou om je “succes” te meten. Je stelt deze doelen niet voor een ander, maar voor jezelf. Kortom: als je graag bepaalde doelen wil halen, meet die dan ook.

Stap 5: Je verhaal aanpassen en verbeteren.

Als je de eerste vier stappen hebt uitgewerkt in één A4 (of misschien in twee), vormt dit de basis voor gesprekken met je potentiële klanten, leveranciers en andere belangrijke partners. Neem van mij aan dat er in je plan nog wel wat aanpassingen komen. Het verhaal wordt met de tijd scherper en scherper. Gun jezelf ook die ruimte het verhaal aan te passen en te verbeteren. Een ondernemingsplan is niet een statisch document, maar een organisch verhaal dat mee groeit met jou als ondernemer en met je onderneming. Niet voor niets is een veelgehoorde quote nog steeds: “Een ondernemingsplan overleeft maar zelden het eerste contact met de klant.”
(Bron: MKB Servicedesk)

De commandiet heeft binnen de C.V. een bijzondere positie. De beherend vennoot van een C.V. is in beginsel altijd hoofdelijk verbonden voor alle schulden van de C.V. Voor de commandiet geldt echter dat, zolang hij of zij geen daad van beheer verricht of werkzaam is in de zaken van de C.V., de commandiet slechts aansprakelijk is tot het bedrag dat hij of zij bij geldschieting in de C.V. heeft ingebracht. Gaat de commandiet zijn boekje te buiten, dan is ook hij voor alle schulden van de C.V. hoofdelijk verbonden en kan hij dus door ieder van de schuldeisers worden aangesproken. Ook voor schulden die geen verband houden met zijn laakbaar optreden. Dat de rechter hier strikt de hand aan houdt blijkt maar weer eens uit een recente uitspraak van de rechtbank Zeeland-West Brabant.

Koper heeft op 21 september 2009 een koopovereenkomst gesloten met De Voer en Partners C.V. met betrekking tot de koop en verkoop van een lunchroom. De levering van de lunchroom aan koper heeft op 1 november 2010 plaatsgevonden. In de koopovereenkomst was onder meer opgenomen dat het bij De Voer en Partners C.V. in dienst zijnde personeel van rechtswege bij verkoop in dienst van koper zal komen op gelijkblijvende condities en dat De Voer en Partners C.V. zal zorg dragen voor de afwikkeling c.q. afrekening van opgebouwde vakantiedagen, vakantiegelden en andere opgebouwde vergoedingen van de huidige personeelsleden tot aan de dag van overdracht.
Vordering salariskosten
In juni 2011 heeft koper aan een van de overgenomen personeelsleden wegens de afwikkeling van het dienstverband een bedrag betaald van € 907,87 (salaris mei 2010), € 38,92 (salaris november 2011) en € 91 (gerechtsdeurwaarderskosten). Koper heeft op basis van de koopovereenkomst De Voer en Partners C.V. en de heer en mevrouw De Voer, commandieten van De Voer en Partners C.V., schriftelijk gesommeerd tot betaling van het totaalbedrag van € 1.037,79 aan haar over te gaan. Betaling bleef echter uit.
Vordering contractuele boete
De vordering is door De Voer en Partners C.V. en de heer en mevrouw De Voer onbetaald gelaten, waarna koper ook aanspraak maakt op de contractuele boete omdat de heer en mevrouw De Voer de koopovereenkomst niet zijn nagekomen. [MM: op datum uitspraak, 12 februari 2013, was de boete inmiddels opgelopen tot zo’n € 88.000.]
Waarom zijn de heer en mevrouw De Voer volgens de koper aansprakelijk?
Volgens koper zou de aansprakelijkheid van de heer en mevrouw De Voer erin gelegen zijn dat zij (intern) daden van beheer hebben verricht, aangezien zij werkzaam waren in de bediening en de keuken van de lunchroom, schoonmaakwerkzaamheden verrichtten en het personeel aanstuurden (personeelsbeleid). Daarnaast zouden zij de vennootschap naar buiten toe hebben vertegenwoordigd, namelijk door de huurovereenkomst en jaren later de beëindigingovereenkomst daarvan mede te ondertekenen.
Oordeel rechtbank
Aansprakelijkheid commandieten
Van interne vertegenwoordiging is slechts sprake indien de daden van beheer van de commandiet ertoe leiden dat voor de beherend vennoot geen ruimte meer blijft voor het bepalen van het beleid van de vennootschap. De rechtbank is van oordeel dat de interne handelingen van de heer en mevrouw De Voer, zoals koper die stelt, hier geen blijk van geven.
Van externe vertegenwoordiging is slechts sprake indien de commandiet vertegenwoordigings-handelingen heeft uitgevoerd die bij derden het vertrouwen kunnen opwekken dat de commandiet aan de beherend vennoot gelijk te stellen is. De rechtbank is van oordeel dat door het meetekenen van de huurovereenkomst en jaren later de vaststellingsovereenkomst (als vertegenwoordiger) bij derden, de heer en mevrouw De Voer het vertrouwen hebben kunnen wekken dat zij bij het aangaan van deze overeenkomsten als beherend vennoot de vennootschap vertegenwoordigden. De heer en mevrouw De Voer hebben daarmee verwijtbaar gehandeld.
Voor de vordering van de koper, hoewel geen verband houdend met de vertegenwoordigingshandelingen door de heer en mevrouw De Voer, zijn de heer en mevrouw De Voer thans dan ook hoofdelijk verbonden geworden. De vorderingen van eiser worden dan ook toegewezen.
Hoogte van de vordering
De vordering betreffende de afwikkeling van het dienstverband wordt slechts toegewezen voor het deel dat onder de garanties van de koopovereenkomst valt, aldus toewijzing van een bedrag van
€ 907,87.
De vordering betreffende de contractuele boete wordt gematigd tot een bedrag van € 20.000, zijnde de eenmalige contractuele boete bij ontbinding van de koopovereenkomst.
Naar het oordeel van de rechtbank eist de billijkheid matiging, omdat de contractuele boete (2 promille van de koopsom per dag dat niet wordt nagekomen) niet in tijd is begrensd en dus onbeperkt zou doorlopen. Zonder matiging zou dit leiden tot een buitensporige boete in verhouding met het toegewezen bedrag in hoofdsom van € 907,87. De rechtbank matigt de boete naar redelijkheid.
Conclusie:
Commandiet: bezint eer ge begint aan beheersdaden. De financiële consequenties zijn niet te overzien en kunnen een catastrofale omvang krijgen en zelfs leiden tot een persoonlijk faillissement.
(Bron: Dijkstra Voerman)

Het vaststellen van een uurtarief kan voor een startende ondernemer of ZZP’er best moeilijk zijn. In de huidige economie kan het vragen van een te hoog uurloon concurrenten die minder vragen in de hand werken, maar te laag gaan zitten is ook niet goed. U moet natuurlijk wel van uw inkomsten kunnen leven. In dit artikel leest u meer over de verschillende factoren die hierbij een rol spelen: de checklist uurtarief bepalen.

Het juiste uurloon hangt dus van meerdere factoren af. Het is ook niet zo dat u verplicht één uurtarief moet handhaven voor alle omstandigheden. Een groeiend aantal zelfstandige professionals hanteert diverse tarieven. Zij laten de inkomsten onder meer afhangen van de opdrachtgever, de opdracht in kwestie en de sector waarin ze de klus uitvoeren. Grotere bedrijven zijn in den regel vaker bereid om meer te betalen dan kleine ondernemers en als het om branches gaat, heeft de overheid vaak een groter budget dan een kleinschalig creatief bureau. Andere factoren waarmee u rekening dient te houden bij het bepalen van een geschikt uurloon:

1. De opdracht

Zoals we hierboven al schreven, speelt de aard van de klus – en uw vaardigheid daarin – een belangrijke rol. Wanneer uw werkzaamheden uiterst specialistisch zijn en maar weinigen kunnen doen wat u kunt, dan is het vanzelfsprekend eerder gerechtvaardigd om een hogere uurprijs te vragen dan wanneer u een tamelijk eenvoudige dienst aanbiedt die talloze andere concurrenten ook kunnen uitvoeren.

2. De markt

Hoewel u in principe geheel vrij bent om de hoogte van uw uurloon te bepalen, is het wel raadzaam om rekening te houden met de gangbare tarieven in uw markt. Vlieg niet uit de bocht – opdrachtgevers zijn immers ook niet van gisteren – en loop geen opdrachten mis door een te hoge uurprijs aan te houden. Afhankelijk van uw werkzaamheden zijn er meestal wel gangbare tarieven bekend. Uw opdrachtgever kent deze tarieven doorgaans ook en dus is het zaak hier niet te ver vanaf te wijken. Kijk op loonwijzer.nl voor een overzicht van gangbare tarieven in verschillende branches.

3. De duur/omvang

Voor langdurige of meer omvangrijke klussen kunt u het zich permitteren om een wat lager tarief te hanteren dan voor korte of kleine opdrachten. Relatief gezien kost een kleine of eenmalige opdracht u immers meer tijd en energie en bovendien hoeft u bij een langer lopende opdracht minder tijd te steken in acquisitie van nieuwe opdrachten.

4. De concurrentie

Het komt tijdens onderhandelingen met opdrachtgevers of klanten geregeld voor dat, wanneer ze vragen of u een offerte wilt sturen, zij aangeven dat ze nog meer potentiële kandidaten op het oog hebben. Of dat waar is, valt moeilijk te controleren, maar in veel gevallen zult u daadwerkelijk met concurrenten te maken hebben die ook graag dezelfde klus willen binnenhalen. In dat geval wordt er vaak op prijs geconcurreerd en kunt u dus maar beter niet al te hoog inzetten.

5. De opdrachtgever

In veel gevallen loont het de moeite om uit te vinden met wat voor soort opdrachtgever u te maken heeft en wat het bedrijf doorgaans uitgeeft aan werkzaamheden zoals de uwe. Een startup zal om financiële redenen eerder nee zeggen tegen een duurdere offerte dan een multinational. Maar in de huidige economie hebben ook de grotere ondernemingen te maken teruglopende budgetten.

Zoals gezegd staan overheidsinstellingen nog wel bekend als redelijk ruimhartig; hier kunt u dus in veel gevallen een wat hogere offerte neerleggen dan bij commerciële bedrijven. Dit is zeker van toepassing als de opdracht aan het einde van het jaar moet worden uitgevoerd; in bepaalde gevallen dient de instelling dan nog het afgesproken budget op te maken. Maar ook hier geldt: blijf redelijk en maak het niet te gek om te voorkomen dat u uzelf ongewenst de markt uitprijst.

6. Uw onderhandelingskwaliteiten

Oefen uw onderhandelingstactieken maar goed, want in de meeste gevallen zit er wat ruimte tussen uw minimale vraagprijs en het bedrag dat uw opdrachtgever bereid is te betalen. Als u dit spel goed beheerst en uw nieuwe opdrachtgever het gevoel kan geven dat hij veel krijgt voor weinig (terwijl u ondertussen beseft dat u een niet meer dan prachtige beloning krijgt voor uw werk), dan heeft u het uitstekend gedaan.

Tool: uurtarief berekenen

Op zoek naar een tool om uw uurtarief te berekenen? Kijk eens op ZZPtarief.nl of berekenjeuurtarief.nl.

(Bron: Ikgastarten)

Veel zelfstandig ondernemers hebben moeite om het kaf van het koren te scheiden als het om verzekeringen gaat. Patrick Terranea van zelfstandig ondernemersplatform ZIP geeft zes tips bij de verschillende vormen van verzekeren en hoe je hier als zelfstandig ondernemer maximaal voordeel uit kunt halen.

  1. Pas op voor oververzekeren, doe een jaarlijkse check

Er is een aantal verzekeringen die je moet afsluiten voordat je als zelfstandig ondernemer aan de bak gaat of moet afsluiten als je ze nog niet hebt. Denk aan de zorgverzekering, een wettelijke verplichting. Maar ook de AOV of arbeidsongeschiktheidsverzekering. Verzekeringen waar je misschien minder snel aan denkt zijn de BAV of beroepsaansprakelijkheidsverzekering voor als je aansprakelijk wordt gesteld door jouw opdrachtgever en de rechtsbijstandverzekering voor als er toch iets mis gaat. Maar pas op voor oververzekeren. Je hebt waarschijnlijk ook al privé verzekeringen lopen. Het is slim om dit jaarlijks te checken.

  1. Oversluiten loont

Per 1 januari 2013 bestaat het provisieverbod dat geldt voor zogenaamde adviesgevoelige of complexe financiële producten zoals uitvaartverzekeringen, levensverzekeringen, bankspaarproducten, hypotheken, betalingsbeschermers, overlijdensrisicoverzekeringen en individuele arbeidsongeschiktheidsverzekeringen. Als je zelf weet hoe een financieel product werkt, wat de voorwaarden zijn en weet dat dit past bij je eigen (financiële) situatie (zgn. kennis- en ervaringstoets), kun je er voor kiezen om geen advies af te nemen. Je sluit dan het product zelf online via een financiële dienstverlener. Dit heet execution-only. Door het verbod op provisie, zijn veel verzekeringen dus goedkoper geworden. Besteed er wat tijd aan, want oversluiten loont en kan veel voordeel opleveren.

  1. Schadeverzekeringen zijn na 1 jaar looptijd per dag opzegbaar

Veel zelfstandig ondernemers weten niet dat je schadeverzekeringen eenvoudig kunt opzeggen als ze langer dan 1 jaar lopen. Verzekeringen opzeggen kan vanaf 1 januari 2010 namelijk een stuk makkelijker. Toen kwam een eind aan het systeem van stilzwijgende verlenging. Wie te laat was met opzeggen, zat vaak weer voor een jaar aan de verzekering vast. De nieuwe regels gelden alleen voor schadeverzekeringen met inachtneming van 1 maand opzegtermijn.

  1. Provisieloze schadeverzekeringen – privé of zakelijk – investeer tijd

Vanwege het eerder genoemde provisieverbod op adviesgevoelige of complexe financiële producten krijg je de rekening voor het advies nu apart. Bij schadeverzekeringen blijft het provisiesysteem voorlopig nog wel bestaan. Er wordt dus, zolang de polis loopt, provisie betaald aan de tussenpersoon. Die verleent je daarvoor service bij de keuze van de af te sluiten verzekering, bij schades, wijzigingen en vragen. Toch zijn er partijen die online schadeverzekeringen aanbieden zonder provisie en zelfs zonder winst. Dus ga na wat je allemaal aan verzekeringen hebt lopen (bijv. via bankafschriften), haal die langlopende papieren polissen tevoorschijn en ga online op onderzoek, want ook daar valt heel wat te besparen.

  1. Kostbare levensverzekeringen lopen vaak onbewust ongewild door

Die langlopende levensverzekering voor als er iets gebeurt of als veilige belegging om later onbezorgd te kunnen leven, is steeds meer achterhaald. De verzekeraar maakt daar een mooie (woeker)winst op. Het opzeggen van een levensverzekering is echter niet eenvoudig. Er bestaan zeer bruikbare alternatieven die je eerst moet overwegen voordat je opzegt. Denk hierbij bijvoorbeeld aan de verkoop van de levensverzekering aan partijen die zich daarin hebben gespecialiseerd of het premievrij maken van een levensverzekering of het belenen van een levenpolis.

  1. AOV of Arbeidsongeschiktheidsverzekering is geen luxe

Als zelfstandig ondernemer ben je gewend om risico’s te nemen. Je beoordeelt per situatie hoe groot het risico is dat je wilt lopen. Ook als het gaat om arbeidsongeschiktheid. Voor een zelfstandig ondernemer zijn de financiële risico’s en de gevolgen bij arbeidsongeschiktheid aanzienlijk. Als je niets regelt, is de bijstand het enige vangnet en daar wil je niet in terechtkomen. Gelukkig zijn er nieuwe moderne mogelijkheden om je te verzekeren tegen arbeidsongeschiktheid met goede voorwaarden, die flexibel en  betaalbaar zijn. Doe hier onderzoek naar.

(Bron: Pleinplus)

Uw pensioen bestaat uit minimaal één, maar meestal uit meer van de volgende onderdelen:

  • AOW-pensioen: Iedereen die in Nederland woont of werkt, bouwt AOW op. Dit is het basispensioen van de overheid. In 2013 gaat de AOW in als u 65 jaar + 1 maand bent. Sinds 2013 verschuift de ingangsdatum van de AOW door de verhoging van de AOW-leeftijd.
  • Aanvullend pensioen: Werknemers bouwen via hun werkgever een aanvullend pensioen op. Meestal regelt de collectieve arbeidsovereenkomst (cao) het pensioen. Of er is een verplicht bedrijfstakpensioenfonds.
  • Eigen pensioenopbouw: Iedereen kan zijn pensioen verder aanvullen met een particuliere verzekering, belegging of eigen vermogen.

Krijgt u als zzp’er ook automatisch pensioen?

Als zelfstandige zonder personeel hebt u recht op AOW. U moet wel zelf uw aanvullend pensioen regelen. Werkt u in een sector met een verplicht pensioenfonds? Dan moet u hier als zzp’er ook aan deelnemen. De overheid wil met belangenorganisaties meedenken over het opzetten van een vrijwillige collectieve pensioenregeling voor zzp’ers.

Bent u werknemer geweest? Dan kunt u soms vrijwillig de pensioenregeling van uw voormalige werkgever voortzetten. De pensioenpremie is dan nog 10 jaar fiscaal aftrekbaar.

Wat is een oudedagsreserve (FOR)?

De fiscale oudedagsreserve is een deel van de winst (12%) dat u als ondernemer opzij mag zetten. Over dat bedrag hoeft u op dat moment geen belasting te betalen. U kunt (een deel van) uw oudedagsreserve omzetten in een oudedagslijfrente. De premie die u dan betaalt, is aftrekbaar. De oudedagsreserve geldt alleen voor een eenmanszaak, vennootschap of maatschap. U moet daarnaast aan een aantal aanvullende voorwaarden voldoen.

Wat gebeurt er met uw pensioen als u overlijdt?

Hebt u een partner? Dan heeft deze meestal recht op een nabestaandenpensioen. Hiervoor gelden bepaalde voorwaarden. Komt u te overlijden, dan krijgt uw partner een deel van uw pensioenrechten. Uw partner kan recht hebben op een uitkering van de Algemene nabestaandenwet (Anw).

(Bron: Antwoordvoorbedrijvn)

Als startende ondernemer moet u voor uw bedrijf de juiste juridische vorm, ook wel rechtsvorm genaamd, kiezen. Dit heeft gevolgen voor uw aansprakelijkheid en uw belastingverplichtingen. Hoewel u niet per definitie vastzit aan de rechtsvorm die u kiest, is het aanpassen ervan een ingewikkeld en kostbaar proces. Deze checklist helpt u bij het bepalen van de rechtsvorm die het best bij uw onderneming past: 9 rechtsvormen voor ondernemers.

1. Ben ik een eenmanszaak?

Veruit de meeste startende ondernemers en ZZP’ers beginnen als eenmanszaak. De naam zegt het eigenlijk al: van een dergelijk bedrijf is slechts één persoon de eigenaar. Er kunnen wel meerdere mensen werkzaam zijn in de onderneming. Gaat u in uw eentje beginnen maar verwacht u na verloop van tijd personeel te gaan aannemen, dan kunt u dus alsnog kiezen voor een eenmanszaak.

Verder is het van belang om te weten dat er voor een eenmanszaak geen oprichtingseisen gelden, dat wil zeggen dat er geen akte hoeft te worden gemaakt. U bent daarentegen wel verplicht om uw onderneming in te schrijven in het Handelsregister van de Kamer van Koophandel (KvK). Per persoon kan er maximaal één eenmanszaak worden opgericht.

2. Ben ik onderdeel van een maatschap?

In een maatschap werken twee of meer personen (in dit geval ‘maten’) samen, die onder een gemeenschappelijke naam een beroep uitoefenen. Deze rechtsvorm komt veel voor in de medische en juridische wereld. Denk bijvoorbeeld aan (tand)artsen, fysiotherapeuten, en advocaten. Maar ook in de architectenwereld bestaan veel maatschappen. Bij een maatschap is het zo dat iedere deelnemer iets inbrengt, zoals geld, goederen of arbeid, waarbij het uiteindelijke voordeel hieruit wordt verdeeld onder de maten. Daarnaast is iedere maat aansprakelijk voor gelijke delen.

Sinds 2008 moeten ook alle maatschappen, afgezien van zogenaamde stille (externe) maatschappen, worden ingeschreven in het Handelsregister. Bij de oprichting hoeft, net als bij een eenmanszaak, geen akte te worden opgesteld. Probeer onderling echter wel duidelijke afspraken te maken over overige zaken en leg deze desnoods vast bij een notaris. Zo voorkomt u dat er in de toekomst mogelijk frictie ontstaat tussen een of meerdere leden uit de maatschap.

3. Moet ik een Vennootschap Onder Firma (VOF) oprichten?

De Vennootschap Onder Firma (VOF) is eigendom van meerdere betrokkenen, die vennoten of firmanten worden genoemd. Dit kunnen bestaande personen zijn, maar rechtspersonen zoals besloten vennootschappen (BV’s) is ook een optie. De op te richten VOF moet worden ingeschreven in het Handelsregister. Het is niet verplicht om een firma- of vennootschapscontract te (laten) opmaken, maar net als bij een maatschap is het wenselijk om de gemaakte afspraken over verantwoordelijkheden, bevoegdheden en de winstverdeling schriftelijk vast te leggen.

4. Past een Besloten Vennootschap (BV) beter bij mij?

De Besloten Vennootschap is een veelgebruikte rechtspersoon, waarbij het kapitaal in aandelen is verdeeld en de risico’s van hoofdelijke aansprakelijkheid worden beperkt. Deze aandelen zijn in het bezit van aandeelhouders, maar kunnen niet vrij worden verhandeld. Een belangrijk voordeel van de BV is dat het een rechtspersoon is. Dat houdt in dat in veel gevallen niet u, maar de BV aansprakelijk is voor eventuele schulden. Let op: als de schulden zijn ontstaan door wanbeleid kunt u hierop wél persoonlijk worden aangesproken. Als directeur bent u in dienst van de onderneming.

Een BV kan door een of meerdere personen worden opgericht. Bij de oprichting moet de BV nog tot 1 oktober aanstaande beschikking hebben over een kapitaal van achttienduizend euro (in de vorm van geld of natura, zoals onroerend goed). Voordat de BV kan worden opgericht, moet u een akte laten opmaken door een notaris. De voorheen verplichte ‘Verklaring van geen bezwaar’ van het Ministerie van Justitie is per 1 juli 2011 komen te vervallen. U moet de BV daarnaast inschrijven inschrijven in het Handelsregister. Let op: per 1 oktober 2012 gaat het nieuwe BV-recht in. De wetgeving om de besloten vennootschap (BV) verandert dan enigszins.

5. Is een Commanditaire Vennootschap (CV) de oplossing?

De Commanditaire Vennootschap kan van pas komen indien u over te weinig kapitaal beschikt om een VOF op te richten. Een CV is een bijzondere samenwerkingsvorm tussen twee of meer personen (vennoten). Deze vennoten kunnen beherend of stil (commanditair) zijn. In de praktijk betekent dit dat de stille vennoten alleen financieel betrokken zijn bij de onderneming. Het is voor hen niet toegestaan om namens de CV te spreken of handelen.

Voor de oprichting van een Commanditaire Vennootschap bestaan afgezien van de inschrijving in het Handelsregister geen formele eisen. Daarom is des te belangrijker om de gemaakte afspraken tussen de vennoten schriftelijk te laten vastleggen door een notaris. Mocht de vennootschap haar verplichtingen niet meer kunnen nakomen, dan zijn de beherende vennoten privé voor honderd procent hoofdelijk aansprakelijk. De commanditaire vennoten zijn daarentegen slechts aansprakelijk voor het bedrag dat zij hebben ingebracht.

6. Hoe zit het bij een Naamloze Vennootschap (NV)?

Deze rechtsvorm is voor starters over het algemeen niet echt relevant. Een NV is een vennootschap waarvan het kapitaal is verdeeld in aandelen, maar deze zijn in tegenstelling tot bij een BV overdraagbaar. De eisen bij het oprichten van een NV zijn vrijwel gelijk aan die bij het opzetten van een BV, maar het minimumkapitaal valt wel een stuk hoger uit: 45.000 in plaats van 18.000 euro.

Names de NV moeten jaarstukken worden opgeteld en ingeleverd bij de KvK. De wijze waarop dit moet gebeuren, hangt af van de grootte en omvang van het bedrijf.

7. Wanneer kies ik voor een vereniging?

Indien u een bepaald doel voor ogen heeft en met andere wilt samenwerken om dit te bereiken, kunt u de vereniging kiezen als rechtsvorm. Kort gezegd is een vereniging een samenwerkingsvorm tussen twee of meer personen (leden) met een gemeenschappelijk doel. Belangrijke voorwaarde is dat het maken van winst om onder de leden te verdelen, geen doel mag zijn. Er mag winst worden gemaakt, maar de opbrengsten moeten ten goede komen aan het gemeenschappelijke doel.

Voorwaarden voor deze rechtsvorm zijn dat uw vereniging uit ten minste twee personen bestaat, de hoogste macht bij de ledenvergadering ligt, alle leden hierbij één stem hebben en het bestuur wordt benoemd namens de ledenvergadering. Alle verenigingen hebben rechtspersoonlijkheid, maar er wordt wel onderscheid gemaakt tussen verenigingen met beperkte rechtsbevoegdheid en verenigingen met volledige rechtsbevoegdheid.

8. Is mijn bedrijf een stichting?

Een stichting heeft als doel om met behulp van vermogen een bepaald ideaal te realiseren. Deze doeleinden zijn vastgelegd in de statuten. Een stichting mag winst maken, maar net als bij een vereniging moet deze opbrengst wel ten goede komen aan een ideëel of sociaal doel. Een stichting wordt opgezet door een of meerdere personen (natuurlijk of rechtspersoon), heeft geen leden en wordt opgericht bij notariële akte of testament. Vergeet de stichting niet als zodanig in te schrijven in het Handelsregister van de KvK.

In het geval van schulden worden de bestuurders van een stichting niet aansprakelijk gesteld. Als de stichting onder de heffing van de vennootschapsbelasting valt, zijn wel de anti-misbruikwetten van toepassing en kunnen bestuurders onder bepaalde omstandigheden alsnog aansprakelijk worden gehouden.

9. Hoe zit het bij een coöperatie en onderlinge waarborgmaatschappij?

Deze rechtsvorm komt nog maar weinig voor. De coöperatie en onderlinge waarborgmaatschappij zijn bijzondere verenigingen. Een coöperatie komt door middel van het afsluiten van overeenkomsten op voor de materiële belangen van haar leden. De winst mag worden uitgekeerd aan leden. Er zijn drie soorten: Bedrijfscoöperatie, Consumentencoöperatie en Producten- of dienstencoöperatie.

(Bron: Ikgastarten)