DIT IS MIJN WINST SOFTWARE B.V.

All posts in Kennisbank voor de Zelfstandige Zonder Personeel(ZZP)

Het huwelijk en geregistreerd partnerschap lijken veel op elkaar. De voorwaarden om te trouwen of geregistreerd partnerschap te sluiten, zijn hetzelfde. Dit geldt ook voor de rechten en plichten van u en uw partner ten opzichte van elkaar. Er zijn wel verschillen als u kinderen krijgt. Ook het beëindigen van de verbintenis is niet gelijk.

Kinderen tijdens huwelijk of partnerschap

Er zijn belangrijke verschillen tussen het huwelijk en geregistreerd partnerschap als u kinderen krijgt. Een kind dat wordt geboren in een huwelijk van een man en een vrouw heeft van rechtswege beide echtgenoten als ouder. Hierdoor krijgen de echtgenoten en het kind automatisch familierechtelijke banden. Dit heeft gevolgen voor onder andere de achternaam van het kind, het gezag, het omgangsrecht, de nationaliteit en het erfrecht.

Bij een huwelijk van 2 vrouwen of 2 mannen, maar ook bij een geregistreerd partnerschap (zowel van paren van gelijk als verschillend geslacht) is dit niet het geval. Familierechtelijke betrekkingen van het kind met de partner van de moeder of vader kunnen dan alleen ontstaan door erkenning of adoptie.

Beëindiging verbintenis

Voor de ontbinding van een huwelijk moet u altijd naar de rechter. Een geregistreerd partnerschap kan ook buiten de rechter om eindigen als u en uw partner het met elkaar eens zijn en u geen minderjarige kinderen heeft. Heeft u wel minderjarige kinderen, dan moet u het geregistreerd partnerschap door de rechter laten ontbinden. Verder kent het geregistreerd partnerschap niet de scheiding van tafel en bed, het huwelijk wel.

(Bron: Overheid)

Belasting betalen: iedere ondernemer, of u nou een eenmanszaak start of een besloten vennootschap (BV), krijgt ermee te maken. En die kosten moet u natuurlijk wel kunnen opbrengen. Gelukkig bestaan er diverse fiscale voordelen waar u als ondernemer of ZZP’er bij de belastingaangifte van kunt profiteren. Hieronder zetten wij de voornaamste regelingen voor u op een rij: 6 slimme tips voor de belastingaangifte.

1. Profiteer van de zelfstandigen- en startersaftrek

De zelfstandigen- en startersaftrek zijn misschien wel de bekendste aftrekposten voor (startende) ondernemers. Met de zelfstandigenaftrek kunt u uw belastbaar inkomen verlagen, waardoor u een lager bedrag aan de fiscus verschuldigd bent. Sinds begin dit jaar is de hoogte van dit bedrag niet meer afhankelijk van de winst, maar mag u een vast bedrag van 7.280 euro fiscaal aftrekken. U moet hiervoor wel aan enkele voorwaarden voldoen. Lees er alles over in het artikel 5 vragen en antwoorden over de zelfstandigenaftrek.

De startersaftrek is speciaal in het leven geroepen om startende ondernemers fiscaal gezien een extra steuntje in de rug te geven. Deze aftrekpost moet u zien als een verhoging van de zelfstandigenaftrek. Over 2012 mag u dan nog eens 2.123 euro extra aftrekken van de inkomstenbelasting, mits u aan de gestelde voorwaarden voldoet. Indien u een bedrijf vanuit arbeidsongeschiktheid bent gestart, komt u mogelijk in aanmerking voor de startersaftrek bij arbeidsongeschiktheid.

U heeft wellicht al gehoord van de nieuwe winstbox, waarin in principe vanaf 2015 bepaalde aftrekposten – waaronder de zelfstandigen- en startersaftrek, maar bijvoorbeeld ook de fiscale oudedagreserve – zullen worden samengevoegd. Het urencriterium zal hierdoor komen te vervallen. Meer weten over de nieuwe winstbox? Op Antwoordvoorbedrijven.nl vindt u meer informatie. Let op: de ingangsdatum van deze toekomstige wijziging is nog niet definitief. Voorlopig kunt u nog tot 1 januari 2015 gebruikmaken van de huidige aftrekposten.

2. Bekijk of middelen een optie is

Het terugkrijgen van belasting door spreiding van uw inkomen, ook wel middeling genaamd, kan voordeel opleveren als uw inkomen het afgelopen jaar weinig constant is geweest. Dit komt bijvoorbeeld vaak voor als u vanuit loondienst een bedrijf bent gestart. Toen u nog in vaste dienst was,  waren uw maandelijkse inkomsten vrijwel gelijk, maar als (startende) ondernemer kan uw inkomen per maand een stuk hoger of juist lager zijn. Als u een sterk wisselend inkomen heeft uit werk en woning, moet u waarschijnlijk meer belasting betalen dan wanneer uw inkomen gelijkmatig over een jaar is verdeeld.

Dat is natuurlijk niet zo gunstig wanneer u als starter een financieel gezond bedrijf wilt opbouwen. Om die reden is de middelingsregeling in het leven geroepen, maar middelen is alleen interessant als het recente inkomen voldoende van voorgaande jaren verschilt. U berekent dit als volgt:

  1. Tel de inkomens uit werk en woning van drie aaneengesloten jaren bij elkaar op.
  2. Deel deze uitkomst door drie.
  3. Over het gemiddelde inkomen dat hieruit voortkomt berekent u per jaar opnieuw de verschuldigde belasting.
  4. Vallen de nieuwe berekeningen lager uit dan de oude belastingbedragen? Dan komt u in aanmerking voor een belastingteruggaaf en kan middelen interessant zijn.

3. Komt u in aanmerking voor de meewerkaftrek?

Het komt geregeld voor dat een ondernemer in het bedrijf hulp krijgt van zijn of haar fiscale partner, bijvoorbeeld tijdens het bijwerken van de administratie of het bieden van ondersteuning in uw zaak tijdens de drukke decembermaand. Wanneer u uw partner hiervoor geen vergoeding biedt of kunt bieden, kunt u mogelijk profiteren van de zogenaamde meewerkaftrek. Als deze aftrekpost van toepassing is op uw situatie, hoeft u minder belasting over de winst te betalen.

De specifieke hoogte van deze aftrek is zowel afhankelijk van uw winst als het aantal uren dat uw fiscale partner heeft meegedraaid in uw bedrijf. Houd er rekening mee dat u ook voor deze regeling aan een aantal voorwaarden moet voldoen. Zo is het onder andere van belang dat u voldoet aan het urencriterium. Daarnaast moet u kunnen aantonen dat uw fiscale partner minimaal 525 heeft meegewerkt.

4. Investeer en profiteer van belastingvoordeel

Als startende ondernemer is de kans groot dat u het afgelopen jaar in meer of mindere mate heeft geïnvesteerd in bedrijfsmiddelen voor uw bedrijf. In dat geval kunt u als belastingplichtige mogelijk een deel van het investeringsbedrag van de winst aftrekken. Dit wordt ook wel de investeringsaftrek genoemd. Er zijn diverse vormen waarvoor u in aanmerking kunt komen:

  • Kleinschaligheidsaftrek (KIA) -> Bedoeld voor ondernemers die een bedrag tussen de €2.300,- en €306.931,- investeren in bedrijfsmiddelen voor hun onderneming.
  • Energie-investeringsaftrek (EIA) -> Bedoeld voor ondernemers die voor meer dan €2.300,- aan energie-investeringen doen. In dat geval heeft u recht op een aftrek van 41,5 procent, maar houd er rekening mee dat voor deze investering een maximumbedrag van €118.000.000,- geldt. Sinds januari dit jaar moet u investeringen voor de energie-investeringsaftrek digitaal melden via het Agentschap NL eLoket.
  • Milieu-investeringsaftrek (MIA) -> In 2012 is bij een bedrag aan milieu-investeringen in een kalenderjaar van meer dan €2.300,- de investeringsaftrek vastegesteld op: 36 procent (categorie I), 27 procent (categorie II) en 13,5 procent (categorie III). Ook deze investeringen moet u sinds begin dit jaar digitaal melden bij het Agentschap NL eLoket.
  • Research en Development Aftrek (RDA) -> De RDA-post is ingesteld om het uitvoeren van technologisch speur- en ontwikkelingswerk (S&O) te stimuleren. De RDA is gericht op de S&O-uitgaven van ondernemers die niet zien op arbeid, bijvoorbeeld investeringen in apparatuur en materialen. De RDA wordt als extra aftrekpost in aanmerking genomen bij de fiscale winstbepaling.

5. Bent u een KOR-ondernemer?

Omdat u als startende ondernemer in veel gevallen minder BTW rekent dan grotere organisaties, kan het goed zijn dat u gebruik mag maken van de handige Kleineondernemersregeling, vaak afgekort tot simpelweg KOR. Als u in een jaar 1883 euro of minder aan BTW betaalt, kunt u in aanmerking komen voor belastingvermindering. Het kan zelfs zo zijn dat u helemaal geen BTW verschuldigd bent.

6. Vraag (indien nodig) tijdig uitstel aan

Ziet u aankomen dat u voor de komende periode de belastingaangifte niet op tijd kan voldoen, wacht dan niet te lang af, maar vraag zelf tijdig uitstel aan om eventuele verzuimboetes en hoge aanslagen van de fiscus te voorkomen. Doe dit in ieder geval vóór de deadline 1 april, maar eerder is natuurlijk altijd beter. Uitstel vragen kan zowel digitaal als schriftelijk en telefonisch. Houd er wel rekening mee dat de Belastingdienst niet altijd bereid zal zijn dit uitstel toe te kennen. Er wordt onder andere gekeken naar de laatste drie belastingjaren en of de aangiftes voor die periode wel (en op tijd) zijn gedaan. Klik hier voor meer informatie over het uitstellen van de aangifte inkomstenbelasting.

(Bron: Ikgastarten)

Als iemand u minimaal € 2.269 leent om uw onderneming te starten, kan hij profiteren van de volgende fiscale voordelen:

  • Het bedrag dat uw geldgever aan u heeft geleend, is de eerste acht jaar vrijgesteld voor de vermogensrendementsheffing in box 3 tot maximaal € 56.420.
  • Uw geldgever krijgt een heffingskorting op de inkomstenbelasting. Deze heffingskorting is 0,7% van de vrijstelling die in box 3 voor hem geldt. De vrijstelling is maximaal € 56.420.

Kwijtgescholden durfkapitaal

Als u de lening uiteindelijk niet terug kunt betalen, kan uw geldgever u een deel van de lening of de hele lening kwijtschelden. Het verlies dat uw geldgever daardoor lijdt, was tot en met 2010 voor hem als persoonsgebonden aftrek aftrekbaar voor de inkomstenbelasting. De mogelijkheid om verliezen op beleggingen in durfkapitaal af te trekken als persoonsgebonden aftrek is met ingang van 2011 vervallen. Uw geldverstrekker kan het kwijtgescholden bedrag alleen aftrekken als hij het geld vóór 1 januari 2011 aan u heeft geleend.

Afbouw heffingskorting

In 2014 vervalt de heffingskorting voor maatschappelijke beleggingen en voor directe beleggingen in durfkapitaal en cultuurfondsen. Wij bouwen de heffingskorting vanaf 2011 in 4 jaar af. Voor 2012 is de heffingskorting verlaagd naar 0,7% en in 2013 wordt de korting verlaagd naar 0,4%. In 2014 vervalt de heffingskorting.

(Bron: belastingdienst)

Het plan is klaar, de uitwerking kan beginnen. Dan, na verloop van tijd, kan er een moment komen dat je moet beslissen: de stekker eruit of toch doorgaan? Harvard hoogleraar managementwetenschappen Rosabeth Moss Kanter geeft 12 aandachtspunten.

Airtime werd zomer 2012 gelanceerd door Sean Parker en Shawn Fanning (de illustere grondleggers van Napster) met de bedoeling om mensen met gelijke interesses bij elkaar te brengen met video chatsessies. Maar al na vier maanden was Airtime in kritieke toestand – althans volgens de media – en Fanning stapte eruit. Met als gevolg nog meer commotie. Parker bleef optimistisch en verklaarde dat het ‘belachelijk vroeg’ was voor het ten grave dragen van Airtime omdat zo’n initiatief ‘zeker zes tot twaalf maanden nodig heeft om zichzelf te bewijzen’. Moss Kanter heeft menig veranderingstraject, project of start-up begeleid en dit soort heikele ‘stoppen-of-doorgaan-dilemma’s’ ontmoet. Wat is wijsheid? Haar advies: sta stil bij de volgende twaalf aandachtspunten:

  1. Gelden de aanvankelijke redenen nog om het idee, project, traject of strategie uit te voeren, of zijn er externe veranderingen?
  2. Bestaan de behoeften nog waaraan het idee tegemoet zou komen of zijn er ondertussen concurrerende oplossingen?
  3. Zou de situatie verslechteren bij stopzetting?
  4. Is het kosteneffectiever om door te gaan, dan om de kosten te betalen voor een herstart?
  5. Trekt de visie meer voorstanders aan?
  6. Is de leiding nog steeds enthousiast, betrokken en resultaatgericht?
  7. Zijn er hulpbronnen beschikbaar voor verdere investeringen en aanpassingen?
  8. Verminderen de scepsis en de weerstanden?
  9. Is het team gemotiveerd om door te gaan?
  10. Zijn de belangrijkste deadlines en tussendoelen bereikt?
  11. Zijn er tekenen van vooruitgang; welke problemen zijn opgelost; welke nieuwe activiteiten zijn opgestart; zijn trends en vooruitzichten positief?
  12. Is er een tastbaar resultaat, bijvoorbeeld een succesvolle demonstratie. prototype of zijn er harde bewijzen ?

Zijn de ja’s in de meerderheid, geef dan niet op. Ga na of een herorientering of extra hulpbronnen nodig zijn. Hou het teamproces levend en ga goed om met de kritiek van de tegenstanders.

(Bron: Pleinplus)

Zijn de neens in de meerderheid, neem dan je verlies, lik je wonden en leer van de fouten.

Samen een onderneming starten en exploiteren heeft de nodige voordelen. Zo kunt u profiteren van elkaars kwaliteiten en de taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden onderling verdelen. Startende ondernemers die samen gaan ondernemen kiezen dan ook meestal voor de rechtsvorm vennootschap onder firma (vof).

Als een bedrijf meerdere eigenaren (vennoten) heeft, is het in ieder geval verstandig om afspraken over de samenwerking vast te leggen in een contract. In de praktijk zie ik dat de meeste zaken vooraf prima in een contract zijn opgenomen. Echter: dat geldt niet voor het aspect samenwerking. Dat onderdeel blijft vaak onderbelicht; meestal vanuit de gedachte dat de vennoten elkaar toch al goed kennen.

Conflicten

Het komt immers nogal eens voor dat vennoten partners, vrienden of familieleden van elkaar zijn. In dat geval acht men een schriftelijke vastlegging van afspraken over de samenwerking niet noodzakelijk. Maar dat is een misvatting. Uit de praktijk blijkt juist dat de meeste conflicten binnen een vof ontstaan wanneer de vennoten vrienden of familieleden van elkaar zijn. En dus niet gewend zijn om in een zakelijke omgeving te moeten samenwerken.

Valkuilen

Ik maak ook wel mee dat een typische ‘stront aan de knikker’-situatie ontstaat als vennoten verkeerde verwachtingen van elkaar blijken te hebben. Bijvoorbeeld in het geval dat men te snel heeft besloten om zakelijk met elkaar in zee te gaan zonder van tevoren grondig na te gaan over welke talenten iedere vennoot nu daadwerkelijk beschikt.

Acquisitie

Een techneut die als vennoot bijvoorbeeld ook acquisitie moet plegen, kan gedurende de samenwerking al snel door de mand vallen wanneer nieuwe opdrachten uitblijven. Of er ontstaan problemen als de privépartner van een van de vennoten niet wil dat er wekelijks meer dan dertig uur aan het bedrijf wordt besteed, terwijl een minimum van vijftig uur noodzakelijk is. En zo kan ik nog wel even doorgaan. Er zijn genoeg voorbeelden te bedenken die aantonen dat – ook als u elkaar privé al een tijd kent – een goede zakelijke samenwerking niet vanzelf ontstaat.

Scheiden doet lijden

Als een conflict onoverbrugbaar blijkt te zijn, zal een vennoot moeten uittreden uit de vof. Dat is echter niet altijd even makkelijk. Afscheid nemen van een bedrijf is veel meer dan het uitkopen van een vennoot alleen. In veel vof’s mag een uittredende vennoot namelijk dezelfde activiteiten niet zomaar elders voortzetten. Dat maakt een mogelijk vertrek er natuurlijk niet makkelijker op.

Schulden

Daarnaast is iedere vennoot hoofdelijk aansprakelijk voor alle eventuele schulden van de vof. Een vertrek verandert daar niets aan. Tel daarbij de vaak ernstig verstoorde onderlinge relatie tussen de vennoten op en iedere buitenstaander voelt op zijn klompen aan dat een daadwerkelijk vertrek van een van de zakelijke partners veel vraagt van alle betrokkenen. Hoe kunt u deze vervelende situatie voorkomen?

5 praktische tips

  1. Selecteer uw zakelijke samenwerkingspartners op zakelijke kwaliteiten en niet op privé eigenschappen.
  2. Wees extra kritisch bij een mogelijke samenwerking met familie en vrienden.
  3. Leg schriftelijke afspraken over uw samenwerking goed vast. Het moet daarbij niet alleen gaan over de taakverdeling, verantwoordelijkheden en bevoegdheden, maar ook over het te voeren beleid (en ieders rol daarin).
  4. Is er sprake van aanhoudende irritatie? Roep dan zo snel mogelijk deskundige hulp in.
  5. Denk goed na over de voor- en nadelen van een concurrentiebeding tussen de vennoten. Dit beschermt de vennoten en de vof, maar kan ook belemmerend werken wanneer een vennoot moet uittreden.

(Bron: Ikgastarten)

Met ingang van 1 januari 2013 geldt voor de toeslagen een nieuw partnerbegrip. Een wetswijziging van die strekking treedt per die datum in werking.

Hierbij wordt aangesloten bij het basispartnerbegrip van art. 5a AWR zoals dat al vanaf 1 januari 2011 geldt. In verband met de implementatie van een nieuw automatiseringssysteem bij de Belastingdienst/Toeslagen is destijds besloten om het nieuwe partnerbegrip voor de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen in te voeren op het moment waarop de implementatie van dat nieuwe systeem is voltooid. Dat is per 1 januari 2013 het geval.

Daarnaast treden per 1 januari 2013 enkele wijzigingen in werking in de Zorgverzekeringswet (Zvw). Zo wordt geregeld dat de inspecteur ten onrechte of tot een te hoog bedrag verleende teruggaven inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet of voorschotten op die teruggaven bij voor bezwaar vatbare beschikking kan terugvorderen. Tenslotte wordt er een wijziging aangebracht in art. 50 Zvw die verband houdt met de vervanging van de regeling heffingsrente door die van de belastingrente.

(Bron: Accountancynieuws)

Voordat u een dienst verricht, moet u uw klant informatie geven over uw bedrijf en de te leveren dienst. Dit staat in de Europese Dienstenrichtlijn. Door duidelijke informatie te geven zorgt u voor vertrouwen tussen u en de klant, zowel zakelijke afnemers (business-to-business) als consumenten (business-to-consumers).

Sommige informatie moet u aan uw klant verstrekken voordat u de dienst levert. Andere informatie hoeft u alleen te geven op verzoek van de klant.

Informatie vooraf

Informatie die u altijd moet geven voor u de dienst levert of voor het contract of de overeenkomst wordt getekend, is:

  • naam en adresgegevens (vestigingsadres, telefoon- en/of faxnummer, e-mailadres) van uw onderneming. Vermeld tevens het adres waarheen eventuele vragen of klachten gestuurd kunnen worden wanneer dit afwijkt van uw vestigingsadres;
  • de rechtspositie en rechtsvorm van uw onderneming;
  • uw inschrijfnummer in het Handelsregister;
  • uw btw-nummer;
  • de prijs van de dienst die u levert wanneer deze vooraf vaststaat;
  • de kenmerken van de dienst, indien dit niet duidelijk is uit de context;
  • wanneer u algemene voorwaarden en bepalingen hanteert, moet u deze verstrekken, inclusief eventuele bepalingen over het op de overeenkomst toepasselijke recht en de bevoegde rechter;
  • wanneer er voor uw bedrijf een vergunning vereist is: de adresgegevens van de bevoegde instantie die de vergunning heeft verleend of van het centraal loket;
  • beoefent u een gereglementeerd beroep, vermeld dan uw inschrijving in een beroepsorde of bij een vergelijkbare organisatie, evenals de beroepstitel en het land waar die is verleend;
  • niet bij wet voorgeschreven garantie na verkoop;
  • wanneer u gebonden bent aan een gedragscode of lid van een beroepsorde waarbij geschillen buiten de rechter om afgehandeld kunnen worden, dan moet u dit vermelden. Ook geeft u informatie over waar de gedragscode of informatie over de beroepsorde te raadplegen is. Dit dient u te vermelden in elk document waarin uw diensten in detail worden beschreven. Daarnaast moet u aangeven waar uw klant kan nalezen hoe geschillen worden afgehandeld en wat de voorwaarden zijn.

Alle informatie moet helder en ondubbelzinnig zijn.

Wijze van bekendmaking

U mag kiezen op welke van de 4 onderstaande manieren u de informatie aan uw klant geeft:

  • op eigen initiatief;
  • ter inzage leggen op de plek waar de dienst wordt verricht of het contract/de overeenkomst wordt getekend;
  • digitaal beschikbaar stellen, bijvoorbeeld op uw website. Het adres van die website maakt u bekend aan uw klant;
  • meesturen met een offerte of informatiedocumenten.

Informatie op verzoek

Als een afnemer daarom vraagt, moet u ook de volgende informatie aan hem verstrekken:

  • wanneer vooraf geen prijs is afgesproken: de prijs, de manier waarop de prijs berekend wordt of een gedetailleerde kostenschatting van de dienst;
  • informatie over activiteiten en partnerschappen die direct verband houden met de dienst en de maatregelen die u heeft genomen om belangenconflicten te voorkomen. Deze informatie dient u te vermelden in elk document waarin uw diensten in detail worden beschreven;
  • wanneer u onder een gedragscode valt, moet u deze vermelden, evenals het adres waar deze digitaal kan worden geraadpleegd en in welke talen deze beschikbaar is;
  • voor gereglementeerde beroepen: een verwijzing naar de in het land van vestiging geldende beroepsregels en de manier waarop deze zijn in te zien.

Europese dienstenrichtlijn

Bovenstaande regels staan in de Europese Dienstenrichtlijn. De Dienstenrichtlijn maakt het voor dienstverleners gemakkelijker om te ondernemen in de Europese Unie (EU), IJsland, Liechtenstein en Noorwegen. Bovendien is het de bedoeling dat er meer grensoverschrijdend dienstenverkeer zal gaan plaatsvinden. In Nederland is de Dienstenrichtlijn vastgelegd in de Dienstenwet.

(Bron: Overheid)

Iedere ondernemer is wettelijk verplicht zijn administratie 7 jaar te bewaren (fiscale bewaarplicht). Wij streven echter naar zo min mogelijk administratieve lasten en hanteren soms kortere bewaartermijnen. Hoe lang u uw administratie moet bewaren, hangt af van het belang dat wij hebben bij de verschillende soorten gegevens in uw administratie. Bepaalde onderdelen van uw administratie worden aangemerkt als basisgegevens. Daarbij moet u denken aan:

  • het grootboek
  • de debiteuren- en crediteurenadministratie
  • de voorraadadministratie
  • de in- en verkoopadministratie
  • de loonadministratie

De basisgegevens moeten 7 jaar bewaard blijven. Na deze termijn vragen wij deze gegevens niet meer bij u op.

Uitzondering

In verband met de herzieningstermijn van de aftrek voorbelasting voor onroerende zaken, zoals bedrijfspanden, moet u de gegevens van onroerende zaken 10 jaar bewaren.

Voor de overige gegevens kunt u met ons afspraken maken over kortere bewaartermijnen dan 7 jaar. Voor de basisgegevens en de overige gegevens kunt u met ons afspraken maken over:

  • de vorm waarin u de gegevens bewaart (op papier of elektronisch)
  • het detailniveau (bijvoorbeeld dagstaten of telstroken van de kassa)

Deze afspraken worden schriftelijk vastgelegd.

Let op!

De kortere bewaartermijnen gelden uitsluitend voor de Belastingdienst. Bij andere overheidsinstellingen kunt u dus nog te maken krijgen met de wettelijke bewaartermijn van 7 jaar.

De bewaarplicht geldt ook voor computerprogramma’s en bestanden. U moet er dus ook voor zorgen dat deze programma’s en bestanden bij een controle kunnen worden gebruikt. Met het uitsluitend bewaren van een bestand in afgedrukte vorm voldoet u niet aan uw bewaarplicht. Wel kunt u, onder bepaalde voorwaarden, bestanden en andere gegevens in een andere vorm bewaren. Dit wordt conversie genoemd. De voorwaarden zijn:

  • U zet alle gegevens over.
  • U zet de gegevens inhoudelijk juist over.
  • U zorgt ervoor dat de nieuwe gegevensdrager tijdens de hele bewaartermijn beschikbaar is.
  • U kunt de geconverteerde gegevens binnen redelijke tijd (re)produceren en leesbaar maken.
  • U zorgt ervoor dat een controle van de geconverteerde gegevens binnen redelijke tijd kan worden uitgevoerd.

Het is verstandig om, voordat u tot conversie overgaat, uw plannen aan ons voor te leggen.

Laat u (een deel van) uw administratie verzorgen door een computer- of loonservicebureau? Dan vallen de gegevensdragers van die servicebureaus waarop gegevens staan over uw onderneming, ook onder de fiscale bewaarplicht.

(Bron: Belastingdienst)

Een groot verschil tussen een baan in loondienst hebben of zelfstandig ondernemer zijn, is dat u zelf verantwoordelijk bent voor het afdekken van persoonlijke en zakelijke risico’s. Er kan nu eenmaal wel eens iets misgaan. Hieronder vindt u een overzicht van bekende risico’s die u kan afdekken. De checklist: 11 verzekeringen voor ondernemers.

1. Persoonlijke verzekeringen

Arbeidsongeschiktheidverzekering

Het is iets waarover u als startende ondernemer liever niet al teveel over nadenkt, maar het afdekken van dit persoonlijke risico is – alhoewel niet verplicht – van groot belang. Het kan namelijk gebeuren dat u tijdelijk of blijvend arbeidsongeschikt raakt en inkomensverlies lijdt. Bijvoorbeeld door een (bedrijfs)ongeval of langdurige ziekte. Financiële zorgen op dit vlak kunt u voorkomen door dit persoonlijke risico af te dekken met een arbeidsongeschiktheidsverzekering. De kosten van een AOV-verzekering zijn sterk afhankelijk van uw beroep en de periode die u wilt verzekeren.

Pensioenverzekering

In tegenstelling tot wanneer u in loondienst bent en via uw werkgever pensioen opbouwt, gaat dat voor ondernemers niet vanzelf. Zij zullen hiervoor zelf bewust bepaalde regelingen moeten treffen. Kiest u ervoor om niet (direct) te investeren in uw inkomen voor later, houd er dan wel rekening mee dat u vanuit de overheid na uw pensioen in principe alleen recht heeft op AOW. Het is echter aan te raden om daarnaast pensioen te bijven opbouwen. Dit kan op verschillende mogelijkheden, bijvoorbeeld door middel van lijfrentesparen, het (deels) aflossen van een hypotheekschuld of door een aparte spaarrekening te openen waarop u maandelijks een vast bedrag stort.

Overlijdensrisicoverzekering

Door tijdig een overlijdensrisicoverzekering af te sluiten, kunt u in het geval van een later overlijden bepaalde zorgen voor nabestaanden die op dat moment ontstaan wegnemen. Afgezien van het persoonlijke verdriet heeft het overlijden door het wegvallen van een inkomen vaak invloed op hun financiële situatie. Met een overlijdensrisicoverzekering zorgt u ervoor dat er bij overlijden een geldbedrag voor de nabestaanden vrijkomt. Het kan hierbij zoals eerder aangegeven gaan om compensatie van het weggevallen inkomen, maar ook om het opvangen van eventuele extra kosten of het bieden van een geldlening.

2. Zakelijke verzekeringen

Aansprakelijkheid

Ook al heeft u al jaren geleden een particuliere aansprakelijkheidsverzekering afgesloten, dan nog zult u als ondernemer ook een zakelijke variant moeten afsluiten. Voor de schade die u (of uw personeel) toebrengt aan anderen zal een persoonlijke verzekering namelijk niet afdoende zijn. Verzekeringsmaatschappijen maken namelijk duidelijk onderscheid tussen zakelijk en privé. Voor dit soort zaken kunt u dus maar beter een aparte bedrijfsaansprakelijkheidsverzekering moeten afsluiten.

Gebouwen

Stormschade, een inbraak of een brand die ontstaat door kortsluiting: vervelende situaties die iedere ondernemer kunnen overkomen en op uw kantoor of werkruimte voor de nodige problemen kunnen zorgen. Gelukkig kunt u ook voor dit soort schade een verzekering afsluiten. Uiteraard is deze bedrijfspremie minder relevant als u een bedrijf aan huis gaat starten, maar als u van plan bent uw bedrijf te vestigen op een externe locatie, is een dergelijke bedrijfsverzekering een verstandige keuze.

Inventaris/voorraad

Eventuele overlast door brand, een flinke herfststorm of wateroverlast kan zoveel schade aanrichten dat de voorraad of inventaris in het bedrijfspand onherstelbare schade oploopt. Hiervoor biedt de inventaris- en voorraadverzekering uitkomst. De enige voorwaarde is dat u moet kunnen aantonen dat uw bedrijfspand voor het voorval voldoende onderhouden en beveiligd was.

Bedrijfsstagnatie

Stormschade, een inbraak of een aanrijding tijdens het vervoeren van een voorraad kan zorgen voor bedrijfsstagnatie, waardoor u sommige inkomsten misloopt. Met een bedrijfsstagnatieverzekering kunt u dit bedrijfsrisico afdekken. Dat wil zeggen: u verzekert zich dan voor vermindering van brutowinst wanneer uw onderneming (gedeeltelijk) stil komt te liggen. Bij dergelijke opgelopen schade keert de verzekeraar dan bijvoorbeeld een schadevergoeding uit gedurende de periode dat uw bedrijf minder of helemaal geen omzet draait.

Verkeer

Gaat u een taxibedrijf beginnen en zit u of uw personeel straks veel op de weg? Dan is het verstandig om ook uw vervoermiddel goed te verzekeren. Een verkeersongeval zit immers in een klein hoekje. Met deze verzekering verzekert u uw personenauto, bestelauto, vrachtwagen, aanhanger en werkmaterieel. U bent zowel verzekerd voor materiële- schade als letselschade, ook als u schade aan derden toebrengt.

Rechtsbijstand

Het kan een keer gebeuren dat u te maken krijgt met een juridisch conflict. Bijvoorbeeld als een leverancier eerder gemaakte afspraken niet nakomt of een klant ontevreden is over de door u uitgevoerde werkzaamheden. Indien u een rechtsbijstandsverzekering heeft afgesloten, worden de (vaak snel oplopende) juridische kosten in veel gevallen door uw verzekeraar vergoed.

3. Personeelsverzekeringen

Verzuimverzekering

Als u personeel in dienst neemt, moet u er als werkgever rekening mee houden dat een werknemer niet meer kan komen werken. Maar (ziekte)verzuim kost werkgevers geld. Het afsluiten van een verzuimverzekering kan bepaalde zorgen op dit gebied wegnemen. Een gemiddelde verzuimverzekering biedt bijvoorbeeld naast loondoorbetaling ook preventie, verzuimbegeleiding en re-integratie van uw medewerkers.

Pensioen

Als werkgever heeft u verschillende mogelijkheden om een pensioenregeling te treffen voor uw personeel, zodat uw werknemers ook na hun pensionering niet alleen hoeven te leven van de AOW. Zo kunt u kiezen voor een collectief pensioen voor uw personeel. Bij het Interpolis InlegGericht Pensioen+ bepaalt u bijvoorbeeld hoeveel premie uw werknemers betalen en hoeveel u zelf bijdraagt. Uw werknemers kunnen daarnaast hun pensioen naar eigen wens inrichten.

Breng uw risico’s in kaart

Ieder bedrijf is anders. Voor een zelfstandige professional in de HR-sector   gelden meestal andere risico’s dan voor een kleine zelfstandige met een aannemersbedrijf in de bouw. Wilt u de risico’s die u straks loopt als ondernemer eerst zonder verdere verplichtingen in kaart brengen? Neem dan gerust contact met ons op.

De auteur behandelt de vragen wanneer nu eigenlijk sprake is van een vaststellingsovereenkomst, met betrekking tot welke onderdelen van een echtscheiding een vaststellingsovereenkomst kan worden gesloten en in welke mate een vaststellingsovereenkomst aantastbaar is.
De regeling van de vaststellingsovereenkomst is neergelegd in de artikelen 7:900 t/m 7:910 BW. Volgens artikel 7:900 BW is een vaststellingsovereenkomst een overeenkomst die is gericht op beëindiging of voorkomen van een onzekerheid of een geschil. Het is niet nodig dat de onzekerheid tussen partijen al is verworden tot een geschil: het gaat erom dat een partij (kenbaar) onzeker is over de juistheid van het standpunt van de wederpartij en met het oog daarop instemt met een gezamenlijke beslissing over dat standpunt. Niet vereist is dat partijen kunnen overzien waarvan zij afzien (ofwel: waarop de onzekerheid of het potentiële geschil precies betrekking heeft).
Voor een goed begrip van de vaststellingsovereenkomst is van belang onderscheid te maken tussen een drietal begrippen, te weten:

– de vaststelling;

– de beslissing en:

– de vaststellingsovereenkomst.
Deze begrippen komen afzonderlijk voor in genoemde wetsartikelen en zijn als volgt te onderscheiden: – teneinde onzekerheid of geschil te voorkomen of te beëindigen, nemen partijen door middel van een overeenkomst samen over die onzekerheid of dat geschil een bindende beslissing of dragen zij die beslissing op aan een of meer derden; – de beslissing (van partijen of een derde) voorkomt of beëindigt de onzekerheid over het geschil; zij houdt in wat de rechtsverhouding of rechtstoestand tussen partijen bij de vaststellingsovereenkomst moet zijn; – die rechtsverhouding is de vaststelling. De vaststelling is dus het beoogde resultaat van een vaststellingsovereenkomst. Het is de rechtstoestand die het gevolg is van nakoming van de vaststellingsovereenkomst. Op grond van artikel 7:902 BW mag de vaststelling onder omstandigheden in strijd zijn met dwingend recht, de vaststellingsovereenkomst mag dat niet.
In zijn algemeenheid geldt dat het antwoord op de vraag of sprake is van een vaststellingsovereenkomst afhankelijk is van uitleg van de betreffende overeenkomst. Gekeken moet worden naar de bedoeling van partijen bij het aangaan van de overeenkomst en of die bedoeling van partijen wederzijds kenbaar was.
In de praktijk worden echtscheidingsconvenanten vaak gesloten ter beëindiging van gerezen geschillen of ter vermijding daarvan. Dat brengt echter niet mee dat een echtscheidingsconvenant per definitie een vaststellingsovereenkomst vormt, ook niet als het convenant in de aanhef mede wordt gekwalificeerd als ‘vaststellingsovereenkomst’. Per onderwerp/regeling van het echtscheidingsconvenant zou moeten worden vastgesteld of sprake is van een vaststellingsovereenkomst.
Een vaststellingsovereenkomst is, net als alle overeenkomsten, vatbaar voor vernietiging op grond van de wilsgebreken als genoemd in artikel 3:44 BW. Voor dwaling ligt dat fundamenteel anders. Een beroep op dwaling bij een vaststellingsovereenkomst is in beginsel niet mogelijk. Uit de voor een vaststellingsovereenkomst vereiste bereidheid om het eigen standpunt prijs te geven en het standpunt van de wederpartij te respecteren, volgt dat partijen niet kunnen dwalen over de inhoud van de beslissing, indien en voor zover deze beslissing afwijkt van het standpunt dat zij voorafgaand aan of bij het sluiten van de vaststellingsovereenkomst hadden. De vaststellingsovereenkomst kan wel worden vernietigd wegens dwaling als de onjuiste voorstelling van zaken geen betrekking heeft op de onzekerheid die door de zekerheid is vervangen, maar op een zekerheid die bij de beslissing krachtens de vaststellingsovereenkomst tot uitgangspunt is genomen.
T.M. Subelack, EB 2012/9 (MK)

(Bron: SDU)