DIT IS MIJN WINST SOFTWARE B.V.

All posts in Kennisbank voor de Zelfstandige Zonder Personeel(ZZP)

Veilig internet? Mikko Hyppönnen geldt als één van dé antivirusexperts in de wereld. “Betaal nooit je rekeningen met de computer waarmee je ook op internet surft.”

“Ik houd van het internet, maar er zijn grote problemen”, zegt Hyppönnen. De excentrieke Fin heeft menig virus ontmanteld en wordt daarom veel gevraagd door overheden en bedrijven om te spreken over het onderwerp internetcriminaliteit. Toen Sprout hem sprak had hij net de avond ervoor met ondermeer eurocomissaris Neelie Kroes getafeld. “Ze was goed geïnformeerd.”

Hyppönnen, die Chief Research Officer bij F-Secureis, zegt bij toeval met ‘zijn roeping’ in aanraking te zijn gekomen. Hij begon in 1991 bij het bedrijf als programmeur. “Mijn baas schoof me een floppy toe. Het was een spel om erachter te komen wie het virus had gemaakt en hoe het in elkaar stak. Het spel veranderde in een echt beroep.”

Er is er veel veranderd. “In de beginperiode van het internet waren virussen nog relatief onschuldig, het was een sport voor nerds die dingen uitprobeerden.” In 2011 maakte Hyppönnen bijvoorbeeld een korte documentaire over de zoektocht naar de makers van Brain, dat bekend staat als het eerste virus in de wereld. Hij vond die in Pakistan. De twee manen bleken inmiddels een normale baan te hebben en hadden het virus ontwikkeld om een potentieel lek in een hun eigen bedrijfssoftware te testen. “In de code hadden ze gewoon hun naam, adres en telefoonnummer gezet.”

Internet en veiligheid: 3 bedreigingen

Er is nu een hele industrie van georganiseerde misdaad rondom internet, die zich de laatste jaren verder professionaliseert. Om het te begrijpen moet je volgens Hyppönnen een onderscheid maken in drie verschillende vormen van kwalijke internet-activiteiten.

De eerste is afakomstig van hackers die een politieke/ of actvistische boodschap hebben, zoals de hacktivisten van Anonymous. Deze groep heeft zich bijvoorbeeld verbonden met de Occupy-beweging en heeft als protest tegen het verbod op Pirate Bay aanvallen op websites in de platenindustrie georganiseerd. “Ondernemers hoeven zich over de groep geen zorgen te maken.”

Een andere vorm die Hyppönnen noemt is die van spionageactiviteiten van overheden, die spyware inzetten om meer te weten te komen over burgers. Het is vooral een probleem in autoritaire staten in het Midden-Oosten. Westerse overheden zijn echter verre van heilig. Zo wijst hij op het voorbeeld van de Duitse politie die programmeurs van malware (schadelijke software) inhuurt om opsporingswerk te verrichten.”Voor ons blijft het een spanningsveld: we werken samen met justitie om internetcriminaliteit te bestrijden, tegelijkertijd zullen wij de overheden absoluut niet helpen bij het inbreuk maken op de pricavy van mensen.”

De derde activiteit: internetcriminelen die inbreken op de computers om er geld mee te verdienen. “Ik signaleer dat deze groep zich steeds vaker gaat richten op kleine en middelgrote bedrijven”, zegt de anti virus-expert. Wat de malware-criminelen doen, is het stelen van bankgegevens en vervolgens de rekeningen plunderen van hun slachtoffers. “De bankrekeing van ondernemers is vaak net iets groter dan die van de consument.”

De omvang van internetcriminaliteit

Wereldwijd zijn er volgens hem zo’n 10.000 personen actief in deze ‘branche’. Vooral in Rusland, Oekraine, Kazachstan, China en Vietnam, maar ook in Brazilië. “Het gaat bijna altijd om opkomende landen, waarin er een gebrek aan kansen is voor it-professionals.” Je moet die groepen zien als kleine startups van ongeveer tien personen, die vrij losgeorganiseerd zijn. “Op dit punt verschilt het van traditonele georganiseerde gangs, waarbij er juist heel nauwe banden zijn.” Er is meestal een leider die anderen inhuurt. “Er is geen wereldwijde organisatiestructuur waaronder al die bendes vallen.”

Voorkom dat jou bedrijfsrekening geplunderd wordt

Zorg er natuurlijk voor dat je netwerk en computers goed zijn beveiligd met een firewall en een virusscanner. “Je kunt ook je medewerkers bewust maken over welk gedrag schadelijk is.” Stel op de computer in dat er automatische software updates plaatsvinden. Ook kun je overwegen een ander besturingssysteem te kiezen dan Microsoft, waarop de meeste aanvallen worden gedaan. Alternatieven zijn bijvoorbeeld Linux of iOS (Apple).

Miko Hyppönnen’s gouden tip:

“Als gebruikers over het over het web surfen worden ze geraakt door een exploit, die een banking trojan op het systeem zet. Die registreert vervolgens alles wat de gebruiker doet en slaat toe wanneer de gebruiker aan het online bankieren is. De Trojaan zal de account gegevens en ook bankgegevens veranderen, geld van de bankrekening halen of ervoor zorgen dat wanneer de gebruiker geld overmaakt dat op andere rekeningen terecht komt. Wat we nu zien is dat meer meer van die aanvallen gericht worden op kleine en middelgrote bedrijven in plaats van thuisgebruiker. Er valt meer geld te halen en de diefstal wordt doorgaans later opgemerkt.

Ik vraag bedrijven vaak om me een rondleiding te geven op hun financiële afdeling. En vervolgens vraag ik: wie is er verantwoordelijk voor de betalingen? Vaak introduceren ze me dan met een vrouw van middelbare leeftijd. Ik vraag die persoon vervolgens: hoe hoog is het bedrag aan betalingen dat je maandelijks verricht? Dat bedrag loopt al snel op in de honderdduizend euro’s of meer per maand. Dan vraag ik haar: kun je me de computer laten zien waarmee je betalingen doet? Ze toont me dan de computer op haar bureau. Dan vraag ik haar: kun je me nu de computer laten zien waarmee je op Facebook gaat en gebruikt om te surfen op het web en je e-mails mee te lezen? De persoon reageert altijd verward, om vervolgens naar dezelfde computer op haar bureau te wijzen. Meestal is mijn punt direct duidelijk. Een computer kost tegenwoordig bijna niets meer. Je kunt het makkelijk veroorloven om een extra computer te kopen die uitsluitend en alleen te gebruiken om online mee te bankieren. Met deze simpele maatregel zorg je ervoor dat het risico voor infectie aanzienlijk verlaagd wordt.”

(Bron: Sprout)

Wie ondernemer is en omzet maakt, moet in de meeste gevallen rekening houden met de omzetbelasting. Deze belastingvorm wordt ook wel BTW genoemd,  voluit Belasting over de Toegevoegde Waarde. De BTW wil bij starters echter nog wel eens voor verwarring zorgen. In dit artikel beantwoorden we daarom een paar veelgestelde vragen over deze typische aangifte voor ondernemers: 5 vragen en antwoorden over de BTW-aangifte.

1. Hoe weet ik of ik BTW moet afdragen?

Dat hoeft u zelf niet te beslissen: het is aan de Belastingdienst om te bepalen of u BTW-plichtig bent. Nadat u uw onderneming heeft ingeschreven in het Handelsregister van de Kamer van Koophandel (KvK) en uw gegevens zijn doorgegeven aan de Belastingdienst, ontvangt u van de fiscus een brief waarin u wel of niet wordt beschouwd als ondernemer voor de BTW. Zo ja, dan vindt u in deze brief nadere informatie over de omzetbelasting en hoe en wanneer u BTW-aangifte moet doen.

Let op: er zijn een aantal branches en activiteiten waarbij u kunt worden vrijgesteld van BTW. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn als u begrafenisondernemer bent, maar ook wanneer u als freelance tekstschrijver strikt inhoudelijke bijdragen levert aan een tijdschrift, website of ander medium. Zoals gezegd is het aan de Belastingdienst om dit voor uw situatie te bepalen. Als u bent vrijgesteld van BTW, mag u dus geen BTW op uw facturen vermelden. Heeft u zowel vrijgestelde als belaste omzet? Dan splitst u deze in uw administratie. Meer informatie vindt u bij de Belastingdienst onder Vrijgestelde goederen of diensten leveren.

2. Welk BTW-tarief moet ik hanteren?

Er gelden verschillende tarieven voor bepaalde soorten of diensten. Het is uiteraard de bedoeling dat u voor uw dienst of product de juiste vorm hanteert. Het gaat om de volgende drie tarieven:

  • Het algemene BTW-tarief van 21 procent: dit tarief geldt voor alle voor alle goederen en diensten die niet vrijgesteld zijn en niet onder het 6- of 0 procent-tarief vallen.
  • Het verlaagde BTW-tarief van 6 procent: er is een beperkt aantal goederen waarvoor u het verlaagde tarief van 6 procent BTW mag hanteren, waaronder voedingsmiddelen, geneesmiddelen en hulpmiddelen en boeken en periodieken. Ook sommige diensten komen in aanmerking voor het verlaagde tarief, zoals diensten van kappers en het bieden van kampeergelegenheid. Een overzicht vind u op de website van de belastingdienst.
  • Het BTW-tarief van 0 procent: exporteert u goederen en slaat u deze op in een douane-entrepot? Dan moet u het 0 procent-tarief hanteren en geen BTW in rekening brengen. Op de factuur vermeldt u in dat geval ‘0% BTW’. De BTW die u betaalt over uw uitgaven, kunt u wel aftrekken als voorbelasting.

3. Hoe moet ik mijn aangifte indienen?

Startende ondernemers hoeven hiervoor in eerste instantie niets te doen. De Belastingdienst stuurt u namelijk de eerste BTW-aangifte toe, digitaal of per post. Op dit formulier moet u de BTW aangeven over de periode waarin u uw bedrijf bent gestart. Het maakt niet uit als u in de startperiode nog geen omzet hebt gemaakt. Ook dan moet u aangifte doen. In de meeste gevallen ontvangt u de eerste aangifte digitaal, tenzij er sprake is van een periode waarover u niet op tijd aangifte hebt kunnen doen. In dat geval zal de fiscus u de aangifte op papier sturen.

Indien u BTW moet betalen, ontvangt u een naheffingsaanslag met een acceptgiro. Krijgt u echter BTW terug? Dan ontvangt u een teruggaafbeschikking. In deze brief staat dan het bedrag dat u terugkrijgt. Houd er overigens rekening mee dat u tegenwoordig – met uitzondering van de eerste aangifte – eigenlijk altijd digitaal BTW-aangifte doet. U ontvangt van de Belastingdienst namelijk een gebruikersnaam en een wachtwoord, waarmee u kunt inloggen op het beveiligde gedeelte van de website.

4. Hoe vaak moet ik aangifte doen?

In de meeste gevallen zult u ieder kwartaal BTW-aangifte moeten doen. Er is echter een uitzondering op de regel, namelijk wanneer u per jaar minder dan 1883 euro aan BTW betaalt. In dat geval gaat het om een dermate klein bedrag dat u het beste een brief kunt sturen aan uw belastingkantoor waarin u een verzoek indient om eens per jaar BTW-aangifte te doen. Hetzelfde geldt voor als u een verzoek wilt indienen om de BTW-aangifte maandelijks te laten verlopen. Ook dat moet u met uw belastingkantoor regelen.

5. Ik heb zojuist mijn BTW-aangifte ingediend. Wanneer moet ik deze betalen?

Als u kwartaal aangifte heeft dan dient uiterlijk de maand na afloop van het kwartaal de BTW aangegeven en betaald te zijn. Het is belangrijk dat u de openstaande betaling na het verzenden van de BTW-aangifte tijdig voldoet door dit bedrag over te maken naar de fiscus. Probeer dit tijdig te doen, maar in ieder geval binnen een maand na afloop van het aangiftevak (maand, kwartaal of jaar). Tip: deze betaaldatum kunt u ook vinden in de aangiftebrief en in het beveiligde gedeelte van de internetsite van de Belastingdienst.

(Bron: Ikgastarten bewerkt)

 

Een hoofdregel van het Nederlandse vermogensrecht is dat er verschil is tussen ‘mijn’ en ‘dijn’. Een uitvloeisel hiervan is dat de schuldeisers van de één kunnen zich niet zomaar op de eigendommen van een ander dan de schuldenaar kunnen verhalen.Op het beginsel dat een schuldeiser zich niet op de goederen van een derde kan verhalen, bestaan een aantal uitzonderingen. Eén uitzondering is speciaal voor de Belastingdienst in het leven geroepen, voor ‘zakelijke schulden’ (zoals loonbelasting en omzetbelasting). De Belastingdienst heeft op grond van artikel 22 Invorderingswet 1990 (IW) een zogenaamd ‘bodemrecht’ op grond waarvan zij beslag kan leggen op ‘bodemzaken’. Dit is vooral interessant indien sprake is van het faillissement van de belastingplichtige, omdat het bodembeslag rust op alle bodemzaken, dus ook op bodemzaken van derden.

Bodemzaken

Onder het begrip bodemzaken vallen roerende zaken die op de bodem staan van de belastingschuldige en die ook dienstbaar zijn aan die bodem. In het geval van een winkel zijn dit bijvoorbeeld de kassa’s, de computers en de inventaris. Onder bodemgoederen vallen bijvoorbeeld niet de voorraad en de bedrijfsauto’s, deze zijn niet bedoeld voor duurzaam gebruik in de winkel zelf. Het bodembeslag van de fiscus komt op al deze bodemzaken te rusten en kan ook nog na het faillissement van de belastingplichtige worden gelegd.

Hiermee komt het bodembeslag dus ook te rusten op goederen van derden die zich duurzaam op de bodem van de failliet bevinden. Indien sprake is van bodembeslag en een faillissement, dan geldt het volgende. Het bodembeslag van de Belastingdienst op de goederen van de failliet gaat op in het faillissementsbeslag. De Belastingdienst kan zich op deze goederen niet verhalen.

Maar het bodembeslag op de goederen van een derde wordt niet door het faillissementsbeslag getroffen, want de derde is zelf niet failliet. De Belastingdienst kan de goederen van derden die onder het bodembeslag vallen dus uitwinnen om haar vorderingen voldaan te krijgen.

Dit kan natuurlijk tot vervelende situaties leiden, stel dat u verhuurder bent van stellingkasten, en uw huurder gaat failliet. Als de Belastingdienst bodembeslag legt, rust dat ook op uw stellingkasten. Het is vervolgens mogelijk dat de Belastingdienst deze goederen uitwint om haar vordering op de failliete huurder te voldoen.

Reële eigendom

Gelukkig hanteert de Belastingdienst een beleid, neergelegd in de Leidraad Invordering 1990, waarbij de reële eigendom van derden wordt ontzien. Als de derde (bijvoorbeeld een leverancier) aan kan tonen dat de bodemzaak zijn eigendom is, zal de Belastingdienst deze eigendom respecteren.

Uitzonderingen

Op dit beleid bestaan een aantal uitzonderingen. Indien de goederen wel het eigendom zijn van de leverancier, maar ter beschikking zijn gesteld aan de failliet met daarbij een afnameverplichting, dan respecteert de Belastingdienst het eigendom van de leverancier niet. Bijvoorbeeld indien sprake is van het ter beschikking stellen van een tapkraan door de leverancier in een horecagelegenheid, met de verplichting om het bier van dezelfde leverancier af te nemen.

Ook bij de zogenaamde ‘bedrijfsinmenging’ wordt de eigendom van de derde niet gerespecteerd. Bij bedrijfsinmenging zijn zaken aan de failliet ter beschikking gesteld, maar is de failliet op grond van afspraken met de leverancier in feite de vrije beschikkingsmacht en de beslissingsbevoegdheid over zijn bedrijf kwijtgeraakt aan de leverancier. De leverancier neemt dan alle beslissingen en ´runt´ dus eigenlijk het bedrijf. Deze constructies zien we vaak terug in de horecabranche.

Rechtbank Zutphen, 16 februari 2011

De Rechtbank Zutphen heeft op 16 februari 2011 over een dergelijke zaak een vonnis gewezen. In deze zaak was de horecagelegenheid FHL Horeca B.V. (FHL), uitbater van café “De 4 Jaargetijden”, failliet. FHL had in haar café de beschikking over een bedrijfsinventaris, die niet haar eigendom was. Deze bedrijfsinventaris is in het kader van de franchiseovereenkomst ter beschikking gesteld door De Vier Jaargetijden B.V. De Belastingdienst had vanwege haar vordering op FHL bodembeslag gelegd op de bedrijfsinventaris. De Vier Jaargetijden B.V. is hiertegen in verzet gekomen, met als onderbouwing dat de inventaris haar (reële) eigendom is.

Stellingen Belastingdienst

De Belastingdienst meent dat sprake is van ‘bedrijfsinmenging’. Zij voert aan dat de bedrijfsvoering van FHL zonder de bedrijfsinventaris ondenkbaar is. Volgens de Belastingdienst kan De Vier Jaargetijden als (mede) ondernemer worden beschouwd en daardoor ook (mede) verantwoordelijk worden gehouden voor de belastingschuld van FHL. De vennootschappen en bestuurders maken deel uit van dezelfde groep, en de bestuurders van De Vier Jaargetijden zouden als de werkelijke ondernemers hebben te gelden. Om deze reden acht de Belastingdienst het gerechtvaardigd dat ze verhaal kan nemen op de zaken van De Vier Jaargetijden, wat een ruime uitleg in zou houden van de uitzondering ‘bedrijfsinmenging’.

Oordeel Rechtbank

De Rechtbank volgt dit betoog van de Belastingdienst niet. In de eerste plaats oordeelt de Rechtbank dat er geen  sprake was van goederen op de bodem van FHL, waardoor dus ook bodembeslag niet mogelijk was. Maar zelfs als de bodem wel aan FHL had toebehoort, zou de vordering van de Belastingdienst stranden. Er is geen sprake van een afnameverplichting, noch was er sprake van bedrijfsinmenging. Aangezien De Vier Jaargetijden B.V. buiten de bedrijfsvoering van FHL staat, kan zij niet als (mede)ondernemer beschouwd worden.

Met betrekking tot het betoog dat De Vier Jaargetijden B.V. dient te worden aangemerkt als ‘mede-ondernemer’, oordeelt de Rechtbank dat slechts onder bijzondere omstandigheden aanleiding bestaat om voorbij te gaan aan het identiteitsverschil tussen rechtspersonen. De door de Belastingdienst gestelde feiten en omstandigheden rechtvaardigen deze vereenzelviging niet. De door de Belastingdienst aangevoerde feiten en omstandigheden leiden er dus niet toe dat zij de reële eigendom van De Vier Jaargetijden B.V. mag negeren. De Belastingdienst staat dus met lege handen.

Conclusie

Bij reële eigendom van derden dient de Belastingdienst deze eigendom te respecteren. Zij mag deze goederen van derden dus niet uitwinnen om haar vorderingen voldaan te krijgen. Op het beginsel dat de reële eigendom van derden dient te worden gerespecteerd, bestaan uitzonderingen. In de bovengenoemde zaak heeft de Belastingdienst geprobeerd een ruime uitleg aan deze uitzonderingen te geven. De Rechtbank Zutphen is daar in deze casus niet in mee gegaan. De reële eigendom van De Vier Jaargetijden B.V. wordt gerespecteerd en de Belastingdienst mag de bedrijfsinventaris die toebehoort aan De Vier Jaargetijden B.V. dus niet uitwinnen om haar vorderingen op FHL voldaan te krijgen.

Indien u wordt geconfronteerd met een bodembeslag door de Belastingdienst is het van belang om op korte termijn tegen dit beslag bezwaar te maken, waarbij u aantoont dat de goederen uw reële eigendom zijn. Doet u dit niet, loopt u het risico dat de Belastingdienst zich verhaalt op uw goederen.

(Bron: DirkZwager)

Debiteuren die te laat of zelfs helemaal niet betalen: het vormt een gevaar voor de cashflow en kost ook nog eens waardevolle tijd. De redactie vroeg aan honderden ondernemers hoe zij geld binnenhalen. Een kleine selectie.

1. Werk aan de relatie: Probeer de betrokkenheid van klanten met jouw bedrijf dusdanig te personaliseren, dat ze het bijna vervelend vinden om niet op tijd te betalen. Stuur indien nodig twee weken na de vervaldatum een vriendelijk briefje met een herinnering. Geef ook dat briefje een persoonlijke noot mee.

2. Stuur deelfacturen: Wees terughoudend met verzamelfacturen waarop veel posten en grote betaalbedragen staan. Spreek liever samen af om via deelfacturen te werken. De reden hiervoor is afkomstig uit de logistiek: een paar grote leveringen geven in tijden van schaarste veel meer problemen dan meer kleinere leveringen. Dat geldt voor goederenstromen, maar ook voor financiële stromen. In de logistiek geldt dat een proces stilvalt als een levering niet op tijd is. Wanneer je wordt bevoorraad door meerdere kleine partijen blijft je proces meestal op gang. Als je dit vertaalt naar je financiën, voorkomen kleinere facturen dat je proces tot stilstand komt als een of twee klanten niet betalen. Voor alle betrokkenen is het beter als een levering of project geleidelijk wordt betaald, dan wanneer je factuur langdurig voor honderd procent open blijft staan.

3. Zit erbovenop: Stuur binnen 48 uur na het verstrijken van de betalingstermijn een herinnering per e-mail. Maximaal één week daarna stuur je een tweede mail, die iets pittiger van aard is. Na drie tot vijf dagen ga je bellen en maak je bindende afspraken. Dat werkt prima, als je het maar uitlegt.

4. Let op bij overnames: Jaag en dreig niet, nu bijna iedereen het moeilijk heeft. Bel op en probeer gezamenlijk tot een oplossing te komen. Met notoire wanbetalers moet je nooit zakendoen, maar let wel op bij overnames of directiewisselingen. Zo voorkom je dat je slachtoffer wordt van bonusjagers die hun cijfers willen oppoetsen door later te betalen.

5. Geef korting bij op tijd betalen: Ken een betalingskorting toe van bijvoorbeeld twee procent bij betaling binnen veertien dagen. Verhoog je factuur dus wel vooraf met dit bedrag.

6 Check de kredietwaardigheid: Doe bij nieuwe klanten onderzoek naar de kredietwaardigheid en het betaalgedrag. Dit kan via de eigen bank of een kredietinstelling. De geringe kosten (een paar honderd euro) wegen niet op tegen een eventueel financieel fiasco. Laat eens een onderzoek instellen naar de kredietwaardigheid van een nieuwe opdrachtgever. Honderd procent zekerheid krijg je niet, maar wel een bepaalde mate.

7 Laat vooruitbetalen: Consumenten moet je zo veel mogelijk vooraf laten betalen. Wettelijk hoeven klanten maar een gedeelte aan te betalen, maar als ze dat willen, reken daar dan extra kosten voor. Op die manier is de aanbetaling minimaal net zo hoog als het eindbedrag.

8 Schakel een incassobureau in: Neem een jaarabonnement bij een incassobureau, dit hoeft niet veel te kosten. Als de factuur na twee herinneringen niet wordt betaald, gaat deze naar het incassobureau. Dan is meestal de betaling spoedig ontvangen.

9 Gebruik automatische incasso of pin: Maak bij een betalingsregeling gebruik van een automatische incasso. (Let op: je moet wel een langere bankrelatie hebben voordat de bank meewerkt aan een automatische incasso.) Schort je werkzaamheden op bij het niet nakomen van de betalingsafspraken. Communiceer dit duidelijk met je opdrachtgever en doe het ook daadwerkelijk. Dit kan ten koste gaan van die klant, maar een niet-betalende klant is eigenlijk helemaal geen klant.

(Bron: Eigen bedrijf)

Ondernemers en ZZP’ers kunnen te maken krijgen met wanbetalers. Een wanbetaler is iemand die facturen of rekeningen niet betaalt wanneer hij of zij dit eigenlijk wel zou moeten doen. Vervelend, maar met onderstaande tips kunt u langdurig getouwtrek en een eventuele gang naar de rechter wellicht voorkomen. De checklist: wanbetalers aanpakken.

1. Weet wanneer u risico loopt

Natuurlijk is lang niet iedere klant of opdrachtgever waarvoor u een klus uitvoert is een potentiële wanbetaler. Bij de ene opdracht loopt u meer risico op uitblijvende betalingen dan bij andere klussen. Het is daarom verstandig om tijdens de onderhandeling ter controle altijd het klantenrisico te inventariseren. Dit kunt u bijvoorbeeld doen door u als ondernemer bij het Bureau Krediet Registratie (BKR) aan te melden. Het BKR houdt voornamelijk betalingsachterstanden bij van leningen, abonnementen en andere langlopende betalingen. Zo kunt u tijdig ontdekken of u mogelijk met een risicovolle klant in zee gaat en hier rekening mee houden, zonder dat u door een mogelijke late betaling zelf in de financiële problemen komt.

Een andere mogelijkheid is om de mogelijkheden van diverse particuliere initiatieven te onderzoeken. Dergelijke acties zijn in de meeste gevallen gekoppeld aan incassobureaus. Indien u voor zaken in overleg bent met een nieuw incassobureau, kan het daarom geen kwaad eens te informeren of zij wellicht beschikken over een zogenaamde ‘zwarte lijst’. Uiteindelijk geldt hier toch dat een goed voorbereide ondernemer voor twee telt.

2. Hanteer een vaste betalingstermijn

Het klinkt op het eerste gezicht misschien vanzelfsprekend, maar door een vaste betalingstermijn duidelijk naar iedere klant of opdrachtgever te communiceren, kunt u een hoop ergernis en leed voorkomen. Een goede factuur moet niet voor niets aan belangrijke voorwaarden voldoen. Het toevoegen van een factuurdatum en betalingstermijn is er daar één van. Wanneer u duidelijk vermeldt op welke dag de factuur is opgesteld en wanneer de betaling uiterlijk dient te geschieden, kan daarover geen onduidelijkheid over bestaan.

Over het algemeen kunt u het beste uitgaan van een betalingstermijn die varieert van veertien tot dertig dagen, afhankelijk van uw functie en de sector waarin u werkzaam bent. Het kan natuurlijk voorkomen dat een afwijkende termijn van toepassing is op uw situatie. Dat mag ook, mits u dit heeft gecommuniceerd in de algemene voorwaarden of anderzijds duidelijk heeft aangegeven bij de betreffende klant of opdrachtgever.

3. Verzend een eerste betalingsherinnering

Wanneer u ontdekt dat het geld na de oorspronkelijke betalingstermijn nog niet is bijgestort op uw rekening, kunt u de klant in kwestie het beste een eerste betalingsherinnering sturen. Blijf in deze brief altijd correct, want het kan immers gebeuren dat de klant een factuur wegens omstandigheden daadwerkelijk over het hoofd ziet. Zie het bericht als niets meer dan een ‘friendly reminder’; de toon van het bericht is zakelijk, maar vriendelijk en niet al te dwingend. Noem in deze betalingsherinnering dan ook geen nieuwe betalingstermijn. Vaak weet de geadresseerde al wel dat hij in gebreke is gebleven en dat hij nu zo spoedig mogelijk alsnog de betaling moet voldoen.

4. Neem telefonisch contact op

Volgt er binnen een week geen reactie op uw betalingsherinnering en is het geld dan ook nog niet bijgeschreven op uw rekening? Dan heeft u wellicht meer succes wanneer u telefonisch contact opneemt met de wanbetaler. U gaat de klant er op deze manier nogmaals aan herinneren dat er nog een rekening uitstaat. Een telefoontje – waarin u wederom zakelijk en beleefd blijft – komt persoonlijker over en de kans bestaat dat de klant hiervan meer wakker schrikt dan van een nieuwe betalingsherinnering.

5. Verzend een tweede betalingsherinnering

Echter, als u er maar niet in slaagt om de klant telefonisch te bereiken, is het tijd voor de volgende stap, omdat de kans dan reëel is dat u een wanbetaler heeft getroffen. Dat is zeker het geval als u wel met iemand telefonisch contact heeft gehad en deze een mondelinge belofte om de late betaling alsnog snel te voldoen niet nakomt. Het is begrijpelijk dat uw geduld hierdoor inmiddels danig op de proef is gesteld. Toch moet u bij het sturen van een tweede betalingsherinnering rustig blijven: ook hier blijft u zakelijk doch beleefd, maar wees wel heel duidelijk. Als de ontvanger de situatie nu niet snel oplost, zult u zich genoodzaakt voelen tot het nemen van verdere stappen.

6. Neem contact op met een incassobureau

Blijft het wederom stil aan de andere kant? Dan is het hoog tijd om een incassobureau in te schakelen. Dit doet u door de debiteur officieel in gebreke te stellen. Uiteraard moet u de klant in kwestie ook op de hoogte brengen van uw besluit om de hulp van een incassobureau in te roepen. In deze brief geeft u aan dat u de vordering via dwangmiddelen zal laten innen. Tip: vergeet ook niet in de brief te vermelden dat ook alle bijkomende kosten voor zijn of haar rekening zullen komen.

De meeste startende ondernemers die te maken hebben met een wanbetaler kiezen voor een ‘no cure, no pay’-incassobureau. In het geval dat er niets wordt geïncasseerd, worden er dan bij u namelijk verder ook geen kosten in rekening gebracht. Overigens vallen bij een eventueel faillissement van de klant de kosten van een deurwaarder en de daarop volgende gerechtelijke procedure hier niet onder. Meer informatie hierover vindt u onder meer bij Management Kennisbank.

7. Span een rechtszaak aan

Als u ook met behulp van het incassobureau het probleem niet kan oplossen en u toch uw geld wilt krijgen, zit er niets anders op dan naar de rechtbank te gaan. U stuurt de wanbetaler dan een dagvaarding, waarmee u hem of haar voor de rechter daagt. Een dagvaarding vermeldt gedetailleerd wat iemand eist, de onderbouwing van de eis, de bewijzen waarover men beschikt en waarom de gedaagde partij wordt aangesproken. Mocht het zover komen – en dat is gelukkig meestal niet het geval -, kunt u het beste eerst een juridisch adviseur inschakelen.

8. Wat als buitenlandse klanten niet (op tijd) betalen?

Wanbetalers heb je in alle soorten en maten en ze zijn geenszins aan landsgrenzen gebonden. Ook als u samenwerkt met buitenlandse bedrijven of particulieren, kunt u erachter komen dat de betaling van een factuur steeds uitblijft. Vroeger was dit een vrij ingewikkelde kwestie, maar enkele jaren terug trad een speciale Europese verordening in werking, waardoor het incasseren van onbetwiste geldvorderingen – dat wil zeggen: vorderingen waarvan de tegenpartij het bedrag niet betwist – binnen de EU eenvoudiger en goedkoper is geworden.

(Bron: Ikgastarten)

Heb je een klacht over bijvoorbeeld je bank, verzekeraar of tussenpersoon? Dien dan een klacht in. Hieronder geven we tien tips om je op weg te helpen.

1.Gebruik voor het schrijven van je brief de klachtenprocedure van de onderneming. De klachtenprocedure vind je in de algemene voorwaarden of in de overeenkomst van het product. Je kunt er ook naar vragen. Vaak staan de voorwaarden op de website van de onderneming. Let op eventuele termijnen waarbinnen je de klacht moet indienen.

2.Draai er niet omheen. Geef in de eerste zin al aan waar je klacht over gaat. Omschrijf vervolgens concreet de inhoud van je klacht. Doe dit eventueel puntsgewijs (gebruik daarvoor opsommingtekens). Vergeet niet te vragen wat je wilt van de tegenpartij. Doe een voorstel.

3.Blijf zakelijk en concreet. Laat de emoties in je brief niet de overhand krijgen. Houd de zinnen kort.

4.Vraag om een schriftelijke reactie binnen een redelijke termijn van bijvoorbeeld maximaal zes weken.

5.Vergeet niet de datum en je adres, telefoonnummer (s) en eventueel e-mailadres te melden.

6.Stuur kopieën van belangrijke stukken als bijlage mee met je brief. Bijvoorbeeld de offerte, overeenkomst of een contract. Bewaar originele papieren thuis.

7.Maak een kopie van je brief voor je eigen administratie.

8.Heb je hulp nodig bij het schrijven van een klachtenbrief? Informeer bijvoorbeeld bij het Instituut Sociale Raadslieden. Heb je een rechtsbijstandverzekering? Informeer of het geschil onder de dekking valt.

9.Tips en voorbeeldbrieven vind je op de volgende websites:
Voorbeeldbrieven van Plusonline
Voorbeeldbrieven van Juridisch Loket
Voorbeeldbrieven van Consuwijzer

10.Stuur een kopie van je klachtenbrief naar de AFM. Dat helpt ons goed toezicht te houden op de markt en kan ertoe leiden dat de AFM een onderzoek start naar een financiële onderneming. Een gevolg van dit onderzoek kan zijn dat een onderneming klantgerichter moet werken. De AFM kan ook andere maatregelen opleggen, zoals een boete of een dwangsom (zie www.afm.nl/maatregelen).

De bestuurders van een BV waren namens de BV twee financieringsovereenkomsten aangegaan. Het ging niet goed met de BV en op een bepaald moment kwamen de ondernemingsactiviteiten zo goed als stil te liggen, waardoor de financiële situatie hard achteruit ging. Er diende zich een koper aan voor de BV en er werd een koopovereenkomst gesloten. Daarin werd opgenomen dat de koper op de hoogte was van de heel slechte financiële situatie van de BV, dat de activiteiten nagenoeg stillagen en dat de koper een boekenonderzoek mocht doen maar welbewust de keuze had gemaakt de BV te kopen zonder onderzoek te doen. Een maand vóór de verkoop namen de bestuurders ontslag als bestuurder. De overname vond plaats en vlak daarna stopte de BV met het doen van betalingen in het kader van de financieringsovereenkomsten. De financier kon zijn vordering niet meer volledig op de BV verhalen en sprak voor het restant de oud bestuurders aan. Hij stelde zich op het standpunt dat de oud bestuurders een persoonlijk ernstig verwijt trof, omdat zij de BV in een slechte financiële toestand hadden overgedragen aan een onbetrouwbare/insolvabele koper.

De rechtbank baseert zich op de geldende regel dat een bestuurder aansprakelijk kan worden gehouden voor de schade van een schuldeiser, als het handelen van die bestuurder zodanig onzorgvuldig is dat hem daarvan een persoonlijk verwijt kan worden gemaakt. Daarvan was in dit geval volgens de rechtbank sprake: de bestuurders hadden in het kader van de overname de financiële situatie van de koper moeten onderzoeken. Dat moesten ze zelf doen: hun verweer dat de notaris onderzoek zou hebben gedaan, werd door de rechtbank terzijde geschoven. Daarbij speelde ook een rol dat door via Google te zoeken al snel duidelijk werd dat de koper geen smetteloos blazoen had. Bovendien ligt niet voor de hand dat iemand een verlieslatende onderneming zou willen kopen zonder enig onderzoek te doen: de bestuurders hadden moeten bedenken dat er iets niet in de haak was en dat het niet de bedoeling van de koper kon zijn om de onderneming echt voort te zetten. De rechtbank vond daarom dat er sprake was van een ernstig persoonlijk verwijt en de financier kon dus bij de oud bestuurders zelf terecht, zij waren persoonlijk aansprakelijk.

TIP: Onderzoek als verkopende bestuurder de koper!

Ook als sprake is van een buitenkansje, zoals een verlieslatende onderneming toch nog kunnen verkopen, dan wordt van een bestuurder verwacht dat hij zorgvuldig te werk gaat. Hij mag niet namens de BV overeenkomsten aangaan waarvan hij weet of hoort te begrijpen dat de BV niet aan haar verplichtingen uit die overeenkomsten zal kunnen voldoen en vervolgens voor de schade die daardoor ontstaat, geen verhaal zou bieden.

(Bron: Dijkstra Voermans)

Een bedrijf starten doet u niet zomaar in een dag. Hier gaat de nodige tijd en een intensieve voorbereiding aan vooraf. Toch kan er tijdens de startfase nog best veel gebeuren. Om ervoor te zorgen dat u straks met uw startup niet de mist ingaat, zetten wij in onderstaand artikel de bekendste valkuilen op een rij: 6 veel gemaakte fouten bij startups.

1. Niet de beste markt en doelgroep kiezen

Het ligt misschien voor de hand, maar toch willen we hier nogmaals benadrukken dat een onvoldoende voorbereiding de nodige problemen kan veroorzaken. Voorafgaand aan de start moet u onderzoeken of er bij de beoogde doelgroep en/of in uw regio wel een markt is voor de producten of diensten die u aan de man wilt gaan brengen. U kunt zelf nog zo enthousiast zijn over die handbeschilderde vazen uit Spanje, maar als u deze producten hier niet makkelijk kunt verkopen, schiet u daar weinig mee op. Daarnaast is het schrijven van een businessplan een must voor starters (ook als u geen investeerders nodig heeft om de start van uw onderneming te financieren), omdat u daarmee de kansen, concurrentie en potentiële klanten uitgebreid in kaart brengt.

De verkeerde markt kiezen – dat wil zeggen een markt met zware concurrentie én beperkte groeimogelijkheden – kan uitmonden in een soort Russisch roulette, waarbij iedere strategische stap die u zet grote nadelige gevolgen kan hebben voor uw bedrijf. Een markt met een op het oog geduchte concurrentie hoeft echter geen reden te zijn om uw plannen niet door te zetten. Als u bijvoorbeeld de zoveelste webshop in schoenen wilt beginnen, kunt u ervoor kiezen om uw zaak te specialiseren in een bepaald product (in Italië handgemaakte herenschoenen, peuterschoentjes, sneakers van exclusieve merken etc.). Dan kunt u straks – voor een kleinere doelgroep, dat wel – met uw nieuwe schoenenwebshop wel degelijk een rol van betekenis spelen.

2. Geen samenwerking aangaan met de juiste medeoprichter

In het geval dat u samen met iemand een bedrijf wil beginnen of hiervoor de hulp inroept van een bekende, moet u eigenlijk eerst bij uzelf nagaan naar wat voor soort zakenpartner u op zoek bent. U zou niet de eerste startende ondernemer die een samenwerking aangaat met een familielid of goede vriend en daarbij op den duur in de problemen komt. Want hoe goed u het doorgaans ook met deze mensen kunt vinden: een vriendschap of familieband kan snel verslechteren als u het op zakelijk gebied samen maar niet eens kunt worden.

In plaats van vooral naar iemands persoonlijkheid te kijken, moeten bij de keuze van een zakenpartner juist zijn of haar zakelijke kwaliteiten de boventoon voeren. En hierop is het ’tegenpolen trekken elkaar aan’-principe zeker van toepassing. Als u een ster bent in het bijhouden van de administratie en goed kunt budgetteren, hoeft u daarvoor niet per se iemand anders te zoeken. Deze taken kunt u zelf prima uitvoeren. Ga liever met iemand in zee die de zaken beheerst waar u zelf (nog) weinig verstand van heeft, bijvoorbeeld een medeoprichter die weet hoe uw product of dienst aandacht genereert in de media.

3. De start te lang uitstellen

Starten zonder een gedegen voorbereiding is dus niet de meest verstandige manier om een succesvol bedrijf op te zetten, maar te lang wachten is ook weer niet goed. Hoewel een marketingplan en ondernemersplan inzicht bieden in uw kansen, is – als u echt ervan droomt om ondernemer te worden – er maar één manier om te ontdekken of uw product of dienst écht aanslaat bij de doelgroep. Daarom moet u de start van uw bedrijf ook niet eindeloos blijven uitstellen. U moet in de beginfase de juiste balans zien te vinden in het voorspellen van de groeikansen in uw markt en het adequaat reageren op (onverwachte) ontwikkelingen. Oftewel: ga goed voorbereid van start en gebruik de eerste feedback van klanten om uw product of dienst te optimaliseren.

4. Te snel teveel geld uitgeven

Het is wat overdreven om te stellen dat u als starter iedere euro moet omdraaien voordat u het uitgeeft, maar het komt geregeld voor dat startups in de financiële problemen komen als starters te snel teveel geld willen uitgeven. Een onregelmatig en onverantwoord uitgavenpatroon kan zelfs – ongeacht of er op de markt sprake is van economische tegenwind – tot gevolg hebben dat uw onderneming failliet moet worden verklaard. Zorg ervoor dat u een financiële reserve opbouwt om periodes met een lagere omzet te kunnen ontvangen. Als uw bedrijfsmodel eenmaal succesvol blijkt, kunt u uzelf iets meer vrijheid gunnen op het gebied van investeringen en andere uitgaven. Tot die tijd doet u er goed aan om zoveel mogelijk geld te besparen.

5. De verkeerde mensen aannemen

De Amerikaanse website INC.com omschrijft de waarde van goed personeel het ook wel als volgt: “Het bedrijfsmodel is uw racepaard. De werknemer is uw jockey. Het verschil tussen winnaar en verliezen is meestal niet het paard, maar diegene die het dier berijdt.” Met andere woorden: als u van plan bent om personeel aan te nemen, moet u voor iedere functie op zoek naar de beste match. Over welke kwaliteiten moet de werknemer beschikken om bij te dragen aan de groei van uw jonge onderneming? En past hij of zij bij de uitgangspunten van uw merk? Het gebeurt desalniettemin geregeld dat starters met een snelgroeiend bedrijf in rap tempo nieuwe mensen inhuren “omdat het moet”. Dat is dus nooit de beste manier, want u schiet er niets mee op als u een vacature opvult met een werknemer die hiervoor niet de perfecte persoon is. Besteed liever echt de tijd aan het invullen van de vacature (maak hierbij ook zeker gebruik van uw netwerk), of schakel hiervoor een professioneel bureau in.

6. Te weinig naar uw intuïtie luisteren

Neem een voorbeeld aan succesvolle entrepreneurs als Mark Zuckerberg, Steve Jobs en Coco Chanel. Deze ondernemers waren er stuk voor stuk heilig overtuigd dat hun producten en bedrijfsfilosofie zouden aanslaan bij de beoogde doelgroep. Zo zwoor Chanel bij de garçonne-look voor de moderne vrouw, vond Jobs het noodlijdende merk Apple eigenhandig opnieuw uit en wist Zuckerberg al in 2004 dat een online sociaal netwerk het in de toekomst helemaal zou worden.

Zuckerberg, Jobs en Chanel hadden één ding gemeen: allemaal luisterden ze voldoende naar hun intuïtie. Ongeacht de vele raad die ze van ervaringsdeskundigen kregen, gingen ze grotendeels hun eigen weg. En bouwden op die manier een succesvol imperium op. Het is natuurlijk niet de bedoeling om alle raad van de zakelijke adviseurs in uw omgeving per definitie in de wind te slaan, maar het kan zeker geen kwaad om goed naar uw eigen intuïtie te luisteren. Dat wil zeggen: als u het gevoel heeft dat een product niet perfect aansluit op de vraag in uw markt, grijp dan tijdig in. Pas het product – of de merkbeleving eromheen – net zolang aan totdat uw doelgroep er net zo enthousiast van wordt als uzelf. En als u twijfelt dat een potentiële investeerder voor uw startup de beloften niet kan waarmaken of zijn of haar eisen naar uw mening onredelijk zijn, stop dan met de onderhandelingen en ga op zoek naar een andere partij.

(Bron: Ikgastarten)

Als ondernemer bent u zelf verantwoordelijk voor het afdekken van persoonlijke en zakelijke risico’s. De hoeveelheid relevante premies kan per situatie verschillen – neemt u wel of geen personeel in dienst, gaat u veel goederen vervoeren etc. – maar de gemiddelde starter moet het afsluiten van onderstaande verzekeringen serieus overwegen: 8 bedrijfsverzekeringen voor startende ondernemers.

1. De bedrijfsaansprakelijkheidsverzekering

Als u – of een van uw medewerkers – tijdens een meeting met een klant per ongeluk een antieke vaas van tafel stoot, zal uw particuliere bedrijfsaansprakelijkheidsverzekering deze kosten niet vergoeden, omdat verzekeringsmaatschappijen duidelijk onderscheid maken tussen zakelijk en privé. Voor dit soort zaken zult u dus echt een aparte bedrijfsaansprakelijkheidsverzekering moeten afsluiten. Een ongeluk zit in een klein hoekje, dus ook als u een freelance tekstschrijver bent en het risico op schade in uw branche misschien minder hoog is dan in – bijvoorbeeld – de bouw, doet u er verstandig aan dit risico tijdig af te dekken. U zou echt niet de eerste freelancer op locatie zijn die een kop thee over een toetsenbord morst… -> Benieuwd naar de kosten als u alle bedrijfsrisico’s in een keer verzekert? Kijk eens bij de Interpolis Bedrijven Compact Polis®

2. De beroepsaansprakelijkheidsverzekering

Met de beroepsaansprakelijkheidsverzekering dekt u belangrijke belangrijke risico’s af op schade die u aan derden kan toebrengen bij uitoefening van uw beroep. Als u bijvoorbeeld als consultant een cliënt een verkeerd advies heeft gegeven met vervelende gevolgen, kan deze u hiervoor aansprakelijk stellen. Een beroepsaansprakelijkheidsverzekering zal dan (een deel van) het ondernemersrisico dekken en de gemaakte kosten voor haar rekening nemen.

Er zijn op dit gebied uiteenlopende premies beschikbaar, maar met name als u in de medische zorg actief bent, moet u bij de keuze van een verzekeraar goed opletten of deze de veroorzaakte schade in uw beroep wel vergoedt. Zo biedt verzekeraar Interpolis ook in de medische sector mogelijkheden voor een beroepsaansprakelijkheidsverzekering. Het gaat vooral om beroepen uit de eerstelijnszorg, zoals de huisarts en de tandarts. Voor de meeste beroepen uit de tweedelijnszorg (ziekenhuis) heeft Interpolis geen mogelijkheden. In dat geval kunt u beter contact opnemen met gespecialiseerde medische verzekeraars. -> Meer informatie over beroepsaansprakelijkheid bij Interpolis

3. De personeelsverzekering

Indien u van plan bent een of meerdere werknemers in dienst te nemen, moet u straks ook rekening houden met het feit dat u als werkgevers verantwoordelijk bent voor uw personeel. Stel dat een werknemer schade aanricht bij een klant, dan wordt het bedrijf hiervoor aansprakelijk gesteld. Dit risico kunt u echter goed afdekken met de aansprakelijkheidsverzekering voor bedrijven. Daarnaast moet u als werkgever onder andere zorg dragen voor het welzijn van uw personeel. Denk bijvoorbeeld aan het aanbieden van aanvullende pensioenvoorzieningen.

En een ongevallen- of ziekteverzuimverzekering is vaak ook geen overbodige luxe. Deze verzekeringen voorkomen bijvoorbeeld dat u – in het geval dat een personeelslid arbeidsongeschikt zou raken – in uw eentje verantwoordelijk bent voor de (soms langdurige) financiële gevolgen. Tip: in de meeste CAO’s gelden voor werkgevers vaste regels voor het afsluiten van bepaalde personeelsverzekeringen. Blader daarom, voordat u daadwerkelijk premies gaat afsluiten, die van uw sector eerst goed door om te zien welke verplichtingen van toepassing zijn op uw bedrijf. De meeste banken en verzekeringsmaatschappijen bieden diverse pakketten, waarin u zich in een keer voor meerdere risico’s kunt afdekken. -> Klik hier voor meer informatie over personeelsverzekeringen

4. De rechtsbijstandverzekering

Een leuke situatie is het natuurlijk niet, maar het kan voorkomen dat u in uw loopbaan te maken krijgt met een juridisch conflict. Bijvoorbeeld als een leverancier de gemaakte afspraken niet nakomt, een klant ontevreden is over de door u uitgevoerde werkzaamheden of u een geschil heeft met een werknemer over een arbeidscontract. De juridische kosten kunnen in dergelijke situaties snel oplopen; in dat geval worden deze kosten door uw rechtsbijstandverzekering vergoed. In veel gevallen heeft u daarnaast recht op juridische bijstand. Houd er echter rekening mee dat verzekeraars niet altijd de kosten voor alle geschillen zullen afdekken. Informeer dus altijd eerst naar de voorwaarden voor u de verzekering afsluit. -> Meer informatie over de mogelijkheden van een rechtsbijstandsverzekering bij de Rabobank

5. De inventaris- en voorraadverzekering

Het is de nachtmerrie van iedere ondernemer: de voorraad of inventaris in uw bedrijfspand loopt onherstelbare schade op, bijvoorbeeld door brand of een inbraak. Daarvoor biedt de inventaris- en voorraadverzekering uitkomst. Mits u er natuurlijk voor zorgt dat het pand goed onderhouden en beveiligd is. Overigens komt het vaak voor dat starters in eerste instantie vanaf huis werken. In dat geval is het in de meeste gevallen voldoende om uw inboedelverzekering uit te breiden. Neem hiervoor contact op met uw verzekeraar om de mogelijkheden te bespreken. -> Meer details over de inventaris- en voorraadverzekering

6. De bedrijfsschadeverzekering

Een bovengenoemd incident, zoals brand, een hevige storm of een inbraak, kan de nodige gevolgen hebben voor uw onderneming. Dit kan niet alleen direct betrekking hebben op de inventaris of de voorraad: uw bedrijf kan ook noodzakelijke inkomsten mislopen, omdat de werkzaamheden tijdelijk gedeeltelijk of helemaal moeten worden stilgelegd. Om deze kosten te compenseren, kunt u dit risico afdekken met een bedrijfsschadeverzekering. -> Klik hier voor meer informatie over de bedrijfsstagnatieverzekering

7. De debiteurenverzekering

Als u – om wat voor reden dan ook – te maken krijgt met een uitblijvende betaling, is dat altijd vervelend. Zeker voor veel startende ondernemers, die tijdens de startfase van hun bedrijf baat hebben bij gestuurde facturen die wél op tijd worden voldaan. Omdat u als ondernemer nooit helemaal zeker bent of het verschuldigde bedrag op tijd (en zo niet, hoeveel later) wordt bijgestort op uw rekening, doet u er verstandig dit risico af te dekken met  een goede debiteurenverzekering (ook wel kredietverzekering genaamd). Deze verzekering is met name relevant indien u producten of diensten op krediet levert aan klanten.  -> Klik hier voor alle voordelen van de debiteurenverzekering

8. De opstalverzekering

Schade aan uw bedrijfspand kan voor de nodige overlast zorgen. Als u besluit uw bedrijfspand te verzekeren tegen schade die is ontstaan door brand, storm, inbraak, water of aanrijding, hoeft u zich over die gevolgen in ieder geval geen zorgen meer te maken. De verzekeraar keert u dan geld uit om de schade te herstellen, maar biedt veelal ook oplossingen in natura. Stel: het regenwater komt via de grond uw kantoor binnen en beschadigt uw parketvloer. Dan zal er zo snel mogelijk iemand langskomen om de schade te herstellen.

(Bron: ik ga starten)

Als ondernemer kan het importeren van buitenlandse producten naar Nederland veel perspectieven bieden. U moet daarbij echter wel bepaalde regels van de overheid in acht nemen. In dit stappenplan leest u meer over de bekendste verplichtingen, maar houd er rekening mee dat dit een algemene richtlijn is. Mogelijk zijn op uw situatie nog andere regels van toepassing: importeer een product in 9 stappen.

1. Check of het product mag worden ingevoerd

Het is uiteraard niet de bedoeling dat u ‘zomaar’ begint met het invoeren van die geurige en aromatische theemelanges uit Maleisië. In eerste instantie zoekt u via een marktonderzoek uit of er op de Nederlandse markt wel vraag is naar dit product. Misschien geven consumenten hier nog steeds de voorkeur aan thee van de bekende merken, of maken zij liever gebruik van theezakjes dan van losse theebladeren. Dan kunt u het importeren van de Maleisische thee liever meteen uit uw hoofd zetten. Als u echter vaststelt dat er in ons land hiervoor wel degelijk een markt bestaat, is het zaak om verder te kijken.

In dat geval kunt u, voordat u zich gaat bezighouden met het schrijven van het importplan, nagaan of de overheid uw plannen van dit specifieke product ook ziet zitten. Het invoeren van producten uit andere EU-landen levert vrijwel nooit problemen op. Producten importeren van buiten de EU ligt vaak iets ingewikkelder. U moet dan rekening houden met de Douane, de Nederlandse Voedsel en Waren Autoriteit (NVWA) en de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ), die controles uitvoeren om te zien of u zich wel goed houdt aan de wetgeving op het gebied van veiligheid, gezondheid, economie en milieu.

Sommige goederen mag u sowieso niet of slechts beperkt invoeren, terwijl voor andere goederen specifieke voorwaarden gelden. Klik hier voor een overzicht van de verschillende goederen en daarbij horende voorwaarden. Daarnaast moet u ook altijd nagaan of er geen bepaalde merk-, model-, octrooi- of auteursrechten op het in te voeren product rusten.

2. Vraag indien nodig toestemming aan de producent

Bij het importeren van producten krijgt u niet alleen te maken met de EU, maar ook met de landen van de Europese Economische Ruimte (EER), die werd opgericht in 1992. De EER is het akkoord tussen de landen van de Europese Unie en de Europese Vrijhandels Associatie (EVA), met uitzondering van Zwitserland. Het akkoord bevordert vrij verkeer van personen, goederen, diensten en kapitaal tussen de deelnemende landen. Bij het importeren van producten van buiten de EU krijgt u echter nadrukkelijker te maken met de lokale producent; deze moet u namelijk toestemming geven om de producten naar Nederland te importeren en te verkopen.

Binnen de EER producten zonder toestemming importeren wordt ook wel parallelimport genoemd. Dit is vanzelfsprekend niet aan te raden, omdat de straf op parallelimport varieert van een schadevergoeding tot vernietiging van de geïmporteerde voorraad. Echter, een product dat in de EER via een officieel distributiekanaal in de handel wordt gebracht, is daarna binnen de EER dus vrij verhandelbaar.

3. Wel of geen invoervergunning nodig?

Het kan zijn dat u als importeur van een bepaald product in het bezit moet zijn van een invoervergunning. Daarbij moet u vooral denken aan goederen die beperkt of alleen onder strenge voorwaarden mogen worden ingevoerd, zoals wapens of bedreigde plantensoorten. Een standaard lijst om het te checken bestaat niet, maar de Centrale Dienst In- en Uitvoer (CDIU) in Groningen kan u op dat gebied zeker meer vertellen. Een andere mogelijkheid is om hiervoor een consulent internationale handel van de Kamer van Koophandel (KvK) te raadplegen. Mocht u in aanmerking komen voor een vergunning, moet u zelf een aanvraag indienen bij het CDIU.

4. Houd u aan de Warenwet

De Warenwet geldt niet alleen voor producenten van levensmiddelen of andere consumentenproducten, maar ook voor importeurs. In feite moet iedereen die producten produceert, bereidt of verkoopt zich hieraan houden. In de Warenwet staan algemene regels over volksgezondheid, veiligheid van producten, eerlijkheid van handel en goede voorlichting. De wet wordt nog wel eens aangepast, zoals afgelopen voorjaar nog de regels voor de etikettering van textielproducten. Het is belangrijk dat u zich ook al importeur altijd goed aan de Warenwet houdt. Mocht u deze Wet overtreden, kunt u te maken krijgen met de maatregelen – zogenaamde interventies – van de de Nederlandse Voedsel en Waren Autoriteit (NVWA). Deze maatregel kan een waarschuwing zijn, maar ook een geldboete.

5. Zoek uit of een CR-markering noodzakelijk is

De CE-markering is bestemd voor industriële of bouwproducten die afkomstig zijn uit een EU-land en binnen de EER op de markt worden gebracht. Een CE-markering is niet altijd nodig, maar importeurs van bijvoorbeeld speeltoestellen, cosmetica en verpakkingen uit een ander EU-land kunnen er vanuit gaan dat zij wel aan deze verplichting moeten voldoen. In dit artikel leest u alles over de CE-markering of uw importproducten hiervoor in aanmerking komen. Op de website van Agentschap NL vindt u bovendien een overzicht van de geldende richtlijnen op dit gebied.

6. Maak goede afspraken met uw leverancier(s)

Niets zo vervelend als een bestelling die beschadigd of niet op tijd wordt bezorgd bij uw klanten. Om te voorkomen dat u als importeur uiteindelijk moet opdraaien voor deze kosten, is het van groot belang om altijd eerst duidelijke afspraken te maken met uw leverancier(s). Sluit een koop-, distributie- of agentuurovereenkomst af en maak hierin duidelijke afspraken over bijvoorbeeld aansprakelijkheid, garantie en welk nationaal recht van toepassing is.

7. Houd rekening met de productaansprakelijkheid

In principe kan in Nederland de producent van een product aansprakelijk worden gesteld voor schade die door een gebrek in uw product wordt veroorzaakt (denk aan een incomplete gebruiksaanwijzing of het ontbreken van een veiligheidsvoorziening). Maar als u een product van buiten de EU importeert, wordt u juridisch beschouwd als de producent. Er wordt voor de wet op dit gebied echter wel onderscheid gemaakt tussen importeurs en agenten. De regel geldt alleen voor producten en is niet van toepassing op gebouwen of diensten. Het risico op productaansprakelijkheid kunt u afdekken met een zogenaamde productaansprakelijkheidsverzekering.

8. Doe tijdig aangifte bij de douane

Het ligt misschien enigszins voor de hand, maar als u goederen importeert (of exporteert) uit een land van buiten de EU, moet u de betreffende goederen altijd aangeven bij de douane. Deze aangifte doet u digitaal of via het Enig document en in samenwerking met een vervoerder, logistiek dienstverlener of douane-expediteur. Aan de hand van uw aangifte wordt de specifieke invoerheffing berekend. Daarnaast kijkt de douane of het importproduct voldoet aan de invoerregels op onder meer het gebied van veiligheid en milieu. Meer informatie over het doen van aangifte bij de douane leest u op de website van Agentschap NL.

9. Vergeet eventuele invoerheffingen niet

Gaat u producten invoeren van buiten de EU? Dan krijgt u gegarandeerd te maken met invoerheffingen. U moet dan bijvoorbeeld rekening houden met bijkomende kosten voor de BTW, invoerrechten en accijnzen. De hoogte van het specifieke bedrag hangt onder meer af van het soort product en het land waaruit u het product heeft geïmporteerd. Voor meer informatie hierover kunt u terecht in de TARIC-database van de Europese Commissie.

(Bron: Ik ga starten)