DIT IS MIJN WINST SOFTWARE B.V.

All posts in Kennisbank voor de Zelfstandige Zonder Personeel(ZZP)

Wat is een faillissement?

Wanneer een schuldenaar niet meer in staat is aan zijn financiele verplichtingen te voldoen, of (bewust) is opgehouden met het betalen van zijn schulden, dan kan door de schuldeisers via een advocaat een faillissement worden aangevraagd.

Een faillissement is met andere woorden het (financieel) onvermogen of onvermogend zijn, de insolventie of het insolvent zijn. Faillissement wordt soms ook wel deconfiture genoemd.

Er zijn landen waar een negatief eigen vermogen al voldoende is om een faillissement aan te vragen.

Wie kunnen failliet worden verklaard?

Dit kan een prive persoon zijn, denk daarbij aan een eenmanszaak, Vennootschap onder Firma of een maatschap. Daarnaast kan een onderneming in de vorm van een rechtspersoon failliet worden verklaard zoals een BV of NV.

In het geval van een eenmanszaak,VOF of maatschap zal niet de onderneming failliet worden verklaard, maar respectievelijk de eigenaar, vennoten of maten.

In het geval van een rechtspersoon zoals een BV, dan zal de BV failliet worden verklaard en niet de eigenaar / bestuurder. Hierop is wel een uitzondering, en dat is wanneer er sprake is van wanbeleid. Wanneer er sprake is van financieel wanbeleid door de bestuuder, dan kan de bestuurder met zijn gehele prive vermogen persoonlijk aansprakelijk worden gesteld voor de schulden van de BV.

Wie kan een faillissement aanvragen?

Er zijn vier partijen die een faillissement kunnen aanvragen.

  1. Dit kan door de schuldenaar zelf worden gedaan
  2. De schuldeiser(s) indien er sprake is van minimaal twee opeisbare vorderingen.
  3. Het Openbaar Ministerie om redenen van openbaar belang
  4. De rechtbank op basi van de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen (WSNP)

 

Hoe vaak komt een faillissement voor?

Dit is uiteraard geen vast gegeven. Maar gemiddeld kan worden uitgegaan van ongeveer 5.000 faillissementen per jaar. Echter worden er wel veel meer faillissementen aangevraagd. Dit gebeurt vaak als laatste pressie middel om de schuldenaar alsnog tot betaling te laten over gaan. In dat geval wordt de aanvraag na betaling weer ingetrokken.

Hoe lang duurt een faillissements procedure?

De duur van een faillissement varieert, afhankelijk van de complexiteit, van enige maanden tot enkele jaren.

Hoe verloopt de faillissements procedure?

Een faillissements procedure begint bij het aanvragen van het faillissement door een van bovengenoemde vier partijen. Dit dient te gebeuren bij de rechtbank in de regio waar de schuldenaar is gevestigd. Om als schuldeiser een faillissement aan te vragen, dient  men de schuldenaar wel meerdere malen te hebben aangemaand en uiteindelijk ingebreke te hebben gesteld.

De rechtbank zal een curator en een rechter-commissaris aanstellen. De curator zal optreden in de plaats van de failliet verklaarde, beheert de vereffening van de failliete boedel en behartigt de belangen van de schuldeisers. In het geval van grote faillissementen kunnen meerdere curatoren worden aangesteld.

De rol van de rechter-commissaris is het toezicht houden op het proces van het beheren en vereffenen van de failliete boedel en de handelingen van de curator. Op voordracht van de rechter-commissaris kan de rechtbank de gijzeling bevelen van de failliet. Ook kan de rechter-commissaris getuigen oproepen en horen.

Voor sommige handelingen dient de curator toestemming te vragen aan de rechter-commissaris, bijvoorbeeld in het geval van het ontslaan van personeel en de verkoop van inboedel of goederen.

Nadat door de rechtbank het faillissement is uitgesproken zal de failliet verklaarde (rechts)persoon van rechtswege de beschikking en het beheer over het vermogen verliezen en wordt handelsonbevoegd verklaard. De curator is de enige die vanaf dat moment nog handelend mag optreden. Deze zal een beschrijving opstellen van de baten en de schulden.

Inkomsten die de schuldenaar tijdens het faillissement geniet worden in principe bij de boedel gevoegd. In de praktijk maakt de curator over die inkomsten echter afspraken met de schuldenaar. Als een privé persoon failliet wordt verklaard, is het belangrijk om te weten wat onder het faillissement valt en wat niet. Eerste levensbehoeften en een deel van het inkomen worden bijvoorbeeld niet tot het faillissement gerekend. De schuldenaar mag ook gewoon rechtshandelingen verrichten, alleen de failliete boedel wordt hierdoor niet gebonden.

Verder zal de curator het vonnis van de rechtbank openbaar maken door registratie bij de faillissementsgriffie en Kamer van Koophandel, en door het plaatsen van een advertentie in de Staatscourant en in een landelijk dagblad.Dit gebeurt om eventuele schuldeisers die zelf niet betrokken zijn geweest bij de aanvraag van het faillissement in staat te stellen zich te melden bij de curator en hun vordering in te dienen.

Samen met de rechter-commissaris bereidt de curator de zogenaamde verificatie vergaderingen voor, waar de rechter-commissaris zal optreden als voorzitter. De verificatievergadering vindt plaats op de rechtbank en is het moment waarop de schuldenlijsten, zoals opgesteld door de curator, worden vastgesteld.

Hoe wordt de boedel verdeeld?

Allereerst worden voor zover mogelijk, de boedelschulden betaald. Hieronder vallen het salaris van de curator, huur en salaris na faillissementsdatum. Het eventuele restant gaat naar de bevoorrechte (preferente) vorderingen, waaronder de aanvraagkosten van het faillissement, rijksbelastingen en premies. Een eventueel restant gaat naar de concurrente (“gewone”) schuldeisers. Indien de concurrenten geheel zijn voldaan, gaat het restant naar de eventuele achtergestelde schuldeisers. Is er zelfs nu nog geld over, dan wordt dit uitgekeerd aan de aandeelhouder(s) indien het een NV of een BV betreft. In het faillissement van een natuurlijk persoon gaat het restant naar de gefailleerde zelf.

Hoe eindigt een faillissements procedure?

Een faillissement kan op de volgende manieren eindigen:

  1. opheffing wegens gebrek aan baten: Zijn er onvoldoende baten om een bedrag uit te kunnen keren aan anderen dan de boedelschuldeisers, dan wordt het faillissement opgeheven bij gebrek aan baten.
  2. beëindiging wegens homologatie van het aangeboden akkoord:”De failliet kan eenmalig een akkoord voorstellen aan de schuldeisers. Een dergelijk voorstel houdt vaak in dat de failliet een percentage van de betreffende vordering betaalt, waartegenover hij voor het restant wordt bevrijd van zijn schulden.
  3. opheffing wegens het verbindend worden van de slot-uitdelingslijst:Wanneer de boedel niet over voldoende actief beschikt om een uitkering te verrichten aan de concurrente crediteuren, maar de preferente crediteuren wel (deels) kunnen worden voldaan
  4. opheffing vonnis rechtbank in hoger beroep door Gerechtshof
  5. opheffing op verzoek gefailleerde en tegelijkertijd uitspreken van de toepassing schuldsaneringsregeling

Wat gebeurt er als een schuldenaar niet meewerkt tijdens de faillissements procedure?

De schuldenaar is verplicht om volledige medewerking te verlenen en de curator te voorzien van alle benodigde informatie. Dit is de zogenaamde  Inlichtingenplicht. Wanneer de curator echter wordt tegengewerkt kan hij dwangmaatregelen treffen. Heeft de schuldenaar nog voor de faillissementsverklaring bepaalde handelingen verricht waardoor schuldeisers minder kans maken op het verhalen van schulden, dan kan de curator deze handelingen weer ongedaan maken. Als de curator aanwijzingen vindt waaruit blijkt dat de bestuurders misbruik hebben gemaakt van de gefailleerde rechtspersoon, dan kunnen zij privé aansprakelijk worden gesteld.

Verklarende woordenlijst

failliet
toestand waarin iemand op grond van een rechtelijk vonnis verkeert, die niet meer in staat is zijn financiële verplichtingen na te komen
rekwest
schriftelijk verzoek aan een overheidsorgaan, bijvoorbeeld de rechter, om een bepaalde maatregel te nemen
schuldeiser
degene die van een ander geld heeft te vorderen
schuldenaar
degene die aan een ander geld schuldig is
vonnis
beslissing van de rechter waaraan ieder zich heeft te houden
curator
advocaat die door de rechtbank wordt benoemd om voorzieningen te treffen in een faillissement
in staat van kennelijk onvermogen vóór 1896 konden alleen kooplieden failliet worden verklaard. Voor anderen gold deze term serie een chronologisch geordende reeks van hetzelfde soort bescheiden
verificatievergadering
vergadering waarin wordt vastgesteld welke schuldvorderingen op degene die failliet is worden erkend
schuldvordering
een eis om iets te betalen omdat men iemand iets heeft geleverd of iets voor hem heeft gedaan
klapper
alfabetische namenlijst
handelsregister
sinds 1921 onderdeel van de Kamer van Koophandel, waar gegevens over bedrijven worden geregistreerd
vennootschapsregister
boek waarin vóór 1921 door de rechtbank/kantongerecht akten van vennootschap en de wijzigingen daarin werden ingeschreven
civiele zaken
geschillen tussen burgers waarin de rechter beslist
(Bron: faillissementsdossier.nl

 

Aanvraag tariefschorsing of tariefquotum

U kunt een tariefschorsing of een tariefquotumaanvragen. Een tariefquotum geldt alleen voor een beperkte hoeveelheid. Het ministerie van EL&I beoordeelt uw aanvraag. Als uw aanvraag is goedgekeurd, kan het ministerie deze 2 keer per jaar (op 1 februari en op 1 juli) voorleggen aan de Europese Commissie.

De behandeling van de aanvraag duurt 11 maanden. Als de aanvraag op 1 februari bij de Europese Commissie is en wordt goedgekeurd, gaat de schorsing of het quotum dus op 1 januari het volgende jaar in.

Voorwaarden aanvraag De aanvraag voor een tariefschorsing of -quotum stuurt u naar het ministerie van EL&I. U kunt een aanvraag indienen als:

  • De grondstof of het halffabricaat na invoer verder wordt bewerkt door de aanvrager.
  • Het product niet of onvoldoende in de EU wordt gemaakt en er is geen vergelijkbaar of concurrerend product op de markt.
  • De invoerrechten hoger zijn dan € 15.000 per jaar.
  • Het aanvragende bedrijf geen exclusieve handelsovereenkomst heeft gesloten voor de import.

Geldt het verzoek voor chemische producten, dan stuurt u deze ook, vergezeld van een monster, naar het Douane laboratorium.

Aanvragen voor tariefschorsingen of -quota kunt u sturen naar:

Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie T.a.v. Mevr. Annelies Maris DG O&I, Directie Industrie en Diensten Aanleverpunt E/216 Postbus 20101 2500 EC DEN HAAG E-mail: a.e.maris@minez.nl Telefoonnummer: +31 (0)70 379 6540

Voor verzoeken voor chemische producten wordt u verzocht deze ook te sturen aan:

Belastingdienst / Douane laboratorium T.a.v. Dhr. drs. W.J. Schipper Postbus 58933 1040 ED AMSTERDAM E-mail: wj.schipper@belastingdienst.nl Tel: +31 (0)20 687 7861 Fax: +31 (0)20 687 7927

Vertrouwelijke informatie Het kan zijn dat u niet alle informatie openbaar wilt maken, omdat de concurrentie dit ook kan zien. Het ministerie van EL&I kan u hierover adviseren. Gevoelige commerciële informatie zal zorgvuldig worden behandeld. In vertrouwelijke bijeenkomsten met vertegenwoordigers uit de lidstaten van de EU zal deze informatie, zo nodig, wel gedeeld worden.

Beoordeling door de Europese Commissie

Alle verzoeken worden besproken in een Europese werkgroep. Hier zijn de vertegenwoordigers van alle lidstaten aanwezig. Zij leggen het pakket aanvragen voor aan de eigen industrie. Zo wordt getoetst of er toch bedrijven zijn die de halffabricaten of producten leveren waarvoor een schorsing is aangevraagd.

Consultatie en bezwaar Na consultatie binnen de lidstaten worden de aanvragen en de reacties hierop in Brussel besproken. Als er meer informatie over de aanvraag nodig is, zal het ministerie van EL&I contact met u opnemen.

Publicatie aanvragen nieuwe en goedgekeurde tariefschorsingen

Ieder half jaar wordt een lijst met aanvragen voor nieuwe tariefschorsingen gepubliceerd. Als de aanvragen zijn goedgekeurd, publiceert het ministerie deSchorsingsverordening enQuotaverordening.

Bezwaar tegen tariefschorsing

Andere bedrijven kunnen via hetOppositieformulier deel 1 enOppositieformulier deel 2 bezwaar maken tegen de tariefschorsing, als zij vinden dat zij product ook kunnen leveren. Als er bezwaar is gemaakt op uw aanvraag, neemt u zelf contact op met de partij die bezwaar maakt. Samen moet u tot een oplossing komen. Zolang het bewaar van kracht blijft, kan er geen tariefschorsing worden verleend.

Bedrijven kunnen ook bezwaar maken tegen een bestaande tariefschorsing. Hiervoor gelden dezelfde regels als voor het bezwaar maken tegen een nieuwe tariefschorsing.

Toekenning tariefschorsing of tariefquotum

De formele toekenning van een tariefschorsing of tariefquotum, de Verordening, wordt gepubliceerd in het publicatieblad van de EU. Dit is altijd rond 1 januari en 1 juli van een jaar. Vanaf dat moment is de tariefschorsing of het tariefquotum van kracht.

Een schorsing kent geen terugwerkende kracht. Als deze is toegekend is het niet mogelijk om geld terug te krijgen van voor de datum van inwerkingtreding.

Geldigheid tariefschorsing en tariefquotum

Een tariefschorsing is 5 jaar geldig. Daarna wordt er samen met de oorspronkelijke aanvrager gekeken of er nog behoefte is aan een schorsing en of er nog aan de voorwaarde van een minimale besparing van € 15.000 wordt voldaan.

Een quotum of contingent is 6 of 12 maanden geldig. Als het voldoende wordt gebruikt, dan volgt automatisch verlenging. Zo niet, dan wordt verlenging besproken door de Europese Commissie.

(Bron: Rijksoverheid)

Een ‘Verklaring Arbeidsrelatie’, vaak afgekort tot VAR, wordt aangeraden voor iedereen die niet in loondienst is, maar werkzaamheden uitvoert voor één of meerdere opdrachtgevers. De VAR moet u ieder jaar opnieuw aanvragen bij de Belastingdienst. Hoe dit in zijn werk gaat – en wat het verschil is tussen de vier VAR-verklaringen, leest u in de checklist: VAR-verklaring aanvragen.

1. Waarom bestaan er verschillende VAR-varianten?

Dat is eigenlijk vrij logisch als je bedenkt hoezeer het werk van freelancers onderling van elkaar kan verschillen. Het gaat daarbij niet eens zozeer om de verschillende branches waarin mensen werkzaamheden kunnen uitvoeren op freelancebasis, maar eerder om het feit dat je bijvoorbeeld ZZP’er of hybride ondernemer kunt zijn. Of u voor de inkomstenbelasting wordt beschouwd als ondernemer en recht heeft op een Var-wuo (winst uit onderneming), bepaalt de fiscus. Omdat er in een jaar veel kan veranderen, moet u in ieder geval in de eerste drie jaar een nieuwe VAR-verklaring aanvragen. Er zijn vier verschillende varianten:

  • VAR-wuo: winst uit onderneming
  • VAR-dga: werkzaamheden voor een vennootschap
  • VAR-row: resultaat uit overige werkzaamheden
  • VAR-loon: inkomsten uit een dienstbetrekking

 

Als ZZP’er bent u in de meeste gevallen vooral gebaat bij een VAR-wuo of een VAR-dga. Hiermee garandeert u uw opdrachtgevers namelijk dat zij geen premies en loonheffingen hoeven te betalen, omdat de Belastingdienst uw inkomsten ziet als winst uit onderneming.

2. Wat is het doel?

Een VAR-verklaring is een zekere vorm van houvast. Voor de opdrachtnemer, maar met name voor de opdrachtgever. Een VAR geeft opdrachtgevers namelijk een mate van zekerheid dat zij achteraf niet zomaar kunnen worden aangeslagen voor loonbelastingen en premies. Een VAR-verklaring is niet verplicht – u kunt als freelancer dus ook prima werkzaamheden uitvoeren zonder een geldige VAR op zak maar het komt steeds vaker voor dat opdrachtgevers u om zo’n verklaring vragen, zeker wanneer zij twijfelen aan de aard van de arbeidsrelatie.

3. Hoe vraag ik een VAR-verklaring aan?

U kunt een VAR-verklaring op verschillende manieren aanvragen. Schriftelijk – door het aanvraagformulier (PDF-bestand) hier te downloaden – of digitaal op de website van de Belastingdienst. Op dit formulier vult u uw persoonlijke gegevens in en moet u een aantal vragen beantwoorden op verschillende gebieden. Hiermee probeert de Belastingdienst een goed beeld te krijgen van uw werkzaamheden, zodat u uiteindelijk de juiste VAR krijgt toegewezen. Hierbij moet u denken aan vragen als:

  • Wat voor werk doet u?
  • Hoeveel uur verwacht u eraan te besteden?
  • Hoeveel opdrachtgevers verwacht u te hebben?
  • Bent u ingeschreven bij de Kamer van Koophandel?
  • Hebt u personeel in dienst?
  • Hoe beoordeelt u zelf de inkomsten uit de VAR-werkzaamheden in het jaar
  • waarvoor u de verklaring aanvraagt?

 

4. Ik ben starter en heb nog vrij weinig opdrachtgevers. Ziet de Belastingdienstmij dan wel als volwaardig ondernemer?

Veel startende ondernemers vrezen dat het aantal klanten en opdrachtgevers van grote invloed is op het type VAR dat zij door de fiscus krijgen toegewezen. Hoewel het aantal opdrachtgevers wel kan meespelen bij deze beslissing, zal dit criterium in de meeste gevallen niet leidend zijn. De Belastingdienst kijkt eerder naar het totaalbeeld en houdt bijvoorbeeld rekening met uw werkzaamheden. Het gaat vooral om het ondernemersrisico. Hierbij wordt door de fiscus rekening gehouden met het feit dat u als zelfstandige werkt voor eigen rekening en risico (bij ziekte krijgt u bijvoorbeeld niet automatisch doorbetaald, zoals bij een vaste baan het geval is).

Omdat u bij het aanvragen van de verklaring de verwachtingen voor het komende jaar opgeeft, denken sommige starters het oordeel van de Belastingdienst te beïnvloeden door een hoog aantal verwachte opdrachtgevers op te geven. De fiscus prikt echter zo door dit soort optimistische voorspellingen heen. Wees liever gewoon eerlijk. Een freelance projectmanager die gedurende een jaar maar voor één of twee opdrachtgevers werkzaam is, kan nog steeds recht hebben op een VAR-wuo.

5. Hoe lang is een VAR-verklaring geldig?

Zoals gezegd is een VAR-verklaring maximaal één jaar geldig. Voor het nieuwe kalenderjaar kunt u vanaf 1 september een nieuwe VAR aanvragen. U ontvangt de (nieuwe) VAR-verklaring vrij snel (meestal binnen vijf werkdagen) en uiterlijk binnen twee maanden. Om te voorkomen dat u begin januari zonder een geldige VAR zit en daardoor opdrachten misloopt, is het desalniettemin verstandig om de nieuwe VAR altijd ruim op tijd aan te vragen.

6. Wanneer ontvang ik automatisch een nieuwe VAR?

Als u in de voorgaande drie jaar ook al een VAR heeft aangevraagd en uw status onveranderd is gebleven (u bent bijvoorbeeld niet van een VAR-row naar VAR-wuo geswitcht), hoeft u dat voor het vierde jaar niet nog eens actief te doen. In dat geval valt de nieuwe VAR automatisch tijdig bij u thuis op de deurmat. Overigens moet u daarvoor wel aan meer voorwaarden voldoen: zo moet u steeds een VAR voor hetzelfde type werk hebben aangevraagd, de opdrachten steeds onder vergelijkbare omstandigheden hebben uitgevoerd ende Belastingdienst mag de VAR’s in de tussentijd niet hebben herzien.

Indien er in uw situatie wel wijzigingen zullen plaatsvinden of deze in het afgelopen kalenderjaar hebben plaatsgevonden (bijvoorbeeld in uw werkzaamheden of de omstandigheden waaronder u werkt), moet u dit altijd zo spoedig mogelijk doorgeven aan de Belastingdienst. Dit doet u door een brief te sturen naar het Coördinatiepunt VAR in Groningen:

Belastingdienst/Noord/Coördinatiepunt VAR

Postbus 418

9700 AK Groningen

(Bron: Ikgastarten)

Iedereen in Nederland, of u nou in loondienst werkt of al een tijd als zelfstandig ondernemer door het leven gaat, betaalt belasting. Daar is nu eenmaal weinig aan te doen, maar er zijn gelukkig wel verschillende fiscale voordelen waar u als ZZP’er van kunt profiteren: 5 belastingtips voor ZZP’ers.

1. De zelfstandigenaftrek  

Een oude bekende op het gebied van belastingvoordeel is de zelfstandigenaftrek, waarbij u als zelfstandig ondernemer een vast bedrag (€7.280,-) mag aftrekken, mits u kunt aantonen dat u ondernemer bent, aan het begin van het kalenderjaar nog niet de leeftijd van 65 jaar had bereikt en aan het gestelde urencriterium hebt voldaan. Voorheen was deze aftrek altijd variabel, maar sinds 1 januari 2012 geldt een vaste aftrek van €7.280,-.   Mocht uw winst te laag zijn om de zelfstandigenaftrek geheel toe te passen, kunt u het bedrag aan niet-gerealiseerde zelfstandigenaftrek verrekenen in de volgende negen jaar. Let op: de winst moet in die jaren dan wel hoger zijn dan de zelfstandigenaftrek in die jaren. Lees meer over de nieuwe zelfstandigenaftrek in het artikel De belangrijkste belastingwijzigingen voor 2012.

2. De startersaftrek  

Startende ZZP’ers hebben, afgezien van de zelfstandigenaftrek, in veel gevallen ook recht op de startersaftrek. Om in aanmerking te komen voor deze aanvullende verhoging van de zelfstandigenaftrek moet u wel aan een aantal voorwaarden voldoen: zo moet u in het aangiftejaar recht hebben gehad op de zelfstandigenaftrek, heeft u de afgelopen vijf jaar geen eigen bedrijf gedreven en daarnaast niet meer dan twee keer gebruik gemaakt van de zelfstandigenaftrek.

3. De kleineondernemersregeling (KOR)  

Bent u jaarlijks minder dan €1.883,- kwijt aan BTW? Dan kan het zijn dat u in aanmerking komt voor extra fiscaal voordeel. Indien u gebruik mag maken van de zogenaamde Kleineondernemersregeling (KOR), hoeft u soms zelfs helemaal geen BTW te betalen. Houd er echter wel rekening mee dat hiervoor enkele voorwaarden gelden. Zo moet u kunnen aantonen dat u een natuurlijke persoon of een combinatie van natuurlijke personen bent (bijvoorbeeld een eenmanszaak, maatschap of vof). Daarnaast moet u kunnen opgeven dat u, na aftrek van de voorbelasting, op jaarbasis minder dan €1.883,- aan BTW betaalt en voldoet aan uw administratieve verplichtingen voor de BTW. Lees alles over de KOR in het artikel 5 feiten over de Kleineondernemersregeling.

4. De zorgtoeslag  

Ook als ZZP’er kunt u in principe in aanmerking komen voor de zorgtoeslag. Uiteraard geldt voor een dergelijke toeslag wel dat u jaarlijks (eventueel samen met uw partner) niet meer mag verdienen dan €35.059,- (alleenstaanden) of €51.691,- (samen met uw partner). Wijzigingen in uw inkomen (of dat van uw partner) moet u altijd zo snel mogelijk doorgeven aan de Belastingdienst. Kijk voor meer informatie bij Mijn inkomen verandert.

5. De investeringsaftrek  

Als zelfstandig ondernemer – en misschien wel als starter in het bijzonder – investeert u regelmatig in bedrijfsmiddelen voor uw organisatie. Dat beseft ook de overheid, die hiervoor de zogenaamde investeringsaftrek in het leven heeft geroepen. Er zijn drie aftrekposten, waarvoor in 2012 de volgende voorwaarden zijn vastgesteld:

Kleinschaligheidsaftrek -> Bedoeld voor ondernemers die een bedrag tussen de   €2.300,- en €306.931,- investeren in bedrijfsmiddelen voor hun onderneming   (klik hier voor meer informatie over de kleinschaligheidsaftrek)

Energie-investeringsaftrek -> Bedoeld voor ondernemers die voor meer dan   €2.300,- aan energie-investeringen doen. In dat geval heeft u recht op een   aftrek van 41,5 procent, maar houd er rekening mee dat voor deze investering   een maximumbedrag van €118.000.000,- geldt. Sinds januari dit jaar moet u   investeringen voor de energie-investeringsaftrek digitaal melden via het   Agentschap NL eLoket. (klik hier voor meer informatie over de   Energie-investeringsaftrek)

Milieu-investeringsaftrek -> In 2012 is bij een bedrag aan   milieu-investeringen in een kalenderjaar van meer dan €2.300,- de   investeringsaftrek vastegesteld op: 36 procent (categorie I), 27 procent   (categorie II) en 13,5 procent (categorie III). Ook deze investeringen moet u   sinds begin dit jaar digitaal melden bij het Agentschap NL eLoket. (klik hier   voor meer informatie over de Milieu-investeringsaftrek)

Als ZZP’er zult u in de meeste gevallen te maken krijgen met de Kleinschaligheidsaftrek. Lees meer details over de investeringsaftrek op de website van de Belastingdienst.

(Bron: Ikgastarten)

Er zijn 4 verschillende samenlevingsvormen. Wilt u de relatie met uw partner officieel regelen, dan kunt u trouwen, een geregistreerd partnerschap aangaan of een samenlevingscontract opstellen. U kunt ook samenwonen zonder dit officieel vast te leggen.

  • Trouwen en geregistreerd partnerschap
  • Samenlevingscontract
  • Samenwonen zonder contract

Trouwen en geregistreerd partnerschap

Het huwelijk en het geregistreerd partnerschap zijn in veel opzichten gelijk. Het zijn wettelijk geregelde samenlevingsvormen. Bij een huwelijk of geregistreerd partnerschap legt u uw relatie vast bij de ambtenaar van de burgerlijke stand. U krijgt een aantalrechten en plichten ten opzichte van elkaar. Zoals het recht om elkaars achternaam te gebruiken en de plicht elkaar te onderhouden.

Samenlevingscontract

In een samenlevingscontractmaakt u afspraken over zaken die met het samenwonen te maken hebben. Bijvoorbeeld over de kosten van de huishouding. U kunt samen een overeenkomst maken of daarvoor naar de notaris gaan. Een notarieel samenlevingscontract kan als voorwaarde gesteld worden om in aanmerking te komen voor bepaalde regelingen, zoals partnerpensioen.

Samenwonen zonder contract

Als u samenwoont zonder samenlevingscontract is er wettelijk niets geregeld. U bent dan niet verplicht elkaar te onderhouden, maar heeft ook geen recht op bijvoorbeeld alimentatie of partnerpensioen. Wel heeft samenwonen zonder samenlevingscontract gevolgen voor bijvoorbeeld uitkeringen en belastingen. Woont u langer dan 6 maanden samen, dan kunt uexterne link: fiscale partners van elkaar worden. U kunt uw gemeenschappelijke inkomsten en aftrekposten dan verdelen.

(Bron: rijksoverheid)

Hybride ondernemers zijn in opkomst. Uit onderzoek van de Kamer van Koophandel (KvK) blijkt dat een op de acht ondernemers naast hun bedrijf nog een baan heeft. Voor een starter biedt het uitzicht op een vaste maandelijkse salarisstrook meer financiële zekerheid, maar het combineren van een baan met part-time ondernemerschap kan knap lastig zijn. Hieronder leest u hoe u het hoofd koel houdt: 5 tips voor startende hybride ondernemers.

1. Vind de juiste balans tussen baan en bedrijf

Dit is in eerste instantie uiteraard makkelijker gezegd dan gedaan. Veel hybride starters krijgen vroeger of later te maken met dilemma’s die bij dit type ondernemerschap horen. De juiste balans vinden om zowel goed te blijven presteren voor uw baas als hard te werken aan het realiseren van een goedlopende onderneming, vergt vaak enige oefening. Indien uw huidige werkgever op de hoogte is van uw ambities op ondernemersvlak en u met of haar hierover goede afspraken heeft gemaakt, zal uw baas wellicht een poos begrip kunnen opbrengen voor uw onregelmatige werkritme. Maar als u teveel opgaat in uw bedrijf en uw taken voor uw vaste baan te vaak of te lang laat liggen, zal dat gedrag uiteindelijk vervelende consequenties hebben.

Daarentegen biedt het Nieuwe Werken u wel degelijk meer flexibiliteit om uw vaste baan te combineren met het managen van een bedrijf dan vroeger. Het is wel belangrijk dat u altijd uw tijd zo goed mogelijk indeelt, zodat u in uw agenda vaste tijden vrijhoudt om te besteden aan werkzaamheden voor uw baan of onderneming. Het opstellen van een dagelijks to do-lijstje doet wonderen en schept de nodige rust in uw hoofd.

2. Geduld is een schone zaak

Houd rekening met het feit dat u als hybride ondernemer nu eenmaal minder tijd over heeft om aan de groei van uw onderneming te besteden dan andere starters. Dit heeft als logisch gevolg dat u met uw bedrijf waarschijnlijk ook minder snel vooruitgang boekt, maar dit hoeft niet per se een probleem te zijn. Stilstaan is nooit goed voor een ondernemer, ook niet voor een part-time ondernemer, maar onthoud dat er maar 24 uur in een dag zitten. U kunt nu eenmaal niet toveren. Zolang u het juiste tempo voor uw situatie aanhoudt (niet te traag, maar ook niet te snel zodat het risico om overwerkt te raken niet te groot wordt), zult u zien dat ook u op den duur grotere stappen kunt nemen.

3. Zet geld opzij voor toekomstige investeringen

Veel hybride starters hopen natuurlijk dat het hybride ondernemerschap een tijdelijke fase is – uiteindelijk hopen zij volledig van de inkomsten van hun bedrijf te kunnen leven. Zover is het nog niet, maar als ook van een bestaan als fulltime ondernemer droomt, is het raadzaam om daar nu al rekening mee te houden. Hoe meer geld u op een spaarrekening zet, des te sneller u een aanzienlijk bedrag bij elkaar heeft gespaard om in de (nabije) toekomst te investeren in uw onderneming. Mocht later blijken dat u dit extra geld niet nodig heeft voor uw bedrijf, gebruik het dan als financiële buffer voor eventuele minder lucratieve periodes of zet het weg voor uw pensioen.

4. Zijn uw doelen wel realistisch?

Regelmatig evalueren is ook als hybride startende ondernemer van groot belang. Afgezien van het feit dat u zo goed zicht houdt op hoe uw bedrijf ervoor staat, kunt u u zo ook uw persoonlijke situatie in de gaten houden. Hybride ondernemers lopen meer dan eens tegen het feit aan dat ze door dringende werkzaamheden op hun vaste werk minder tijd aan hun onderneming kunnen besteden dan ze eigenlijk zouden willen.

Houd hier rekening mee bij het schrijven van uw ondernemingsplan en stel realistische doelen voor uzelf op, vooral met betrekking tot de hoeveelheid uren die u als hybride starter per week kunt besteden aan uw onderneming. Als u van tevoren geen onrealistische targets heeft opgesteld, hoeft u zich ook niet schuldig te voelen als u een keer minder tijd overhoudt voor uw onderneming. Als hyrbide starter is het heel normaal dat u de ene maand meer werk kunt verzetten voor uw onderneming dan in andere periodes. Als u zichzelf een realistisch doel heeft gegeven, hoeft dat dan ook geen problemen op te leveren.

5. Neem uzelf en uw onderneming serieus

Ook al bent u hybride ondernemer en verdeelt u uw tijd tussen uw oude baan en nieuwe bedrijf, vergeet niet dat u wel degelijk een echte ondernemer bent. In sommige gevallen zijn concurrenten en potentiële klanten of opdrachtgevers misschien geneigd om uw part-time onderneming te onderschatten. Laat u door dergelijke negatieve reacties niet ontmoedigen. U steekt net zoveel geld, tijd en energie in uw startup als iedere andere fulltime startende ondernemers, alleen duurt het bij u misschien wat langer om de gestelde doelen te realiseren.

Houd dit doel voor ogen, ook als het een periode wat minder gaat en u het op uw vaste werk te druk heeft om aan uw onderneming te besteden. Rome is niet in één dag gebouwd, en datzelfde geldt voor uw bedrijf. Zolang u in uw product of dienst gelooft en dit kunt overbrengen aan uw potentiële klanten, zult u ook hen uiteindelijk van uw kwaliteiten overtuigen.

(Bron: Ik ga starten)

1. Ondernemersvraag

In gesprekken met ondernemers wordt regelmatig de vraag gesteld: “Wat is voor mijn onderneming de juiste rechtsvorm?” Het is niet alleen de startende ondernemer die deze vraag stelt, ook de gevestigde ondernemer. Ieder weliswaar vanuit een andere positie, maar voor allebei wel van essentieel belang. Ook voor de gevestigde ondernemer is het namelijk goed om regelmatig de rechtsvorm van zijn onderneming tegen het licht te houden.

2. Overwegingen

De juiste rechtsvorm is essentieel voor je onderneming en kan zelfs op termijn geld opleveren. Er zijn diverse rechtsvormen. In deze blog beperk ik mij tot een veel voorkomende afweging tussen enerzijds de eenmanszaak en anderzijds de besloten vennootschap (hierna: B.V.). Bij de afweging spelen met name juridische, fiscale en/of commerciële overwegingen een belangrijke rol. Per onderwerp zal ik hierna enkele aspecten in hoofdlijnen behandelen.

3. Juridische aspecten

Aansprakelijkheid

Bij een eenmanszaak is er geen scheidslijn tussen het privé- en zakelijk vermogen. Dit betekent dat zakenpartners (crediteuren) van de eenmanszaak bij schulden zowel het ondernemingsvermogen als het privévermogen kunnen aanspreken. Dit in tegenstelling tot de B.V. waarbij er een scheiding aanwezig is tussen het vermogen van de B.V. en dat van de aandeelhouder in privé. Bij de B.V. kunnen schuldeisers enkel het bedrag dat in de B.V. is gestort aanspreken. Het privévermogen blijft dus buiten schot (op de uitzondering van onbehoorlijk bestuur ga ik hier niet op in). Overigens moet dit wel genuanceerd worden, aangezien in veel gevallen de schuldeiser (bijv. de bank) van de B.V. eist dat de aandeelhouder zich in privé borg stelt voor de schuld van de B.V.

Belangrijke vraag voor u als ondernemer bij de keuze van de rechtsvorm is: “Hoeveel risico loop ik met mijn ondernemingsactiviteiten?”

Continuïteit

Bij overlijden van de ondernemer met een eenmanszaak kan de continuïteit van de eenmanszaak sneller in gevaar komen dan de B.V. De eenmanszaak is immers geen zelfstandige zaak. Daarentegen kan de B.V. bij overlijden van de privé-aandeel-houder/ondernemer doorgang vinden, doordat de B.V. wel een zelfstandige zaak is.

4. Fiscale aspecten

Ondernemersaftrek

De ondernemer met een eenmanszaak heeft onder voorwaarden recht op de ondernemersaftrek, waaronder de zelfstandigenaftrek, die in mindering komt op de winst uit onderneming. De B.V. kent deze ondernemersaftrek niet.

Tarief

De winst van de eenmanszaak wordt belast tegen het progressieve tarief (maximaal 52%) in

box 1 van de inkomstenbelasting. Daarentegen wordt de winst in de B.V. belast tegen een tarief van 25% (tot een winst van € 200.000 zelfs tegen 20%). Op basis van deze tarieven lijkt de keuze dus gemakkelijk! Alleen ligt het iets genuanceerder.

De ondernemer met een eenmanszaak heeft, onder voorwaarden, recht op de MKB-winstvrijstelling van 12% van de winst. Hierdoor komt de effectieve belastingdruk uit op maximaal 45,76 (52 -/- (12% van 52).

Voor de B.V. geldt dat op de winst die resteert na aftrek van de vennootschapsbelasting nog een zogenoemde aanmerkelijkbelangclaim in de inkomstenbelasting rust van 25%. Deze heffing vindt plaats op het moment dat bijvoorbeeld de winstreserve als dividend wordt uitgekeerd naar privé of de aandelen in de B.V. door de privé-aandeelhouder worden verkocht.

Voor de volledigheid merk ik nog op dat in de B.V.-sfeer ook rekening moet orden gehouden met het zogenoemde gebruikelijk loon.

Rekening houdende met enerzijds de MKB-winstvrijstelling voor de ondernemer en anderzijds de aanmerkelijkbelangclaim in de B.V.-sfeer zie je dat de uiteindelijk ver-schuldigde belasting voor zowel de eenmanszaak als de B.V. tussen de (circa) 40 – 45% ligt.

Overigens geldt wel dat als de B.V. niet alle winst uitkeert (na rekening te hebben gehouden met het gebruikelijk loon) de aanmerkelijkbelangclaim wordt uitgesteld en een liquiditeits-en rentevoordeel kan worden behaald.

Flexibiliteit overdraagbaarheid

Een toekomstige verkoop of de toetreding van een participant (waarbij bijv. een v.o.f. wordt aangegaan) leidt voor de eenmanszaak in veel gevallen direct tot belastingheffing.

Als de onderneming in de B.V. wordt uitgeoefend en de structuur is goed opgezet (zogenoemde holdingstructuur), geldt dat in veel gevallen geen directe belastingheffing zal plaatsvinden bij verkoop of toetreding van een participant. Overigens is hierbij geen sprake van afstel, maar van uitstel van belastingheffing!

Keuze voor de rechtsvorm B.V. vergroot de flexibiliteit bij een overdracht aan een derde of bij toetreding van een participant.

5. Commercieel

In sommige gevallen zijn de juridische of fiscale overwegingen minder doorslaggevend, maar wordt de keuze uit commercieel oogpunt gemaakt. In diverse branches gaat de voorkeur namelijk uit naar zaken doen met een B.V. in plaats van een eenmanszaak. Daarnaast kan de voorkeur naar een B.V. uitgaan op basis van de status, de duidelijke juridische vorm of omdat in internationaal verband deze rechtsvorm de voorkeur geniet.

6. Slot

De rechtsvormkeuze is in veel gevallen afhankelijk van meerdere overwegingen. In deze blog zijn in hoofdlijnen diverse aspecten besproken voor de keuze tussen een eenmanszaak of een B.V. Het betreft geen uitputtende opsomming. Naast bovengenoemde motieven zijn er dus ook nog andere motieven die een rol kunnen spelen. Een berekening van enerzijds de eenmanszaak en anderzijds de B.V. kan het cijfermatig inzicht vergroten, wat ten goede komt aan een juiste afweging. Laat je bij de keuze bijstaan door een adviseur.

(Bron: Taxence)

en stichting wijkt eigenlijk een beetje af van de andere rechtsvormen. Bij een stichting draait het namelijk in tegenstelling tot bijvoorbeeld een BV namelijk niet primair om het maken van winst, maar om het realiseren van een sociaal, maatschappelijk of ideëel doel. Hieronder leest u er meer over: 5 vragen en antwoorden over de stichting.

1. Wat houdt een stichting precies in?

Zoals we hierboven al schreven, is een stichting een ondernemingsvorm die niet primair is gericht op het maken van winst. Sociale of maatschappelijke doelen voeren hierbij de boventoon. Er mag wel winst worden gemaakt, maar de uitkering ervan moet een ideëel of sociaal doel hebben. Om die reden is een stichting voor de meeste starters niet de meest voor de hand liggende rechtsvorm voor het starten van een eigen onderneming, maar deze ondernemingsvorm komt in een aantal
gevallen juist wel van pas.

Ook de organisatie van een stichting wijkt enigszins af van veel andere rechtsvormen. Zo heeft de stichting een bestuur, maar maar geen leden. De bestuurders van een stichting zijn daarnaast meestal niet in loondienst, maar kunnen wel een vergoeding ontvangen voor hun werkzaamheden. Ook is het voor een stichting mogelijk om personeel aan te nemen.

2. Hoe richt ik een stichting op?

Voor het oprichten van een stichting is een bezoek aan de notaris noodzakelijk, omdat uw organisatie officieel wordt opgericht bij notariële akte of testament. Tijdens deze bijeenkomst verklaart u dat u de stichting wilt oprichten en laat u het doel van de organisatie vastleggen in de statuten. U mag de stichting in uw eentje of samen met anderen oprichten. Deze anderen kunnen zowel natuurlijke personen als rechtspersonen (bijvoorbeeld een BV) zijn. Uiteraard moet u ook
niet vergeten uw stichting in te schrijven in het Handelsregister van de Kamer van Koophandel (KvK).

De regels over de organisatie moet u vermelden in de statuten. Hierin komen ook veel andere zaken aan bod, zoals: de bedrijfsnaam, met het woord ‘stichting’ als deel van de naam, het doel, de procedure bij het benoemen en ontslaan van de bestuurders, de vestigingsplaats, de bestemming van het geld indien de stichting wordt opgeheven

3. Hoe zit het met de aansprakelijkheid?

De stichting is rechtspersoon, wat inhoudt dat deze haar rechten en plichten zelfstandig draagt. Oftewel: in principe zijn de bestuurders niet hoofdelijk aansprakelijk voor eventuele gemaakte schulden, tenzij er sprake is van wanbestuur. Als de stichting onder de heffing van de vennootschapsbelasting valt, zijn bovendien de anti-misbruikwetten van toepassing en kunnen bestuurders onder omstandigheden wel degelijk aansprakelijk worden gehouden. Datzelfde is
het geval wanneer u uw stichting niet inschrijft in het Handelsregister van de KvK. Nog een goede reden om zo snel mogelijk een bezoekje te brengen aan een vestiging bij u in de buurt.

4. Moet ik ook belasting betalen?

Als de stichting een onderneming drijft, dan moet u voor uw bedrijf aangifte voor de vennootschapsbelasting doen. Er is sprake van een onderneming als er een min of meer duurzame organisatie is van kapitaal en arbeid, die door deelname aan het economisch verkeer winst beoogt te behalen. Het hangt verder van uw persoonlijke situatie af of, en zo ja, hoeveel BTW u namens uw stichting moet afdragen aan de fiscus. U kunt hiervoor het beste een belastingadviseur raadplegen of zelf contact opnemen met de Belastingdienst.

5. Kan mijn stichting ook weer ontbonden worden?

Ja, dit kan op drie manieren. Een stichting kan altijd zonder problemen worden ontbonden op de wijze waarop deze in de statuten is vastgelegd. Daarnaast kan een faillissement tot gevolg hebben dat uw stichting niet meer kan voortbestaan en door de rechter kan worden ontbonden.

(Bron: Ik ga starten)

Het is een vervelende gedachte die u als enthousiaste startende ondernemer het liefst zou willen negeren: wat als ik in de toekomst arbeidsongeschikt raak? U moet echter wel degenlijk rekening houden met dit zwartste scenario, zeker gezien het feit dat u als arbeidsongeschikte ondernemer op weinig steun van de overheid kunt rekenen.

Wanneer ben ik arbeidsongeschikt?

Kort gezegd bent u arbeidsongeschikt wanneer u niet langer in staat wordt bevonden om arbeid te verrichten met een zogeheten economische meerwaarde. In Nederland wordt onderscheid gemaakt tussen gedeeltelijke en volledige arbeidsongeschiktheid. In het eerste geval is een persoon nog wel in staat om enkele arbeid te verrichten, maar iemand die geheel arbeidsongeschikt wordt verklaard, kan helemaal niet meer werken. Het spreekt voor zich dat deze situatie rampzalig kan zijn voor iemand met een eigen bedrijf. In tegenstelling tot werknemers die in dienst zijn van een bedrijf, kunnen zelfstandigen in de meeste gevallen niet bij de overheid aankloppen voor financiële ondersteuning.

Ik heb een ongeval op het werk gehad en kan niet meer werken. Ben ik nu arbeidsongeschikt?

Als u verzekerd bent tegen arbeidsongeschiktheid, neemt u zo snel mogelijk contact op met uw verzekering. Vervolgens zal een keuringsarts van de verzekeringsmaatschappij de mate van arbeidsongeschiktheid (uitkeringsdrempel) vaststellen. Ook de hoogte van het inkomensverlies zal hierbij een rol spelen. Bij het afsluiten van de AOV-verzekering heeft u een bepaalde risicoperiode aangegeven waarin u zelf in uw onderhoud voorziet. Pas daarna krijgt u geld uitgekeerd van uw verzekering.

Het kan zijn dat u in aanmerking komt voor een reïntegratietraject. Stel dat u door het ongeval niet langer zwaar lichamelijk werk kunt doen, maar wel administratieve taken kunt uitvoeren. In dat geval zal de verzekeringsmaatschappij ook kijken naar de mogelijkheden tot omscholing, omdat het uiteindelijke doel is dat u – in min of meerdere mate – toch weer aan het werk kunt. Houd er in ieder geval rekening mee dat u regelmatig contact zult hebben met uw verzekeringsarts en ook geregeld op controle zal moeten komen. Indien de arts u op een bepaald moment weer arbeidsgeschikt verklaart, zal de uitkering worden stopgezet en moet u weer opnieuw premie gaan betalen voor de AOV.

Is een arbeidsongeschiktheidsverzekering essentieel?

Een arbeidsongeschiktheidsverzekering is niet verplicht en veel kleine zelfstandigen zijn vanwege de doorgaans hoge premies bereid dit risico te nemen, maar het is uiteraard verstandiger uzelf hiervoor toch goed te verzekeren. Als u arbeidsongeschikt raakt en niet verzekerd bent, kan het zijn dat u wel recht heeft een bijstandsuitkering. Hiervoor moet u zelf contact opnemen met de gemeente.

AOV-verzekeringen zijn er in alle soorten en maten. De kosten zijn onder meer sterk afhankelijk van uw beroep en de periode die u wilt verzekeren. Hoe verleidelijk ook, het is echt niet verstandig om u primair te concentreren op de premiekosten. Het gaat erom dat u de verzekering vindt die het best bij uw persoonlijke situatie aansluit. Als u zich maar voor de helft verzekert om de kosten te drukken, kunt u later met een eventueel financieel gat van een vijf of tien jaar alsnog veel duurder uitkomen.

Is een AOV-verzekering eigenlijk fiscaal aftrekbaar?

Ja. De AOV is volledig fiscaal aftrekbaar voor alle ondernemers, hoewel u er rekening mee moet houden dat dit ook geldt voor de uitkering. Maar zeker voor startende ondernemers kan het financieel aantrekkelijk zijn om een AOV af te sluiten. Sommige verzekeraars bieden starters aantrekkelijke kortingen bij een langdurige contractperiode, maar desalniettemin is het slimmer om zo flexibel mogelijk met deze duur om te springen. Plan liever niet al te ver vooruit, aangezien u niet in de toekomst kunt kijken en zowel uw persoonlijke als zakelijke situatie in vijf jaar tijd aanzienlijk kan veranderen.

(Bron: Ikgastarten)

Accountancy-dienstverlening is in Nederland de afgelopen drie jaar gemiddeld achttien procent duurder geworden, aldus het CBS. Engels onderzoek signaleert dezelfde trend. Marktconcentratie zou de oorzaak zijn van kostenopdrijving.

Ambitions.nu: Kostenopdrijving heeft ook te maken met het feit dat er aan meer regels voldaan moeten worden. Bovendien moeten bepaalde stukken ook steeds meer op een verplichte digitale manier aangeleverd worden bij de belastingdienst. Hiervoor dienst aangiftesoftware aangeschat te worden en dit kost vaak ook extra tijd. Eerder kon er bijvoorbeeld nog een jaarrekening als bijlage meegestuurd worden bij een aangifte vennootschapsbelasting. Tegenwoordig moeten alle cijfers op een voorgeschreven wijze ingevoerd worden en verstuurd naar de fiscus.

De accountant de deur dan maar uit doen, is echter het kind met het badwater weggooien. Een Belgische onderzoeker heeft aangetoond dat accountants wel degelijk toegevoegde waarde hebben. Besparen kan geen kwaad, daarom volgen hier ook een aantal besparingstips voor uw accountantskosten.

Tips om accountantskosten te drukken

Het Financiële Dagblad komt met een zestal tips om prijsafspraken met accountants te maken. Kort samengevat luiden die tips:

Vaste prijs
Juiste accountant
Onderhandel
Wees voorbereid
Heldere facturen
Vast aanspreekpunt

1. Spreek een vaste prijs af

Spreek bij voorkeur een vaste prijs af. Anders wordt het uren maal tarief en dat kan snel in de papieren lopen. In de praktijk is vaak sprake van een combinatie van beide. Soms blijkt namelijk dat extra werkzaamheden verricht moeten worden omdat de ondernemer niet aanlevert wat hij belooft of omdat er technische complicaties optreden. Dat is dan uren maal tarief. Een goede accountant is altijd helder over zijn nacalculatie. Hij is zich ervan bewust dat daar vaak een spanningsveld zit.

2. Kies de juiste accountant

De indruk is dat de accountant duur is. Maar accountants zijn er in soorten en maten. Je hebt de AA (accountant-administratieconsulent) en de RA (Registeraccountant). De RA is soms duurder dan de AA en beschikt over het algemeen over meer specifieke deskundigheid. Daarnaast zijn er kleine, middelgrote en grote kantoren. De uurtarieven variëren van euro 50 tot 500 euro.

3. Onderhandel

Diverse kantoren hanteren standaardtarieven die naar boven en beneden kunnen worden bijgesteld. Hoeveel is natuurlijk afhankelijk van de aard en de combinatie van diensten die worden afgenomen. Er is dus onderhandelingsruimte. Maak daar optimaal gebruik van. De accountant hoeft niet alles in één keer te factureren. Dat kan ook in termijnen.

4. Wees voorbereid

Wat is de positie van uw onderhandelingspartner? Er is een groot tekort aan accountants. Dit leidt tot hogere tarieven. De beroepsgroep opereert in een verkopersmarkt. Klanten genoeg, accountants kunnen kiezen. Bent u nog wel rendabel genoeg als klant? Houd daar rekening mee.

5. Vraag om heldere facturen

Ondernemers die klagen over accountants doelen vaak op de hoogte en de specificatie van de rekening. Accepteer geen wazige facturen.

6. Zorg voor een vast aanspreekpunt

Ondernemers zijn gebaat bij een vast aanspreekpunt. Dat hoeft overigens geen registeraccountant te zijn. Een ervaren assistent-accountant kan ook de jaarrekening samenstellen, de salarisverwerkingen afhandelen en de belastingaangifte voorbereiden. De gespecialiseerde accountant houdt zich bezig met hoogwaardige dienstverlening zoals de jaarrekeningcontrole of deskundig advies in een specifieke branche.

(Bron: ZZP Boekhoudeer)