DIT IS MIJN WINST SOFTWARE B.V.

All posts in Kennisbank voor de Zelfstandige Zonder Personeel(ZZP)

Wist u dat interne fraude vaak wordt gepleegd door leidinggevenden die al langer dan tien jaar bij een bedrijf werken? Vaak hebben ze ook nog eens een ceo-functie. Deze, en zeven andere tips over interne fraude leest u hier. Wat kunt u doen om dit te voorkomen én wat als het toch gebeurt?

1) Zorg vooraf voor duidelijke regels
Het is van belang dat u duidelijke regels op schrift heeft over het gebruik van geld in uw organisatie. Zo kunt u bijvoorbeeld in uw huishoudelijk reglement opnemen dat gebruik van het geld van uw organisatie voor privé-doeleinden niet, en ook niet tijdelijk, is toegestaan. Of dat betalingen aan werknemers nooit contant gebeuren, maar altijd via een bankbetaling. Op die manier kan fraude veel eenvoudiger worden bewezen.

2) Wie is het?
Een kant-en-klaar profiel van de dader bij u op kantoor kunnen we u niet geven. Maar wel een paar statistische aanwijzingen. Volgens onderzoeksbureau Schalke & Partners zijn daders van grote interne fraude vaak loyale leidinggevenden die al langer dan tien jaar bij u in dienst zijn.

Volgens dit onderzoek is bijna driekwart van alle fraudeplegers tussen de 35 en 55 jaar oud.  Een derde van de fraudeurs werkt op de financiële afdeling en opvallend: een groot deel van de daders heeft een ceo-functie of zit in de Raad van Bestuur.

3) Zorg voor een duidelijke scheiding tussen betalen en autoriseren
Regel het zo dat er altijd, in ieder geval, een tweede persoon is, die meekijkt naar de mutaties op de betaalrekeningen. Met internetbankieren kan dat heel makkelijk.

Nog beter is het als u als regel hanteert dat de werknemer die de overboekingsopdrachten aan uw bank geeft, eerst een geautoriseerde betaalopdracht onvangt van een chef of collega. Hij mag die betalingen dus alleen doen als een tweede persoon de factuur heeft gecontroleerd en een akkoord voor betaling heeft getekenend. En de medewerker die de daadwerkelijke overboekingen doet, kan weer vaststellen of de door zijn collega of chef gegeven betaalopdrachten in orde zijn.

Ondersteun deze scheiding tussen betalen en autoriseren door gebruik te maken van de functionaliteiten die het betaalpakket van uw bank biedt!

4) Houd controle en kijk mee
Degene die de betalingen autoriseert, moet na verwerking door de bank van de betaalopdrachten aan de hand van de dagafschriften (op papier of via beeldscherm) vaststellen dat er niet méér betalingen zijn verricht, dan waarvoor hij goedkeuring heeft gegeven.

Het is sowieso handig als meerdere mensen inzage in alle mutaties hebben. Als er dan toch fraude voorkomt, hebben deze personen immers ook inzage in alle mutaties en bent u minder afhankelijk van medewerking van de frauderende medewerker.

Het is wel belangrijk dat u zorgt dat de medewerker die in de gelegenheid is om te frauderen, nooit de bevoegdheid heeft om de instellingen van uw bankrekeningbeheer aan te passen. Anders zou hij bijvoorbeeld kunnen regelen dat u geen toegang meer heeft tot uw eigen rekening. Het beste is om deze bevoegdheid in uw eigen hand te houden.

5) Inzicht in uw administratie
Fraude wordt vaak gepleegd met contant geld. Denk aan een greep uit de kas of betalingen die niet worden geregistreerd. U kunt een paar dingen doen voor meer inzicht in uw administratie. Schaf bijvoorbeeld het contante geldverkeer af of beperk dit. Zorg dat betalingen van en naar uw bedrijf uitsluitend per bank geschieden. Op die manier is er altijd zicht op de uitgaande geldstroom. En in geval van nood kunt u snel een kopie van de bankadministratie op vragen bij uw bank.

Zorg ook voor een regelmatige back-up (bijvoorbeeld eens per kwartaal) en maak op een vastgesteld tijdstip een kopie van (het digitale deel) van de administratie.

6) Schep duidelijkheid
Geruchten, vermoedens en onrust onder uw personeel zijn slecht voor uw bedrijf. Heeft u eenmaal iemand in het vizier? Schep dan zo snel mogelijk duidelijkheid: is er sprake van fraude of niet? Ga een gesprek aan met de mogelijke fraudeur en vraag iemand uit uw bedrijf met financiële kennis om er bij te zitten.

Voer het gesprek in een vriendelijke sfeer. Op dit moment heeft u vragen, nog geen beschuldigingen. Er is een vervelende situatie ontstaan, die zo snel mogelijk moet worden beëindigd, zodat (ervan uitgaande dat er helemaal geen sprake is van fraude) de goede sfeer ook zo snel mogelijk wordt hersteld.

7) Sommeren of schorsen
Als het duidelijk is dat uw werknemer fraudeert, maar hij of zij wil niet meewerken en weigert inzage te geven bijvoorbeeld in de administratie, overweeg dan een formeel besluit om hem of haar te schorsen of te sommeren. Dat doet u per aangetekende brief. Daarin vermeldt u ook dat u aangifte doet van de fraude indien niet vóór een bepaalde datum en tijdstip aan de sommatie (het teruggeven van de administratie of andere bewijsstukken) is voldaan.

In dit stadium is het verstandig om juridisch advies in te winnen, bijvoorbeeld via uw rechtsbijstandsverzekering of via een van de adviseurs van De Zaak.

8) Juridische stappen ondernemen?
U wilt het geld terug dat is ontvreemd, en onderneemt juridische stappen. Dat kan via het strafrecht (u doet dan aangifte bij de politie) of via een civiele procedure (u start zelf een rechtszaak). In het wetboek van strafrecht is best één en ander geregeld om fraude, of verduistering, diefstal of valsheid in geschrifte) te straffen.

Een juridische procedure kost echter wel geld, tijd en energie. In veel gevallen is het te overwegen om te komen tot goede afspraken met de fraudeur om uw geld terug te krijgen.

9) Een bekentenis in ruil
Een manier om het zonder de rechter te regelen, is het maken van een afspraak of overeenkomst met de fraudeur. U vraagt van hem een schriftelijke bekentenis én een belofte om op korte termijn het ontvreemde bedrag terug te betalen. Uit deze bekentenis moet blijken voor welk bedrag is gefraudeerd en hoe de fraude in zijn werk is gegaan. De belofte om het ontvreemde bedrag terug te betalen, moet vergezeld zijn van een concreet schema met bedragen en betalingsdata.

In ruil voor de bekentenis kunt u hem beloven niet in de publiciteit te treden met de fraude, om geen aangifte te doen, geen civiele procedure te starten, of geen loonbeslag te leggen op zijn inkomsten.

(Bron: De Zaak)

Een factuur is meer dan alleen een professioneel uitziende brief voorzien van een bedrijfslogo en het verschuldigde bedrag. Dit officiële document moet echter aan een aantal regels voldoen voordat het rechtsgeldig is en de BTW kan worden afgetrokken. In dit artikel leest u welke gegevens in ieder niet mogen ontbreken: 5 tips voor een goede factuur.

1. BTW-, KvK- en factuurnummers

Geen factuur is compleet zonder deze bedrijfsgegevens. Een BTW-nummer krijgt u wanneer u zich als ondernemer inschrijft bij de Kamer van Koophandel (KvK) en is in feite een bewijs dat u ‘ondernemer voor de omzetbelasting’ bent. Het kan echter zijn dat u bent vrijgesteld van BTW. In dit overzicht ziet u of deze vrijstelling op u van toepassing is. Lees verder alles over de BTW-aangifte in deze checklist. Tijdens uw inschrijving bij de KvK heeft u ook een speciaal KvK-nummer ontvangen; ook dit nummer moet u op iedere factuur vermelden.

Verder is het van belang dat u een goede volgorde van factuurnummers aanhoudt. Het spreekt voor zich dat u iedere factuur een ander nummer geeft; zo houdt u uw administratie makkelijker op orde en is de kans klein dat u straks onverhoopt opdrachtgevers door elkaar haalt of met dubbele factuurnummers zit. De Belastingdienst bepaalt echter niet welke nummering u moet aanhouden, dat mag u helemaal zelf bepalen. Tip: deel de facturen per jaar in, met name als u regelmatig voor dezelfde opdrachtgever of klant een klus uitvoert. In dat geval begint u iedere eerste maand van het jaar opnieuw en telt vanaf de eerste factuur verder. Voor 2012 wordt uw eerste factuur dan 120001, de tweede 120002 en zo verder. Wanneer u op een gegeven moment uitkomt bij 120010, telt dat makkelijk door.

2. De juiste factuurdatum

De meest gebruikelijke factuurdatum is de datum waarop u de factuur verstuurt naar uw klant of opdrachtgever en dus niet de dag waarop u gestart bent met het uitvoeren van de opdracht. Het is echter ook toegestaan om de factuur op een later moment te versturen. Houd er wel rekening dat dit uiterlijk moet zijn gebeurd vóór de vijftiende van de maand die volgt op de maand waarin u een klus hebt uitgevoerd of een product of dienst hebt geleverd. Iets anders gaat het wanneer u doorlopende prestaties (cursussen, abonnementen etc.) factureert. In die situatie geldt de uiterste verzenddatum voor de periode waarop de factuur betrekking heeft.

3. Wel of geen betalingstermijn

Het is inderdaad de bedoeling dat u op uw factuur ook een betalingstermijn aangeeft. De minimum betalingstermijn die u een klant moet geven, is een termijn van veertien dagen. Gangbaarder echter is het stellen van een termijn tussen de veertien en dertig dagen. Als u op de factuur vergeet om een termijn te noemen, geldt de standaardperiode van dertig dagen, maar aangeraden wordt om meteen bij de aanname van de opdracht al een betalingstermijn te bespreken, zodat beide partijen later niet voor vervelende verrassingen komen te staan. Het komt – mede door de aanhoudende recessie – tegenwoordig vaker voor dat klanten hun rekeningen later betalen. Daarom is het handig om te weten dat u, indien de (afgesproken) termijn wordt overschreden, rente in rekening mag brengen.

4. Bewaarplicht

Iedere factuur die u opstelt valt onder de bewaarplicht en moet u zorgvuldig bewaren, omdat u hierop achteraf door de Belastingdienst kan worden gecontroleerd en u deze documenten moet kunnen overleggen.

5. Wel of niet digitaal factureren

Digitaal factureren is de laatste jaren steeds meer in opkomst. Sinds 2009 zijn de digitale en de papieren factuur aan elkaar gelijkgesteld. Het maakt voor de fiscus dan ook geen verschil meer of u digitaal factureert of niet. Maar houd er wel rekening mee dat u een factuur pas digitaal mag versturen, als uw klant of opdrachtgever hiervoor toestemming geeft. Een groot voordeel van digitaal factureren voor ondernemers is dat het aanzienlijk scheelt in de kosten voor het printen van papier en postzegels en het systeem maakt geen rekenfouten en is dus een stuk minder foutgevoelig.

Wanneer u ervoor kiest om uw facturen elektronisch te verzenden, moeten ze uiteraard aan dezelfde voorwaarden voldoen als papieren facturen. Digitale facturen kunt u als elektronisch bericht opslaan. De Belastingdienst benadrukt dat u facturen over onroerende goederen tien jaar moet bewaren. Voor overige facturen geldt een bewaarplicht van zeven jaar. Er zijn verschillende partijen die elektronisch factureren aanbieden. Welke aanbieder van toepassing is op uw situatie, is uiteraard persoonlijk. Een consultant die werkzaam is als ZZP’er heeft natuurlijk andere behoeften dan een eigenaar van een groot garagebedrijf. Op de website E-facturatie kunt u enkele aanbieders met elkaar vergelijken.

(Bron: Ikgastarten)

In een jong bedrijf moet u niet alleen veel tijd en energie steken; er moet ook het nodige geld in worden geïnvesteerd. Niet iedere startende ondernemer beschikt echter over de financiële middelen om deze investering zelfstandig te bekostigen. In dat geval kan het afsluiten van een lening uitkomst bieden: 7 belangrijke soorten financiering voor ondernemers.

1. Borgstelling MKB Kredieten (BMKB)

Voor startende ondernemers bestaat de mogelijkheid om gebruik te maken van de Borgstelling MKB Kredieten (BMKB). Deze regeling van de overheid maakt het mogelijk om bij de bank geld te lenen, ook wanneer uw onderpand in de ogen van de bank onvoldoende is. (Ambitions.nu: de regeling BMKB is sinds kort niet alleen meer beperkt tot banken.)

Dankzij de steun van de overheid zullen banken sneller bereid zijn een lening te verstrekken. Uw bedrijf moet hiervoor uiteraard wel aan een aantal voorwaarden voldoen. Zo kunt u bijvoorbeeld niet meer dan 250 werknemers dienst hebben en mag de jaaromzet niet boven de vijftig miljoen euro uitkomen. Klik hier voor meer informatie over de BMKB-regeling.

2. Rekening-courantkrediet

Met een rekening-courantkrediet kunt u geld opnemen tot een bepaald afgesproken bedrag, de kredietlimiet. Zo kunt u schommelingen opvangen in uitgaven en inkomsten. Daarom kan een rekeningcourantkrediet vooral goed van pas komen als uw bedrijf seizoensgebonden opereert (denk aan een strandtent) of wanneer u behoefte heeft aan financiering van uw werkkapitaal. Het krediet maakt het mogelijk om flexibeler om te gaan met het beheer van uw liquiditeitsstromen. U hoeft alleen rente te betalen over het bedrag dat u debet staat.

3. Risicokapitaal

Kort gezegd wil risicokapitaal zeggen dat anderen geld investeren in uw onderneming. Risicokapitaal kan van toepassing zijn bij een innovatieve of technologische startup, omdat er in dat geval een aanzienlijk bedrag moet worden geïnvesteerd om een product te ontwikkelen, terwijl er op korte termijn sprake zal zijn van weinig tot geen omzet. Banken nemen een dergelijk risico over het algemeen minder snel dan investeerders, die hiermee een bepaald aandeel kopen in uw bedrijf. Blijkt de startup succesvol? Dan delen zij mee in de winst, maar zo niet, dan zijn zij hun investering kwijt.

4. Stimuleringskapitaal

Het stimuleringskapitaal is een financieringsvorm, onder andere bedoeld voor startups, doorgroeiers en innovatieve bedrijven. Op twee belangrijke punten verschilt het Stimuleringskapitaal van een gewone banklening: het is een achtergestelde lening die in de eerste vijf jaar aflossingsvrij kan worden gemaakt. Hierdoor heeft u in de startfase op financieel gebied wat meer ruimte. Mocht uw onderneming geen succes worden, dan kunt u eerst alle andere schuldeisers afbetalen. Pas daarna lost u uw stimuleringskapitaal af. Het kan dus zijn dat, mocht uw bedrijf in een faillissement geraken, u deze lening uiteindelijk helemaal niet kunt aflossen. In dat geval wordt het restant bedrag kwijtgescholden.

5. Leasing

Ook leasing is een vorm van financiering. Het gaat hierbij om financial of operational lease. Bij financial lease verstrekt de financier een lening tegen een vast onderpand (het zogenaamde objectfinanciering). Het juridische en het volledige economisch eigendom (gebruik en genot, de verzekering, het onderhoud) is hierbij voor rekening van de lessee. Bij operational lease koopt de kredietverstrekker (ook wel lessor genaamd) namens zijn opdrachtgever bedrijfsmiddelen of duurzame consumptiegoederen aan. Deze goederen stelt hij gedurende een vooraf overeengekomen termijn en tegen een vaste vergoeding ter beschikking aan de kredietnemer (de lessee). In dit geval blijft de leasemaatschappij of lessor juridisch gezien eigenaar van de geleaste goederen.

6. Qredits

Qredits is speciaal in het leven geroepen om startende ondernemers te helpen bij het rond krijgen van de financiering voor hun bedrijf. Starters die hierbij moeilijkheden ondervinden kunnen van de (krediet)bank een krediet van maximaal 50.000 euro krijgen, waarvoor het Rijk vervolgens garant staat. Daarnaast krijgen ondernemers bij deze kredietverstrekker ook coaching en hulp bij het goed opzetten van hun bankzaken. Qredits is de handelsnaam van Stichting Microkrediet Nederland en Rabobank is een van de initiatiefnemers.

7. Durfkapitaal

Durfkapitaal is een fiscale stimuleringsregeling voor particuliere geldverstrekkers aan ondernemers. Op deze manier kunnen die particuliere investeerders profiteren van fiscale voordelen. Hierdoor kan het voor startende ondernemers een stuk gemakkelijker worden om sneller het beginkapitaal voor uw onderneming bij elkaar te krijgen.

(Bron: Ik ga starten)

U bent verplicht om op tijd aangifte te doen. Heeft de Belastingdienst de aangifte niet op tijd binnen dan zullen ze een herinnering sturen en uiteindelijk een aanmaning. In het uiterste geval zullen ze een ambtshalve aanslag opleggen. Bent u te laat met de aangifte dan zal de fiscus een verzuimboete opleggen. Het is wel aan de inspecteur om te bewijzen dat de herinnering en de aanmaning zijn verzonden. Uit een recente uitspraak blijkt dat dit niet altijd even makkelijk is.

In deze zaak ging het om een bv die haar aangifte vennootschapsbelasting (VPB) over 2009 vóór 1 juni 2010 moest indienen. De fiscus ontving geen aangifte VPB en de bv verzocht ook niet om uitstel voor het indienen van deze aangifte. Op 6 juli 2010 stuurde de Belastingdienst dan ook een herinnering met het verzoek om voor 20 juli 2010 de aangifte in te dienen. De bv reageerde niet op deze herinnering en op 13 september 2010 stuurde de inspecteur een aanmaning. Nog steeds was er geen reactie van de bv dus legde de inspecteur een ambtshalve aanslag met boete op. Uiteindelijk ontving de Belastingdienst op 4 januari 2011 pas de aangifte. De fiscus merkte deze aangifte aan als bezwaar en paste de ambtshalve aanslag aan, maar de boete bleef in stand. Dit was volgens de bv niet terecht, want ze had nooit een herinnering of aanmaning ontvangen.

Aannemelijk maken

Bij de rechter moest de inspecteur aannemelijk maken dat de aanmaning naar het juiste adres van de bv was verzonden. De inspecteur stelde dat de aanmaning wel was verzonden en wees hiervoor op een digitale kopie van de aanmaningsbrief, een aantekening in het systeem en op een ambtsedige verklaring. Ook gaf de inspecteur aan wat de gang van zaken was bij de Belastingdienst. Dit was volgens de rechter niet voldoende. Hij slaagde namelijk niet in zijn bewijs, want hij kon het batchnummer van de partij waartoe de aanmaning behoorde en het postbedrijf niet vermelden. De verzuimboete was dus niet terecht.

(Bron: Fiscaal Rendement)

X is samen met zijn 3 zussen gerechtigd tot de nalatenschap van vader die zij beneficiair hebben aanvaard. In het testament was X benoemd tot executeur. Omdat 2 zussen het niet eens zijn met de wijze waarop X de nalatenschap afwikkelt, zijn zij een procedure gestart. Naar aanleiding hiervan heeft de Rechtbank thans onder meer het volgende geoordeeld.

Verdeling nalatenschap is nietig omdat niet alle erfgenamen hieraan hebben meegewerkt

De Rechtbank constateert dat X de nalatenschap feitelijk geheel naar eigen inzicht heeft beheerd, afgewikkeld en verdeeld. Alle erfgenamen dienen echter mee te werken aan de verdeling van de nalatenschap. Nu dit niet is gebeurd, is de verdeling nietig volgens artikel 3:195 BW. Dit betekent dat partijen de bedragen die zij uit de nalatenschap van vader door X betaald hebben gekregen met wettelijke rente in de nalatenschap dienen terug te brengen.

X moet rekening en verantwoording afleggen over door hem als executeur gevoerde beheer

Volgens de Rechtbank is X als executeur op grond van artikel 4:148 BW verplicht om alle door de erfgenamen gewenste inlichtingen te verschaffen over de uitoefening van zijn taak. Uit artikel 4:151 BW volgt voorts dat X op begrijpelijke en controleerbare wijze rekening en verantwoording moet afleggen over zijn beheer van de boedel vanaf de sterfdatum van vader. Omdat X tot dusver onvoldoende inzicht heeft gegeven in de wijze waarop hij als executeur de nalatenschap heeft beheerd, wordt X door de Rechtbank veroordeeld om alsnog rekening en verantwoording af te leggen. X moet hiertoe onder meer in chronologische volgorde alle bankafschriften overleggen van de door X beheerde erfgenamenrekening.

Door beneficiaire aanvaarding is taak van executeur geëindigd omdat nalatenschap negatief is

Volgens de Rechtbank is hier geen sprake van een nalatenschap die ruimschoots toereikend is om alle nalatenschapsschulden te voldoen, nu er vooralsnog sprake lijkt te zijn van een  fors negatieve boedel. Dit brengt met zich dat de taak van X als executeur door de beneficiaire aanvaarding strikt genomen is geëindigd (artikel 4:202 lid 1 letter a BW jo. artikel 4:149 lid 1 letter d BW) en dat op X als beheerder en als zelfbenoemd enig feitelijk vereffenaar van de boedel de plichten van een vereffenaar rusten. Daartoe behoort onder meer de verplichting om een boedelbeschrijving op te maken en deze ter inzage te leggen bij een boedelnotaris of ter griffie van de Rechtbank (artikel 4:211 lid 3 BW). Omdat een dergelijke boedelbeschrijving ontbreekt en geen verzoek als bedoeld in artikel 4:203 BW is ingediend, moet X een behoorlijke en verifieerbare boedelbeschrijving opstellen en ter inzage leggen.

Schuldenaar van erflater is zelf verantwoordelijk voor het bewijs dat geldlening is afgelost

Ten aanzien van een geldlening die vader in 1993 aan één van de kinderen had verstrekt, oordeelt de Rechtbank dat ondanks het tijdsverloop op het kind nog steeds de bewijslast rust dat de lening is afgelost. Als bewijsstukken zijn kwijtgeraakt, is dat voor diens risico.

Een erfgenaam heeft recht op inzage van alle stukken die deel uitmaken van de nalatenschap

Volgens de Rechtbank brengen de eisen van de redelijkheid en billijkheid met zich dat een deelgenoot in een nalatenschap tegenover de andere deelgenoten recht heeft op inzage van alle stukken die ter beoordeling van de samenstelling van de nalatenschap van belang zijn.

(Bron: VVE Erfrecht)

 

Tot voor kort was het goed gebruik dat banken u bij een overlijden vroegen om een zogenaamde verklaring van erfrecht. Deze verklaring stelt de notaris voor u op en geeft een duidelijk antwoord op de vraag wie de overledene is, of deze een testament had gemaakt, wat de gevolgen van dat testament zijn, wie de erfgenamen zijn en of deze de nalatenschap hebben geaccepteerd.

Belangrijker dan die verklaring zelf is de advisering van de notaris over de consequenties van het overlijden en het zijn van erfgenaam! Recent hebben de banken hun beleid gewijzigd en zullen zij minder vaak om een verklaring van erfrecht vragen. Met – onbedoeld – mogelijke flinke negatieve financiële gevolgen voor u als erfgenaam.
Kort samengevat komt het nieuwe beleid erop neer dat als de overledene geen testament heeft gemaakt en het totale saldo van zijn bankrekeningen lager is dan € 100.000,=, de langstlevende partner na ondertekening van een formulier de beschikking kan krijgen over de bankrekening van de overledene.
Op het formulier van de bank moet de langstlevende partner een aantal verklaringen afleggen die er onder meer op neerkomen dat hij/zij ervan op de hoogte is dat de bank niet adviseert over de juridische en fiscale gevolgen van het overlijden van de partner en dat de bank niet aansprakelijk is voor alle gevolgen die uit het gebruik van de bankrekeningen van de overledene voortvloeien.
De bank adviseert niet en is niet aansprakelijk, dus ook niet over en voor het feit dat ondertekening van dat formulier betekent dat u niet meer van de nalatenschap af kunt. Als met andere woorden blijkt dat de nalatenschap negatief is omdat er toch schulden zijn waarvan de langstlevende partner niet afweet, dan kunt u van de nalatenschap geen afstand meer doen. Wat formeler gesteld: het ondertekenen van het formulier is een “daad van zuivere aanvaarding” en maakt u zondermeer aansprakelijk voor alle schulden uit de nalatenschap.
Als de bank u bij een overlijden niet om een verklaring van erfrecht vraagt, maar u zonder enige toelichting slechts vraagt een formulier te ondertekenen, dan lijkt dat praktisch en goedkoop. Die handtekening zou u wel eens duur kunnen komen te staan!
Laat u goed voorlichten over de consequenties van die handtekening die de bank zo achteloos van u vraagt. Tot slot: de beleidswijziging heeft de banken veel kritiek opgeleverd en tot vragen in de Tweede Kamer geleid. De banken hebben toegezegd het formulier aan te passen, maar dit zal nooit leiden tot de informatievoorziening die in deze gevallen zo nodig is. Het blijft dus altijd verstandig om u bij een overlijden door ons te laten voorlichten. Sowieso doet u er goed aan uw notariële documenten eens in de vier à vijf jaar grondig door te (laten) lichten.
(Bron: Notariskrant)

Over alimentatie in het algemeen, maar kinderalimentatie in het bijzonder, bestaan veel misverstanden. We lichten er vijf uit.

Kinderalimentatie is een bijdrage van de niet-verzorgende ouder in de kosten van verzorging en opvoeding van zijn of haar kind(eren). De kinderalimentatie kan tussen de ouders onderling worden afgesproken of zijn vastgesteld door een rechtbank. Van de vele misverstanden die bestaan over kinderalimentatie, lichten we er vijf uit.

1. Alimentatie stopt na 21e jaar De plicht tot het betalen van kinderalimentatie eindigt doorgaans als een kind 21 jaar wordt, waarna de plicht van een ouder om financieel bij te dragen aan zijn kind slechts bestaat voor zover het kind behoeftig is. Van deze wettelijke bepaling kan echter op verschillende manieren afgeweken worden. Zo kan contractueel vastgelegd worden dat ouders blijven bijdragen in de kosten, nadat het kind 21 jaar is geworden. Hierdoor heeft het kind ook na zijn 21e jaar recht op alimentatie.

2. Stiefouder is alimentatieplichtig Een stiefouder is slechts onder voorwaarden alimentatieplichtig naar een stiefkind toe. Indien een stiefouder een huwelijk of geregistreerd partnerschap is aangegaan met de ouder van het kind, én het kind behoort tot het gezin van de stiefouder en de ouder, dan is de stiefouder onderhoudsplichtig. Deze onderhoudsplicht geldt ook als de stiefouder geen gezag over het kind uitoefent, maar houdt voor de gezagloze stiefouder op na beëindiging van het huwelijk of geregistreerd partnerschap.

3. Altijd recht op kinderalimentatie Niet onder alle omstandigheden heeft een meerderjarig kind recht op kinderalimentatie. Net als bij partneralimentatie, kan het recht erop doorbroken worden door gedrag van de onderhoudsgerechtigde ‘waardoor niet langer van de alimentatieplichtige gevergd kan worden dat nog langer alimentatie wordt betaald’. Het gaat dan om gedrag waardoor de lotsverbondenheid tussen ouder en kind doorbroken wordt.

4. Pas na scheiding recht op alimentatie Niet alleen na een scheiding heeft een verzorgende ouder recht op kinderalimentatie. Indien tijdens een huwelijk of geregistreerd partnerschap de ouders niet meer samenwonen, dient de niet-verzorgende ouder bij te dragen in de kosten van het onderhoud van de kinderen.

5. Zonder inkomen geen alimentatieplicht Kinderalimentatie wordt niet alleen berekend aan de hand van inkomen, maar ook vermogen. Als een onderhoudsplichtige ouder geen inkomen (loon of uitkering) heeft, maar wel vermogen, dan kan toch verlangd worden dat kinderalimentatie wordt betaald. Dit geldt ook als het vermogen bestaat uit smartengeld of een erfenis.

(Bron: Jurofoon)

Als ondernemer krijgt u te maken met flink wat administratieve verplichtingen. Voor veel starters vormt dat vaak het grootste struikelblok. Daarom bij deze: vijf veelgestelde vragen én antwoorden over administratie.

 Vraag 1 Wat zijn de wettelijke verplichtingen? Een administratie bestaat uit alle bedrijfsgegevens die u op papier of elektronisch vastlegt. Van uw (in- en verkoop-)facturen, bonnetjes en agenda’s tot software en database-bestanden. U bent als ondernemer verplicht een degelijke administratie te hanteren die bij de aard van uw bedrijfsactiviteiten past.

Daarnaast bent u verplicht om de administratie minimaal 7 jaar te bewaren, ook na het stoppen van uw bedrijf. De administratie vormt de basis voor uw aangiftes. Als deze onvolledig is of niet te controleren is door de Belastingdienst, kan dat vervelende gevolgen hebben.

Vraag 2 Hoe zet ik een goede boekhouding op? Een boekhouding is een geordende weergave van alle inkomsten en uitgaven van een persoon of bedrijf. Daaronder vallen een aantal basisgegevens onder, zoals het grootboek, de debiteuren- en crediteurenadministratie, de voorraadadministratie, de in- en verkoopadministratie en eventueel de loonadministratie.

Vraag 3 Moet ik alles zelf doen of uitbesteden? En doe ik dat online of offline? Als uw bedrijf niet al te groot of complex van aard is, kunt u overwegen uw administratie zelf te doen. Het opzetten hiervan vergt even tijd, daarna gaat het om regelmatig bijhouden. Een tip hierbij: de Belastingdienst bezoekt op verzoek ook startende ondernemers. Geen controle, maar een (gratis) bezoek om te zien of u nog vragen heeft, bijvoorbeeld of uw administratie correct is opgezet. Legt u zich liever toe op uw kernkwaliteiten als ondernemer, dan kan uitbesteden van uw administratie ook een optie zijn. Dit kan in z’n geheel of gedeeltelijk, en eventueel online. Houd er rekening dat als u uw administratie online uitbesteed er vaak extra kosten zijn, die in eerste instantie niet zichtbaar zijn. Bovendien weet u niet waar uw administratie word opgeslagen en wie er nog meer toegang tot de administratie heeft behalve uzelf. Wie graag cijfert of weinig geld wil uitgeven, doet het inboeken zelf; een administrateur stelt de jaarstukken op en is stand-by voor ingewikkelde vragen. Kiest u voor een uitgebreider pakket, dan maakt hij ook periodiek rapportages van omzet, winst en btw, en verzorgt hij belastingaangiften en eventuele bezwaarschriften.

Vraag 4 Moet ik een urenadministratie bijhouden? Om in aanmerking te komen voor fiscale voordelen zoals de zelfstandigenaftrek, is het bijhouden van een urenadministratie verplicht. Maar ook voor uzelf kan het handig zijn om een urenadministratie bij te houden. Zo ziet u waar uw uren in gaan zitten en of deze rendabel zijn.

Vraag 5 Wat staat er op een goede factuur? Een door u uitgereikte factuur is correct als hij voldoet aan wettelijk gestelde eisen en een aantal vastgestelde basisgegevens bevat. Zoals bijvoorbeeld adresgegevens, btw-nummer en een opeenlopend (factuur)nummer. Een factuur per mail is ook rechtsgeldig, u hoeft deze dus niet altijd per post te sturen.

(Bron: De Zaak)

In zijn artikel ‘Fiscale consequenties lastenvrije familielening eigen woning’ brengt fiscalist R.J.J.J. Bakker tien belangrijke aspecten onder de aandacht van een familielening.
  1. Omschrijf de familielening in een schriftelijke leningsovereenkomst. Een notariële akte met de juiste redactie voorkomt veel financiële narigheid.
  2. Registreer eventueel de leningsovereenkomst bij de belastingdienst, afdeling Succesie en Registratie. Deze registratie zegt niets over de inhoud of de juistheid daarvan, maar bewijst wel het bestaan van de lening. En het voorkomt het alsnog achteraf en daardoor te snel redigeren van een leningovereenkomst met de kans op fiscale onvolkomenheden. De aanleiding van het onderzoek kan zijn dat het kind meer rente aftrekt voor de inkomstenbelasting dan de belastingdienst aan informatie ontvangt van de bank(lening).
  3. Leg de essentiële onderdelen van de familielening vast, zoals het rentepercentage en de duur van de rentevastperiode, het aflossingstijdstip, de leensom, de bestemming eigenwoninglening, de reguliere opzeggingsgronden, wanneer de renteverschuldigd is (maandelijks vooraf/achteraf/jaarlijks en/of bij vooruit betaling).
  4. In geval van een niet-direct opeisbare lening dient (als hoofdregel) het rentetarief gekoppeld te zijn aan de zakelijke marktrente. Verzamel en leg de rentetarieven van met leningsvoorwaarden vergelijkbare geldverstrekkers vast.
  5. De zakelijk vergelijkbare rente kan binnen een marge van de plus-of-min 25% zonder schenkingsconsequenties plaatsvinden. Deze afwijking en de keuze daarin is afhankelijk van de financiële positie van het kind en van de ouders. Voor de ouders kan het interessant zijn om meer rendement te krijgen door een hogere (voor het kind aftrekbare) rente te vragen. Maar is de rente onzakelijk hoog, dan kan het bovenmatige deel als een schenking (van het kind aan de ouder) worden aangemerkt. Voor dit deel zou dan kunnen worden verdedigd door de belastingdienst dat dit feitelijk geen vergoeding is voor het schuldig blijven van de hoofdsom. Gevolg is dat de lening fiscaal moet worden gesplitst.
  6. Is de lening direct-opeisbaar, dan geldt een fiscale normrente van 6%.
  7. Fiscaal maakt het niet uit of de lening onderhands is of hypothecair is ingeschreven. Financieel maakt het onderscheid wel uit. Bij omvangrijke leningsbedragen heeft het de voorkeur om deze hypothecair in te schrijven. Dat maakt de financiële rechtspositie van de familie als schuldeiser sterker ten opzichte van andere schuldeisers bij een financiële malaise van het kind. In geval van inschrijving dient de eerste hypotheeknemer toestemming te geven voor hypothecaire inschrijving.
  8. Het rentepercentage bij een niet-direct opeisbare familielening wordt mede bepaald door de (on)zekerheid met betrekking tot het terugbetalen van de lening. Is de familielening onderhands, dan is voor de schuldeiser dit risico groter dan bij een hypothecaire ingeschreven lening. Dat beïnvloedt de hoogte van de prijs. De rente als vergoeding voor het ter beschikking stellen van de hoofdsom kan om die reden hoger zijn bij een onderhandse lening in vergelijking met een hypothecaire lening.
  9. ‘Terugschenken’ van de betaalde rente mag geen onderdeel van de leningsovereenkomst zijn en niet afdwingbaar; dus per definitie formele vrijheid voor de ouders. En terugontvangen rente vormt geen box 1-inkomen voor het kind.
  10. In box 3 wijzigt voor de ouders niets. Immers, het bestaande vermogen in box 3 is omgezet in een lening/vordering op het kind. Onder ‘overige vorderingen’ wordt hiervan jaarlijks aangift e gedaan, waarbij het fi ctieve rendement van 4% telt en niet de daadwerkelijk ontvangen rente. Indien de familielening is gefinancierd op basis van de overwaarde van de eigen woning in box 1 van de ouders (zonder aftrekbare rente en met eventueel het herleven van het eigenwoningforfait), ontstaat er wel nieuw box 3-vermogen voor de ouders.

(Bron: De Hypotheekadviseur)

Met een leventestament hou je regie over je leven als je al dan niet tijdelijk bent uitgeschakeld. Een ongeluk zit in een klein hoekje. Met een levenstestament zorg je ervoor dat alles wordt geregeld op jouw manier; ook als jij zelf uit de roulatie bent.

Een zwaar auto-ongeluk, een hersenbloeding, dementie… Het zijn zaken waar je liever niet aan denkt. Toch kan het iedereen overkomen. In zulke situaties kun je (tijdelijk) niet voor jezelf zorgen. Het is handig als er dan iemand is die voor jou de honneurs waarneemt.

Onder curatele

Er bestaan drie soorten maatregelen die hierin voorzien. Voor beslissingen over persoonlijke zaken, zoals medische verzorging, kun je een mentor toegewezen krijgen. Voor financiële zaken kan een bewindvoerder worden aangesteld. Ben je helemaal niet meer in staat om je financiële en persoonlijke belangen te behartigen, dan kun je onder curatele worden gesteld. In dat geval word je volledig handelingsonbekwaam en mag je over vrijwel niets meer zelfstandig beslissen.

Deze vormen van toezicht moeten bij de kantonrechter worden aangevraagd. Dat is een vrij omslachtige en – als geen spoedprocedure wordt opgestart – tijdrovende methode. Daarnaast valt nog maar te hopen dat jouw wensen worden ingewilligd en de rechter een vertegenwoordiger aanwijst waar jij vertrouwen in hebt.

Leventestament

Wil je de regie over je leven voeren, ook als je (tijdelijk) uitgeschakeld bent, dan kun je overwegen een levenstestament op te stellen. Hierin kun je precies vastleggen hoe met alles wat je lief is moet worden omgesprongen als je handelingsonbekwaam wordt: je gezondheid, je huis, de kinderen, je vermogen en eventueel je bedrijf. Je wijst per terrein een of meer personen aan (gevolmachtigden) die jouw belangen namens jou behartigen en geeft aan hoe zij moeten handelen. Dit kan zo gedetailleerd als je zelf wilt.

Daarmee is het levenstestament een aanvulling op het ‘gewone’ testament, dat pas in werking treedt nadat je bent overleden.

Vermogen

Een heel belangrijk onderdeel van dit document betreft je financiën. In het levenstestament kun je aangeven wie jouw vermogen gaat beheren en wat er met dat vermogen moet gebeuren. Moet namens jou geld worden geschonken aan familieleden of goede doelen? Wat moet er met het huis gebeuren als je in een verpleeghuis moet worden opgenomen? En wat gaat er met de inboedel gebeuren?

Je kunt bij de verklaring overzichten bijsluiten van bankrekeningen en verzekeringen, om jouw vertegenwoordiger alvast op weg te helpen.

Medische zorg

Ook persoonlijke zaken kunnen aan bod komen in het levenstestament. Je kunt bijvoorbeeld vermelden wie de zorg voor je kinderen of je huisdier op zich neemt.

Een ander belangrijk aspect zijn je wensen op medisch gebied. Je kunt in het document een euthanasieverklaring laten opnemen, waarin je aangeeft wanneer volgens jou sprake is van uitzichtloos lijden. Of een niet-behandelverklaring, waarin je meldt onder welke omstandigheden doorbehandelen voor jou geen zin meer heeft.

Uiteraard kun je ook kiezen voor een behandelverbod, waarin je aangeeft of je onder alle omstandigheden levensverlengende behandelingen wilt ondergaan. Ook kun je aangeven of je wel of niet wil worden gereanimeerd. Je kunt zelfs een keuze voor een verzorgingshuis opnemen.

Verder kun je in het levenstestament ook opnemen wie jou moet vertegenwoordigen tegenover artsen en verpleegkundigen. Dat kan veel onrust voorkomen, want als je niets hebt geregeld, is voor medici vaak onduidelijk wie namens jou mag handelen. Zeker als familieleden met elkaar van mening verschillen, kan dat je behandeling frustreren, met alle risico’s van dien.

Dit betekent overigens niet dat al jouw wensen per definitie worden ingewilligd. Een arts heeft ook een eigen verantwoordelijkheid en kan een behandeling weigeren als dat volgens hem medisch zinloos is of onaanvaardbare risico’s met zich meebrengt. Hij moet zijn besluit dan wel motiveren.

Eigen bedrijf en leventestament

Voor één groep mensen is het levenstestament extra waardevol: ondernemers. Een bedrijf kan stuurloos raken als de directeur plotseling uitvalt. Om de continuïteit te waarborgen kun je in een levenstestament vastleggen wie jouw taken overneemt en namens jou de knopen doorhakt als jij hiertoe niet meer in staat bent.

Je kunt in de volmachten ook beperkingen aanbrengen, door bijvoorbeeld een maximum te stellen aan de hoogte van investeringen of door alleen volmachten voor specifieke taken te geven, zoals investeringen of personele zaken.

Met zo’n ondernemersvolmacht kun je veel ellende besparen. Je voorkomt dat de verkeerde het roer overneemt en foute, onomkeerbare besluiten kan nemen.

Als je een levenstestament opstelt, is het heel belangrijk dat je alles vooraf goed doorspreekt met de gevolmachtigde(n), zodat deze niet voor verrassingen komen te staan en geen misverstanden kunnen ontstaan.

Rol Notaris

Je moet je levenstestament laten opstellen bij de notaris. Het voordeel hiervan is dat de akte als bewijs dient, dat je wilsbekwaam was toen je het testament liet opstellen. De notaris moet zich er namelijk van vergewissen dat je bij je volle verstand was toen je je wensen op papier liet zetten.

Het document wordt opgenomen in het Centraal Levenstestamenten Register, dat vorig jaar is opgericht. Net als in het Centraal Testamentenregister wordt hierin precies bijgehouden wie wanneer een levenstestament heeft laten opmaken, en bij welke notaris dat is gebeurd. Het register mag alleen door notarissen worden geraadpleegd. Het biedt geen inzage in de inhoud van het testament.

Je kunt je levenstestament altijd wijzigen of herroepen, behalve wanneer je daadwerkelijk wilsonbekwaam bent. Dit moet eveneens bij notariële akte gebeuren.

(Bron: Z24 Zakelijk Nieuws)