DIT IS MIJN WINST SOFTWARE B.V.

All posts in Kennisbank voor de Zelfstandige Zonder Personeel(ZZP)

kunt wettelijke rente in rekening brengen als een klant niet op tijd betaalt. Dat geldt als die klant een bedrijf is, maar ook als het een consument is. In het laatste geval is de wettelijke rente wel lager. Lees verder om te zien wanneer u de wettelijke rente kunt toepassen en wat het actuele percentage is.

Wettelijke rente berekenen

Klant is een bedrijf of overheidsinstantie Soms betaalt een klant niet op tijd. Is die klant een onderneming of een overheidsinstantie, dan treedt de Wet betalingsachterstand bij handelstransacties in werking. Over het openstaande bedrag kunt u dan de wettelijke rente (ook wel handelsrente, of wettelijke rente bij handelstransacties genoemd) berekenen. Daarvoor hoeft u de klant geen formele herinnering of aanmaning te sturen.

Deze wettelijke rente wordt doorgaans elk halfjaar aangepast. Kijk hier voor een overzicht met het actuele percentage van de wettelijke rente »

Als u uw product of dienst heeft geleverd zonder leveringsvoorwaarden, dan is de betalingstermijn automatisch dertig dagen na ontvangst van de factuur. Als u echter ook geen factuur stuurt, dan mag u pas rente berekenen op de dertigste dag na de levering van de diensten of goederen.

Klant is een particulier of consument Als uw klant een particulier of consument is, dan brengt u de wettelijke rente niet-handelstransacties in rekening. Voor het actuele percentage: kijk hier »

De wettelijke betalingstermijn Als u geen betalingstermijn bent overeengekomen met uw klant, dan geldt de wettelijke betalingstermijn. Deze verstrijkt:

  • Dertig dagen nadat de klant de factuur heeft ontvangen;
  • Dertig dagen na ontvangst van het product of de dienst, wanneer niet vaststaat of de klant de factuur heeft ontvangen, of als de klant de factuur eerder ontvangt dan het product of de dienst;
  • Dertig dagen nadat de afgesproken termijn is verstreken waarbinnen een klant een product of dienst kan goedkeuren of aanvaarden.

De wettelijke rente

De wettelijke rente voor handelstransacties wordt doorgaans elk half jaar aangepast. Hij heeft als basis de herfinancieringsrente van de Europese Centrale Bank, verhoogd met 7%.

Een voorbeeld De rente gaat automatisch in na afloop van de betalingstermijn. In uw leveringsvoorwaarden kan dat bijvoorbeeld al na veertien dagen zijn. Heeft uw klant deze voorwaarden geaccepteerd, dan moet hij dus al vanaf devijftiende dag de rente op het openstaande bedrag vergoeden.

Voorbeeld Wanneer u een product op 1 maart levert en de factuur à € 1.000 wordt tegelijkertijd ontvangen, dan gaat de rente in op 15 maart. Wordt pas op 15 april betaald, dan is de afnemer 31/365 x (11,07%van € 1.000) = €9,40 aan rente verschuldigd. Blijft de betaling langer dan een jaar uit, dan mag u na een jaar de rente bij de hoofdsom optellen. Daarna berekent u de rente over het hogere bedrag.

(Bron: De Zaak)

Onlangs bleek dat de Belastingdienst een achterstand heeft met het verwerken van de bezwaarschriften. Het is de bedoeling dat deze stapel in september helemaal is weggewerkt. Dit kan mogelijk ook gevolgen hebben voor de behandeling van uw bezwaarschrift. Mocht de afhandeling van uw bezwaar erg lang duren, dan kunt u daar wel iets tegen doen. U kunt de fiscus in gebreke stellen.

Als u het niet eens bent met de aanslag van de Belastingdienst kunt u bezwaar aantekenen. Dit bezwaar moet u binnen zes weken na de datum op uw aanslag indienen (de bezwaartermijn). De fiscus neemt uw bezwaar dan in behandeling, maar moet in principe wel binnen een bepaalde termijn reageren. Gebeurt dat niet dan heeft u de mogelijkheid om een uitspraak van de fiscus af te dwingen. Dit is echter wel aan bepaalde regels gebonden.

Geld verdienen bij overschrijding wettelijke termijn

Heeft u na het verlopen van de wettelijke termijn nog niets gehoord, dan kunt u de fiscus dwingen om uitspraak te doen door ze in gebreke te stellen. De wettelijke termijn verloopt zes weken na de bezwaartermijn. De fiscus heeft nog wel de mogelijkheid om dit met zes weken te verlengen. Na ontvangst van de ingebrekestelling heeft de Belastingdienst 14 dagen om alsnog uitspraak op het bezwaarschrift te doen. Bij overschrijding van deze termijn gaat automatisch de teller voor een dwangsom lopen. De dwangsom bedraagt de eerste 14 dagen € 20 per dag, de volgende veertien dagen € 30 per dag en daarna € 40 per dag. Maximaal is de dwangsom € 1.260.

U wilt zo snel mogelijk een uitspraak

U moet een ingebrekestelling schriftelijk indienen. Hierin moet u aangeven om welk bezwaar het gaat, dat de termijn voor uitspraak op bezwaar is verstreken en dat u graag zo snel mogelijk een uitspraak wilt hebben. Op de website van de Belastingdienst kunt u een formulier vinden om de fiscus in gebreke te stellen.

(Bron: Bestuur Rendement)

Slimmer cijferen levert sneller geld op. Direct bruikbare tips om kosten te besparen of geld te verdienen.

TIP 1 Zijn bedrijfsauto’s of andere roerende zaken (bijna) aan vervanging toe? Dan kan het slim zijn om juist nú daarover te gaan onderhandelen, in plaats van die investeringen nog een jaar uitstellen. De kans op een zeer scherpe deal is nu veel groter, dan wanneer de economie weer aantrekt en iedereen weer gaat investeren.

TIP 2 Geef uw personeel duidelijke doelstellingen, op basis van uw financiële doelstellingen. Dat motiveert, en vergroot de kans dat de prognose voor dit jaar wordt gehaald.

TIP 3 Durf tijdig te snijden in de vaste kosten. Bedrijven die dat tijdig doen, zijn de winnaars van élke crisis.

TIP 4 Maak er een gewoonte van om een keer per kwartaal met uw boekhouder of accountant te praten over de financiële stand van zaken in uw bedrijf.

TIP 5 Factureer sneller, maar probeer ook zelf uw rekeningen tijdig te voldoen. Dat levert goodwill op en daarmee mogelijkheden om geld te besparen. Wellicht zijn leveranciers bereid tot een korting of een ander voordeel voor zo’n modelklant als u.

TIP 6 Vraag af en toe offertes op voor materialen en/of diensten die u voor uw bedrijfsvoering nodig hebt. Wat kost ’t bij een ander?

TIP 7 Investeren met een lening van de bank? Ga dan eerst bancair shoppen. Er zitten momenteel procenten verschil in de rente die banken berekenen.

TIP 8 Laat een financieel adviesbureau inventariseren wat uw kansen zijn op een krediet bij de bank.

TIP 9 Gaat de bank met u in zee? Vraag dan bijvoorbeeld om een tienjarige aflossingsperiode in plaats van een vijfjarige, maar zorg wel dat extra aflossingen mogelijk blijven. Zo behoudt u financiële elasticiteit in tijden dat het slechter gaat.

TIP 10 Wie de bank weet te overtuigen dat zijn bedrijf administratief op orde is, wordt doorgaans minder snel verplicht om tussentijds cijfers aan te leveren.

TIP 11 Laat uw belastingaangifte invullen of in elk geval nalopen door een fiscalist of accountant. Die zijn niet goedkoop, maar hebben een permanente scholingsplicht en weten exact waar er geld valt terug te halen bij de fiscus.

(Bron: De Zaak)

Een maatschap is een van de vele rechtsvormen waarvoor een startende ondernemer bij de oprichting van een bedrijf kan kiezen. Deze specifieke rechtsvorm is met name geschikt voor mensen die hun beroep samen met anderen als zelfstandig ondernemer willen uitoefenen. In deze checklist vindt u alle regels en details: 5 vragen en antwoorden over de maatschap.

1. Wat houdt een maatschap precies in?

Een maatschap is een van de vele rechtsvormen waarvoor een ondernemer bij de start van zijn of haar bedrijf kan kiezen. Een maatschap bent u nooit alleen. Het is namelijk een samenwerkingsverband tussen twee of meer personen, de zogenaamde maten. Bij het oprichten van een nieuwe maatschap brengt iedere deelnemende maat afzonderlijk iets van waarde in (geld, goederen arbeid etc.), waarbij het uiteindelijke voordeel hieruit wordt verdeeld onder alle maten.

Een maatschap is vooral interessant voor ondernemers die gezamenlijk een praktijk willen starten en hiervoor een zogenaamd vrij beroep uitoefenen. Je ziet deze rechtsvorm dan ook vooral veel terug in de medische en juridische sector. Zo kiezen bijvoorbeeld veel (tand)artsen en advocaten, maar ook accountants, architecten en tolken ervoor een eigen maatschap op te richten.

2. Is de maatschap een rechtspersoon?

Nee. In tegenstelling tot bijvoorbeeld een besloten vennootschap is bij deze rechtsvorm iedere deelnemer, vaak aangeduid als ‘maat’, voor een evenredig deel aansprakelijk voor alle gemaakte schulden van de betreffende maatschap.

3. Hoe zit het dan met die aansprakelijkheid?

In tegenstelling tot een vennootschap onder firma zijn alle deelnemende ondernemers van een maatschap aansprakelijk voor een evenredig deel van het bedrijf. Dat houdt in dat bij een eventueel faillissement vrijwel nooit één maat opdraait voor de gehele opgebouwde schuld van de onderneming. Indien een maat onbevoegd blijkt te hebben gehandeld, zijn de anderen in principe niet aansprakelijk. Houd er wel rekening mee dat schuldeisers wel degelijk aanspraak mogen maken op uw privévermogen om zo uw deel van de schuld op te eisen.

4. Met welke belastingen krijg ik te maken?

In de meeste gevallen zal de Belastingdienst u als zelfstandig ondernemer beschouwen. Daarmee heeft u als maat recht op bepaalde belastingvoordelen, zoals de ondernemers- en investeringsaftrek en MKB-winstvrijstelling. Deze fiscale voordelen komen overeen met die van een eenmanszaak. U moet inkomstenbelasting betalen over uw winst (deze wordt belast in box 1). Wat de BTW betreft ziet de ficus de maatschap als ondernemer. Daardoor zijn de BTW-regels van toepassing op de maatschap. Als maat bent u voor de BTW geen ondernemer, maar mocht u namens de maatschap personeel willen gaan aannemen, krijgt u wel te maken met loonheffingen.

5. Is een maatschapscontract verplicht?

Nee, maar het is desalniettemin ten zeerste aan te raden om wel een dergelijk contract tussen u en de andere maten te laten opstellen. Sinds 2008 moeten alle maatschappen (met uitzondering van de zogenaamde stille (externe) maatschappen) worden ingeschreven in het Handelsregister van de Kamer van Koophandel (KvK). Bij de oprichting hoeft, net als bij een eenmanszaak, geen akte te worden opgesteld.

Maar een maatschapscontract, waarin u en de andere maten onderling afspraken maken over bijvoorbeeld de winstverdeling, de minimale inbreng van een nieuwe maat en hoe en wanneer de maatschap eventueel kan worden beëindigd, is zeker geen overbodige luxe. De neuzen in uw nieuwe maatschap kunnen nu nog allemaal dezelfde kant op staan, maar hier kan ooit verandering in komen. Met een maatschapscontract voorkomt u dat er in de toekomst mogelijk frictie ontstaat tussen een of meerdere leden uit de maatschap. Bovendien is het handig om een officieel document in handen te hebben waarop u tijdens eventuele conflicten kunt terugvallen.

(Bron: Ikgastarten)

Wil de inspecteur een vergrijpboete opleggen nadat hij al de naheffingsaanslag heeft opgelegd, dan moet hij aan een aantal bepalingen voldoen. Sowieso gelden er rondom het opleggen van boetes veel fiscale regels.

De fiscus heeft een aantal methoden om medewerking van belastingplichtigen en inhoudingsplichtigen af te dwingen of gedragingen te bestraffen. Een van deze methoden is het opleggen van een fiscale boete. Er bestaan twee verschillende soorten fiscale boeten: de verzuimboete en de vergrijpboete. Binnen deze twee categorieën zijn verschillende beboetbare feiten te constateren. De twee verschillende boetesoorten hebben ieder een eigen doel.

Verschil tussen verzuim- en vergrijpboete

Een verzuimboete heeft tot doel een gebod tot nakoming van fiscale verplichtingen te bewerkstelligen. Bij een verzuim speelt opzet, grove schuld en wetenschap in beginsel geen rol. In feite is sprake van een soort ordeboete. De vergrijpboete is gericht op het bestraffen van een handelen of nalaten waarbij er sprake is van opzet of grove schuld.

Grove schuld en opzet

Grove schuld en opzet zijn gradaties van verwijtbaarheid. Het belang van het onderscheid is vooral gelegen in de strafmaat. Bij grove schuld beloopt de boete in principe 25% van de verschuldigde belasting, in geval van opzet 50%. Bij herhaling van het vergrijp binnen vijf jaar worden deze percentages verdubbeld. De inspecteur zal moeten bewijzen dat daadwerkelijk sprake is van grove schuld of opzet.

Vergrijpboete bij naheffing

In artikel 67f van de Algemene Wet inzake Rijksbelastingen (AWR) is onder meer bepaald dat de inspecteur voor het (gedeeltelijk) niet of niet tijdig betalen van afdrachtbelastingen een vergrijpboete kan opleggen tot maximaal 100% van het onbetaald gebleven bedrag. In geval van grove schuld legt de inspecteur in beginsel een vergrijpboete op van 25% en bij opzet in beginsel 50%.

Niet gelijktijdig opleggen

In het vijfde lid van artikel 67f AWR wordt verwezen naar de bepaling dat de inspecteur binnen zes maanden na het vaststellen van de naheffingsaanslag alsnog een boete kan opleggen. Er moet dan sprake zijn van feiten of omstandigheden die pas later bekend werden. Bovendien moeten aanwijzingen bestaan dat het aan opzet of grove schuld van de belastingplichtige is te wijten dat te weinig belasting is geheven. Als dit gebeurt, moet de inspecteur tegelijkertijd met het opleggen van de naheffingsaanslag aan de belastingplichtige mededelen dat wordt onderzocht of een vergrijpboete gerechtvaardigd is.

Rechtspraak

Bij Gerechtshof Amsterdam was de vraag aan de orde of de standaardmededeling ‘Een vergrijpboete is op zijn plaats indien er sprake is van opzet of grove schuld’ in een brief die voorafging aan de naheffingsaanslag voldoende was. Volgens het hof was dit inderdaad het geval en kon de brief worden beschouwd als de mededeling die in de wet wordt genoemd. Hierbij was het niet van belang dat de mededeling niet op hetzelfde moment werd gedaan als dat de naheffingsaanslag werd opgelegd.

Grove schuld

In deze zaak bewees de inspecteur bovendien dat sprake was geweest van grove schuld. De aangiften omzetbelasting die de belanghebbende deed, sloten niet aan bij de administratie. Verder maakte de belastingadviseur jaarlijks voor belanghebbende een herrekening, maar de verschillen uit de herrekening gaf de belanghebbende niet aan op een suppletieaangifte btw. De vergrijpboete bleef in stand.

(Bron: Taxence)

Bent u ontevreden over een bank, een verzekeraar of een andere financiële onderneming? Dan kunt u een klacht indienen Hieronder beschrijven wij hoe u dat het beste doet. 

Stap 1 Schrijf in een brief duidelijk wat uw klacht is en wat u verwacht van de financiële onderneming. Zorg daarbij voor een goede onderbouwing van uw klacht!

 Stap 2 Bent u ontevreden met de klachtafhandeling van de financiële onderneming of krijgt u geen reactie? Meld dan uw klacht binnen drie maanden bij het Klachteninstituut Financiële Dienstverlening, www.kifid.nl

 Stap 3 Als het Kifid uw klacht niet kan behandelen, kunt u naar de rechter stappen. 

Stap 4 Ga bij elke stap na wat de procedures en voorwaarden zijn. Waarmee moet u rekening houden? 

Stap 5 Stuur altijd een kopie van uw klacht naar het Meldpunt Financiële Markten. Want zo kan de AFM eventueel maatregelen nemen en daarmee meer soortgelijke problemen voorkomen.

(Bron: AFM)

Als ondernemer moet u rekening houden met de aanslagen voor verschillende belastingen. Welke belastingaangiftes zijn voor u van belang en hoe gaat dit precies in zijn werk? U leest er alles over in onderstaand artikel: 5 vragen en antwoorden over de belastingaangifte.

1. Waarover moet ik als ondernemer aangifte doen?

Het is de bedoeling dat u voor uw aangifte inkomstenbelasting of vennootschapsbelasting jaarlijks de gemaakte winst aangeeft. Heeft u personeel in dienst? Dan bent u ook werkgever en moet daarnaast dus regelmatig aangifte doen voor de loonheffingen (loonbelasting/premie volksverzekeringen, premies werknemersverzekeringen en de inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet).

2. Wat is het verschil tussen aanslag- en aangiftebelastingen?

Bij de aanslagbelasting gaat het met name om het doen van de aangifte. Deze  aangifte is voor iedere ondernemer verplicht. De hoogte van de belasting wordt naar aanleiding van uw gegevens berekend door de Belastingdienst, waarna u de belastingaanslag per post ontvangt. Bij aangiftebelastingen draait het juist prominent om de betaling. In dit geval informeert de ondernemer de fiscus in de vorm van een verplichte aangifte, maar hij of zij berekent en betaalt de belasting op eigen initiatief. Het gevolg is dat u over aangiftebelastingen zoals loonheffingen en de omzetbelasting geen belastingaanslag meer zult ontvangen.

3. Om welke belastingaangiftes gaat het?

Er bestaan verschillende soorten aangiften, ieder met hun eigen bijzonderheden. Zo krijgt u vaak te maken met de aangifte voor inkomsten- en vennootschapsbelasting, omzetbelasting en/of loonheffingen. Hieronder vindt u per belastingsoort de belangrijkste bijzonderheden:

Inkomsten- en vennootschapsbelasting

  • De balans, winst-en-verliesrekening en fiscalewinstberekening zijn een vast en verplicht onderdeel in de digitale aangifte inkomsten- en vennootschapsbelasting.
  • Vergeet niet om bij de aangifte voor de inkomstenbelasting ook uw andere inkomen uit box 1 (inkomen uit werk en woning), box 2 (inkomen uit aanmerkelijk belang) en box 3 (inkomen uit sparen en beleggen) te vermelden.
  • Hoewel het niet mogelijk is een digitale aangifte door meerdere fiscale partners te laten ondertekenen, is dit in sommige gevallen wel wettelijk verplicht. De Belastingdienst gaat er in dat geval vanuit dat u voor uzelf en alle fiscale partners een handtekening heeft gezet. Neemt u een financieel adviseur in de arm om dit soort zaken voor u te regelen? Dan moet u met hem bespreken of hij door u gemachtigd is om de aangifte te ondertekenen met een digitaal certificaat. Meer informatie hierover vindt u bij de Belastingdienst.

Omzetbelasting

  • Na uw aanmelding als ondernemer hoort u vanzelf van de Belastingdienst op welke termijn u aangifte moet gaan doen over de omzetbelasting. De meeste ondernemers moeten dit ieder kwartaal doen, maar de daadwerkelijke aangifteperiode zal afhangen van het bedrag dat u doorgaans kwijt bent aan BTW.
  • Als startende ondernemer ontvangt u na uw officiële inschrijving bij de Kamer van Koophandel (KvK) op een gegeven moment uw eerste aangifte omzetbelasting. De bedoeling is dat u dit formulier invult en terugstuurt naar de Belastingdienst, zelfs als u op dat moment nog geen omzet heeft gedraaid. Indien de eerste aangifte betrekking heeft op een langer verstreken periode, zal er nog niet meteen een acceptgiro  bij het aangiftebiljet zitten. Moet u over die periode echter toch btw betalen, krijgt u een naheffingsaanslag voor het bedrag dat u op uw aangifte hebt aangegeven. Let op: deze betaling moet zijn voldaan vóór de datum die op de aanslag staat aangegeven. Overige bijzonderheden leest u hier op de website van de Belastingdienst.

Loonheffingen

  • Na uw officiële registratie als werkgever kunt u ieder jaar een aangiftebrief tegemoet zien, waarin informatie staat over welke aangiftetijdvakken van een belastingjaar u later aangifte loonheffingen moet gaan doen. De gemiddelde duur per aangiftevak is een maand of vier weken.
  • De aangifte wordt ingevuld aan de hand van de loonstaten van uw werknemers. Vergeet ook niet te berekenen hoeveel loonheffingen u moet afdragen. Binnen hetzelfde kalenderjaar is het mogelijk om correctieopgaven bij te voegen over eerdere aangiftevakken. Eventuele positieve of negatieve correctiesaldo’s verrekent u in dat geval met de afdracht over het aangiftetijdvak waarvoor u de correcties hebt bijgevoegd.
  • Het is van groot belang dat u op tijd aangifte doet en niet te laat betaalt. Aangiftes en betalingen die te laat binnen komen bij de ficus kunnen aanzienlijke boetes tot gevolg hebben. Meer details hierover leest u op de website van de Belastingdienst.

4. Kan ik digitaal aangifte doen?

Ja, dat is in veel gevallen mogelijk en soms zelfs verplicht. Als ondernemer moet u onder meer aangiften en opgaven voor de inkomstenbelasting, vennootschapsbelasting, omzetbelasting, loonheffingen en eerstedagsmelding digitaal doen. Klik hier voor een overzicht van alle belastingen die ondernemers digitaal moeten aangeven. Digitaal aangifte doen kan op verschillende manieren. Zo kunt u gebruik maken van speciale aangifte- of administratiesoftware of de aangifte op de website van de Belastingdienst doen. Uiteraard kunt u er ook voor kiezen om de aangiftes (gedeeltelijk) door uw fiscaal adviseur te laten verzorgen.

5. Wat als ik mijn belastingaanslag niet op tijd heb betaald?

In dat geval loopt u het risico hiervoor een (fikse) boete te krijgen. Houd er rekening mee dat u altijd kunt proberen om uitstel van betaling aan te vragen. Wanneer u ziet aankomen dat u de betaling van een (voorlopige) aanslag nog niet kunt voldoen, kunt u dus het beste zo snel mogelijk actie ondernemen en een betalingsregeling treffen.

Indien de betalingstermijn voor de inkomsten- of vennootschapsbelasting wordt overschreden, stuurt de fiscus in eerste instantie een betalingsherinnering. Als de betaling dan nog niet binnen de gestelde periode is voldaan, ontvangt u vrij snel daarna een aanmaning om de belasting alsnog binnen tien dagen te betalen. Daarna volgt een dwangbevel om alsnog binnen twee dagen te betalen. Lukt dat niet? Dan kan de Belastingdienst beslag laten leggen op zaken van uw onderneming of zelfs op privézaken. Het is niet uitgesloten dat deze bezittingen vervolgens worden verkocht om het verschuldigde bedrag alsnog op te halen.

(Bron: Ikgastarten)

Omdat het oprichten van een bedrijf in de meeste gevallen een kwestie is van vooral zaaien en (nog) niet oogsten, moet een startende ondernemer zijn of haar uitgavenpatroon goed in de gaten houden. Want wie nog weinig of helemaal geen winst maakt, moet slim zijn. Hieronder vindt u een paar simpele manieren om meer over te houden: 4 tips voor startups om extra geld te besparen.

1. Uitbesteden: zo weinig mogelijk

Het is verleidelijk om alle zaken die u niet zo liggen of waar u nog weinig verstand van heeft uit te besteden, maar wanneer u geld wilt besparen is het verstandig om hier eerst nog eens goed naar te kijken. U kunt het doen van uw administratie bijvoorbeeld in eerste instantie ingewikkeld en daardoor een vervelende klus vinden, maar het kan wel degelijk lonen om u hier een periode intensief in te verdiepen. Als u de meeste fiscale zaken voortaan zelfstandig kunt regelen, scheelt dat later uiteindelijk aanzienlijk in de kosten die komen kijken bij het inhuren van een financieel adviseur.

Er zijn uiteraard situaties waarin u niet om het inschakelen van een externe professional heen kunt. In dat geval kunt u deze het beste inhuren op uurbasis, zodat u specifiek betaalt voor het geleverde werk. U kunt ook ervoor kiezen om eerst zelf de nodige research te plegen –  vragen stellen op gratis online fora op het gebied van marketing, sales of juridische zaken levert al snel meerdere reacties op – en deze informatie vervolgens voor te leggen aan een expert. Omdat u zelf al het nodige voorwerk heeft verricht, kunt u sneller tot de kern overgaan en bent u uiteindelijk minder geld kwijt.

2. Kantoor aan huis

Een idyllisch grachtenpand in hartje Amsterdam of een modern kantoor op een goed bereikbare locatie is misschien op den duur wenselijk, maar hier hangt wel een prijskaartje aan. Indien u momenteel nog maar weinig klanten en andere zakenrelaties persoonlijk hoeft te ontvangen, is het wellicht verstandig om het kopen of huren van dat prachtige bedrijfspand nog maar even achterwege te laten en vanaf huis te werken. Als de branche waarin u werkzaam dit toelaat natuurlijk.

Als u wel vanaf het begin een bedrijfslocatie nodig heeft, laat dan de kosten dan de belangrijkste factor zijn bij het maken van uw beslissing. Dat houdt waarschijnlijk in dat u in eerste instantie een minder fotogeniek kantoor betrekt op een wat minder prominente locatie, maar zolang uw bedrijf goed bereikbaar is, hoeft dat helemaal geen probleem te zijn. Als uw startup eenmaal echt winst begint te maken, kunt u altijd alsnog besluiten om uw onderneming in een monumentaal pand in het oude stadscentrum te vestigen.

3. Tweedehands interieur

Heeft u eenmaal een geschikte bedrijfslocatie gevonden? Dan moet u het pand nog mooi inrichten. Weinig startende ondernemers zullen hiervoor naar een dure designwinkel stappen en hun heil eerder zoeken bij ketens zoals IKEA, maar vergeet ook niet om eens naar een kringloopwinkel te gaan of Martkplaats te checken. Als u hier bijvoorbeeld goedkope opbergkasten of een bureau koopt, houdt u weer meer geld over om te investeren in andere belangrijke zaken, zoals computers, printers en software.

4. Kijk en vergelijk

Een startende ondernemer kan in deze periode eigenlijk niet spaarzaam genoeg zijn. Voordat u over gaat tot de daadwerkelijke aanschaf van een product of dienst, of dat nou om machines, bouwmaterialen of het inhuren van een tekstschrijver voor uw website gaat, is het verstandig om de prijs-kwaliteit verhouding van de verschillende aanbieders met elkaar te vergelijken. Dit wil niet per definitie zeggen dat de goedkoopste optie altijd de beste is, maar wanneer u goed op de hoogte bent van wat de rest van de markt doet, kunt u allicht bij de aanbieder van uw keuze een aantrekkelijke korting regelen. Iedere euro die u zo bespaart, kunt u vervolgens weer in uw eigen bedrijf investeren. Dit zal ertoe leiden dat uw onderneming sneller groeit, meer omzet geneert en er sneller in andere zaken kan worden geïnvesteerd.

De start van een bedrijf vraagt om de nodige investeringen, bijvoorbeeld de aanschaf van machines en kantoorartikelen. De meeste startende ondernemers hebben dan ook financiering nodig, maar juist in deze tijd kan het voor startende ondernemers lastig zijn om een lening van de bank te krijgen. In dat geval kan een microkrediet uitkomst bieden: 5 vragen en antwoorden over microfinanciering.

1. Wat is microfinanciering?

Kort gezegd is de definitie van microfinanciering: de combinatie van op de (startende) ondernemer gerichte coaching en het verstrekken van een microkrediet tot maximaal vijftigduizend euro. Het microkrediet is een lening van maximaal vijftigduizend euro, waarmee u de start van uw startup kunt realiseren of uw bedrijf uitbreiden. Daarnaast heeft u de mogelijkheid om zowel tijdens als na de startfase van de onderneming door een coach te worden begeleid. Dit is zeker aan te bevelen, omdat een dergelijke deskundige uw kans op succes aanzienlijk vergroot.

2. Voor wie?

Microfinanciering is speciaal bedoeld voor kleine en startende ondernemers die problemen ondervinden bij het krijgen van een krediet bij een reguliere bank, bijvoorbeeld omdat zij hiervoor over onvoldoende middelen beschikken of op korte termijn te weinig zekerheid kunnen bieden. Het gaat hierbij in het bijzonder om ondernemers met minder dan vijf werknemers in dienst of Zelfstandigen Zonder Personeel (ZZP’ers).

3. Wat is het doel van microfinanciering?

Het voornaamste doel van microfinanciering is het stimuleren van de kredietverlening aan het kleinbedrijf. Sinds de economische crisis is het er voor kleine en startende ondernemers niet makkelijker op geworden om een krediet toegewezen te krijgen via reguliere financiële instellingen. De overheid wil deze groep ondernemers op dit gebied een handje helpen door 1,8 miljoen euro extra in microfinanciering te investeren.

De microkredieten worden uiteindelijk toegewezen door Qredits, een gespecialiseerde kredietverlener die zich richt op de financiering van kleine ondernemingen in Nederland. Qredits is geen bank, maar een landelijke kredietinstelling. De organisatie is een uniek samenwerkingsverband tussen ABN AMRO Bank, ING Nederland en Rabobank Nederland in samenwerking met de Ministeries van Economische Zaken, Landbouw & Innovatie en van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

4. Hoe gaat de Qredits-procedure in zijn werk?

Zoals bij vrijwel iedere overheidsregeling voor (startende) ondernemers, zijn er enkele voorwaarden. Zo moet u, wanneer u in aanmerking wilt komen voor microfinanciering, een haalbaar ondernemingsplan hebben geschreven. Daarnaast moet u beschikken over kenmerkende ondernemerskwaliteiten, zoals doorzettingsvermogen, commercieel inzicht en bevlogenheid. U kunt vervolgens op de Qredits-website een online kredietaanvraag doen. Startende ondernemers moeten van tevoren wel alle zaken op deze checklist hebben afgevinkt.

In principe verloopt de verdere procedure voor starters als volgt:

  1. Qredits controleert de volledigheid van uw aanvraag en onderzoekt of uw onderneming binnen de doelgroep past
  2. Indien nodig wordt u gevraagd om aanvullende gegevens toe te sturen
  3. Vervolgens wordt uw afgeronde aanvraag verzonden naar de Qredits-bedrijfsadviseur in uw regio
  4. Naar aanleiding van een persoonlijk gesprek met u stelt deze bedrijfsadviseur een adviesrapport op
  5. Indien het advies van de bedrijfsadviseur positief is, wordt de aanvraag beoordeeld door de afdeling risico management
  6. Zijn ook zij akkoord? worden de officiële overeenkomsten opgemaakt en via de post naar u verstuurd
  7. Zodra Qredits de ondertekende aktes in goede orde heeft ontvangen, zal het krediet binnen enkele dagen worden overgeboekt naar uw zakelijke bankrekening.

5. Wat heb ik aan een ondernemerscoach?

U hebt voor het ondernemerschap gekozen of gaat hiervoor kiezen, omdat u onder andere veel waarde hecht aan zelfstandigheid. U wilt de meeste zaken graag zelf regelen. Maar bij het starten van een bedrijf en het vinden van de juiste financiering komt veel kijken. Dan kan het fijn zijn als er af en toe iemand over uw schouder meekijkt en u adviseert over die zaken waar het u nog aan echte expertise ontbreekt. Om die reden gaat het bij microfinanciering vaak niet alleen om het verstrekken van het krediet; een traject van intensieve coaching en begeleiding is minstens zo belangrijk.

De website Eigenbaas.nl heeft een landelijk netwerk opgezet van Microfinanciering (MF)-ondernemerspunten. Hier kunt u terecht voor deskundig en onafhankelijk advies, zoals over het schrijven van een ondernemingsplan, de juiste verzekeringen en het opzetten van een overzichtelijke administratie. In de meeste gevallen zijn er kosten verbonden aan deze vorm van ondernemerscoaching, maar de hoogte hangt af van uw persoonlijke situatie. De MF-ondernemerspunten vindt u terug in heel Nederland. Door uw gegevens in te voeren in deze postcodezoeker, krijgt u in een oogopslag alle locaties bij u in de buurt te zien.

Komt u in aanmerking voor microkrediet?

Wanneer u wel een goed idee hebt maar voor de financiering niet voldoet aan de acceptatiecriteria van banken, kan Qredits uitkomst bieden. Met deze vorm van microfinanciering ligt een krediet tot vijftigduizend euro alsnog binnen handbereik.

(Bron: Ikgastarten)

Voor de aftrek van kosten van werkruimte gelden speciale regels. Als u een pand huurt voor bewoning, wilt u misschien een deel ervan voor uw onderneming gaan gebruiken. U richt een klein gedeelte, bijvoorbeeld een zolderkamer, in als atelierruimte. Of u gaat de garage gebruiken als werkplaats. Het deel van de woning dat u voor de onderneming gebruikt, is voor de inkomstenbelasting werkruimte. Er moet – net als bij een eigen woning – wel sprake zijn van een zelfstandige ruimte. Ook moet u voldoen aan de inkomenseis (zie onderstaande figuur).

Figuur: Aftrek kosten van een werkruimte in uw woning

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Als het in uw situatie mogelijk is de kosten van werkruimte af te trekken, stelt u eerst vast welk deel van de huur, verlichting, verwarming, inrichting en dergelijke voor uw woning is, en welk deel voor de werkruimte. Het deel voor de werkruimte kunt u als ondernemingskosten opvoeren en aftrekken van de opbrengsten van de onderneming. Als u over deze kosten ook btw hebt betaald, kunt u deze btw aftrekken als voorbelasting als u daar recht op hebt. Tot de aftrekbare kosten horen onder meer:

  • een evenredig deel van de huur (u kunt hiervoor meestal uitgaan van het vloeroppervlak van de werkruimte)
  • de energiekosten, verzekeringskosten, schoonmaakkosten en dergelijke die u maakt voor de werkruimte
  • de inrichtingskosten van de werkruimte, bijvoorbeeld voor vloerbedekking, behang, bureau(s) en kastruimte (over deze kosten moet u mogelijk afschrijven)

(Bron: belastingdienst)