DIT IS MIJN WINST SOFTWARE B.V.

All posts in Nieuws voor de eenmanszaak of vof

Gegevensopslag in VS Mag een Nederlands bedrijf nog wel data opslaan in de VS? Onduidelijkheid overheerst. Advocaten en adviseurs hebben het druk.

Bijna alles wat je in Nederland op een computer doet is terug te voeren op Amerikaanse servers van Amazon, Microsoft en Google. Dat is te danken aan de cloud: goedkope rekenkracht en opslag op afstand.

Maar Nederlandse bedrijven die vertrouwen op deze cloud kunnen er niet meer blindelings van uitgaan dat ze voldoen aan alle regels voor bescherming van privacy. Dat komt doordat het Europese Hof van Justitie eerder deze maand het zogeheten Safe Harbor-verdrag torpedeerde. Volgens het Hof biedt dat onvoldoende bescherming tegen meegluren door de Amerikaanse overheid.

Privacyadvocaten en -adviseurs van onder meer KPMG, De Brauw Blackstone Westbroek en SOLV Advocaten hebben het daardoor veel drukker dan normaal, laten ze desgevraagd weten. Het schrappen van Safe Harbor zorgt bij bedrijven voor veel onzekerheid.

Elk bedrijf dat gegevens verzamelt of verwerkt, is verantwoordelijk voor de veiligheid van die gegevens. Safe Harbor was de meest gebruikte juridische constructie bij clouddiensten. Van veelgebruikte opslagdiensten van bijvoorbeeld Microsoft en Google, en van klantendatabanken van bijvoorbeeld Salesforce, is nu onduidelijk geworden of die voldoen aan de privacybeschermingseisen. Mogelijk is dat niet zo.

Er zijn voor Safe Harbor wel juridische alternatieven om data op te slaan in de VS. Een optie is om dat te regelen in modelcontracten, waarin staat dat de gebruiker akkoord gaat met opslag in de VS. Of in zogeheten binding corporate rules: bedrijfsbrede, door de overheid goedgekeurde privacyvoorwaarden.Maar: „Er zijn organisaties waar dan ruim 1.800 verschillende contracten nodig zijn, zegt Ronald Koorn, partner bij KPMG. „Onwerkbaar.”

Niet uniek voor de VS

Bovendien oordeelde het Hof dat er in de VS überhaupt te weinig waarborgen zijn om data af te schermen voor geheime diensten. „Dat zou kunnen betekenen dat ook alternatieven niet zomaar meer kunnen”, zegt Menno Weij, partner bij SOLV Advocaten. Dit probleem is niet uniek voor dataopslag in de VS. „Ook bij opslag in andere landen is hierover veel onduidelijk”, zegt Richard van Staden ten Brink, partner van De Brauw Blackstone Westbroek.

Privacyexperts zeggen dat er al langer onzekerheid bestaat over de legaliteit van het opslaan van gegevens in de Amerikaanse cloud, maar dat door de Safe Harbor-uitspraak nog meer verwarring is ontstaan. „Multinationals waren hier al langer mee bezig”, zegt Johan van Duijn, manager bij KPMG. „Maar ook andere organisaties die veel te maken hebben met de cloud komen nu met vragen.”

Er moet een standaard komen die voor rust zorgt

Adviseurs en advocaten hebben een financieel belang om te benadrukken hoe ingewikkeld en riskant de situatie is; daaraan verdienen zij immers hun geld. Maar ook de gezamenlijke Europese privacytoezichthouders, waaronder het College bescherming persoonsgegevens (CBP), hebben de afgelopen week gewaarschuwd dat het zeer onduidelijk is hoe gegevens nu legaal op servers in de VS servers gestald kunnen worden. Zij eisen snelle actie van Europese instellingen. Een nieuw verdrag tussen de EU en de VS zou een oplossing zijn.

Ook werkgeversorganisatie VNO-NCW/MKB Nederland pleit voor een ‘Safe Harbor 2.0’: „Dat moet op hoog politiek niveau gebeuren”, zegt secretaris David de Nood. „Het dataverkeer tussen de Verenigde Staten en Europa is van groot economisch belang.”

De toezichthouders hebben een deadline gesteld op 31 januari. Als bedrijven hun Amerikaanse dataverwerking dan nog niet goed hebben geregeld, overwegen zij in te grijpen, waarschuwden ze vrijdag. Dat zorgt voor nog meer druk op bedrijven.

(Bron: NRC.nl)

Ondernemers moeten zich voor hun internetverkopen van goederen sneller dan voorheen voor btw-doeleinden registreren in Frankrijk, als zij goederen leveren aan in Frankrijk woonachtige vrijgestelde ondernemers of particulieren. Het drempelbedrag wordt vanaf 2016 verlaagd van € 100.000 naar €  35.000 en is dan even hoog als in België. Het drempelbedrag voor Duitsland bedraagt € 100.000. Blijft btw registratie ten onrechte achterwege? Dan loopt u het risico op een btw naheffingsaanslag en een fikse boete.

 

Regeling voor afstandsverkopen

De regeling voor afstandsverkopen geldt voor verkopen op afstand. Dit zijn verkopen vanuit een andere lidstaat. Een dergelijke levering aan een btw-ondernemer leidt normaal gesproken tot een intracommunautaire verwerving in de lidstaat van aankomst van de verzending.

 

De levering aan de volgende afnemers leidt echter niet tot een verwerving:

  • Particulieren (= niet-btw-ondernemers).
  • Landbouwregelaars (= toepassing landbouwregeling).
  • Btw-ondernemers die uitsluitend btw-vrijgestelde prestaties verrichten.
  • Niet-btw-plichtige rechtspersonen, die uit de lidstaat minder afnemen dan

o    € 10.000 (lidstaat van verwerving: Nederland)

o    € 11.200 (lidstaat van verwerving: België)

o    € 12.500 (lidstaat van verwerving: Duitsland)

o    € 10.000 (lidstaat van verwerving: Frankrijk).

 

Doordat in de lidstaat van aankomst geen heffing btw plaatsvindt, bepaalt de lidstaat van verzending het btw-tarief. De leveranciers doen er dus goed aan om zich in de lidstaat te vestigen met het laagste btw-tarief. Zij zorgen ervoor, dat het voor de afnemers niet uitmaakt vanwaar de goederen worden verzonden. Dit bereiken de leveranciers door zorg te dragen voor de verzending van de goederen.

 

Concurrentie voorkomen

De regeling voor afstandsverkopen moet voorkomen, dat er concurrentie optreedt tussen lidstaten. Boven een bepaalde omzetdrempel bepaalt de lidstaat van aankomst het btw-tarief. Er moet dan btw worden voldaan in de lidstaat van aankomst van de verzending. De leverancier is deze btw verschuldigd.

 

Btw-registratie in ander EU-lidstaat

Bij overschrijding van de drempelwaarde (of het jaar ervoor) bent u verplicht tot btw-registratie in de andere EU-lidstaat. Doet u dit niet? Dan riskeert u een naheffingsaanslag en een fikse boete van de buitenlandse Belastingdienst. De kans op een dergelijke buitenlandse naheffing wordt namelijk steeds groter.

 

Tip

Levert u goederen aan vrijgestelde ondernemers of particulieren in andere lidstaten? Ga dan na of u uw onderneming moet registreren in de andere lidstaat.

(Bron: ABAB)

De Hoge Raad oordeelt dat voor elke vanaf 1 juli 2011 gedane uitspraak op bezwaar heeft te gelden dat de inspecteur zich slechts op omkering en verzwaring van de bewijslast kan beroepen als een informatiebeschikking onherroepelijk is geworden of als de vereiste aangifte niet is gedaan.

Mevrouw X exploiteert een juweliersbedrijf. Na een boekenonderzoek legt de inspecteur een btw-naheffingsaanslag aan X op. De aanslag is bij uitspraak op bezwaar van 7 januari 2013 gehandhaafd. Met betrekking tot de aanslag is geen informatiebeschikking vastgesteld. Rechtbank Den Haag stelt de inspecteur in het gelijk. Volgens Hof Den Haag moet reeds vanwege het niet nakomen van de administratieve verplichtingen de bewijslast worden omgekeerd en verzwaard. X gaat in cassatie.

De Hoge Raad oordeelt dat voor elke vanaf 1 juli 2011 gedane uitspraak op bezwaar heeft te gelden dat de inspecteur zich slechts op omkering en verzwaring van de bewijslast kan beroepen als een informatiebeschikking onherroepelijk is geworden of als de vereiste aangifte niet is gedaan. Ook ten aanzien van de administratieve verplichtingen is de omkering en verzwaring van de bewijslast afhankelijk van een informatiebeschikking (zie HR 2 oktober 2015, nr. 14/02335, V-N 2015/18.5). Het beroep van X is gegrond. Verwijzing volgt naar Hof Amsterdam om alsnog de stelling van de inspecteur te behandelen dat X niet de vereiste aangiften heeft gedaan.

(Bron: Taxlive)

Uit een FIOD-onderzoek bleek dat de certificaten van oorsprong van de door BV X geïmporteerde spaarlampen waren vervalst. Naar aanleiding hiervan legde de inspecteur in juli 2006 twee UTB’s aan antidumpingrechten van in totaal € 826.939 op. BV X ging in beroep en stelde dat zij in haar verdedigingsbelang was geschaad. Hof Amsterdam stelde vast dat de rechten van de verdediging van BV X weliswaar niet waren geëerbiedigd, maar besliste dat BV X daardoor niet was benadeeld. De stelling van BV X dat haar de mogelijkheid was ontnomen om vooraf te stellen dat zij ten aanzien van één van de aangiften niet als schuldenaar kon worden aangemerkt, was volgens het Hof een juridische stelling die na het uitreiken van de UTB’s kon worden getoetst. BV X ging met succes in cassatie. De Hoge Raad stelde voorop dat uit het Kamino en Datema-arrest van het EU-Hof van Justitie volgde dat een schending van de rechten van de verdediging bij de totstandkoming van een (bezwarend) besluit kon leiden tot nietigverklaring van het na afloop van de betrokken administratieve procedure genomen besluit, wanneer deze procedure zonder de onregelmatigheid een andere afloop zou kunnen hebben gehad. Daarvoor was niet vereist dat de douaneautoriteiten zonder deze schending zouden hebben afgezien van het vaststellen van één of meer van de UTB’s of dat deze op een lager bedrag zouden zijn gesteld. Volgens de Hoge Raad moest worden bewezen dat, wanneer de schending niet had plaatsgevonden, (1) degene tot wie de UTB was gericht, een inbreng had kunnen leveren die voor het vaststellen van de UTB van belang was en (2) niet kon worden uitgesloten dat deze had kunnen leiden tot een besluitvormingsproces met een andere afloop. Dit moest worden beoordeeld door de feitenrechter. De uitspraak van het Hof was volgens de Hoge Raad onjuist. De Hoge Raad vernietigde de uitspraak van het Hof en verwees de zaak terug naar Hof Amsterdam voor een verder onderzoek.

(Bron: FUTD)

Uw gemeente stelt ieder jaar de waarde van uw woning vast bij een voor bezwaar vatbare beschikking. De nieuwe WOZ-beschikking die u voor 2015 heeft of gaat ontvangen, gaat uit van de waarde van uw woning per 1 januari 2014. Deze WOZ-waarde is niet alleen van belang voor de OZB, maar ook voor het eigenwoningforfait in de inkomstenbelasting, de afschrijvingsbasis van bedrijfsonroerend-goed in de inkomsten- en vennootschapsbelasting, de waterschapsomslagen en in bepaalde gevallen ook voor de erf- en schenkbelasting. Het is dan ook van groot belang om de WOZ-waarde die de gemeente aan uw woning heeft toegekend, goed te controleren.

De procedures bij de belastingrechter over de effecten van bepaalde omstandigheden op de WOZ-waarde van woningen zijn talrijk, en loop veelal ook in het voordeel van de woningbezitter af. Fiscaal up to Date heeft in haar nieuwsbrief en databank veel uitspraken van Rechtbanken, Hoven en Hoge Raad opgenomen over waardeverminderende omstandigheden. De uitspraken betreffen niet alleen de algemene oorzaken, zoals achterstallig onderhoud aan de woning, bodemverontreiniging, geluidshinder en verkeersoverlast en verkeerde berekende inhoudsmaten, maar ook opmerkelijkere waardedrukkende factoren. Zo was de huisvesting van arbeidsmigranten op een bungalowpark voor Hof Den Haag aanleiding om de WOZ-waarde van een recreatiewoning op dat park te verminderen. Hof Arnhem-Leeuwarden verminderde de WOZ-waarde van een woning omdat de woningeigenaar overlast ondervond van jongelui die zijn tuin gebruikten als doorgangsroute om een speelterrein te bereiken. Dat zelfde Hof verminderde WOZ-waarde van een “uitgewoond” appartement met € 23.000. Keuken en sanitair waren zeer eenvoudig, de woning werd verwarmd door een gaskachel en warm water kwam uit een gasgeiser. Ook nabijgelegen hoogspanningsmasten en UMTS-masten voor mobiele verbindingen kunnen een lagere WOZ-waarde meebrengen. Zo verminderde Hof Den Haag de WOZ-waarde van een woning met € 37.000 in verband met een bovengrondse hoogspanningsverbinding op 116 meter afstand van de woning.

Wat oudere, maar nog steeds zeer tot de verbeelding sprekende uitspraken zijn de vermindering van de WOZ-waarde vanwege een naburig papegaaienbedrijf en vanwege het uitzicht op het WC-raampje van de buren.

Het volgende overzicht is een greep uit deze verzameling van spraakmakende zaken (via het Fidanummer krijgt u inzage in de rechterlijke uitspraak, alleen beschikbaar voor abonnees).

Bent u nog geen abonnee? Neem een (proef)abonnement en ervaar de snelle en complete nieuwsvoorziening van Fiscaal up to Date.

Recente artikelen (openbaar):

  • WOZ-waarde lager door onverklaarbaar verschil met referentieobjecten
  • Arbeidsmigranten op bungalowpark reden voor lagere WOZ-waarde
  • WOZ-waarde uitgewoond appartement met € 23.000 verminderd
  • ‘Succesvol bezwaar maken tegen WOZ-waarde’ Telegraaf, 26 januari 2015
  Instantie Fidanr.
WOZ-waarde lager door onverklaarbaar verschil met referentieobjecten Hof Arnhem-Leeuwarden 18-11-2014, nr. 13/00328 20146902
Arbeidsmigranten op bungalowpark reden voor lagere WOZ-waarde Hof Den Haag 29-7-2014, nr. 13/01652 20145892
WOZ-waarde uitgewoond appartement met € 23.000 verminderd Hof Arnhem-Leeuwarden 26-8-2014, nr. 13/01041 20145454
Slechte staat damwand drukte WOZ-waarde met € 19.000 Hof Arnhem-Leeuwarden 19-8-2014, nr. 13/00612 20145202
Structurele hoge waterstand en schimmel drukten WOZ-waarde met € 20.000 Hof Den Haag 5-8-2014, nr. 14/00113 20145145
Deplorabele staat woning drukte WOZ-waarde met € 12.000 Hof Amsterdam 3-7-2014, nr. 12/00346 20145009
WOZ-waarde fors lager omdat gemeente met teveel grond en inhoud rekende Hof Arnhem-Leeuwarden 24-6-2014, nr. 13/00597 20144187
Rijwoningen met minder grond geen referentiepanden voor hoekwoning Hof Amsterdam 26-6-2014, nr. 13/00110 20144089
Oostkapelle wat ligging en wind betreft geen Zoutelande: WOZ-waarde verlaagd Rechtbank Zeeland-West-Brabant 15-4-2014, nr. 13/4908 20143039
Waardedruk van € 11.000 voor scheuren in muren en staat van dakkapel Hof Arnhem-Leeuwarden 3-6-2014, nr. 13/00640 20143413
WOZ-waarde door vervuiling voormalige stortplaats met ruim 35% omlaag Hof Arnhem-Leeuwarden 4-3-2014, nr. 13/00208 20141592
Misbruik door jongelui van tuin aan water drukte WOZ-waarde woning Hof Arnhem-Leeuwarden 11-2-2014, nr. 12/00205 20140968
Waardevermindering van 25% voor bodemverontreiniging Hoge Raad 31-1-2014, nr. 13/03957 20140490
Ligging woning aan rondweg was waardedrukkende omstandigheid Rechtbank Noord-Nederland 7-6-2013, nr. 12/4343 20140214
Bovengrondse hoogspanningsleiding verminderde WOZ-waarde met € 37.000 Hof Den Haag 27-5-2013, nr. 12/00404 20140048
WOZ-waarde € 35.000 lager door geluidsoverlast van muziekvereniging Rechtbank Zeeland-West-Brabant 25-10-2013, nr. 12/5447 20137248
WOZ-waardedruk van meer dan € 100.000 voor wateroverlast souterrain Hof Arnhem-Leeuwarden 9-4-2013, nr. 12/00046 20132548
Dreigende executieverkoop was WOZ-waardedrukkend Hof Arnhem-Leeuwarden 29-1-2013, nr. 12/00018 20130952
Burenruzie verminderde WOZ-waarde als dit potentiële koper beïnvloedde Hof Arnhem-Leeuwarden 8-1-2013, nr. 12/00048 20130100
WOZ-waarde verminderd door economische crisis Hof Den Haag 15-6-2012, nr. 11/00346 20124072
WOZ-waarde verminderd wegens ligging langs drukke weg Hoge Raad 11-5-2012, nr. 12/00069 20123076
WOZ-waarde grachtenpand wegens verzakking € 143.000 lager Hof Amsterdam 26-4-2012, nr. 11/00072 20122965
Asbest leidde ook zonder noodzaak tot verwijdering tot lagere WOZ-waarde Hof Amsterdam 2-2-2012, nr. 11/00552 20122504
Houtworm en asbest in dakbeschot leidden tot lagere WOZ-waarde Hof Leeuwarden 27-3-2012, nr. 11/00109 20122186
WOZ-waarde met € 40.000 verminderd wegens stankoverlast Hoge Raad 17-2-2012, nr. 11/03369 20121152
Verlaging WOZ-waarde met bijna 5% voor plaatsing UMTS-telefoniemasten Hof Amsterdam 12-1-2012, nr. 10/00095 20120536
Ligging woning bij druk kruispunt leidde tot lagere WOZ-waarde Rechtbank Breda 7-12-2011, nr. 11/3523 20120474
Bodemverontreiniging,
wateroverlast en schoolplein leidden tot lagere WOZ
Rechtbank Dordrecht 10-1-2012,
nr. 11/34
20120326
Geluidsoverlast van treinverkeer
verminderde WOZ-waarde met € 16.000
Hof Arnhem 22-11-2011, nr. 11/00268 20116563
WOZ-waarde wegens wateroverlast
in kruipruimte met € 20.000 verminderd
Hof Amsterdam 28-7-2011, nr.
10/00887
20113815
Met aftrek van € 40.000 was
slechte onderhoudstoestand van flat gedekt
Hof Den Haag 8-6-2011, nr.
10/00295
20113388
Naastgelegen bordeel en
verzakkingen drukten WOZ-waarde met ruim 10%
Rechtbank Den Haag 1-6-2011, nr.
10/8694
20113401
Uit de hand gelopen burenruzie
drukte WOZ-waarde met € 75.000
Hof Amsterdam 28-4-2011, nr.
09/00808
20113249
Waardedruk van € 41.000 voor
tunnelbak en hangplek jongeren
Hoge Raad 29-4-2011, nr.
10/03620
20112052
Drugstoerisme in Bergen op Zoom
verminderde WOZ-waarde
Rechtbank Breda 7-2-2011, nr.
10/3342
20111123
Waardedruk van € 22.000
door geluidsoverlast van Randstadrail
Hof Den Haag 25-3-2011, nr.
10/00203
20110608
WOZ-waarde verminderd wegens Reeperbahn-effect Hof Den Bosch 29-7-2010, nr.
08/00797
20105429
Waardevermindering van
€ 40.000 voor achterstallig onderhoud
Hof Den Haag 6-10-2010, nr.
09/00894
20105159
Vochtschade aan binnenzijde
woning verminderde WOZ-waarde met € 15.000
Hof Den Haag 22-6-2010, nr.
09/00425
20103594
Rompslomp voor
bestemmingswijziging drukte WOZ-waarde met 10%
Hof Den Haag 23-6-2010, nr.
09/00764
20103401
Vermindering WOZ-waarde wegens
overlast naastgelegen veehouderij
Rechtbank Dordrecht 20-11-2009,
nr. 07/1088
20101778
WOZ-waarde met € 97.000
verminderd wegens overlast van hondenkennel
Hof Den Haag 19-1-2010, nr.
09/00537
20101482
WOZ-waarde van sloopwoning nabij
luchthaven fors verminderd
Hof Amsterdam 5-11-2009, nr.
07/00324
20095358
Fundering- en gevelschade
verminderden WOZ-waarde met € 55.000
Hof Den Haag 25-8-2009, nr.
07/00563
20093727
Schade aan woning door verslaafde
leidde tot lagere WOZ-waarde
Hof Den Haag 30-6-2009, nr.
08/00034
20093041
Nabijheid van horeca en
coffeeshop drukte WOZ-waarde
Hof Den Haag 7-7-2009, nr.
07/00627
20093961
Plannen om dijk terug te leggen
verminderden WOZ-waarde met 10%
Hof Arnhem 8-9-2009, nr.
08/00199
20094061
Nabijheid van spoorlijn
verminderde WOZ-waarde van woning met € 37.300
Rechtbank Almelo 28-10-2008, nr.
08/368
20084377
Waardedruk nabijgelegen
luchthaven en verkeersweg was 5%
Hof Arnhem 5-10-2007, nr.
07/00037
20073502
Windmolens nabij woning
verminderden WOZ-waarde met € 25.000
Hof Leeuwarden 17-8-2007, nr.
76/06
20072900
Waardedruk door asbestvervuiling
bedroeg in totaal € 47.740
Hof Arnhem 5-7-2007, nr.
06/00399
20072684
Studentenoverlast drukte
WOZ-waarde met € 35.000
Rechtbank Den Haag 29-6-2007,
nr. 06/5791
20072411
Naast woning gelegen pretpark
drukte WOZ-waarde
Rechtbank Middelburg 29-12-2006,
nr. 06/239
20070061
Nabijheid hondenuitlaatplaats
verminderde WOZ-waarde met f 5.000
Hoge Raad 11-02-2005 nr. 3992 20050630
Slagschaduwhinder windmolen
verminderde WOZ-waarde
Hoge Raad 17-12-2004, nr. 39644 20044508
Naburig papegaaienbedrijf
verminderde WOZ-waarde met € 10.000
Hof Arnhem 9-8-2004, nr.
02/03453
20043208
Niet-ontplofte bom in tuin
verminderde WOZ-waarde met € 22.689
Hof Den Haag 3-8-2004, nr.
03/03484
20042740
Naburige kippenmesterij leidde
tot vermindering WOZ-waarde
Hof Leeuwarden 20-2-2004, nr.
1403/02
20040631
Skatebaan leidde tot
vermindering WOZ-waarde
Hof Arnhem 23-4-2003, nr.
02/03112
20032205
WC-raampje van buren had
waardedrukkend effect op woning
Hof Den Haag 16-8-2000, nr.
97/03153
20003476

(Bron: FUTD)

Rechtbank Noord-Holland oordeelt dat de waarde vrij van huur van belang is. Nu X de woning heeft verkregen van zijn vader voor de waarde in verhuurde staat, is er sprake van een schenking.

X huurt een woning met drie bergingen van zijn vader. In 2008 wordt de woning met bergingen aan X geleverd. De verkoopprijs bedraagt € 162.000. De onroerende zaak is, in verhuurde staat, door een makelaar op € 150.000 getaxeerd. Een andere makelaar taxeert de waarde, vrij van huur en gebruik, op € 230.000. De inspecteur stelt dat er sprake is van een schenking, omdat van de waarde vrij van huur en gebruik moet worden uitgegaan.

Rechtbank Noord-Holland oordeelt dat er sprake is van een schenking, omdat X de woning heeft gekocht voor de waarde in verhuurde staat. De rechtbank overweegt daarbij dat het huurcontract, dat aan de bewoning ten grondslag ligt, door de koop, teniet gaat. De waarde van de onroerende zaak moet dan worden gesteld op de waarde in onbewoonde staat. Het gelijk is aan de inspecteur.

(Bron: Taxlive)

In de Awir zijn geen uiterste, bindende termijnen opgenomen, waarbinnen voorschotten kinderopvangtoeslag kunnen worden herzien. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS) heeft in zes zaken over kinderopvangtoeslagen een conclusie gevraagd aan A-G Keus. In alle zaken heeft de Belastingdienst/Toeslagen uitbetaalde voorschotten voor kinderopvangtoeslag meer dan vijf jaar na het verstrekken ervan in het nadeel van de aanvragers herzien of de toeslag definitief lager vastgesteld. De ABRvS wil van de A-G weten of, net als in het belastingrecht, een uiterste termijn is verbonden aan zo’n herziening en definitieve vaststelling. Hem is ook gevraagd om aandacht te besteden aan de verjaringstermijnen en andere vergelijkbare bindende termijnen binnen het algemeen bestuursrecht en het civiele recht. Verder attendeert de ABRvS erop dat de termijn waarbinnen de kinderopvangtoeslag definitief moet zijn vastgesteld, slechts termijnen van orde zijn. De ABRvS vindt uit een oogpunt van rechtszekerheid dat een aanvrager binnen een bepaalde termijn duidelijkheid moet krijgen over zijn aanspraak op een toeslag. De ABRvS zal de zaken op 14 december 2015 op een rechtszitting behandelen. De A-G brengt zijn conclusie uiterlijk zes weken na deze zitting uit. Daarna zal de ABRvS uitspraak doen in deze zaken, die speelden bij de rechtbanken van Den Haag, Rotterdam, Gelderland en Noord-Holland en waarin verschillend werd beslist.

(Bron: FUTD)

De staatssecretaris heeft vooruitlopend op een wetswijziging goedgekeurd dat de minimumwaarderingsregel (art. 3.137, lid 1, Wet IB 2001) niet van toepassing is bij afkoop van een aanspraak op lijfrente of periodieke uitkeringen. Door de recente economische ontwikkelingen zijn belastingplichtigen eerder genoodzaakt om lijfrenteovereenkomsten af te kopen. De toepassing van de minimumwaarderingsregel bij (geheel of gedeeltelijke) afkoop van een aanspraak op lijfrente kan er toe leiden dat een belastingplichtige meer belasting is verschuldigd dan het bedrag van de afkoopsom van de lijfrente. Dit doet zich met name voor bij lijfrenteovereenkomsten waarbij de waarde van de aanspraak op lijfrente door beleggingsverliezen aanzienlijk lager ligt dan de betaalde en afgetrokken premies of inleg. Het besluit is op 12 september 2015 in werking getreden.

(Bron: FUTD)

Advocaat-generaal IJzerman overweegt dat een informatiebeschikking komt te vervallen wanneer de Belastingdienst uitspraak op bezwaar doet in de procedure tegen de aanslag waarop de informatiebeschikking betrekking heeft. 

Belanghebbende, X, ontvangt een brief waarin de Belastingdienst een boekenonderzoek aankondigt voor de aangiften IB/PVV vanaf 2006 en een onderzoek bij een drietal vennootschappen van X. Als X niet alle gevraagde inlichtingen verstrekt, legt de Belastingdienst X de informatiebeschikking op die thans in geschil is.

Advocaat-generaal IJzerman overweegt dat een informatiebeschikking komt te vervallen wanneer de Belastingdienst uitspraak op bezwaar doet in de procedure tegen de aanslag waarop de informatiebeschikking betrekking heeft. Het wettelijke systeem houdt in principe in dat de inspecteur moet wachten met de vaststelling van gerelateerde aanslagen totdat de informatiebeschikking onherroepelijk is geworden. Omdat dit veel tijd kan vergen, heeft de informatiebeschikking schorsende werking. Als de inspecteur toch uitspraak op bezwaar doet, vervalt de informatiebeschikking van rechtswege, zodat ten aanzien van die aanslag of beschikking geen omkering van de bewijslast kan intreden wegens schending van een in de vervallen informatiebeschikking genoemde informatieverplichting. De A-G ziet noch in de wettekst noch in de wetsgeschiedenis reden om, zoals het hof heeft gedaan, ook een materiële toetsing te gaan aanleggen door in zijn beoordeling te betrekken of de vragen die hebben geleid tot de informatiebeschikking betrekking hebben op de kwestie die in geschil was blijkens de uitspraak op bezwaar. Ook is er geen ruimte voor een gedeeltelijke vernietiging van een informatiebeschikking, zoals het hof heeft gedaan. Verder overweegt de A-G dat de inspecteur het controledossier en een intern memorandum van het boekenonderzoek moet overleggen aan de rechter om te beoordelen of deze stukken aangemerkt kunnen worden als op de zaak betrekking hebbende stukken.

RTL verstrekte in december 2010 aan al haar 664 werknemers in vaste dienst een iPad ter waarde van € 699. RTL paste het eindheffingsregime toe op de iPads en maakte vervolgens bezwaar omdat zij vond dat sprake was van een communicatiemiddel in de zin van artikel 15b, lid 1, onderdeel f, Wet LB (tekst 2010) en niet van een computer in de zin van artikel 15b, lid 1, onderdeel s, Wet LB (tekst 2010). Rechtbank Haarlem verklaarde het beroep van RTL ongegrond maar Hof Amsterdam besliste dat de iPads moesten worden ingedeeld in de categorie communicatiemiddelen. De staatssecretaris ging in cassatie. De Hoge Raad besliste dat artikel 15b, lid 1, Wet LB in de onderdelen f en s een onderscheid maakte tussen respectievelijk de vergoeding voor telefoon, internet en dergelijke communicatiemiddelen – niet zijnde computers en dergelijke apparatuur en bijbehorende apparatuur – en de vergoeding voor computers en dergelijke apparatuur en bijbehorende apparatuur. Het onderscheid in twee elkaar uitsluitende categorieën dwong tot indeling van een apparaat in één van die categorieën. Eerst moest worden beoordeeld of de iPads moesten worden gerekend tot de “computers en dergelijke apparatuur en bijbehorende apparatuur” en pas bij een ontkennende beantwoording van die vraag moest volgens de Hoge Raad worden onderzocht of de iPads konden worden gerangschikt onder de categorie “telefoon, internet en dergelijke communicatiemiddelen”. Het Hof had dit miskend. De Hoge Raad deed de zaak zelf af en besliste dat uit de wetsgeschiedenis van artikel 15b, lid 1, onderdeel s, Wet LB volgde dat bij “dergelijke apparatuur” in de zin van die bepaling kon worden gedacht aan elektronische apparatuur die geheel of gedeeltelijk was bedoeld voor taken die ook met een computer konden worden verricht. De omschrijving van de iPad liet volgens de Hoge Raad geen andere conclusie toe dan dat deze in gelijke of zelfs sterkere mate dan digitale agenda’s en GPS-apparatuur waren bedoeld voor taken die ook konden worden verricht door een computer. De Hoge Raad besliste dat de iPad moest worden gerangschikt onder de in artikel 15b, lid 1, onderdeel s, Wet LB bedoelde categorie en verklaarde het beroep in cassatie van de staatssecretaris gegrond.

(Bron: FUTD)