DIT IS MIJN WINST SOFTWARE B.V.

All posts in Nieuws voor de Zelfstandige Zonder Personeel

ZZP’ers kunnen vanaf 1 december aanstaande al na 12 maanden zelfstandigheid een hypotheek krijgen met Nationale Hypotheek Garantie (NHG). Voorheen moest deze groep ten minste drie jaar actief zijn als zelfstandige.

Zelfstandigen kunnen vanaf begin december terecht bij SNS, Delta Lloyd, BLG Wonen, Aegon Hypotheken en RegioBank voor een hypotheek met NHG. Woonfonds sluit per 1 januari aan bij het initiatief van het Waarborgfonds Eigen Woningen(WEW) en ook bij NIBC Direct kunnen ZZP’ers binnenkort terecht.

Inspelen op maatschappelijke ontwikkelingen

Veel van de ruim 1,28 miljoen Nederlanders die als ZZP’er hun hoofdinkomen verdienen, hebben behoefte aan een financiering van een eigen woning. Zij ervaren hier echter hoge drempels. Het WEW stelt dat iedereen evenveel mogelijkheden moet hebben voor een verantwoorde financiering van de eigen woning, ongeacht de aard van het dienstverband en contractvorm

Snel, laagdrempelig en verantwoord

Het bepalen van een goed bestendig inkomen vraagt uitgebreide expertise, aldus WEW. Zelfstandigen en hun hypotheekadviseurs lopen nog regelmatig tegen moeilijkheden aan bij het aanvragen en afsluiten van een hypotheek. Daarom heeft het WEW de samenwerking met experts gezocht. Zij stellen het toetsinkomen vast, op een manier die goed aansluit bij de huidige arbeidsmarkt. Er wordt meer gekeken naar iemands verdiencapaciteit. Hierbij maakt het niet uit binnen welke contractvorm iemand zijn inkomen heeft verdiend. Met het inschakelen van deze experts vergemakkelijkt het WEW het proces voor ZZP’er en hypotheekadviseur. Na bepaling van het toetsinkomen wordt het reguliere hypotheektraject gevolgd.

(Bron: Accountancynieuws)

Grachtenpanden in Amsterdam ANP

Eigenaren van monumentale panden kunnen het onderhoud volgend jaar toch als aftrekpost bij de Belastingdienst opgeven. Het kabinet wilde de monumentenaftrek met ingang van 2017 schrappen. De Tweede Kamer reageerde kritisch; oppositiepartijen vreesden voor verval van het culturele erfgoed.

Minister Bussemaker (Onderwijs, Cultuur) ziet nu af van het plan en dat betekent dat er een financieel gat van 25 miljoen euro ontstaat. De minister vreest dat dit bedrag nog zal oplopen. “Het risico bestaat voor een aanzuigende werking, dat eigenaren werkzaamheden versneld uitvoeren”, staat in een brief aan de Tweede Kamer.

Plan

Ook wordt een aftrek voor scholing niet geschrapt. De komende tijd gaat Bussemaker een nieuw plan maken om de beide fiscale aftrekposten te vervangen.

Bussemaker wilde de aftrekpost van monumentale panden schrappen; de regeling zou gevoelig zijn voor “fouten en onbedoeld gebruik”. Met andere woorden: huiseigenaren zeggen hun pand te restaureren, maar zijn eigenlijk bezig hun huis voor zichzelf comfortabeler te maken.

(Bron: Nos.nl)

De Minister van Justitie stelt jaarlijks een indexeringspercentage voor alimentatie vast voor zowel partner- als kinderalimentatie.

percentage 2017

Voor 2017 is dit percentage inmiddels bekend en vastgesteld op 2.1%. Dit betekent dat per 1 januari a.s. de door de rechter of bij overeenkomst vastgestelde alimentatiebedragen met 2.1% verhoogd moeten worden.

Alimentatieplichtigen dienen de alimentatie telkens voor de eerste dag van iedere nieuwe maand aan alimentatiegerechtigden te voldoen. De eerste keer dat het nieuwe alimentatiebedrag voldaan dient te worden is dan ook in december 2016 voor de maand januari 2017.

achterstand

Als de indexering over voorgaande jaren nog niet is voldaan, kan het zijn dat de te weinig betaalde of ontvangen alimentatie is verjaard. Dat is al zo na verloop van vijf jaar. Incasso is dan niet meer mogelijk, maar het alimentatiebedrag moet wel worden geactualiseerd naar 2017.

Om geen achterstand op te lopen in betaling of ontvangst van alimentatie, is het raadzaam om de alimentatieplichtige tijdig op de hoogte te brengen van de verhoging.

(Bron: DVAN)

Werknemers die in hun privéauto voor hun baas rijden, komen er bekaaid vanaf. De onbelaste kilometervergoeding is al tien jaar onveranderd 19 cent per kilometer en daardoor schieten de berijders er fors bij in.

Dat stelt de Vereniging Zakelijke Rijders, die de belangen behartigt van mensen die over een leaseauto of andere wagen van de zaak beschikken en voor mensen die zakelijke kilometers rijden in hun privéauto. Dat gaat in totaal om circa 4,6 miljoen mensen. VZR wil dat het bedrag in ieder geval wordt opgetrokken tot minimaal 22 cent per kilometer.

„Morgen krijgen alle fracties van de politieke partijen een ’position paper’ van ons waarin wij uitleggen dat een redelijker vergoeding noodzaak is. Nu leggen alle rijders die hun eigen auto zakelijk gebruiken er al jarenlang geld bij. Bizar natuurlijk dat zij moeten opdraaien voor het falen van het fiscale vergoedingensysteem”, meent VZR-voorzitter Jan van Delft. „Nu subsidieert de werknemer als het ware de werkgever en dat is natuurlijk van de gekke.”

De onbelaste kilometervergoeding is de maatstaf voor de vergoeding die een werknemer krijgt als deze zijn privéauto zakelijk gebruikt. Van Delft: „Deze 19 cent staat in geen verhouding tot de daadwerkelijke autokosten die de werknemer heeft. Zo geeft het Nibud aan dat de werkelijke kosten voor een middenklasse auto 49 cent per kilometer zijn.”

De huidige vergoeding van 19 cent dateert van 1 januari 2006. Op Kamervragen heeft staatssecretaris De Jager van Financiën destijds geantwoord dat de 19 cent is bedoeld om de variabele kosten per kilometer te dekken. „Ook gaf hij aan het bedrag alleen te willen verhogen met de inflatie. Dit is echter sinds 2006 niet meer geëffectueerd.”

„De variabele kosten in mobiliteit zijn de afgelopen jaren fors gestegen. Denk hierbij aan reparatie, onderhoud en banden. Maar ook kosten als brandstof zijn duurder geworden. Zeker als we deze vergelijken met tien jaar geleden. Volgens de consumentenprijzen-index van het CBS zou de onbelaste kilometervergoeding per kilometer minstens 22 cent moeten zijn. Maar eigenlijk willen we dit bedrag verder opgetrokken zien richting het bedrag van het Nibud.”

„Het doel van deze forfaitaire vrijstelling van 19 cent is dat werkgevers hiermee in de regel de variabele kosten van het vervoermiddel onbelast kunnen vergoeden. De kilometerprijs van 49 cent die door het Nibud wordt genoemd is een kilometerprijs voor alle kosten, dus die vergelijking met het bedrag van 19 cent gaat niet op”, stelt een woordvoerder van het ministerie van Financiën. „Er zijn geen overigens geen plannen om het bedrag van 19 cent te verhogen.”

De VZR heeft uitgerekend dat een werknemer die 5000 kilometer per jaar voor zijn baas rijdt, er 1500 euro bij inschiet als je Nibud-methode erop loslaat. Van Delft: „Er zijn 3,3 miljoen mensen die regelmatig hun eigen auto inzetten tijdens hun werk en die zijn allemaal de dupe. De gelukkige medewerkers met een auto van of via de werkgever (circa 700.000 leaserijders en 600.000 met een auto ’van de baas’) hebben hier geen last van, hun kosten worden – op de bijtelling na – door de werkgever volledig betaald.”

(Bron: Telegraaf)

Op 1 september is de nieuwe Wet bescherming erfgenamen tegen schulden ingegaan. Deze wet heeft als doel om de erfgenaam die de nalatenschap zuiver heeft aanvaard, te beschermen tegen onverwachte schulden. Zuiver aanvaarden kan door een schriftelijke verklaring, maar ook door bepaalde gedragingen. In de oude wet werd niet uitgelegd om wat voor soort gedragingen het dan gaat. De nieuwe wet doet dat wél.

Zuiver aanvaarden

Je gedraagt je als ‘zuiver aanvaard hebbende erfgenaam’ als je goederen van de nalatenschap verkoopt of bezwaart met een schuld. Denk aan een hypotheek op een huis in de nalatenschap, of als je goederen op andere wijze aan schuldeisers onttrekt. Als je de schuldeisers te kennen geeft dat je de schulden van de nalatenschap voor je rekening neemt, aanvaard je ook zuiver.

Nieuwe mogelijkheid

De nieuwe wet geeft een mogelijkheid om alsnog beneficiair te aanvaarden als je achteraf geconfronteerd wordt met een schuld die je niet kende en ook niet behoorde te kennen. Je kunt dan ‘beneficiair aanvaarden’ binnen drie maanden nadat je de schuld ontdekt hebt. Dat gaat via de kantonrechter. Als er een onverwachte schuld boven tafel komt nadat de nalatenschap verdeeld is, en de schuld te hoog is om uit de nalatenschap te betalen, dan kan de erfgenaam die zuiver heeft aanvaard de kantonrechter binnen drie maanden verzoeken om te worden ontheven uit de verplichting om de schuld uit zijn eigen vermogen te voldoen. Deze mogelijkheid gaf de oude wet niet.

Beter beschermd

Wordt de erfgenaam nu echt beter beschermd door deze wijziging? Ik denk dat voorkomen beter is dan genezen. De beste bescherming is nog altijd beneficiair te aanvaarden. De wetgever kiest ervoor om dat niet als standaard in te voeren, in tegenstelling tot omringende Europese landen. Nu kun je alsnog in een discussie verzeild raken of je een schuld kende of had behoren te kennen. Dat wil je niet. De wetgever wil erfgenamen niet op kosten jagen omdat het 123 euro kost om beneficiair te aanvaarden, maar een procedure voeren over een discussie of je een schuld niet kende of behoorde te kennen, is vele malen duurder. Ik begrijp daarom niet waarom de wetgever voor deze ‘halve oplossing’ heeft gekozen. Als je een wet wijzigt, doe het dan meteen goed.

Openheid

Daarnaast geldt het oude advies: geef openheid van zaken aan eventuele schuldeisers. Dan kan je niet verweten worden dat je goederen aan schuldeisers onttrekt. Praktisch betekent dat bijvoorbeeld dat als er een huurwoning in de nalatenschap is die op korte termijn leeg opgeleverd moet worden, die best ontruimd mag worden. Je moet de inboedel dan wel opslaan en de schuldeisers daarvan in kennis stellen. En aangeven dat je de nalatenschap beheert en deze werkzaamheden in die hoedanigheid uitvoert.

(Bron: DAS)

De btw op ontvangen facturen in aftrek gebracht maar de factuur nog niet betaald? U bent de btw na één jaar weer aan de Belastingdienst verschuldigd. Deze voorgestelde nieuwe regeling leidt ertoe dat u de btw op deze openstaande facturen moet betalen op 1 januari 2017 en moet voldoen op uw btw-aangifte. Wij adviseren u na te gaan welke facturen op 1 januari 2017 een jaar openstaan. Door tijdig een akkoord te sluiten met uw crediteur kunt u terugbetaling van de btw voorkomen.

Voordeel terugbetalen btw

Heeft u een factuur uitgereikt met daarop btw, dan kunt u de btw weer terugvragen zodra de factuur een jaar openstaat. De btw op facturen die op 1 januari 2017 openstaan, kunt u terugvragen over het eerste tijdvak van 2018. De nieuwe regeling werkt dus niet terug in uw voordeel.

 

Nadeel terugbetalen btw

De nieuwe regeling werkt wél terug in uw nadeel. Heeft u de btw  op facturen nog niet betaald maar wel (deels) teruggevraagd? Dan bent u die btw weer verschuldigd als de factuur na een jaar nog openstaat. Dit geldt dus ook voor facturen die op 1 januari 2017 een jaar openstaan. De btw op deze oude facturen van vóór 1 januari 2016 bent u op 1 januari 2017 verschuldigd.

Maak een overzicht van facturen die u nog moet betalen.  Staan deze facturen op 1 januari 2017 al een jaar open? Dan bent u de btw die u heeft teruggevraagd, weer verschuldigd. De btw verwerkt u op de btw-aangifte over het eerste tijdvak in 2017. Een akkoord met de crediteur kan voorkomen dat u de btw weer verschuldigd bent. Het akkoord moet ertoe leiden dat de koopschuld wordt omgezet in een leenschuld.

(Bron: ABAB)

Staatssecretaris Eric Wiebes in de Tweede Kamer. (Foto: Phil Nijhuis/HH)

Grote bedrijven in het bankwezen, de bouw en andere sectoren verbreken in hoog tempo hun relaties met zzp’ers onder druk van de wet Deregulering Beoordeling Arbeidsrelaties (DBA), zo blijk uit een inventarisatie van deze krant. Naar schatting vele duizenden zelfstandigen verliezen hun opdracht. Vooral de grote opdrachtgevers vrezen hoge boetes en naheffingen wegens schijnconstructies, en zijn begonnen aan een eindejaarsschoonmaak om hun organisaties ‘DBA-bestendig’ te maken.

Grote schoonmaak

Grootbanken ING en Rabobank bevestigen dat ze bezig zijn het aantal zzp’ers sterk te reduceren om zich te conformeren aan de nieuwe wet van staatssecretaris Eric Wiebes. Ook de reorganisaties bij de instellingen spelen een rol. Hun woordvoerders zeggen dat zelfstandigen met cruciale expertise een vaste of tijdelijke baan aangeboden krijgen. Van andere zzp-relaties wordt voor 1 mei 2017 afscheid genomen. Ook pensioenuitvoerder PGGM verlaagt het aantal zzp-contracten. Naast de nieuwe wet speelt ook de reorganisatie daarbij een rol, aldus het bedrijf.

Vaste baan? Lang niet iedereen wil dit

Het vaste arbeidscontract is niet voor iedereen de heilige graal. Jonge, hoogopgeleide mensen verkiezen zelfontwikkeling en meebeslissen boven zekerheid en stilstand. De schoonmaak is echter veel breder gaande, onder meer in de bouw, de mediawereld, het verzekeringswezen en bij overheidswerkgevers waaronder ministeries en het onderwijs. Zelfstandigen en hun belangenbehartigers noemen BAM, Gasunie en verzekeraar Achmea. Ook bouwer Dura Vermeer is bezig met een grote schifting, bevestigt hr-directeur Alfred Boot.

‘Wat wel en niet mag, is onduidelijk. Als we de wet strak zouden toepassen zou de helft van onze zzp-inhuur niet meer mogen’, aldus Boot. Dura Vermeer heeft zo’n 800 zelfstandigen aan het werk, maar moet ook tientallen onderaannemers dwingen om zzp’ers naar huis te sturen, omdat het bedrijf als hoofdaannemer aansprakelijk is. Het bedrijf twijfelt bijvoorbeeld of zijn torenkraanmachinisten zich wel zzp’er mogen noemen, omdat ze niet hun eigen torenkraan bezitten. Op grote schaal mensen in vaste dienst nemen kan Boot niet omdat er te weinig werk is.

‘Geen vertrouwen in Belastingdienst’

‘Grote opdrachtgevers zijn buitengewoon terughoudend’, zegt bestuurder Marc Nijhuis van IT-detacheerder IT Staffing. Hij bemiddelt voor zo’n 1200 zelfstandigen. Van ongeveer een kwart daarvan is onduidelijk of zij zich volgens de DBA-wet zzp’er mogen noemen. ‘Sommige bedrijven zijn heel rigide en stoppen volledig met zzp-inhuur waardoor projecten in gevaar komen.’

De belangrijkste belangenbehartiger voor zelfstandigen Stichting ZZP Nederland vindt de exodus ‘zeer kwalijk’. Voorzitter Maarten Post zegt dat er allerlei spookverhalen de ronde doen, en dat het grijze gebied dusdanig groot is dat werkgevers ‘geen vertrouwen meer hebben in de Belastingdienst’. Post schat dat vele tienduizenden zzp’ers zonder opdrachten komen te zitten. Zo’n 10% van zijn achterban zit nu al helemaal zonder werk, zo bleek uit een eerdere peiling van Post.

De meeste discussie gaat over langere detacheringen, die soms wel vijf of zes jaar lopen: die kunnen als verkapte dienstverbanden en premieontduiking aangemerkt worden door de Belastingdienst als er er sprake is van een gezagsverhouding. Er is onder meer veel onduidelijkheid in de IT-branche, waar veel gewerkt wordt met grote projecten die een lange horizon hebben en specialistische kennis vereisen. Veel bedrijven willen de belangrijkste zelfstandigen behouden, door hen ofwel in vaste dienst te laten treden bij hun detacheerder, ofwel bij henzelf. Dat lukt lang niet altijd. De zzp’ers zelf voelen er vaak niets voor om in vaste dienst te treden, omdat zij hun vrijheid willen behouden en zichzelf als ondernemer beschouwen.

Geen boetes

Staatssecretaris Wiebes heeft na eerdere ophef over DBA beloofd dat de fiscus werkgevers tot 1 mei 2017 de tijd geeft om hun werkwijze aan te passen, en tot die tijd geen boetes uitdeelt. In september heeft hij daar nog aan toegevoegd dat ‘goedwillende ondernemers’ ook daarna geen sancties hoeven te vrezen. De staatssecretaris ligt in de Tweede Kamer al langer onder vuur vanwege zijn impopulaire wet. Wiebes en minister Asscher (Sociale Zaken) pareren de kritiek tot nu toe door te zeggen dat DBA veel verkapte dienstverbanden aan het licht brengt. De wet zou helpen om uitbuiting van zelfstandigen te bestrijden en hen in vaste dienst te krijgen. Een voordeel van DBA ten opzichte van de voorganger VAR is dat de fiscus gemakkelijker meters kan maken in de handhaving door grote bedrijven in het vizier te nemen, zo verklaarde Wiebes eerder.

(Bron: FD)

Een dga (naar verluidt de oprichter van Randstad) schonk in 2008 ieder van zijn drie dochters een substantieel aandelenbelang in zijn holding. Destijds was er nog geen doorschuifmogelijkheid voor de afrekening van de aanmerkelijk belangheffing. En de dga had dus een aanzienlijke IB-schuld. Hij kreeg hiervoor wel 10 jaar lang renteloos uitstel van betaling. IB-schulden zijn niet aftrekbaar in box 3.

Daar verzon de dga het volgende op: hij droeg de IB-schuld over aan zijn BV. Op die manier bracht hij alsnog een vermogensdaling van meer dan 100 miljoen in box 3 teweeg. Daar wordt elke zichzelf respecterende inspecteur natuurlijk wat chagrijnig van.

Volgens de inspecteur ging de vlieger niet op omdat bij een schuldovername de schuldeiser (de belastingdienst) de overname moet goedkeuren. En dat deed de belastingdienst niet. Volgens de inspecteur bleef de dga dus gewoon een (niet aftrekbare ) belastingschuld aan de fiscus houden. De zaak kwam voor het Hof en uiteindelijk voor de Hoge Raad. De Hoge Raad gaf de dga gelijk. Ook al werkt de schuldovername niet tegenover de ontvanger, de schuld gaat de dga niet meer aan (in de woorden van de Hoge Raad: “De draagplicht van de belastingschuld is overgegaan op de BV”) en behoort dus niet meer tot het vermogen in box 3.

Bijkomend fiscaal voordeel van deze constructie is het volgende. De dga heeft de schuld overgedragen tegen de contante waarde. Voor minder dus dan de nominale waarde (er was immers 10 jaar uitstel van betaling). De BV moet na 10 jaar natuurlijk wel de volledige nominale waarde aan de belastingdienst betalen. Het verschil tussen de nominale waarde en de lagere contante waarde is een extra aftrekpost voor de BV!

(Bron: Accountantweek.nl)

Op grond van de Btw-richtlijn mag een ondernemer in beginsel de btw aftrekken op afgenomen goederen en diensten voor zover deze worden gebruikt voor btw-belaste prestaties. Deze bepaling biedt geen ruimte voor een regeling die de btw-aftrek volledig weigert als de ondernemer het aangeschafte goed voor minder dan 10% gebruikt voor btw-belaste prestaties.

Aftrekbare btw

In beginsel mogen ondernemers btw aftrekken als voorbelasting in hun aangifte omzetbelasting als deze btw gedurende het aangiftetijdvak:

  • is gefactureerd door andere ondernemers vanwege de prestaties die aan de ondernemer zijn verricht. De facturen moeten aan bepaalde eisen voldoen;
  • door de ondernemer verschuldigd is geworden omdat hij een intracommunautaire verwerving heeft verricht. Hierbij geldt als aanvullende voorwaarde voor het recht op aftrek dat de ondernemer moet beschikken over een correcte factuur; of
  • verschuldigd is geworden als gevolg van invoer van goederen, verlegging, het verrichten van prestaties binnen het eigen bedrijf die zijn aangewezen als btw-belaste diensten om concurrentieverstoring te voorkomen of vanwege de levering van een nieuw vervoermiddel door een particulier of wederverkoper.

 

Het recht op aftrek van voorbelasting is gekoppeld aan het gebruik voor btw-belaste prestaties. Bij bepaalde vormen van gebruik van de afgenomen prestaties in het buitenland kan ook recht op aftrek van voorbelasting bestaan. Bijvoorbeeld als de ondernemer volgens de nationale wet recht op aftrek van voorbelasting zou hebben gehad als het gebruik in Nederland had plaatsgevonden.

 

Uitzonderingen op recht op aftrek

In bepaalde gevallen is het recht op aftrek van voorbelasting uitgesloten. Als iemand ten behoeve van de onderneming een korte tijd verblijft in een horecabedrijf, is de btw in de kosten van eten en drinken niet aftrekbaar. Daarnaast kent het Besluit Uitsluiting aftrek omzetbelasting (BUA) nog enkele situaties waarin de aftrek van btw als voorbelasting is beperkt of zelfs geheel is uitgesloten. Daarbij valt te denken aan de btw op standsuitgaven of op loon in natura met uitzondering van de auto voor de zaak (de auto van de zaak valt onder een aparte regeling).

 

Uitsluitend gebruik voor (andere dan) belaste prestaties

De situatie is eenvoudig als de ondernemer prestaties afneemt die hij uitsluitend gebruikt voor btw-belaste prestaties. In beginsel kan hij dan gewoon alle btw aftrekken. Gebruikt de ondernemer de afgenomen prestaties uitsluitend ten behoeve van activiteiten die zijn vrijgesteld van btw, dan is de zaak eveneens simpel. Hij heeft dan geen recht op aftrek van voorbelasting.

 

Gemengd gebruik niet-investeringsgoederen en diensten

Als de ondernemer een afgenomen goed of dienst zowel voor btw-belaste prestaties als voor andere doeleinden (btw-vrijgestelde prestaties of privédoeleinden) gebruikt, mag hij een deel van de voorbelasting aftrekken. Voor diensten en goederen waarop doorgaans niet wordt afgeschreven – de zogeheten niet-investeringsgoederen – geldt dat men het recht op aftrek in eerste instantie moet bepalen op het moment van inkoop. Als de ondernemer het goed nog niet in gebruik heeft genomen, zal hij een schatting moeten maken. Wanneer hij daadwerkelijk het niet-investeringsgoed gaat gebruiken, moet hij de verhouding in het geschatte gebruik vergelijken met de verhouding in het werkelijke gebruik. Als de werkelijke verhouding afwijkt van de geschatte verhouding, moet een btw-correctie plaatsvinden. In beginsel baseert de ondernemer de verdeling op basis van omzetverhoudingen tenzij het werkelijk gebruik een betere verdeelsleutel vormt.

 

Gemengd gebruik investeringsgoederen

Voor investeringsgoederen gelden grotendeels dezelfde regels voor de berekening van de aftrek van voorbelasting voor de btw-aftrek als voor niet-investeringsgoederen. Een verschil is dat de ondernemer bij investeringsgoederen voor ieder goed afzonderlijk bepaalt of hij de btw splitst op basis van het werkelijk gebruik of op basis van de omzetverhoudingen. Bovendien moet de ondernemer gedurende de herzieningstermijn van vijf jaar (tien jaar bij onroerende investeringsgoederen) ieder jaar nagaan of de verhouding in het werkelijke gebruik met meer dan 10% afwijkt van de oorspronkelijke verhouding waarvan hij was uitgegaan. Overigens geldt deze 10%-marge in beginsel niet in het eerste jaar. Is sprake van een te grote afwijking, dan moet de ondernemer over 20% (10% als het gaat om onroerende zaken) een btw-correctie toepassen.

 

Nihilaftrek bij belast gebruik <10%

Voor het Hof van Justitie van de EU is de vraag gekomen of de fiscus het recht op aftrek van voorbelasting geheel mag weigeren als een afgenomen goed of dienst voor minder dan 10% voor economische activiteiten wordt gebruikt. Het district Potsdam-Mittelmark had namelijk enkele aangeschafte goederen voor 2,65% gebruikt voor btw-belaste prestaties. De belastingdienst van Brandenburg stond echter geen enkele aftrek toe nu het gebruik voor belaste prestaties minder dan 10% was. Maar deze beperking was niet toegestaan onder de Zesde Richtlijn. Ook de huidige richtlijn stelt dat een ondernemer recht heeft op aftrek van voorbelasting voor zover hij deze gebruikt voor belaste prestaties.

(Bron: Taxence)

Afbeeldingsresultaat voor representatiekostenDe aftrek voor bepaalde zakelijke kosten zoals een zakenlunch, een receptie of congressen en seminars zal waarschijnlijk vanaf 2017 omhoog gaan. Dit heeft de Staatssecretaris deze week aangekondigd. Deze aftrekmogelijkheid van de zogenaamde ‘gemengde kosten’ geldt voor IB-ondernemers en resultaatgenieters.

Met zijn aankondiging doelt de Staatssecretaris waarschijnlijk op de volgende in aftrek beperkte kosten en lasten die verband houden met:

  • Voedsel, drank en genotmiddelen;
  • Representatie, waaronder recepties, feestelijke bijeenkomsten en vermaak;
  • Congressen, seminars, symposia, excursies, studiereizen en dergelijke.

Huidige regeling

Al jarenlang is in de wet bepaald dat deze kosten tot een bedrag van € 4.500 niet in aftrek komen op de winst. Naar keuze kan de belastingplichtige ook kiezen om in plaats van een niet aftrekbaar bedrag van € 4.500, 26,5% van de genoemde kosten niet in aftrek te brengen. 73,5% van deze kosten zijn dan wel aftrekbaar.

Nieuwe regeling?

Met de wetswijziging wil de Staatssecretaris waarschijnlijk het aftrekpercentage van 73,5% verhogen. Hoeveel de verhoging is en of ook het bedrag van € 4.500 mogelijk verlaagd wordt, is nog niet bekend. Het voorstel wordt voor 7 november 2016 verwacht. Het budget van de maatregel is wel al bekend en bedraagt € 20 miljoen.

Let op! De hiervoor beschreven aftrekbeperking geldt voor IB-ondernemers en resultaatgenieters. In de vennootschapsbelasting geldt de aftrekbeperking echter ook als er werknemers in dienst zijn. Het bedrag van € 4.500 wordt in dat geval vervangen door 0,4% van het totale belastbare loon van de werknemers als dit tot een hogere uitkomst leidt.

(Bron: HLB)