DIT IS MIJN WINST SOFTWARE B.V.

All posts in Nieuws voor de Zelfstandige Zonder Personeel

Rechtbank Den Haag oordeelt dat de inspecteur is gebonden aan de voor 2009 afgegeven VAR-WUO, en dat deze VAR ook geldt voor de werkzaamheden voor A bv. X is voor dat jaar dan ook aan te merken als IB-ondernemer.

Belanghebbende, X, drijft sinds 1995 een onderneming als verkeersvlieger en vlieginstructeur in de luchtvaart. Hij huurt in Nederland een woning van zijn moeder. Tevens huurt hij een woning die hij als kantoorruimte gebruikt. In de jaren 2008-2013 werkt X voor A bv, en is hij in Polen gestationeerd. In 2009 en 2011 werkt X als vlieginstructeur in Nederland en Congo. Naar aanleiding van een boekenonderzoek stelt de inspecteur dat er sprake is van een dienstbetrekking tussen X en A bv. Hij corrigeert de IB-aangiften 2009 en 2011 van X op diverse punten.

Rechtbank Den Haag oordeelt dat de inspecteur is gebonden aan de voor 2009 afgegeven VAR-WUO, en dat deze VAR ook geldt voor de werkzaamheden voor A bv. X is volgens de rechtbank voor dat jaar dan ook aan te merken als IB-ondernemer. De rechtbank acht daarbij niet van belang dat X in zijn VAR-aanvraag heeft aangegeven dat hij vermoedde drie of meer opdrachtgevers te hebben, terwijl hij uiteindelijk in feite slechts twee (betalende) opdrachtgevers heeft gehad in 2009. Het vorenstaande leidt er dan ook toe dat de reiskosten tussen Nederland en Polen in 2009 aftrekbaar zijn. Ook de kosten ter zake van de woning die X als kantoorruimte gebruikt, zijn aftrekbaar. Voor 2011 geldt dat er sprake is van een dienstbetrekking tussen X en A bv, zodat de kosten voor de huisvesting in Polen niet aftrekbaar zijn. Voor zover X in 2011 kosten heeft gemaakt voor zijn onderneming, staat de rechtbank wel aftrek toe. De rechtbank vermindert de aanslagen.

(Bron: Taxlive)

Van de rechtbank Midden-Nederland moet een intermediair ruim € 16.000 betalen aan een gedupeerde klant. De adviseur heeft de polis van de autoverzekering van haar klant niet gecontroleerd en daardoor de auto verkeerd verzekerd, waardoor de verzekerde geen recht had op uitkering na diefstal van zijn auto.

De polis werd door de klant, die een Toyota Land Cruiser uit 1997 had aangeschaft, in 2012 telefonisch aangevraagd bij zijn vaste assurantietussenpersoon. De adviseur stuurde hem daarop een formulier met onder meer de vraag of het voertuig was voorzien van een diefstalpreventiesysteem. De klant kruiste ‘nee’ aan. Op het polisblad staat vervolgens duidelijk vermeld dat de verzekerde auto ‘voorzien dient te zijn van een beveiligingssysteem dan minimaal voldoet aan de normen van SCM-klasse 1 (startonderbreker)’. Dit is niet het geval, waardoor verzekeraar Allianz uitkering op de verzekering weigert wanneer de auto gestolen wordt. De klant stapt naar de rechter. Hij heeft de auto voor € 4.500 gekocht en er voor ruim € 26.000 aan gerestaureerd.

De rechter oordeelt dat de klant de polis niet heeft gelezen. De klant geeft aan dat als hij had geweten dat er een startonderbreker op de auto moest zitten, hij dit voor slechts € 121 wel had laten doen. De rechter acht dit aannemelijk, gezien de kosten die de klant heeft gemaakt voor het restaureren van de auto.

Eenvoudig
Dan de intermediair. De kantonrechter komt tot de conclusie dat die niet heeft gehandeld zoals een redelijk bekwaam en redelijk handelend tussenpersoon had behoren te doen. “Ik neem hierbij in aanmerking dat het tot haar taak behoorde om te controleren of de polis was afgegeven conform de op het aanvraagformulier verstrekte inlichtingen. Dit was een controle van zeer eenvoudige aard: zowel het aanvraagformulier als het polisblad besloeg slechts 3 pagina’s. Voorts is van belang dat het hier om een zeer belangrijke garantieclausule ging, en dat niet-inachtneming daarvan met een grote kans van waarschijnlijkheid in het geval van diefstal van de auto tot algehele weigering van een uitkering zou leiden. Deze controle door de assurantietussenpersonen is als een kernverplichting van laatstgenoemde aan te merken.” De intermediair geeft toe dat ze tekort is geschoten in haar zorgplicht, maar vindt ook dat er sprake is van eigen schuld aan de zijde van de klant.

De rechtbank in Amersfoort meent dat de verzekerde “zich als een gemiddeld oplettende verzekeringnemer had dienen te gedragen. Hij had de polis dus moeten doorlezen. Omdat de clausule met een normale lettergrootte bovenaan de 3e pagina was opgenomen, onder het kopje Diefstalbeveiliging, zou deze clausule bij oppervlakkige lezing direct moeten zijn opgevallen. Van kleine lettertjes is dus bepaald geen sprake.”

Op grond van de omstandigheden oordeelt de rechtbank dat 20% van de oorspronkelijk schade voor de eiser dient te blijven, waardoor de intermediair € 16.000 plus rente moet betalen.

(Bron: AMWeb)

Per 1 mei 2016 vervangt de modelovereenkomst de Verklaring Arbeidsrelatie (VAR) voor zzp’ers. Op deze pagina vindt u antwoord op de meest gestelde vragen.

Wat gaat er veranderen?

Per 1 mei verdwijnt de VAR. Daar komt de Wet deregulering beoordeling arbeidsrelaties (DBA) voor in de plaats. Zzp’ers kunnen dan geen VAR meer aanvragen maar gebruikmaken van modelovereenkomsten van de Belastingdienst. De modelovereenkomsten staan op belastingdienst.nl.

Wat moet ik doen?

Vanaf 1 mei moet u het volgende doen:

  • Bedenk samen met de opdrachtgever of u een modelovereenkomst nodig hebt. In veel gevallen is het duidelijk dat een zzp’er niet in loondienst werkt. Denk aan een schilder die steeds voor verschillende particulieren werkt. U hoeft in deze gevallen geen modelovereenkomst te gebruiken. Als u twijfelt, kunt u met uw opdrachtgever gebruikmaken van een modelovereenkomst, maar dit is niet verplicht.
  • Zoek een modelovereenkomst die past bij de manier waarop u werkt
  • Leg vast volgens welke modelovereenkomst u werkt. Stuur bijvoorbeeld de modelovereenkomst als bijlage mee in de mail waarin u afspraken maakt met uw opdrachtgever. Of verwijs naar het nummer van de modelovereenkomst.
  • Werk volgens de afspraken in de gekozen modelovereenkomst. Zolang u en uw opdrachtgever dat doen, is er geen sprake van loondienst en hoeft uw opdrachtgever geen loonheffingen in te houden.
  • Overweeg of een modelovereenkomst wel de meest geschikte oplossing is voor u en overleg met u financieel/fiscaal adviseur

Moet ik voor iedere opdracht of klus die ik uitvoer een aparte overeenkomst gebruiken?

Nee. De algemene modelovereenkomsten zijn geschikt voor alle type opdrachten. Het maakt daarbij niet uit in welke branche je werkt of wat je beroep is. Als u werkt volgens de afspraken in die modelovereenkomst staan, is er geen sprake van loondienst. De opdrachtgever hoeft dan geen loonbelasting en premies volksverzekeringen te betalen. Het werken met een modelovereenkomst is niet verplicht, maar wel handig als u die zekerheid wilt.

Wie is verantwoordelijk als de Belastingdienst vindt dat er sprake is van een echte dienstbetrekking?

De zzp’er en de opdrachtgever zijn samen verantwoordelijk. Zolang de zpp’er en de opdrachtgever volgens een modelovereenkomst van de Belastingdienst werken, is er geen sprake van loondienst. De opdrachtgever hoeft dan geen loonbelasting en premies volksverzekering te betalen. Als de zzp’er zijn aangifte inkomstenbelasting doet, beoordeelt de Belastingdienst of de zzp’er ondernemer is voor de inkomstenbelasting. Op dat moment kan het zijn dat de zzp’er alsnog loonbelasting en premies volksverzekeringen moet betalen.

Wie is verantwoordelijk voor het opstellen van de overeenkomst?

De opdrachtnemer en opdrachtgever zijn samen verantwoordelijk voor de overeenkomst. Dat hoeft niet een modelovereenkomst van de Belastingdienst te zijn. U mag ook een eigen overeenkomst gebruiken.

Wat zijn de gevolgen als ik geen gebruik maak van een overeenkomst?

Als u geen gebruik maakt van een modelovereenkomst van de Belastingdienst, dan hebt u geen zekerheid over de dienstbetrekking. Als de Belastingdienst vindt dat er wel sprake is van loondienst, dan moeten de opdrachtnemer en de opdrachtgever alsnog loonbelasting en premies volksverzekeringen betalen over de vergoeding.

(Bron: Ondernemersplein.nl)

Er zijn door de Belastingdienst grote fouten gemaakt bij de overstap van de blauwe envelop naar digitale post. Dat zegt de Nationale Ombudsman Reinier van Zutphen.

De Ombudsman noemt de termijn waarop dat is gebeurd te kort. Het publiek zou zich hierdoor overvallen voelen.

Ook liet de publieksinformatie over de aanpassing te wensen over, aldus Van Zutphen in het rapport Het verdwijnen van de blauwe envelop waar dagblad Trouw maandag over schrijft.

De overheid zou burgers nooit tot contact via de computer mogen dwingen, aldus Van Zutphen. Dat omdat juist de zwakkeren in de samenleving dan tussen wal en schip vallen. Volgens de Ombudsman moet de digitale optie slechts een extra optie zijn en moet de dienst klanten “verleiden” om er gebruik van te maken.

Van Zutphen begon het onderzoek na vele klachten over de afschaffing van de envelop. Circa vijftigduizend huishoudens hebben geen internetverbinding in Nederland en circa twee miljoen mensen zijn laaggeletterd.

Digitalisering door de Belastingdienst maakt de kloof tussen overheid en kwetsbare burgers groter, staat in het rapport.

“Altijd goed dat er aandacht is voor de mensen die digitalisering snel vinden gaan”, reageert staatssecretaris Eric Wiebes (Financiën) maandag.

“Ook wij willen uiteraard niet dat deze mensen buiten de boot vallen. De Belastingdienst heeft dan ook een lange geschiedenis van het bieden van concrete hulp. Daar gaan wij mee door.”

Niet afgeschaft

Een woordvoerster van de staatssecretaris benadrukt dat de Belastingdienst wel digitaliseert, maar dat de blauwe envelop niet compleet wordt afgeschaft. “De papieren envelop blijft gewoon beschikbaar voor mensen die echt niet mee kunnen met de digitalisering.”

Volgens haar is het voor deze kwetsbare groep duidelijk genoeg dat de optie om zaken op papier te regelen blijft bestaan. “Iedereen die nu naar de BelastingTelefoon belt, kan gewoon zeggen: ‘Ik wil het op papier’. Dat is dus niet verstopt, je kan gewoon bellen”, aldus de woordvoerster.

“We krijgen per jaar vijftien miljoen telefoontjes naar de BelastingTelefoon. Mensen die moeite hebben met digitaal, weten dat kanaal echt te vinden.”

Hulp

De Belastingdienst heeft van oudsher een netwerk om mensen te helpen met hun belastingzaken. De ficus zet dit nu ook in om te helpen met de verdere digitalisering van de Belastingdienst.

Zij kunnen terecht bij tweehonderd servicepunten, achthonderd bibliotheken en bij 37 balies in belastingkantoren. Ook kunnen ze bellen met de BelastingTelefoon. Ook worden een half miljoen Nederlanders jaarlijks geholpen via door de Belastingdienst opgeleide helpers bij belangenorganisaties, vakbonden en ouderenbonden.

“Maar als er dan nog een groep overblijft die echt niet mee kan, dan krijgen zij gewoon hun spullen op papier.”

(Bron: Nu.nl)

De aangifte-deadline van 1 april voor de belasting moet definitief naar 1 mei verschuiven. Dat zegt Hans Leijtens, sinds november directeur-generaal van de Belastingdienst.

Volgens Leijtens is de oude termijn niet langer haalbaar, nu vrijwel alle Nederlanders pas in maart aangifte doen. Dan heeft de fiscus vrijwel al hun inkomens- en andere financiële gegevens ingevuld. “Pas eind januari zijn alle gegevens van belastingplichtigen bij ons binnen.”

Die moeten dan worden verwerkt in de software. “De vooraf ingevulde aangifte is vanaf 1 maart beschikbaar. Een maand voor 9 miljoen aangiftes is simpelweg te kort,” zegt Leijtens in een interview met het AD.

De aangiftetermijn werd vorig jaar door staatssecretaris Wiebes (Financiën) een maand verlengd, nadat de computers en servers van de Belastingdienst in 2014 waren vastgelopen: door het warme weer deden 2 miljoen Nederlanders op 31 maart, de laatste dag, aangifte. Dit jaar werd de termijn weer verlengd, maar niet definitief.

Een op de vijf huizenbezitters kan zijn maandlasten verlagen als alle hypotheekaanbieders aan rentemiddeling zouden doen. Dat zegt De Hypotheker na een analyse van ruim 300.000 hypotheken.

De hypotheekrente is nu historisch laag. Voor een hypotheek met NHG en een rentevaste periode van 10 jaar staat ‘ie nu op zo’n 2,1 procent.

Boete uitsmeren

Bij rentemiddeling kunnen huiseigenaren met een hoge hypotheekrente profiteren van die lage rente. Ze sluiten hun hypotheek dan over bij hun huidige bank en de boete die ze daarvoor moeten betalen wordt verwerkt in hun nieuwe hypotheekrente. Daardoor komt die rente ergens uit tussen hun oude hoge rente en de huidige lage rente.

Maar van de 27 hypotheekaanbieders in Nederland bieden nu slechts 6 rentemiddeling aan. Onder meer SNS bank en ING doen er al aan, maar ABN Amro en Rabobank niet. Rabobank begint 1 juli met rentemiddeling, ABN Amro waarschijnlijk rond de zomer.

Rentemiddeling is niet voor iedereen voordelig. De hypotheek moet wel aan een aantal criteria voldoen, wil het lonen:

-de rente is hoger dan 4,5 procent of 4 procent voor hypotheken met NHG.

-de rente staat nog minstens twee jaar.

-de lening is hoger dan 50.000 euro

-het betreft geen (bank)spaarhypotheek.

Bij (bank)spaarhypotheken is rentemiddeling vaak nadelig, omdat de hypotheekrente gekoppeld is aan de spaarrente. Die spaarrente gaat bij middeling dus ook omlaag, waardoor je maandelijks meer moet sparen om op hetzelfde eindbedrag uit te komen.

En als je een rentevaste periode korter dan twee jaar hebt, kun je beter wachten tot die periode is afgelopen of je hypotheek oversluiten, omdat de boete dan meestal niet meer zo hoog is.

De Hypotheker vindt dat alle hypotheekverstrekkers rentemiddeling moeten aanbieden. “Nu de rente historisch laag is, willen veel huizenbezitters hiervan profiteren en hun maandlasten verlagen”, zegt directeur Wytzejan de Jong.

(Bron: NOS.nl)

De Hoge Raad oordeelt dat de bedrijfsruimte tot het ondernemingsvermogen van X moet worden gerekend. X kan na de aankoop namelijk duurzaam blijven beschikken over de bedrijfsruimte.

Belanghebbende, X, oefent, in maatschapsverband, een onderneming uit met zijn vader, Z. De onderneming wordt uitgeoefend in een bedrijfshal op een locatie die deel uitmaakt van een complex van bedrijfsruimten en bedrijfsterreinen. De bedrijfshal wordt gehuurd door Z en door hem onderverhuurd aan de maatschap. Begin 1995 koopt X het complex. Hij rekent het complex tot zijn privévermogen. Medio 1995 wordt de overeenkomst van onderhuur gewijzigd en verlengd. Tevens sluiten X (als verhuurder) en Z (als huurder) een huurovereenkomst met betrekking tot een andere bedrijfsruimte. Deze bedrijfsruimte wordt ook aan de maatschap onderverhuurd. In 2008 verkoopt X het complex. Hij behaalt daarbij een flinke vermogenswinst. X stelt dat het complex tot zijn privévermogen behoort en verantwoordt geen winst in zijn IB-aangifte. De inspecteur corrigeert de aangifte. Volgens hem behoren de bedrijfshal en de bedrijfsruimte tot het verplicht ondernemingsvermogen, en bedraagt de winst die X bij de verkoop van de bedrijfshal heeft behaald € 1,1 mln. Rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelt dat de bedrijfshal en de bedrijfsruimte vanaf het moment van aankoop van het complex door X tot diens verplichte ondernemingsvermogen behoren. De rechtbank staat vervolgens nog wel toe dat X een HIR vormt. Hij mag deze afboeken op de kostprijs van een in 2008 gekochte bedrijfshal. De rechtbank vermindert de aanslag. Hof ‘s-Hertogenbosch oordeelt dat de bedrijfsruimte verplicht privévermogen vormt. Het hof overweegt daarbij dat de aanwending voor de verhuur de relevante aanwending vormt voor de vermogensetikettering: het is door die aanwending dat X een functie aan zijn vermogensbestanddeel geeft. Niet van belang is dat X een deel van het complex binnen zijn onderneming gebruikt. Het hof hecht verder belang aan de verklaring van X dat de mogelijkheid tot aankoop van het complex, zonder dat hij daarnaar op zoek was, op zijn pad kwam, dat hij een mooie beleggingsmogelijkheid onderkende omdat het complex op een zeer mooie locatie was gelegen en dat hij ook tot aankoop zou zijn overgegaan als zijn onderneming niet in het complex gevestigd was. Het Hof stelt X in het gelijk.

De Hoge Raad oordeelt dat de bedrijfsruimte tot het ondernemingsvermogen van X moet worden gerekend. De Hoge Raad overweegt daarbij dat X na de aanschaffing ervan, ondanks de verhuurovereenkomst, toch duurzaam kan blijven beschikken over de bedrijfsruimte. De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie van de staatssecretaris gegrond.

(Bron: Taxlive)

De modelovereenkomsten, die de VAR vervangen, worden op korte termijn herschreven om de toegankelijkheid te vergroten.

Dat schrijft staatssecretaris Eric Wiebes in zijn antwoorden op Kamervragen van de leden Mei Li Vos en Groot over de onrust bij ZZP’ers in de media over de Wet DBA.

Veel ZZP’ers verkeren in onzekerheid over wat de Wet DBA voor hen zal betekenen. Dit ondanks de uitleg op de website van de Belastingdienst. Volgens Wiebes herkent de Belastingdienst het geluid dat ZZP’ers geen zekerheid ontlenen aan de tekst op de website van de Belastingdienst. ‘Voorlichting staat in de voorbereiding op de nieuwe wetgeving en in het implementatiejaar centraal. Onderdeel hiervan is ook het aanpassen van de website aan de informatiebehoefte van de verschillende doelgroepen. Hierbij zal veelvuldig gebruik gemaakt worden van publiekstesten om de nieuwe teksten zowel qua inhoud als vorm optimaal bij de doelgroep te laten aansluiten,’ zo schrijft de staatssecretaris in zijn antwoorden.

Sinds het verschijnen van het blog van Botte Jellema “De afschaffing van de VAR is een clusterfuck”, waar flink op werd gereageerd, is de voorlichting op de site van de Belastingdienst aangepast, schrijft Wiebes. ‘De teksten zijn op punten eenvoudiger gemaakt. Ook is een duidelijke verwijzing gemaakt op homepage voor ondernemers naar informatie over DBA en de meest gestelde vragen. Op korte termijn worden ook de modelcontracten zelf herschreven om de toegankelijkheid te vergroten.’

Tussenpersonen
Jellema heeft het er in zijn blog over dat het werken via tussenpersonen aantrekkelijk wordt voor opdrachtgevers met de Wet DBA. Wiebes deelt deze analyse niet. ‘Op grond van de Wet DBA is niet langer sprake van een ongeclausuleerde vrijwaring van de opdrachtgever, maar worden de verantwoordelijkheden tussen de partijen weer in balans gebracht. Wel kunnen partijen zekerheid vooraf verkrijgen door gebruik te maken van een door de Belastingdienst beoordeelde (model)overeenkomst. Zo kunnen intermediairs naast eigen overeenkomsten ook gebruik maken van de modelovereenkomst voor tussenkomst. In beide situaties zullen de overeenkomsten om buiten de fictie van de tussenkomstbepaling (fictieve dienstbetrekking) te komen moeten voldoen aan vereisten om het bewijsvermoeden dat de opdrachtnemer “ondernemer” is in te roepen. Dit vraagt van zowel de opdrachtnemer, de intermediair als van de opdrachtgever alert gedrag.’

Voorlichtingscampagne
De Belastingdienst is inmiddels met een voorlichtingscampagne gestart over de Wet DBA. De focus van de voorlichting bestaat tijdens de voorbereiding op de nieuwe wetgeving en het implementatiejaar van 1 mei 2016 tot 30 april 2017 op het geven van voorlichting en het bieden van een helpende hand bij de implementatie. De campagne bestaat uit fysieke voorlichting, online voorlichting en individuele voorlichting. De fysieke voorlichting bestaat uit gezamenlijke voorlichtingsbijeenkomsten met de organisaties voor opdrachtgevers en opdrachtnemers en voorlichting in samenwerking met de Kamer van Koophandel. De online voorlichting bestaat uit het informeren via www.belastingdienst.nl, rijkoverheid.nl, ondernemersplein.nl, en kvk.nl. Daarnaast organiseert de Belastingdienst webinars voor ZZP’ers en voor opdrachtgevers. Tijdens deze digitale voorlichtingsbijeenkomsten kunnen ook vragen gesteld worden. Na afloop wordt de webinar gepubliceerd op www.belastingdienst.nl inclusief de antwoorden op de gestelde vragen.

Samen met de organisaties voor opdrachtgevers en opdrachtnemers streeft de Belastingdienst er naar om de online communicatie zoveel mogelijk op elkaar af te stemmen en waar mogelijk gebruik te maken van de communicatiekanalen van deze organisaties. Zo vergroot de Belastingdienst zijn bereik en de eenduidigheid van de informatie. Daarnaast attendeert de Belastingdienst via Twitter en Linkedin op de wijzigingen.

Alle VAR-houders ontvangen in maart een brief van de Belastingdienst over de aanstaande wijziging. In deze brief krijgen de VAR-houders concrete toelichting en worden zij uitgenodigd om deel te nemen aan de webinar of deze naar afloop te bekijken op www.belastingdienst.nl. In het najaar worden ook één of meerdere chatsessies georganiseerd om vragen te beantwoorden die ZZP’ers en opdrachtgevers hebben over de werking van de DBA in de praktijk. Ook deze vragen en antwoorden worden gepubliceerd.

(Bron: Accountancyvanmorgen)

De Belastingdienst heeft de controle- en servicethema’s 2015 bekend gemaakt. Dat zijn onderwerpen waar de Belastingdienst de belastingaangifte dit jaar extra op controleert.

Een aantal van de thema’s voor 2015 kennen we nog van voorgaande jaren. Dit jaar is er echter ook extra aandacht voor negatieve inkomsten uit overige werkzaamheden en de kosten voor ondernemers.

Bij de aangifte inkomstenbelasting 2015 zal de Belastingdienst extra aandacht besteden aan de volgende negen onderwerpen:

  1. Scholingsaftrek
  2. Giften
  3. Kwalificerende belastingplicht; werken in Nederland, maar woonachtig in een ander land
  4. Zakelijke en persoonlijke kosten
  5. Eigen woning
  6. Echtscheiding
  7. Bijzondere zorgkosten: dieetkosten, gezinshulp en kosten voor medicijnen
  8. Inkomsten uit overige werkzaamheden: zijn de werkzaamheden in hobbysfeer of werksfeer verricht?
  9. De niet helemaal gebruikte zelfstandigenaftrek voor ondernemers

Er wordt extra gecontroleerd op deze onderwerpen. Ook heeft de Belastingdienst vóór 1 maart een half miljoen brieven met uitleg over één van deze onderwerpen verstuurd aan mensen die hier (op basis van hun informatie) waarschijnlijk mee te maken hebben. In de  brieven is aangegeven waar de mensen op moeten letten, zodat onbedoelde fouten kunnen worden vermeden.

De Belastingdienst heeft bij de online aangifte 2015 een aantal aanpassingen moeten doorvoeren. Deze wijzigingen kunnen invloed hebben op de uitkomst van de aangifte.

Zo lukt het soms niet om de online aangifte te ondertekenen met Digid, op te slaan of te verzenden. De Belastingdienst werkt aan een oplossing. Tot de dienst deze heeft, raadt ze aan om geen leestekens te gebruiken bij het invullen van ‘Giften’ of ‘Kenteken’. Ook mogen er geen punten in cijfers worden gebruikt wanneer het RSIN (Rechtspersonen Samenwerkingsverbanden Informatie Nummer) wordt ingevuld bij ‘Giften’ en ‘Ondernemingen’. In deze invulvelden mogen alleen cijfers worden gebruikt.

Een andere fout in de aangifte is dat er eerst in de aangifte staat dat een teruggaaf inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet (Zvw) wordt verkregen. Verderop in de aangifte staat dat dit bedrag moet worden terugbetaald. De fiscus werkt aan een oplossing voor dit probleem.

Als laatste onvolkomenheid meldt de Belastingdienst een probleem bij het opgeven van transactienummers bij akten. De aangifte vraagt altijd om een transactienummer wanneer een akte wordt opgeven. Niet iedereen heeft dit transactienummer, bijvoorbeeld omdat het om een notariële akte gaat. Mensen die geen transactienummer hebben, kunnen een “0” invullen.

(Bron: Belastingdienst)