DIT IS MIJN WINST SOFTWARE B.V.

All posts in Nieuws voor de Zelfstandige Zonder Personeel

De terugwerkende kracht van faillietverklaring moet worden afgeschaft. Dit schrijft de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie (KNB) aan het ministerie van Veiligheid en Justitie. Met haar brief (pdf) reageert de KNB op het conceptwetsvoorstel modernisering faillissementsprocedure dat het ministerie ter advisering aan de KNB heeft voorgelegd. Het conceptwetsvoorstel wil onder meer een real time actueel Centraal Insolventieregister (CIR) realiseren. Dit maakt de terugwerkende kracht van faillietverklaring onnodig.

De KNB heeft vorig jaar bij het ministerie gepleit voor een real time actueel CIR. In haar brief merkt de beroepsorganisatie op dat met de voorgestelde aanpassing van artikel 14 Faillissementswet (Fw) nog geen sprake is van real time. Het is bijvoorbeeld mogelijk om een faillietverklaring die om 9.00 uur wordt uitgesproken (pas) om 17.00 uur in te schrijven in het CIR. Dit lijkt de KNB niet de bedoeling van real time. Dit blijkt ook uit de toelichting op de voorgestelde aanpassing van artikel 14 Fw. De toelichting stelt: ‘Het uiteindelijke doel is om de meest essentiële informatie, namelijk “is het bedrijf failliet” al enkele minuten na de uitspraak raadpleegbaar te hebben.’ Gelet op het uiteindelijke doel en de behoefte van het handelsverkeer en het notariaat, een real time actueel CIR, pleit de KNB ervoor dat een faillietverklaring meteen (‘terstond’) na de uitspraak wordt ingeschreven in het CIR.

Logisch moment voor afschaffing
In aanvulling op het pleidooi voor de instelling van een real time actueel CIR heeft de KNB bij het ministerie gepleit voor afschaffing van de terugwerkende kracht van faillietverklaring. Dit omdat het notariaat hiervan diverse ongewenste gevolgen ondervindt. Artikel 23 Fw bepaalt dat een faillietverklaring terugwerkt tot het begin van de dag waarop deze wordt uitgesproken. Op de dag van de faillietverklaring verliest de gefailleerde van rechtswege en met terugwerkende kracht tot 00.00 uur zijn goederenrechtelijke en verbintenisrechtelijke bevoegdheden ten aanzien van zijn tot het faillissement behorend vermogen (beschikking en beheer). In haar brief pleit de KNB voor koppeling van het moment van intreden van de rechtsgevolgen van een faillietverklaring aan het moment van publicatie hiervan in het CIR en voor afschaffing van de terugwerkende kracht van faillietverklaring. De instelling van een real time actueel CIR maakt deze terugwerkende kracht onnodig en is een logisch moment om deze af te schaffen.

Bijval
De KNB krijgt bijval van de Nederlandse Vereniging van Banken (NVB) en het Onderzoekcentrum Onderneming & Recht van de Radboud Universiteit. Ook zij pleiten in hun reacties op het conceptwetsvoorstel voor afschaffing van de terugwerkende kracht van faillietverklaring. De Gecombineerde Commissie Vennootschapsrecht van de NOvA en de KNB is eveneens van mening dat het logisch is om met de invoering van een real time actueel CIR de terugwerkende kracht af te schaffen.

(Bron: KNB)

Rechtbank Den Haag oordeelt dat voor het bepalen van de waarde van de verkrijging rekening moet worden gehouden met de op de onroerende zaak rustende koopoptie ten tijde van overlijden.

Erflaatster komt op 6 april 2012 te overlijden. Tot de nalatenschap behoort een onroerende zaak met een WOZ-waarde van € 492.000. Het pand is ten tijde van het overlijden verhuurd. De huurder heeft het recht om het pand bij overlijden van erflaatster te kopen voor € 70.000. De erfgenamen, onder wie belanghebbende, X hebben met de huurder geprocedeerd over de vraag of de huurder tijdig heeft gemeld gebruik te willen maken van de koopoptie. In deze procedure zijn partijen overeengekomen dat huurder de onroerende zaak koopt voor een bedrag van € 300.000. In geschil is de waarde van de onroerende zaak op de overlijdensdatum.

Rechtbank Den Haag oordeelt dat voor het bepalen van de waarde van de verkrijging rekening moet worden gehouden met de op de onroerende zaak rustende koopoptie ten tijde van overlijden. De rechtbank stelt voorop dat de onroerende zaak een bedrijfspand is, zodat de waarde moet worden bepaald op de waarde in het economische verkeer van de zaak. Gelet op de zeer lage prijs van € 70.000 konden de erfgenamen er volgens de rechtbank met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid vanuit gaan dat de huurder van de koopoptie gebruik zou maken en dat de onroerende zaak dus niet op de normale wijze te koop kon worden aangeboden. Dit betekent dat bij de waardebepaling de prijs van € 70.000 leidend moet zijn. Dat uiteindelijk een veel hogere prijs (€ 300.000) is betaald, was op de datum van overlijden niet voorzienbaar en voorspelbaar, aldus de rechtbank. Die prijs moet dan ook buiten beschouwing blijven. Het beroep van X is gegrond.

(Bron: Taxlive)

Er is een valse e-mail in de omloop van de Belastingdienst met als onderwerp ‘Betalingsachterstand belastingaangifte 2015’. Open de e-mail niet, maar verwijder hem meteen.

Ontvangers van de phising-mail worden gevraagd op een link te klikken om een betalingsachterstand te voldoen via iDeal. In de valse mail staat ook dat bij het betalen een hotmailadres moet worden opgegeven met daarin een belastingnummer. Verder staan in de mail dreigementen als hoge incassokosten, het blokkeren van de rekening, beslag op spullen en zelfs gijzeling als er niet op tijd wordt betaald.

Open de e-mail niet, maar verwijder hem meteen.

(Bron: Belastingdienst)

Vanaf dinsdag 1 maart kunnen particulieren weer de aangifte inkomstenbelasting indienen. Daarvoor hebben ze tot 1 mei 2016 de tijd.

Aftrekposten, zoals zorgkosten, giften en kosten voor de eigen woning, kunnen geld opleveren. Deze worden in mindering gebracht op het inkomen, waardoor de inkomstenbelasting lager uitvalt.

Het grootste deel van de aftrekposten is niet vooraf ingevuld. Voor veel mensen is het dan ook de moeite waard om zich hierin te verdiepen. NU.nl zet de belangrijkste aandachtspunten en struikelblokken op een rij.

Hypotheekrenteaftrek en aftrek zorgkosten zijn vaak van toepassing

“Aftrekposten waar veel mensen gebruik van kunnen maken, zijn de hypotheekrenteaftrek en de eenmalig aftrekbare kosten voor de eigen woning. Ook van de persoonsgebonden aftrek van specifieke zorgkosten kan vaak gebruikgemaakt worden”, zegt onderzoeker Jasja Bos van het Nibud. “Minder veelvoorkomend zijn posten als reiskosten, alimentatie en studiekosten.”

Ten opzichte van het voorgaande jaar is er bij de belastingaangifte 2015 niet veel veranderd, constateert Bos. “Afgelopen jaren is er veel gewijzigd in de aftrek van zorgkosten, dit jaar valt dat erg mee. Er zijn wel kleine, al aangekondigde, wijzigingen, zoals het stapsgewijs afbouwen van het maximale percentage van de hypotheekrenteaftrek.”

Volgens Bos zijn reiskosten in verband met zorg voor mensen vaak lastig in te schatten, in tegenstelling tot reiskosten die voor het werk gemaakt worden. Ook vinden veel particulieren het ingewikkeld het sparen in een lijfrenteverzekering voor hun pensioen goed in te vullen. Dit mag alleen afgetrokken worden als er via de werkgever niet genoeg pensioen opgebouwd wordt.

Stop alle bonnetjes en bewijzen meteen in een mapje

Hoewel de belastingaangifte maar één keer per jaar gedaan wordt, raadt Bos mensen aan er het hele jaar mee bezig te zijn.

“Dankzij de vooraf ingevulde aangifte wordt het steeds makkelijker, maar de moeilijkheid is het vinden van alle informatie, helemaal bij aftrekposten”, zegt Bos. “Daarvoor heb je bonnetjes en bewijzen nodig. Zorg er daarom voor deze spullen gedurende het jaar steeds in een mapje te stoppen, anders kost het alsnog heel veel tijd.”

Ook voor mensen met een laag inkomen is het de moeite waard om belastingaangifte te doen. Zij kunnen juist profiteren van het aftrekken van zorgkosten, doordat zij hun specifieke zorgkosten mogen verhogen.

Zorgkosten moeten boven een drempelbedrag uitkomen

In het algemeen geldt dat ziektekosten die niet door de verzekering worden vergoed, vaak aftrekbaar zijn bij de aangifte. Daarvoor moeten ze wel boven een bepaald inkomensafhankelijk drempelbedrag uitkomen. Als dit niet zo is, heeft het invoeren van alle bedragen geen zin.

“Het gaat hierbij niet alleen om zorgkosten die je voor jezelf maakt, maar ook om kosten die je maakt voor mensen die, ook tijdelijk, bij je inwonen”, verklaart Bos.

Aftrekbare zorgkosten zijn bijvoorbeeld kosten voor verpleging in een ziekenhuis, extra kleding en beddengoed, dieetkosten, acupunctuur, homeopathie, revalidatie en bepaalde hulpmiddelen, zoals steunzolen of een blindengeleidehond.

Vanaf 2015 zijn uitgaven voor geestelijke gezondheidszorg of dyslexiezorg voor personen onder de achttien jaar niet langer aftrekbaar. Dit geldt ook voor uitgaven voor een combinatietest in het kader van een prenatale screening als er geen sprake is van een medische indicatie.

Maximale hypotheekrenteaftrek afgebouwd naar 51 procent

Woningbezitters kunnen bepaalde kosten voor hun huis aftrekken, zoals de hypotheekrente en periodieke betalingen voor erfpacht. Mensen die in 2015 een woning gekocht hebben, kunnen bovendien bepaalde eenmalige kosten aftrekken, zoals notariskosten en de kosten voor de aanvraag van een Nationale Hypotheek Garantie (NHG).

De maximale hypotheekrenteaftrek wordt langzaam afgebouwd. In 2014 was het maximale belastingtarief waartegen hypotheekrente kon worden afgetrokken nog 51,5 procent, in 2015 was dat 51 procent. Dit tarief geldt alleen voor de hoogste belastingschrijf: het belastbare inkomen uit werk en woning vanaf 57.586 euro.

Woningeigenaren kunnen overigens kiezen of zij hun hypotheekrenteaftrek achteraf ineens terugvragen bij de aangifte inkomstenbelasting, of maandelijks via de voorlopige aanslag. Bij de laatste optie moeten huiseigenaren er wel goed op letten dat zij inkomenswijzigingen tijdig doorgeven, waarschuwt Bos. “Anders moeten mensen misschien terugbetalen.”

“Ook is het handig wijzigingen in de uitgaven door te geven, bijvoorbeeld na extra aflossingen of een wijziging van de hypotheekrente”, voegt Bos toe.

Stop schenkingen zoveel mogelijk in één jaar

Schenkingen zijn onder bepaalde voorwaarden aftrekbaar. Hierbij is er verschil tussen periodieke en gewone giften.

Een gewone gift is aftrekbaar als die bestemd is voor een algemeen nut beogende instelling (ANBI) of een steunstichting sociaal belang behartigende instelling (SBBI). Een periodieke gift is aftrekbaar als die bestemd is voor een ANBI of voor een vereniging die geen ANBI is, maar wel aan bepaalde voorwaarden voldoet.

Voor een gewone gift geldt een drempelbedrag van 1 procent van het inkomen. En de eerste 60 euro is niet aftrekbaar. Ook is er een maximum. Voor een periodieke gift geldt geen drempelbedrag en is er ook geen maximering.

“Vanwege dat drempelbedrag kan het handig zijn om giften te concentreren in één jaar, in plaats van ze uit te smeren over meerdere jaren, om boven die 1 procent en die 60 euro uit te komen”, adviseert Bos.

Alleen alimentatie voor ex-partner is aftrekbaar

Mensen die gescheiden zijn en alimentatie aan hun voormalige partner betalen, kunnen dat bedrag aftrekken.

Kinderalimentatie geldt niet meer als aftrekpost. In voorgaande jaren kon dit onder uitgaven voor het levensonderhoud van kinderen vallen, maar vanaf 2015 zijn deze kosten niet meer aftrekbaar.

“Wel kan de waarde van kinderalimentatie als schuld worden opgegeven en op die manier als een soort van aftrekpost dienen”, aldus Bos. Dit moet dan gedaan worden in box 3 (inkomen uit sparen en beleggen). Door dit als schuld op te geven, valt het vermogen lager uit.

Studiekosten kunnen in aanmerking komen voor aftrek

Volwassenen die in 2015 een opleiding of studie hebben gevolgd voor hun (toekomstige) beroep, kunnen hiervoor bepaalde verplichte en noodzakelijke kosten aftrekken. Hierbij gaat het bijvoorbeeld om cursusgeld en leermiddelen zoals boeken, een kappersschaar of schildersbenodigdheden.

“Het moet gaan om kosten die verband houden met carrièreverbetering”, zegt Bos. “Er geldt een drempelbedrag van 250 euro.”

Om het bedrag uit te rekenen, moeten de studiekosten en andere scholingsuitgaven bij elkaar worden opgeteld. Een eventuele vergoeding moet hier weer van afgetrokken worden, evenals de drempel van 250 euro.

Reiskosten openbaar vervoer voor het werk zijn mogelijk aftrekbaar

Voor mensen die in loondienst zijn en van en naar het werk reizen met het openbaar vervoer, geldt onder voorwaarden reisaftrek. Dit is in de vorm van een forfaitair bedrag. De hoogte van het bedrag hangt af van het aantal afgelegde kilometers per enkele reis en het aantal reisdagen per week.

Een eventuele reiskostenvergoeding van de werkgever moet van dit vaste bedrag afgetrokken worden.

De reisaftrek geldt voor mensen die minimaal 10 kilometer van hun werk wonen en hier minimaal één dag per week naartoe gaan. In 2015 is het maximumbedrag 2.055 euro.

De belasting  die wordt geheven over vermogen (box 3 van de inkomstenbelasting) is in strijd met het recht van eigendom (art. 1 van het Eerste Protocol EVRM). Dat schrijft  advocaat-generaal Niessen  in een advies aan de Hoge Raad. Mensen die zeer verschillende resultaten behalen op hun vermogen, betalen hetzelfde percentage belasting. Dat leidt tot willekeur, aldus de advocaat-generaal. Wanneer dit vaste percentage belasting niet kan worden betaald uit de opbrengst van het vermogen is er sprake van een oneigenlijke ontneming.

Inkomsten uit sparen en beleggen (bv. rente en dividend) én de waardestijging van vermogen (bv. stijging van vastgoedprijzen of aandelenkoersen)  worden in de inkomstenbelasting belast naar een fictief rendement. De wetgever gaat ervan uit dat iedereen gemiddeld over een aantal jaren een rendement van 4% kan behalen (dus dat dat vermogen groeit met 4 %). Een deel van dit fictieve rendement, namelijk 1,2 procent, moet worden afgedragen aan de Belastingdienst. Deze regeling is aan het einde van de jaren negentig gemaakt na een lange periode van grote economische voorspoed. Maar volgens de advocaat-generaal kan met de kennis van nu niet meer worden uitgegaan van een dergelijk rendement. Maatschappelijk, zo stelt hij vast, is over deze belasting na 2011 steeds meer onrust en onvrede ontstaan.

De advocaat-generaal wijst er op dat de moderne belastingwetgeving is gebaseerd op individuele draagkracht. Een heffing die uitgaat van een fictief gemiddelde is daarmee in tegenspraak. Ook zijn belastingplichtigen volgens hem vrij om hun financiën zelf in te richten en zouden zij daarom niet moeten worden belast op basis van een opbrengt die zij volgens de wetgever hadden kunnen halen.

De rechter kan de regeling niet wijzigen of vervangen omdat daarbij rechtspolitieke keuzes moeten worden gemaakt. De advocaat-generaal adviseert de wetgever een termijn te geven voor aanpassing of vervanging van de regeling. Zolang dat niet is gebeurd, kan de rechter beslissen dat de regeling buiten toepassing moet blijven in gevallen waarin een belastingplichtige verlies lijdt op zijn vermogen.

Een conclusie is een rechtsgeleerd advies aan de Hoge Raad. De advocaat-generaal is lid van het parket bij de Hoge Raad. Het parket bij de Hoge Raad is een zelfstandig, onafhankelijk onderdeel van de rechterlijke organisatie. Het behoort niet tot het Openbaar Ministerie.

(Bron: Rechtsspraak.nl)

De verklaring arbeidsrelatie(VAR) verdwijnt per 1 mei 2016 en daarvoor komt de wet DBA (modelovereenkomsten)  in de plaats. Hieronder een overzicht van veelgestelde vragen en antwoorden.

Wet DBA

Tot wanneer is mijn VAR-verklaring voor 2016 geldig?
De Wet DBA treedt per 1 mei 2016 in werking. Uw VAR is geldig tot dat moment en zolang het soort werk en de omstandigheden en voorwaarden waaronder u het werk uitvoert, niet veranderen.

Waarom is/wordt de VAR afgeschaft en wat is het doel van de Wet DBA?
De Belastingdienst heeft aangegeven dat zij onder de (huidige) VAR-wetgeving nauwelijks of eigenlijk niet kan handhaven bij opdrachtgevers die met schijnconstructies werken. Het belangrijkste doel van de Wet DBA is dus om De Belastingdienst mogelijkheden te geven om te handhaven. De staatsecretaris heeft aangeven dat er pas vanaf mei 2017 actief gehandhaafd zal worden.

Wat is het verschil tussen de VAR en de Wet DBA?
U kunt vanaf 1 mei 2016 geen VAR-verklaring meer aanvragen bij de Belastingdienst om vooraf te weten hoe de Belastingdienst uw werkzaamheden zoals vermeld in uw VAR-verklaring, beoordeelt.

Om toch vooraf duidelijkheid te hebben over hoe De Belastingdienst uw werkzaamheden voor een bepaalde opdrachtgever beoordeelt, kunt u werken op basis van een modelovereenkomst. Dit zijn overeenkomsten die door De Belastingdienst zijn goedgekeurd en De Belastingdienst verklaart dat wanneer op grond daarvan wordt gewerkt, zij de betreffende arbeidsrelatie niet aanmerken als een dienstbetrekking waarvoor loonheffingen moeten worden ingehouden en afgedragen.

Werken op basis van een modelovereenkomst heeft geen vrijwarende werking voor u of uw opdrachtgever. Wanneer De Belastingdienst constateert dat u feitelijk niet conform de modelovereenkomst werkt of heeft gewerkt, kan dit tot gevolg hebben dat er alsnog een dienstverband wordt aangenomen en uw opdrachtgever loonheffingen dient af te dragen.

Is het werken op basis van een modelovereenkomst vanaf 1 mei 2016 verplicht?
Nee dit is, net zoals het aanvragen van een VAR-verklaring, niet verplicht. U mag dus gewoon op basis van een eigen schriftelijke of mondelinge overeenkomst werken. Wel kan het zo zijn dat uw opdrachtgever dat van u vraagt, net zoals er nu vaak om een VAR-verklaring wordt gevraagd.

Hoe bepaal ik welke modelovereenkomst voor mij geschikt is?
De Belastingdienst heeft inmiddels meerdere modelovereenkomsten beschikbaar. U kunt deze bestuderen en bepalen of er een modelovereenkomst is die bij uw werkzaamheden en situatie past. Indien geen van de beschikbar modellen voldoen, kunt u een eigen modelovereenkomst (laten) opstellen en ter toetsing aan De Belastingdienst voorleggen, of aan ons voorleggen.

Waar moet ik op letten bij het gebruik van een modelovereenkomst?
Een modelovereenkomst is grotendeels hetzelfde als ieder andere overeenkomst van opdracht. De modelovereenkomst regelt primair de rechten en plichten van opdrachtnemer en opdrachtgever. Daar komt voor de modelovereenkomst nog bij dat deze vanwege de zogenaamde kernbepalingen volgens de fiscus iets zegt over de vraag of voor de werkzaamheden die in die overeenkomst worden geregeld loonheffingen moeten worden ingehouden en afgedragen.

Van belang is dus om goed te weten wat u afspreekt en om u daar, zeker voor wat betreft de kernbepalingen, aan te houden. De praktijk mag dus niet afwijken van wat er in de overeenkomst staat.

Heeft het zin om een eenmans-B.V. op te richten met het doel geen goedgekeurde modelovereenkomsten te hoeven gebruiken?
Of u nu als DGA vanuit uw eigen BV werkt, of vanuit uw eenmanszaak, dat maakt niet zo heel veel uit. In beide gevallen kan de Belastingdienst  de arbeidsrelatie van u met uw opdrachtgever toetsen. Ook bij een DGA geldt dat vrijwaring voor de opdrachtgever aan de orde blijft als gebruik wordt gemaakt van een goedgekeurde modelovereenkomst en feitelijk ook conform die modelovereenkomst wordt gewerkt.

Het oprichten van een eigen B.V. betekent dus niet dat een opdrachtgever, die vrijwaring wil voor betaling van de loonheffing, de modelovereenkomsten kan omzeilen. Bovendien valt u met een BV onder het vennootschapsrecht en hebt u geen recht op zelfstandigenaftrek. Pas bij een omzet van ongeveer een ton of meer kan een BV fiscaal aantrekkelijk zijn. Win daarom goed advies in voordat u een BV opricht.

Heeft Ambitions Accountants en Adviseurs een modelovereenkomst voor mij?
Aangezien de meest reguliere overeenkomsten op de website staan van de belastingdienst, verwijzen wij u naar de site van de belastingdienst. In overleg kunnen wij deze overeenkomsten aanpassen of bijvoorbeeld samen met u een nieuwe overeenkomst opstellen.

Kan ik mijn eigen modelovereenkomst of die van mijn opdrachtgever laten toetsen?
Het is natuurlijk altijd mogelijk om uw overeenkomst door ons te laten toetsen. Door dit advies staat u sterker in bijvoorbeeld de onderhandelingen met een (potentiele) opdrachtgever.

 

 

Bij gebruik van de nieuwe DBA-modelovereenkomsten van de Belastingdienst kunnen btw-vrijstellingen in gevaar komen, aldus Carola van Vilsteren in Tax Talks.

Bij het uitlenen van personeel is btw een belangrijk punt, omdat de btw een kostenverhogend effect heeft. Het uitlenen van personeel is volgens een besluit in beginsel een belaste prestatie ter zake waarvan btw in rekening dient te worden gebracht, al kan de heffing in een aantal situaties toch achterwege blijven.

Opdrachtverstrekking en btw

Vanuit btw-perspectief lijken de nieuwe DBA-modelovereenkomsten van de Belastingdienst ook tot nieuwe problemen te kunnen leiden. Om een dienstbetrekking te voorkomen, streeft men naar een opdrachtverstrekking. Een opdrachtverstrekking is normaal gesproken belast met btw, tenzij een vrijstelling van toepassing is. Kijkend naar de modellen voor bijvoorbeeld medici, dan is er geen btw-probleem als het om een BIG-er gaat die een medische dienst verricht omdat hij onder een vrijstelling valt. Als het gaat om een gastdocent die wordt ingezet voor het verzorgen van wettelijk geregeld onderwijs, wordt het een ander verhaal. Er kunnen in dat geval wel goedkeuringen gelden, maar juist de school moet dan de lead hebben. Dat wringt met de arbeidsrelatie en dat gaat voor de btw niet goed, aldus Carola van Vilsteren in de aflevering van Tax Talks van 19 januari 2016.

Werken met personeel zonder btw-heffing?

Een oplossing voor gezamenlijk werken met personeel zonder btw is bijvoorbeeld via een overeenkomst ‘kosten voor gemene rekening’. Het nadeel hierbij is echter dat ieder een deel van de kosten volgens een vooraf vastgestelde verdeelsleutel voor zijn rekening moet nemen, en deze verdeelsleutel kan niet meer gewijzigd worden. Partijen kunnen bijvoorbeeld ook een zogenaamde ‘pot-overeenkomst’ aangaan. Het gezamenlijke personeelslid wordt dan van een gemeenschappelijke bankrekening betaald en er zit geen vaste verdeelsleutel in.

(Bron: Taxence)

Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelt belanghebbende geen recht heeft op de startersaftrek bij arbeidsongeschiktheid omdat therapie-uren niet meetellen voor het urencriterium.

X is sinds 2008 werkzaam als zelfstandig kraamverzorgster. X loopt een whiplash op bij een kettingbotsing. De arbeidsongeschiktheidsverzekeraar keert in 2001 in totaal € 19.661 aan periodieke uitkeringen uit. X rekent dit bedrag toe aan haar winst uit onderneming. Zij maakt daarbij aanspraak op de startersaftrek bij arbeidsongeschiktheid. De inspecteur kent bij het vaststellen van de aanslag IB/PVV 2011 deze aftrek niet toe. In geschil is onder meer of X aanspraak heeft op de startersaftrek bij arbeidsongeschiktheid.

Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelt in hoger beroep dat X geen recht heeft op de startersaftrek bij arbeidsongeschiktheid. X voldoet enkel aan het verlaagd-urencriterium als de therapie-uren meetellen. Naar het oordeel van het hof is de therapie gericht op lichamelijk herstel en daarmee niet besteed aan werkzaamheden voor haar onderneming. Hieraan doet niet af dat het herstel noodzakelijk is om de werkzaamheden te kunnen hervatten.

(Bron: Taxlive)

TIP

Zorg dat ingeval van een overdracht van een contract een akte wordt opgesteld. Indien een rechtsverhouding met een wederpartij aan een derde wordt overgedragen, is een akte een wettelijk vereiste.

VOORAF

In een contract leggen partijen onder andere hun rechten (vorderingen) en plichten (schulden) over en weer vast. Elementen uit een contract kunnen separaat worden overgedragen, bijvoorbeeld de overdracht van een vordering uit een contract, de zogeheten ‘cessie’. Voor een cessie van een vordering (een recht op naam) is ingevolge artikel 3:94 BW een daartoe bestemde akte en mededeling aan de schuldenaar nodig. Deze akte kan authentiek zijn of onderhands. Een zogenaamde ‘stille cessie’ (zonder mededeling) kan ook tot stand worden gebracht; alsdan dient de mededeling te volgen bij inwinning van de betreffende gecedeerde vordering.

Maar wat nu als een volledig contract (alle rechten en plichten) wordt overgedragen aan een derde, de zogenoemde ‘contractsoverneming’. Welke vereisten worden daaraan gesteld? In de wet is neergelegd dat tussen een partij en de derde een daartoe bestemde akte moet worden opgemaakt. Wanneer tussen partijen geen akte is opgesteld, is er geen sprake van contractsoverneming. Dat een akte nog wel eens wordt vergeten, blijkt uit een situatie die recent werd voorgelegd aan Gerechtshof Amsterdam.

DE SITUATIE

In deze situatie betrof het een overdracht van een huurovereenkomst. De voormalig huurder (A) is op 24 juli 2008 namens zijn eenmanszaak een huurovereenkomst met de verhuurder aangegaan ten aanzien van een winkelruimte. Naast zijn eenmanszaak heeft A echter ook een vof. Twee vennoten zijn tot deze vof toegetreden en zij zijn met A een vennootschapscontract overeengekomen. Enige tijd later treedt A uit als vennoot en is A in staat van faillissement verklaard. De twee vennoten zijn nu van mening dat zij in de winkelruimte mogen blijven, aangezien er sprake is van contractsoverneming. Het vennootschapscontract kan volgens de vennoten worden beschouwd als akte. In het vennootschapscontract is immers onder andere opgenomen dat ‘‘iedere vennoot de te zijnen naam gestelde contracten, voor zover deze betrekking hebben op het door de vennootschap uitgeoefende bedrijf’’ inbrengt in de vof. De huurovereenkomst is volgens de vennoten derhalve ingebracht in de vof. De verhuurder voert hiertegen echter het verweer dat er geen sprake is van contractsoverneming en dat de vennoten daarom onrechtmatig in de winkelruimte verblijven.

Om aan artikel 6:159 lid 1 BW (contractsoverneming) te kunnen voldoen, moet er sprake zijn van een akte. Uit deze akte moet volgens het hof de gezamenlijke wil van de betrokken partijen blijken, die is gericht op de overgang van de contractuele rechtspositie als eenheid. Daarnaast moet in de akte worden opgenomen welke rechten en plichten precies overgaan. In het betreffende vennootschapscontract was dit niet het geval en derhalve was er volgens het hof geen sprake van contractsoverneming.

Kortom, zorg ingeval van contractsovername dat een akte wordt opgesteld, waaruit de gezamenlijke wil van partijen blijkt, die is gericht op de overdracht van het contract. Vergeet daarbij niet aan te geven welke rechten en plichten precies overgaan.

(Bron: Pellicaan)