DIT IS MIJN WINST SOFTWARE B.V.

All posts in Nieuws voor de Zelfstandige Zonder Personeel

Het is mogelijk dat een auto gezamenlijk bezit is van een dga en zijn bv. Als de dga ook over de auto kan beschikken voor privédoeleinden, stelt de bv in dat geval alleen haar deel ter beschikking aan de dga. Dit werkt dus door in de bijtelling, aldus Hof Den Haag.

Een bv deelde de eigendom van een personenauto met haar dga. De bv had 75% van de eigendom, de dga 25%. Tussen de bv en de Belastingdienst ontstond een geschil over de fiscale behandeling van deze situatie. De bv vond dat geen sprake was van terbeschikkingstelling, omdat het privégebruik 25% was van het totaalgebruik en dus overeenkwam met het aandeel in de eigendom van de dga. De inspecteur hechtte geen waarde aan de overeenkomst tussen de bv en de dga, omdat de dga toch de volledige beschikking over de auto had. Maar voor het hof wist de bv aannemelijk te maken dat daadwerkelijk sprake was van gedeelde eigendom. De autokostenbijtelling schuift de mogelijkheid van gedeelde eigendom niet opzij. Het hof was het echter evenmin volledig eens met de bv. De bv had 75% van de auto ter beschikking gesteld aan de bv. De bijtelling moest daarom 75% van 25% van de cataloguswaarde van de auto bedragen. De bv wilde nog het aandeel van de dga in de afschrijvingskosten en een bedrag dat was verrekend via de rekening-courant aanmerken als aftrekbare eigen bijdrage. Het hof wees dit af, omdat deze betalingen door de dga voortvloeiden uit zijn aandeel in de eigendom van de auto en dus geen gebruikersvergoedingen aan de bv waren.

(Bron: Taxence)

Staatssecretaris Eric Wiebes van Financiën heeft een meerderheid in de Eerste Kamer veiliggesteld voor afschaffing van de Verklaring arbeidsrelatie (VAR). Dinsdagavond kwam hij tegemoet aan de wens van het CDA om daar meer tijd voor te nemen.

De PVV gaf de doorslag door zich voor het wetsvoorstel deregulering beoordeling arbeidsrelatie (DBA) uit te spreken. Samen met CDA en de coalitie werd daarmee een meerderheid van 42 van de 75 zetels bereikt.

De VAR vervalt vanaf 1 mei en Wiebes stelt nu een overgangstermijn voor van een jaar, tot 1 mei 2017. Zelfstandigen zonder personeel en hun opdrachtgevers kunnen zich er zo samen met de Belastingdienst op voorbereiden dat ze dan moeten kunnen aantonen dat ze geen werknemersrelatie hebben. Dat kan door te werken op basis van door de fiscus goedgekeurde contracten.

Tijdens een debat waarin beide regeringsfracties VVD en PvdA hem op voorhand ‘het voordeel van de twijfel’ gaven, kwam de meeste kritiek daarop van D66-senator Alexander Rinnooy Kan, gevolgd door de woordvoerders namens GroenLinks en ChristenUnie.

Schijnzelfstandigheid

Opvallend was dat de SP, die in de Tweede Kamer nog tegen het wetsontwerp stemde, Wiebes onder bepaalde voorwaarden ook het voordeel van de twijfel leek te geven, vanwege de sympathie voor het achterliggende doel: het bestrijden van schijnzelfstandigheid.

Wiebes zegde de SP toe dat de Belastingdienst nieuwe constructies die ze aantreft in voorgelegde overeenkomsten, en die maar net binnen de wet vallen, anoniem en geschoond voor bedrijfsgevoelige informatie, openbaar zal maken. Die transparantie was voor de socialisten een ‘cruciale voorwaarde’ voor een ja-stem.

Ongeclausuleerde vrijwaring

Het kabinet wil af van de huidige Verklaring arbeidsrelatie (VAR) af die opdrachtnemers van de fiscus krijgen voor hun opdrachtgevers. Die zijn daarmee in de praktijk juridisch ‘ongeclausuleerd gevrijwaard’ van aansprakelijkheid voor schijnzelfstandigheid die ze zelf vaak afdwingen bij de zzp-ers.

Het kabinet moest voor de afschaffing van de VAR kunnen rekenen op een meerderheid van 38 van de 75 zetels in de Eerste Kamer als het volgende week tot de stemming komt. De coalitie zelf heeft er daarvan maar 21, waardoor Wiebes nog minimaal twee andere fracties en 17 zetels voor zich moest winnen.

Meer tijd

Het CDA (12 zetels) maakte bij monde van Marnix van Rij duidelijk dat zijn fractie de VVD-er zou steunen, mits hij meer tijd neemt voor invoering. Wiebes wilde per 1 april al van de VAR af, met een transitieperiode tot 1 januari 2017 om alle partijen aan het nieuwe systeem van modelovereenkomsten te laten wennen.

Van Rij wilde de VAR pas op 31 december definitief afschaffen en de handhaving van het nieuwe model pas na een overgangsperiode tot 1 juli 2017 ter hand nemen. Maar hij kon ook leven met het compromis van 1 mei, met een jaar overgangstijd.

Wiebes zegde ook toe dat hij door onafhankelijke deskundigen zoals hoogleraren, rechters en ‘mensen op de werkvloer’ nog zal laten toetsen of de overeenkomsten tussen zzp-ers en hun opdrachtgevers die de Belastingdienst goedkeurt, ook werkelijk conform de wet zijn. De PvdA was verontrust over de mogelijkheid dat de Belastingdienst fiscale zelfstandigheid erkende, die arbeidsrechtelijk juist een werknemersrelatie is.

Orwell

D66-er Alexander Rinnooy Kan vindt dat het kabinet onvoldoende duidelijk maakt welk probleem het precies wil oplossen. Volgens hem kan de huidige VAR-systematiek met een aantal aanpassingen nog prima dienst doen. De grote onzekerheid die de veranderingen teweegbrengen in de markt en de gevolgen daarvan, zijn volgens hem het relatief kleine probleem van schijnzelfstandigheid dat ermee wordt bestreden niet waard.

Rinnooy Kan sprak van een ‘Orwelliaans perspectief’ als opdrachtgevers en opdrachtnemers aan de Belastingdienst moeten uitleggen waarom ze een keer van hun modelovereenkomst zijn afgeweken. Wiebes zegt dat het nieuwe stelsel zekerheid biedt aan partijen die de fiscaal relevante bepalingen in hun overeenkomst naleven en dat een incidentele afwijking niet meteen tot naheffingen van loonbelasting en premies volksverzekeringen zal leiden.

Visie

D66 diende een motie in die om uitstel van de afschaffing van de VAR vraagt in afwachting van hervorming van de arbeidmarkt. Ook GroenLinks en ChristenUnie zetten grote vraagtekens bij de vraag of het kabinet het probleem niet disproportioneel te lijf gaat met de nieuwe wet. ChristenUnie schaarde zich achter de motie van D66 en Groenlinks zei zich nog nader te beraden.

De meeste senatoren missen een onderliggende visie van het kabinet op de toekomst van de arbeidsmarkt, waar de fiscaal aangemoedigde opkomst van de zzp-ers het traditionele werknemersmodel op losse schroeven zet.

(Bron: FD)

De afschaffing van de VAR (Verklaring Arbeidsrelatie) wordt mogelijk uitgesteld. Per 1 april 2016 zou de VAR worden vervangen door een nieuw stelsel van model- en voorbeeldovereenkomsten, maar die ingangsdatum staat wellicht op losse schroeven, nu de Eerste Kamer pas in februari gaat stemmen over het Wetsvoorstel Deregulering beoordeling arbeidsrelaties (DBA).

Het hangt nu al ruime tijd boven de markt: de VAR wordt afgeschaft en opdrachtgevers en opdrachtnemers kunnen dan gaan werken met vooraf door de Belastingdienst goedgekeurde model-en voorbeeldovereenkomsten. Het is overigens niet verplicht om volgens zo’n overeenkomst te werken, maar de opdrachtgever krijgt dan niet de gewenste vrijwaring.

Uitgestelde afschaffing?

De VAR zou eerst worden afgeschaft per 1 januari 2016. Die afschaffing is al uitgesteld tot 1 april 2016. Ook die datum is echter nu onzeker. Om het nieuwe stelsel van model- en voorbeeldovereenkomsten per 1 april aanstaande in te kunnen laten gaan, moet de Eerste Kamer hier volgens de staatssecretaris namelijk uiterlijk 26 januari 2016 mee instemmen. Nu de stemming uitgesteld lijkt te zijn naar 2 februari 2016, is onduidelijk of de datum van 1 april 2016 nog haalbaar is. Mogelijk wordt de afschaffing van de VAR dus wederom uitgesteld.

X en zijn echtgenote Y kochten in 2006 vijf appartementsrechten in een appartementencomplex. Voor de levering van de appartementsrechten op 10 oktober 2007 was op 16 mei 2007 € 93.004 aan BTW in rekening gebracht die X pas in het tweede kwartaal 2008 in aftrek bracht als voorbelasting. X had de appartementsrechten in 2007 in gebruik genomen. Hij gebruikte het woonappartement ook voor werkzaamheden ten behoeve van zijn onderneming, vooral voor het voeren van de administratie daarvan. De teruggaaf was aan hem verleend. De inspecteur stelde later dat X de appartementsrechten tot zijn privévermogen had gerekend zodat hij geen recht had op aftrek van voorbelasting. X ging in beroep tegen de opgelegde naheffingsaanslag BTW. Hij stelde dat hij al in 2007 de appartementsrechten als ondernemingsvermogen had geëtiketteerd en dat het hem niet kon worden tegengeworpen dat de in rekening gebrachte BTW door een omissie pas in een later tijdvak in aftrek was gebracht. Hof Den Bosch verwees naar een arrest van 8 oktober 2010 waarin de Hoge Raad had beslist dat een aftrek waarop direct aanspraak bestond, maar die in eerste instantie ten onrechte niet was gerealiseerd, niet alsnog via herziening kon worden teruggevraagd. Als laatste tijdstip waarop de keuze om een goed al dan niet als ondernemingsvermogen aan te merken, gold het tijdstip waarop het goed in gebruik was genomen. Het tijdstip van ingebruikname was volgens het Hof het laatste tijdstip waarop X de appartementsrechten tot zijn ondernemingsvermogen kon rekenen. Uiterlijk op dat moment moest X uitdrukking geven aan zijn keuze. Het stond volgens het Hof niet precies vast wanneer de ingebruikname had plaatsgevonden, maar het stond wel vast dat dit in 2007 had plaatsgehad. Het Hof besliste dat X er niet voor had gekozen om de appartementsrechten in 2007 tot zijn ondernemingsvermogen te rekenen omdat hij de in rekening gebrachte BTW niet uiterlijk in de aangifte BTW over het vierde kwartaal 2007 als voorbelasting in aftrek had gebracht. De beslissing dat X de appartementsrechten niet tot zijn ondernemingsvermogen had gerekend, bleek volgens het Hof ook uit het feit dat X in de jaren 2007 tot en met 2010 geen BTW wegens een fictieve dienst in zin van artikel 4, lid 2, onderdeel a, Wet OB had aangegeven.

(Bron: FUTD)

Achterstallig onderhoud, bodemverontreiniging, verkeersoverlast, windmolens en een hondenuitlaatplek naast de deur. Dit zijn inmiddels wel bekende factoren die de waarde van uw woning kunnen drukken. Minder voor de hand liggende factoren waarmee woningeigenaren de belastingrechters ook wisten te overtuigen waren de aanwezigheid van een papegaaienopvang in de buurt, geluidsoverlast van een muziekvereniging en uitzicht op het WC-raampje van de buren.

De prijs die door de meestbiedende koper zou worden besteed bij aanbieding ten verkoop op de voor de woning meest geschikte wijze na de beste voorbereiding, dát is de waarde die op de beschikking moet staan voor de WOZ. De gemeente probeert bij de waardering natuurlijk zoveel mogelijk rekening te houden met alle waardebepalende factoren, maar uit de grote verzameling van uitspraken over WOZ-waarden die Fiscaal up to Date in de loop van de jaren heeft verzameld, blijkt dat gemeenten wel eens steken laten vallen en woningen daarom te hoog hebben gewaardeerd. Met een aantal – vaak interne – factoren, kunnen de gemeenten ook geen rekening houden omdat ze het niet weten als de woningeigenaar het ze niet vertelt. Denk aan: asbest, houtrot, lekkages en achterstallig onderhoud. Het is dus raadzaam om te controleren of de WOZ-waarde van uw woning wel juist is vastgesteld. De WOZ-waarde is namelijk niet alleen van belang voor de OZB, maar ook voor het eigenwoningforfait, waterschapsomslagen en soms de erf- of schenkbelasting. Heeft de gemeente wel rekening gehouden met alle factoren die de waarde van uw woning kunnen beïnvloeden, en zo ja, is dit op de goede manier gedaan? De afgelopen jaren bestond misschien wat minder aanleiding voor een nader onderzoek naar de WOZ-waarde van uw woning, omdat door de economische crisis de waarde nog van zelf naar beneden ging, alhoewel ook hier voorbeelden zijn aan te wijzen waarin de gemeente daar niet goed rekening mee heeft gehouden. Na de forse prijsdalingen op de woningmarkt in de voorgaande jaren is het beeld nu echter anders. Tussen 2013 en 2014 daalde de WOZ-waarde gemiddeld nog met 2,8%, maar na de waardepeildatum 1 januari 2014 is weer sprake van een lichte stijging van de WOZ-waarden. De WOZ-beschikking voor 2016 die u binnenkort ontvangt, gaat uit van de waarde van de woning op 1 januari 2015.

Fiscaal up to Date heeft daarom net als voorgaande jaren een overzicht samengesteld van uitspraken van Rechtbanken, Hoven en Hoge Raad over de effecten van bepaalde omstandigheden op de WOZ-waarde van woningen. Wellicht kunt u hiermee de WOZ-waarde van uw woning met succes aanvechten. Uit de totaalcijfers blijkt dat van de ingediende bezwaren tegen de WOZ-waarde circa 45 % wordt gehonoreerd en dat in dat geval de vastgestelde waarde gemiddeld met maar liefst 10% wordt verminderd.

Nieuw in vergelijking met voorgaande jaren is wel dat het niet meer alleen hoeft te gaan om een vermindering van de WOZ-waarde. Ook als u vindt dat de WOZ-waarde van uw woning te laag is vastgesteld, kunt u bij de gemeente bezwaar maken. Een succesvol bezwaar en een hogere WOZ-waarde brengt dan wel hogere belastingen mee, maar daar is het natuurlijk niet om te doen. Een potentiele koper vergelijkt de vraagprijs van een woning natuurlijk ook met de WOZ-waarde en ook financiers kijken steeds vaker naar de WOZ-waarde. In dat geval kan een hogere WOZ-waarde wel eens voordeliger blijken. Kijk dus ook eens met andere ogen naar uw WOZ-waarde. Voorheen keken we of hij niet te hoog was, nu vragen we ons liever af: is de WOZ-waarde juist. Bij de belastingrechter een hogere waarde van een woning bepleiten omdat de aanwezigheid van hanggroepjongeren, de buurt “verjongt”, lijkt echter geen haalbare kaart.

Het volgende overzicht is een greep uit deze verzameling van spraakmakende zaken (via het Fidanummer krijgt u inzage in de rechterlijke uitspraak, alleen beschikbaar voor abonnees).

Bent u nog geen abonnee? Neem een (proef)abonnement en ervaar de snelle en complete nieuwsvoorziening van Fiscaal up to Date.

Recente artikelen (openbaar):

  • WOZ-waarde was voldoende verlaagd met herstelkosten van muur en kelder
  • Uitbreiding A12 en aanleg rondweg verlaagden WOZ-waarde met € 36.000
  Instantie Fidanr.
Verkoop op basis van erfpacht alleen indicatie van WOZ-waarde opstal Hof Den Bosch 11-12-2015, nr. 14/00674 20160015
Verzakte muur en lekkende kelder drukten WOZ-waarde Hof Arnhem-Leeuwarden 15-12-2015, nr. 14/01251 20157637
WOZ-waarde sloopwaardig pand 35% te hoog vastgesteld Hof Arnhem-Leeuwarden 15-12-2015, nr. 14/00620 20157642
WOZ-waarde woning verminderd door overlast landbouwverkeer Hof Den Bosch 11-9-2015, nr. 14/00529 20155858
WOZ-waarde lager omdat verschil met vergelijkingspand niet duidelijk werd Hof Arnhem-Leeuwarden 25-8-2015, nr. 14/00587 20155375
WOZ-waarde woning door bouwkundige gebreken gelijk aan grondwaarde Hof Arnhem-Leeuwarden 23-6-2015, nr. 14/00505 20154362
WOZ-waarde fors lager door overlast van mestvergistingsinstallatie Hof Arnhem-Leeuwarden 30-6-2015, nr. 14/00908 20154370
Uitbreiding A12 en aanleg rondweg verlaagden WOZ-waarde met € 36.000 Hof Den Haag 4-3-2015, nr. 14/00581 20152895
WOZ-waarde nog eens € 13.000 lager door tegenoverliggend flatgebouw Hof Arnhem-Leeuwarden 3-3-2015, nr. 14/00493 20151766
WOZ-waarde lager door onverklaarbaar verschil met referentieobjecten Hof Arnhem-Leeuwarden 18-11-2014, nr. 13/00328 20146902
Arbeidsmigranten op bungalowpark reden voor lagere WOZ-waarde Hof Den Haag 29-7-2014, nr. 13/01652 20145892
WOZ-waarde uitgewoond appartement met € 23.000 verminderd Hof Arnhem-Leeuwarden 26-8-2014, nr. 13/01041 20145454
Slechte staat damwand drukte WOZ-waarde met € 19.000 Hof Arnhem-Leeuwarden 19-8-2014, nr. 13/00612 20145202
Structurele hoge waterstand en schimmel drukten WOZ-waarde met € 20.000 Hof Den Haag 5-8-2014, nr. 14/00113 20145145
Deplorabele staat woning drukte WOZ-waarde met € 12.000 Hof Amsterdam 3-7-2014, nr. 12/00346 20145009
WOZ-waarde fors lager omdat gemeente met teveel grond en inhoud rekende Hof Arnhem-Leeuwarden 24-6-2014, nr. 13/00597 20144187
Rijwoningen met minder grond geen referentiepanden voor hoekwoning Hof Amsterdam 26-6-2014, nr. 13/00110 20144089
Oostkapelle wat ligging en wind betreft geen Zoutelande: WOZ-waarde verlaagd Rechtbank Zeeland-West-Brabant 15-4-2014, nr. 13/4908 20143039
Waardedruk van € 11.000 voor scheuren in muren en staat van dakkapel Hof Arnhem-Leeuwarden 3-6-2014, nr. 13/00640 20143413
WOZ-waarde door vervuiling voormalige stortplaats met ruim 35% omlaag Hof Arnhem-Leeuwarden 4-3-2014, nr. 13/00208 20141592
Misbruik door jongelui van tuin aan water drukte WOZ-waarde woning Hof Arnhem-Leeuwarden 11-2-2014, nr. 12/00205 20140968
Waardevermindering van 25% voor bodemverontreiniging Hoge Raad 31-1-2014, nr. 13/03957 20140490
Ligging woning aan rondweg was waardedrukkende omstandigheid Rechtbank Noord-Nederland 7-6-2013, nr. 12/4343 20140214
Bovengrondse hoogspanningsleiding verminderde WOZ-waarde met € 37.000 Hof Den Haag 27-5-2013, nr. 12/00404 20140048
WOZ-waarde € 35.000 lager door geluidsoverlast van muziekvereniging Rechtbank Zeeland-West-Brabant 25-10-2013, nr. 12/5447 20137248
WOZ-waardedruk van meer dan € 100.000 voor wateroverlast souterrain Hof Arnhem-Leeuwarden 9-4-2013, nr. 12/00046 20132548
Dreigende executieverkoop was WOZ-waardedrukkend Hof Arnhem-Leeuwarden 29-1-2013, nr. 12/00018 20130952
Burenruzie verminderde WOZ-waarde als dit potentiële koper beïnvloedde Hof Arnhem-Leeuwarden 8-1-2013, nr. 12/00048 20130100
WOZ-waarde verminderd door economische crisis Hof Den Haag 15-6-2012, nr. 11/00346 20124072
WOZ-waarde verminderd wegens ligging langs drukke weg Hoge Raad 11-5-2012, nr. 12/00069 20123076
WOZ-waarde grachtenpand wegens verzakking € 143.000 lager Hof Amsterdam 26-4-2012, nr. 11/00072 20122965
Asbest leidde ook zonder noodzaak tot verwijdering tot lagere WOZ-waarde Hof Amsterdam 2-2-2012, nr. 11/00552 20122504
Houtworm en asbest in dakbeschot leidden tot lagere WOZ-waarde Hof Leeuwarden 27-3-2012, nr. 11/00109 20122186
WOZ-waarde met € 40.000 verminderd wegens stankoverlast Hoge Raad 17-2-2012, nr. 11/03369 20121152
Verlaging WOZ-waarde met bijna 5% voor plaatsing UMTS-telefoniemasten Hof Amsterdam 12-1-2012, nr. 10/00095 20120536
Ligging woning bij druk kruispunt leidde tot lagere WOZ-waarde Rechtbank Breda 7-12-2011, nr. 11/3523 20120474
Bodemverontreiniging,
wateroverlast en schoolplein leidden tot lagere WOZ
Rechtbank Dordrecht 10-1-2012,
nr. 11/34
20120326
Geluidsoverlast van treinverkeer
verminderde WOZ-waarde met € 16.000
Hof Arnhem 22-11-2011, nr. 11/00268 20116563
WOZ-waarde wegens wateroverlast
in kruipruimte met € 20.000 verminderd
Hof Amsterdam 28-7-2011, nr.
10/00887
20113815
Met aftrek van € 40.000 was
slechte onderhoudstoestand van flat gedekt
Hof Den Haag 8-6-2011, nr.
10/00295
20113388
Naastgelegen bordeel en
verzakkingen drukten WOZ-waarde met ruim 10%
Rechtbank Den Haag 1-6-2011, nr.
10/8694
20113401
Uit de hand gelopen burenruzie
drukte WOZ-waarde met € 75.000
Hof Amsterdam 28-4-2011, nr.
09/00808
20113249
Waardedruk van € 41.000 voor
tunnelbak en hangplek jongeren
Hoge Raad 29-4-2011, nr.
10/03620
20112052
Drugstoerisme in Bergen op Zoom
verminderde WOZ-waarde
Rechtbank Breda 7-2-2011, nr.
10/3342
20111123
Waardedruk van € 22.000
door geluidsoverlast van Randstadrail
Hof Den Haag 25-3-2011, nr.
10/00203
20110608
WOZ-waarde verminderd wegens Reeperbahn-effect Hof Den Bosch 29-7-2010, nr.
08/00797
20105429
Waardevermindering van
€ 40.000 voor achterstallig onderhoud
Hof Den Haag 6-10-2010, nr.
09/00894
20105159
Vochtschade aan binnenzijde
woning verminderde WOZ-waarde met € 15.000
Hof Den Haag 22-6-2010, nr.
09/00425
20103594
Rompslomp voor
bestemmingswijziging drukte WOZ-waarde met 10%
Hof Den Haag 23-6-2010, nr.
09/00764
20103401
Vermindering WOZ-waarde wegens
overlast naastgelegen veehouderij
Rechtbank Dordrecht 20-11-2009,
nr. 07/1088
20101778
WOZ-waarde met € 97.000
verminderd wegens overlast van hondenkennel
Hof Den Haag 19-1-2010, nr.
09/00537
20101482
WOZ-waarde van sloopwoning nabij
luchthaven fors verminderd
Hof Amsterdam 5-11-2009, nr.
07/00324
20095358
Fundering- en gevelschade
verminderden WOZ-waarde met € 55.000
Hof Den Haag 25-8-2009, nr.
07/00563
20093727
Schade aan woning door verslaafde
leidde tot lagere WOZ-waarde
Hof Den Haag 30-6-2009, nr.
08/00034
20093041
Nabijheid van horeca en
coffeeshop drukte WOZ-waarde
Hof Den Haag 7-7-2009, nr.
07/00627
20093961
Plannen om dijk terug te leggen
verminderden WOZ-waarde met 10%
Hof Arnhem 8-9-2009, nr.
08/00199
20094061
Nabijheid van spoorlijn
verminderde WOZ-waarde van woning met € 37.300
Rechtbank Almelo 28-10-2008, nr.
08/368
20084377
Waardedruk nabijgelegen
luchthaven en verkeersweg was 5%
Hof Arnhem 5-10-2007, nr.
07/00037
20073502
Windmolens nabij woning
verminderden WOZ-waarde met € 25.000
Hof Leeuwarden 17-8-2007, nr.
76/06
20072900
Waardedruk door asbestvervuiling
bedroeg in totaal € 47.740
Hof Arnhem 5-7-2007, nr.
06/00399
20072684
Studentenoverlast drukte
WOZ-waarde met € 35.000
Rechtbank Den Haag 29-6-2007,
nr. 06/5791
20072411
Naast woning gelegen pretpark
drukte WOZ-waarde
Rechtbank Middelburg 29-12-2006,
nr. 06/239
20070061
Nabijheid hondenuitlaatplaats
verminderde WOZ-waarde met f 5.000
Hoge Raad 11-02-2005 nr. 3992 20050630
Slagschaduwhinder windmolen
verminderde WOZ-waarde
Hoge Raad 17-12-2004, nr. 39644 20044508
Naburig papegaaienbedrijf
verminderde WOZ-waarde met € 10.000
Hof Arnhem 9-8-2004, nr.
02/03453
20043208
Niet-ontplofte bom in tuin
verminderde WOZ-waarde met € 22.689
Hof Den Haag 3-8-2004, nr.
03/03484
20042740
Naburige kippenmesterij leidde
tot vermindering WOZ-waarde
Hof Leeuwarden 20-2-2004, nr.
1403/02
20040631
Skatebaan leidde tot
vermindering WOZ-waarde
Hof Arnhem 23-4-2003, nr.
02/03112
20032205
WC-raampje van buren had
waardedrukkend effect op woning
Hof Den Haag 16-8-2000, nr.
97/03153
20003476

Uiterlijk 26 januari 2016 zal de Eerste Kamer stemmen over de vervanger van de VAR. Het idee van die vervanging houdt in dat overeenkomsten kunnen worden voorgelegd aan de Belastingdienst. De Belastingdienst geeft dan een oordeel over de overeenkomst. Partijen zouden hieraan zekerheid kunnen ontlenen omtrent de loonheffingen. De Belastingdienst zal beoordeelde overeenkomsten (voor zover mogelijk) openbaar maken, zodat deze door andere opdrachtgevers en opdrachtnemers kunnen worden gebruikt. Het gebruik van een beoordeelde (voorbeeld)overeenkomst is facultatief, hier bestaat geen enkele verplichting toe. De nieuwe wet zou op 1 april 2015 moeten ingaan. De Eerste Kamer stelde op 18 december 2015 wederom kritische vragen over het wetsvoorstel. De kern van de kritiek komt er op neer dat men zich, overigens net als de Raad van State, afvraagt of de vervanging van de VAR het werkelijke probleem oplost. Een van de problemen is immers de controle daarop. Van de ongeveer 600.000 VAR-aanvragen die er jaarlijks worden gedaan, worden er maar zo’n 1.500 door de Belastingdienst gecontroleerd. Dat gebrek aan controle zal ook parten spelen bij de vervanger van de VAR. Door de Belastingdienst zijn al diverse goedgekeurde overeenkomsten op haar website gepubliceerd. Met ingang van 18 december is de Belastingdienst begonnen om fiscaal relevante bepalingen voor de loonheffingen en de werknemersverzekeringen in die overeenkomsten te markeren. De vormgeving van de arbeidsrelatie tussen een opdrachtgever en een opdrachtnemer is daarmee vormvrij geworden. Partijen hebben de vrijheid om bij de invulling van hun arbeidsrelatie de gemarkeerde (fiscale) bepalingen al dan niet over te nemen. Net zoals ze kunnen beslissen of zij zekerheid vooraf wensen van de Belastingdienst of niet. Met andere woorden: er ontstaat een open stelsel. Net als vele beroepsgenoten ben ik erg bevreesd voor dit wetsvoorstel: er ontstaat schijnzekerheid. Het volgen van een modelovereenkomst lijkt zekerheid te bieden, maar als er in de praktijk (iets?) van afgeweken wordt, is de zekerheid weg. En als we het probleem van de controle niet oplossen, wat is dan de zin van de vervanging? Misschien dat de Eerste Kamer kritisch blijft en tegen het wetsvoorstel stemt, maar anders hebben we weer een wet waar we in de praktijk alleen maar last van zullen hebben.

(Bron: Taxence)

In het wetsvoorstel Overige fiscale maatregelen (OFM) 2016 is een vereenvoudiging opgenomen van de informatieplicht bij eigenwoningschuld.

Voor belastingplichtigen met een eigenwoningschuld anders dan bij aangewezen administratieplichtigen, zoals een bank, geldt een informatieplicht. Het gaat bijvoorbeeld om een schuld bij de “eigen” bv of bij een familielid. Op basis hiervan moeten deze belastingplichtigen via een modelformulier bepaalde gegevens over de schuld aan de Belastingdienst verstrekken. Informatie moet worden verstrekt bij het aangaan van de schuld en bij latere wijzigingen daarvan. In de praktijk is dit proces zeer bewerkelijk gebleken, zowel voor belastingplichtigen als voor de Belastingdienst. Daarnaast komt het vaak voor dat informatie te laat wordt aangeleverd. Dat kan leiden tot een (tijdelijke) renteaftrekbeperking. Redenen om dit proces anders in te richten.

Voorgesteld wordt om het proces te integreren in het aangifteproces en de benodigde informatie vanaf het belastingjaar 2016 alleen nog uit te vragen via de aangifte. De renteaftrek in de aangifte kan alleen worden geclaimd wanneer alle hierop betrekking hebbende vragen zijn beantwoord. De afzonderlijke sanctie van (tijdelijk) verlies van renteaftrek bij het niet tijdig verstrekken van de gevraagde gegevens kan daarmee vervallen. Voor het verstrekken van onjuiste of onvolledige gegevens gaan dezelfde sancties gelden die van toepassing zijn bij het niet, onjuist of onvolledig doen van aangifte.
[ Bron: Fiscaal Juridisch Adviesbureau Nationale Nederlanden ]

De vrijstelling in box 1 voor op of na 1 januari 2013 afgesloten kapitaalverzekeringen eigen woning, beleggingsrechten eigen woning en spaarrekeningen eigen woning is afgeschaft en wordt belast als vermogen in box 3.
De enige uitzondering op deze regeling is de overgangsregeling voor overgesloten hypotheken. Bestaande hypotheken die voor 1 april 2013 zijn omgezet naar een (bank)spaarhypotheek vallen nog onder de oude regels voor aftrekbare hypotheekrente.
Wat voor 1 januari 2013 is afgesloten, blijft wel vrijgesteld in box 1 tot maximaal € 154.000 per persoon bij 20 jaar of langere premiebetalingen.
(Bron: ABAB)

De staatssecretaris keurt in een nieuw besluit over eigenwoningrente in de IB goed dat boeterente, al dan niet in het kader van rentemiddeling, niet wordt aangemerkt als kosten van geldleningen maar als rente van schulden. Boeterente is dan aftrekbaar als rente van schulden en wordt ook voor de beoordeling van de fiscale aflossingseis aangemerkt als rente. Onder boeterente wordt in dit kader verstaan de reële vergoeding die de bank in rekening brengt en die bestaat uit het renteverlies dat de bank lijdt over de nog resterende rentevastperiode bij het (gedeeltelijk) aflossen, wijzigen of oversluiten van een lening. Het maakt daarbij niet uit hoe de bank deze vergoeding berekent en of deze al dan niet wordt uitgesmeerd over de nieuwe rentevastperiode. Andere opslagen die een bank in het kader van rentemiddeling in rekening brengt, zoals een opslag voor het risico van vroegtijdig volledig aflossen bij verkoop, zijn niet aan te merken als boeterente. Deze opslagen worden dan ook niet aangemerkt als rente van schulden, behalve als het totaal van alle overige opslagen de doelmatigheidsgrens van 0,2% niet overschrijdt. Staat een aanslag IB al onherroepelijk vast, dan kan een verzoek tot ambtshalve vermindering worden ingediend als minder dan vijf jaren zijn verlopen na het einde van het kalenderjaar waarop de aanslag betrekking heeft. Het besluit treedt op 8 december 2015 in werking.

Zorggroepen, gezondheidscentra en geboortezorgcentra in de eerste lijn betalen vanaf komend jaar geen 21 procent btw meer over de vergoeding voor de overheadkosten die zij maken. Een ruime meerderheid in de Tweede Kamer stemde woensdagmiddag in met een amendement op het Belastingplan 2016 van de parlementariërs Neppérus (VVD) en Groot (PvdA), dat deze btw-vrijstelling per 1 januari 2016 moet regelen. Het Belastingplan van staatssecretaris Wiebes moet overigens nog worden goedgekeurd door de Eerste Kamer, waar de coalitie van PvdA en VVD geen vanzelfsprekende meerderheid heeft.

In het amendement stellen beide coalitiegenoten voor om de verbruiksbelasting op onder meer frisdrank, limonade en vruchtensap (frisdrankaccijns) te verhogen. Het geld dat deze fiscale maatregel de schatkist oplevert, zo’n 30 miljoen euro per jaar, moet worden ingezet om een btw-vrijstelling te kunnen bekostigen voor zorggroepen. Staatssecretaris Wiebes (VVD, Financiën) kan aan de wens van de Kamer tegemoetkomen door het Uitvoeringsbesluit omzetbelasting uit 1968 aan te passen. Hiervoor is geen wetswijziging nodig. Wiebes deed vorige week in een debat over het Belastingplan al de toezegging dat hij de btw-vrijstelling voor zorggroepen per 1 januari volgend jaar zou regelen, mits het amendement door een meerderheid van de Kamer gesteund zou worden.

‘Het ei is gelegd’, zegt Theo Bisschops, fiscaal jurist en directeur van zorggroep RCH Midden-Brabant. ‘Waarschijnlijk regelt de staatssecretaris via een beleidsbesluit nu dat zorggroepen en gezondheidscentra voortaan erkend worden als sociale en culturele instellingen. Volgens Europese regels zijn zij vrijgesteld van het betalen van btw. Deze weg is onlangs ook in de wijkverpleging bewandeld. Hiermee erkent de politiek dat als de zorg onderdeel is van een geheel, zoals bij ketenzorg het geval is, de belastingdienst niet zomaar een knip kan maken.’

Al enkele jaren komen zorggroepen en gezondheidscentra in het geweer tegen de btw-heffing op de vergoeding voor de administratieve kosten die zij maken om de kwaliteit van en de samenwerking in de zorg te handhaven en te verbeteren. De fiscus oordeelde tot op heden dat bij het maken van overheadkosten door zorggroepen er geen directe zorgrelatie is met de patiënt en dat er daarom geen sprake kan zijn van btw-vrijgestelde medische zorgverlening. Een standpunt dat in het voorjaar van 2014 nog door het Amsterdamse Hof werd bevestigd in een zaak die was aangespannen door zorggroep Zaanstreek-Waterland.

Al stelde Christel van Vugt, accountmanager bij brancheorganisatie InEen, onlangs in een artikel in Medisch Contact dat de fiscus in de afgelopen jaren niet één lijn heeft getrokken bij het aanslaan van de zorggroepen. ‘Sommige zorggroepen hebben (..) nooit btw betaald. Sommige hebben een vrijstelling, andere weer niet. Weer andere hebben, na de uitspraak van het Amsterdamse Hof in 2014, een forse aanslag met terugwerkende kracht opgelegd gekregen. ’

Een interessante vraag is nu of de fiscus besluit om met terugwerkende kracht de btw-aanslagen voor zorggroepen kwijt te schelden. Nika Stegeman, belastingadviseur, reageert terughoudend. ‘Het grootste struikelblok is dat de btw-vrijstelling gekoppeld is aan de verhoging van de verbruiksbelasting op frisdrank. Er is dus pas per 1 januari 2016 budgettaire dekking voor het schrappen van de btw-heffing op zorggroepen. Aan de andere kant merk je ook dat de Kamer vindt dat deze vrijstelling echt nodig is. De Kamer kan de staatssecretaris dan ook opdragen om zorggroepen met terugwerkende kracht per 1 januari 2015 vrij te stellen van het betalen van btw. Een regeling waarbij zorggroepen ook een btw-vrijstelling krijgen voor de jaren tot 2015, is uitvoeringstechnisch lastig. Je hebt het hier dan namelijk over gesloten boekjaren.’

Bisschops: ‘Met deze uitspraak van de Kamer in de hand heeft de belastingdienst het recht om tot 1 januari 2016 btw te heffen op de overheadkosten van zorggroepen. In theorie zou de fiscus na dit aangenomen amendement dus zelfs extra werk kunnen gaan maken van het met terugwerkende kracht aanslaan van zorggroepen. Onder de belastinginspecteurs zitten hele eigengereide personen en de wettelijke naheffingstermijn is vastgesteld op vijf jaar. Daarna ben je pas veilig. Aan de andere kant kan staatssecretaris Wiebes ook besluiten om de btw-aanslagen op zorggroepen over de afgelopen vijf jaar juist terug te draaien. Dit is ook in de wijkverpleging gebeurd. Het is allemaal heel verwarrend. De champagne kan nog niet open.’

Zelf probeert Bisschops de heffing van ongeveer een half miljoen euro (inclusief naheffing) die zijn zorggroep RCH Midden-Brabant kreeg opgelegd ongedaan te maken via een bodemprocedure bij de rechtbank Zeeland/West-Brabant. ‘Ondanks dit besluit van de Kamer gaan wij onze procedure gewoon doorzetten. Of de fiscus moet ineens een draai make. Voor mij is dit een principekwestie.’

(Bron: Medisch-contact)