DIT IS MIJN WINST SOFTWARE B.V.

All posts in Nieuws voor de Zelfstandige Zonder Personeel

Onregelmatigheden in de CO2-emissies zijn direct van invloed op verleende belastingvoordelen en staatssecretaris Wiebes vindt het van groot belang dat alle relevante feiten zo snel mogelijk op tafel komen. Hij is daarom een onderzoek gestart naar de mogelijke gevolgen van deze onregelmatigheden voor de belastingheffing. Dit antwoordt de bewindsman op Kamervragen over het terugvorderen van ten onrechte verleende belastingvoordelen bij sjoemelende autofabrikanten. Volgens de staatssecretaris is duidelijk dat een eventueel schadeverhaal thuishoort bij de veroorzaker van de schade en niet bij de consument. Volkswagen heeft in een brief aan de minister van Financiën laten weten dat de Volkswagen Groep eventuele additionele heffingen als gevolg van een te lage fabrieksopgave voor de CO2-emissies volledig voor haar rekening zal nemen. Zij heeft nadrukkelijk verzocht om geen aanvullende claims bij de consumenten neer te leggen. De volgende fiscale regelingen zijn volgens de staatssecretaris relevant: een lagere BPM, verlaagde tarieven in de MRB voor auto’s met een CO2-uitstoot van niet meer dan 50 g/km en (de milieukortingen in) de bijtelling voor privégebruik van een auto van de zaak. Verder zal er ook doorwerking zijn naar onder andere de BTW en de provinciale opcenten en kunnen ook stimuleringsregelingen, zoals de milieu-investeringsaftrek en de willekeurige afschrijving milieubedrijfsmiddelen, worden geraakt door eventuele onregelmatigheden in de CO2-emissies.

(Bron: FUTD)

Tot voor kort was de ZZP-er of ondernemer verplicht zijn lijfrentepotje aan te spreken alvorens hij een beroep kon doen op een bijstandsuitkering. Voor mensen met een werknemerspensioen was dat anders, hun pensioen was beschermd en hoefde niet aangesproken te worden bij een beroep op de bijstand.

Dit jaar heeft staatssecretaris Jetta Klijnsma een wetsvoorstel ingediend om dat verschil op te heffen. Op 17 november 2015 is de wet door de eerste kamer aangenomen.

Voor alle duidelijkheid wijs ik er nog eens op dat het ZZP-pensioen in feite een lijfrente is.

Deze regeling geldt voor alle lijfrentes. De voorwaarden zijn als volgt:

  • Het maximale lijfrentekapitaal wat wordt beschermd is € 250.000,-;
  • Lijfrentepremies die zijn gestort in de periode van vijf jaren voordat men een beroep deed op de bijstand zijn alleen beschermd:
    • tot een maximum van € 6.000 per jaar en;
    • Indien in elk van de vijf jaren tenminste enige inleg in een lijfrente product is gedaan.

Deze eisen dienen als waarborg dat mensen geen grote sommen geld wegsluizen in het zicht van een bijstandsaanvraag.

Alle verschillende lijfrente producten worden samengenomen. Het is dus mogelijk dat een individueel product niet voldoet aan de voorwaarden maar dit lijfrentekapitaal toch wordt beschermd omdat een andere lijfrente werd opgebouwd en het totaal van de producten wel aan de voorwaarden voldoet.

Uiteraard geldt deze regeling niet alleen voor lijfrentekapitalen van ZZP-ers en IB-ondernemers maar ook voor lijfrentekapitalen van DGA’s en ‘normale’ werknemers.

Bij expiratie van een pensioenpolis moet binnen een “redelijke termijn” een recht op een pensioenuitkering worden aangekocht. Wat onder een “redelijke termijn” termijn kan worden verstaan heeft de belastingdienst in (Vraag & Antwoord 10-001 d.d. 040510) aangeven dat hierbij een onderscheid gemaakt moet worden naar de situatie bij leven en de situatie bij overlijden.

Voor een uitkering bij leven geldt een termijn van 6 maanden voor een uitkering bij overlijden geldt een termijn van 12 maanden.

De “redelijke termijn” is tijdelijk verlengd tot 31 december 2016 en geldt naast de regeling pensioenknip. Dat betekent dat bij thans expirerende pensioenpolissen uiterlijk ultimo 2016 een pensioen moet zijn aangekocht. Hierdoor kan ook nog gebruik worden gemaakt van het wetsvoorstel variabele pensioenuitkering, dat thans in voorbereiding is.

(Pensioenweblog)

X was onder huwelijkse voorwaarden gehuwd met Y. In 2006 werd de echtscheiding uitgesproken. Y beschikte in de jaren 2001 tot en met 2004 in het buitenland over vermogensbestanddelen die in geen van hun aangiften IB waren opgenomen. Het betrof bedragen tussen € 292.696 en € 386.180, afkomstig uit de erfenis van haar moeder. In december 2009 meldde X het buitenlandse vermogen bij de Belastingdienst. Y wilde echter niet meewerken. De inspecteur legde navorderingsaanslagen op, waarbij hij de helft van de vermogensbestanddelen aan X toerekende. X ging in beroep en stelde dat hij de keuze van toerekening van vermogensbestanddelen zonder instemming van de ex-partner kon herzien, waardoor de volledige bedragen bij Y in de heffing moesten worden betrokken. Hof Den Bosch was het niet met X eens. Herziening in de zin van artikel 2.17, lid 3, Wet IB 2001 was volgens het Hof niet mogelijk, omdat de ex-partner daar niet aan meewerkte. X ging in cassatie. De Hoge Raad besliste dat met het wettelijke vermoeden van een verdeling bij helfte juist was beoogd te voorkomen dat de inspecteur een juridisch correcte verdeling moest maken, met alle bewijsrechtelijke complicaties van dien, in situaties waarin partners niet in staat of bereid waren om zelf een (andere) verdeling te maken. De Hoge Raad verwierp ook de stelling van X dat de inspecteur in strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel had gehandeld. De inspecteur had de wettelijk voorgeschreven toerekening van het buitenlandse vermogen toegepast, zodat hem geen onzorgvuldig handelen kon worden verweten. De Hoge Raad verklaarde het beroep in cassatie van X ongegrond.

(Bron:FUTD)

Vanaf nu is het ook mogelijk om offline een WBSO-aanvraag voor 2016 in te vullen. Ondernemers die al vanaf 1 januari 2016 gebruik willen maken van WBSO, dienen uiterlijk 30 november 2015 de aanvraag te doen.

Het aanvraagprogramma WBSO 2016 is te downloaden op de site van de Rijksdienst van Ondernemend Nederland (RVO). De aanvraag kan offline worden ingevuld en vervolgens online via het eLoket indienen. De WBSO-aanvraag kan ook online ingevuld en ingediend worden. Voor beide manieren is eHerkenning (niveau 2+) nodig.

Op tijd aanvragen
Ondernemers die al vanaf januari 2016 hun kosten voor R&D willen verlagen, dienen uiterlijk 30 november 2015 WBSO aan te vragen. Een aanvraag moet namelijk uiterlijk één volledige kalendermaand voor de start van de R&D-werkzaamheden bij de RVO worden ingediend. Bij aanvragen na 30 november 2015 is de startdatum later dan 31 januari 2016.

Zelfstandigen
Voor zelfstandige ondernemers gelden andere regels. Zij kunnen tot en met 1 januari 2016 een WBSO-aanvraag indienen voor hun eigen R&D-werkzaamheden die starten op 1 januari 2016.

De WBSO-informatie van de RVO is gebaseerd op de wijzigingen in de WVA zoals opgenomen in het wetsvoorstel Belastingplan 2016 en de hierop gebaseerde Regeling S&O-afdrachtvermindering en is onder voorbehoud van goedkeuring van het Belastingplan. Pas nadat het Belastingplan 2016 is aangenomen door de Eerste Kamer, kan de Regeling worden gepubliceerd in de Staatscourant. Tot die tijd is de Regeling als voorgenomen beleid te downloaden onder officiële bekendmakingen.

Bron: Rijksdienst voor Ondernemend Nederland

X was enig erfgenaam van de in december 1998 overleden Y. Tot de nalatenschap behoorden onder meer een tegoed op een bankrekening en effecten bij een bank in Zwitserland. X vermeldde het Zwitserse vermogen niet in de aangifte successierecht. In februari 2014 maakte X in het kader van de IB alsnog melding van niet-aangegeven vermogen. De inspecteur legde naar aanleiding daarvan een navorderingsaanslag successierecht van € 100.925 op. X ging in beroep en stelde dat navordering niet meer mogelijk was, omdat bij de inwerkingtreding van de onbeperkte navorderingsbevoegdheid op 1 januari 2012 de daarvoor geldende navorderingstermijn van 12 jaar al was verstreken. Rechtbank Gelderland besliste dat uit de letterlijke tekst van artikel 66, lid 3, SW niet volgde dat onbeperkte terugwerkende kracht toekwam aan die bepaling, in die zin dat ook voor nalatenschappen waarvoor de bevoegdheid tot navordering op 1 januari 2012 al was vervallen, de in de tijd onbeperkte navorderingsbevoegdheid gold. Ook uit de parlementaire geschiedenis volgde niet dat de wetgever had bedoeld om in dit soort situaties onbeperkte terugwerkende kracht te verlenen. Uit de toelichting op het amendement waarbij de onbeperkte navorderingsbevoegdheid was ingevoerd, en de antwoorden van de staatssecretaris bleek volgens de Rechtbank dat uitsluitend was bedoeld om nalatenschappen onder de bepaling te laten vallen waarvoor de verlengde navorderingstermijn van twaalf jaar nog niet was verstreken op 1 januari 2012. De Rechtbank verklaarde het beroep van X gegrond en vernietigde de navorderingsaanslag.

(Bron: FUTD)

Als u met zzp’ers werkt, is het belangrijk om met een aantal fiscale aspecten rekening te houden. U wilt immers geen problemen krijgen met de Belastingdienst. Nu de Verklaring arbeidsrelatie (VAR) op termijn wordt afgeschaft, is het belangrijk om hier tijdig op te anticiperen.

 

Een juiste VAR biedt een opdrachtgever vooraf zekerheid dat er geen loonheffingen verschuldigd zijn. Hierdoor is het voor een zzp’er makkelijker om een opdracht te verkrijgen. In de praktijk blijkt echter dat veel zzp’ers met een VAR als schijnzelfstandige werkzaam zijn, terwijl de Belastingdienst de opdrachtgever dan niet kan aanspreken. Dit is een belangrijke reden waarom de VAR komt te vervallen.

Voorbeeldovereenkomsten

De VAR wordt vervangen door een systeem van voorbeeldovereenkomsten. Inmiddels zijn er diverse overeenkomsten op de website van de Belastingdienst gepubliceerd. U kunt ook zelf een overeenkomst ter goedkeuring voorleggen aan de Belastingdienst. Een voorbeeldovereenkomst biedt ondernemers en zzp’ers zekerheid dat er geen loonheffingen zijn verschuldigd. Dit geldt overigens alleen als conform de overeenkomst wordt gewerkt. Mocht achteraf blijken dat de overeenkomst niet juist is nageleefd, dan kan de opdrachtgever toch worden geconfronteerd met een naheffing van loonheffingen.

 

Minder rechtszekerheid

De nieuwe regelgeving biedt opdrachtgevers dus minder rechtszekerheid dan onder het regime van de VAR. De tijd moet nog uitwijzen op welke punten de Belastingdienst zal toetsen en in hoeverre afwijkingen van de overeenkomst wel of niet worden geaccepteerd. Door forse kritiek op de voorgestelde regels is de invoering van de voorbeeldovereenkomsten uitgesteld tot 1 april 2016. Dit is althans de streefdatum. De vrijwarende werking van de VAR blijft voor de opdrachtgever bestaan, totdat de nieuwe regels in werking treden, dus in elk geval tot 1 april 2016.

 

Huurt u als ondernemer regelmatig zzp’ers in, dan doet u er nu al verstandig aan om in aanloop naar de nieuwe regels kritisch te kijken naar de zzp’ers die u inhuurt en te controleren of u straks werkt conform goedgekeurde overeenkomsten.

(Bron: ABAB)

Op 8 juli 2015 is de pensioenknip weer opengesteld voor pensioengerechtigden. Met de pensioenknip is het mogelijk eerst een tijdelijke pensioenuitkering aan te kopen en later een levenslange pensioenuitkering.

Veel pensioenproducten werken op basis van een pensioenkapitaal. Op de pensioendatum moet het pensioenkapitaal worden omgezet in een pensioenuitkering. Daartoe moet een nieuwe verzekering gesloten worden. De hoogte van de pensioenuitkering is afhankelijk van de verzekeringstarieven op de pensioendatum. De verzekeringstarieven zijn weer afhankelijk van de rente op de kapitaalmarkt. Is de rente laag, dan zal de uitkering ook laag zijn. Is de rente hoog, dan zal de uitkering hoger zijn.

De achtergrond van de pensioenknip is gelegen in de lage rekenrente bij de aankoop van een pensioenuitkering. Voor mensen die een pensioenkapitaal moeten omzetten in een pensioenuitkering, leidt die lage rekenrente tot een laag pensioen. Uitstellen van het aankoopmoment is vaak niet mogelijk waardoor mensen geconfronteerd worden met een teleurstellende pensioenuitkering.

Door de aankoop van de pensioenuitkering (deels) uit te stellen kan men inspelen op de verwachting dat de rekenrente stijgt. Daarnaast kan het resterende pensioenkapitaal langer worden belegd en kan er meer rendement worden behaald. Als de rekenrente op het tweede aankoopmoment hoger is, dan kan een hogere pensioenuitkering worden aangekocht, zo is de gedachte.

De oude pensioenknip heeft weinig voordeel gebracht voor de pensioengerechtigden. De rekenrente blijkt zich al langere tijd op een dieptepunt te bewegen en lijkt nog steeds te dalen. In plaats van een hogere uitkering, hebben de mensen die in het verleden hun pensioen hebben ‘geknipt’ vaak een lagere uitkering. Daarnaast was het onder de oude regeling niet mogelijk om de tweede uitkering bij een andere aanbieder onder te brengen. Men had niet de mogelijkheid te shoppen op het tweede aankoopmoment.

Voor de huidige regeling van de pensioenknip moet shoppen tussen de verschillende aanbieders wel mogelijk zijn. Staatssecretaris Jette Klijnsma schrijft in een brief aan de tweede kamer dat zij dit wil verankeren in wetgeving. Bron

Of het aantrekkelijk is de pensioenknip toe te passen hangt sterk af van uw persoonlijke situatie en toekomstverwachting. Zoals gezegd kan het positief uitpakken maar ook negatief. Het doorbeleggen van het pensioenvermogen lijkt aantrekkelijk maar u mag daar niet teveel van verwachten. Door de korte resterende looptijd van de beleggingen is het vaak niet verantwoord om risico te lopen in de beleggingen. Veelal komt men uit op beleggingen in obligatiefondsen. Een kenmerk van dergelijke fondsen is dat de waarde daarvan stijgt als de rente daalt en andersom.

De pensioenknip wordt toegepast indien men een stijgende rente verwacht. Dan kan immers een hogere pensioenuitkering worden gekocht voor het beschikbare kapitaal. Echter door te beleggen in obligaties wordt dit effect (deels) weer teniet gedaan. Bij een stijgende rente zal de waarde van de obligatiebelegging dalen.

De obligatiebelegging kent een vaste geldstroom die bestaat uit rente en aflossing op de einddatum. Als de marktrente stijgt, wordt die vaste geldstroom relatief minder aantrekkelijk ten opzichte van de markt en zal de waarde dus dalen. Bij langlopende obligaties is dit effect sterker dan bij kortlopende obligaties.

Daarnaast dient u bij de pensioenknip rekening te houden met extra (advies) kosten. In plaats van één aankoop moment met advieskosten zijn er bij de pensioenknip twee aankoopmomenten met advieskosten.

De gedachte van de pensioenknip is op zich goed echter, in het huidige economische klimaat is het zeer de vraag of daadwerkelijk voordeel behaald kan worden met de pensioenknip.

Gegevensopslag in VS Mag een Nederlands bedrijf nog wel data opslaan in de VS? Onduidelijkheid overheerst. Advocaten en adviseurs hebben het druk.

Bijna alles wat je in Nederland op een computer doet is terug te voeren op Amerikaanse servers van Amazon, Microsoft en Google. Dat is te danken aan de cloud: goedkope rekenkracht en opslag op afstand.

Maar Nederlandse bedrijven die vertrouwen op deze cloud kunnen er niet meer blindelings van uitgaan dat ze voldoen aan alle regels voor bescherming van privacy. Dat komt doordat het Europese Hof van Justitie eerder deze maand het zogeheten Safe Harbor-verdrag torpedeerde. Volgens het Hof biedt dat onvoldoende bescherming tegen meegluren door de Amerikaanse overheid.

Privacyadvocaten en -adviseurs van onder meer KPMG, De Brauw Blackstone Westbroek en SOLV Advocaten hebben het daardoor veel drukker dan normaal, laten ze desgevraagd weten. Het schrappen van Safe Harbor zorgt bij bedrijven voor veel onzekerheid.

Elk bedrijf dat gegevens verzamelt of verwerkt, is verantwoordelijk voor de veiligheid van die gegevens. Safe Harbor was de meest gebruikte juridische constructie bij clouddiensten. Van veelgebruikte opslagdiensten van bijvoorbeeld Microsoft en Google, en van klantendatabanken van bijvoorbeeld Salesforce, is nu onduidelijk geworden of die voldoen aan de privacybeschermingseisen. Mogelijk is dat niet zo.

Er zijn voor Safe Harbor wel juridische alternatieven om data op te slaan in de VS. Een optie is om dat te regelen in modelcontracten, waarin staat dat de gebruiker akkoord gaat met opslag in de VS. Of in zogeheten binding corporate rules: bedrijfsbrede, door de overheid goedgekeurde privacyvoorwaarden.Maar: „Er zijn organisaties waar dan ruim 1.800 verschillende contracten nodig zijn, zegt Ronald Koorn, partner bij KPMG. „Onwerkbaar.”

Niet uniek voor de VS

Bovendien oordeelde het Hof dat er in de VS überhaupt te weinig waarborgen zijn om data af te schermen voor geheime diensten. „Dat zou kunnen betekenen dat ook alternatieven niet zomaar meer kunnen”, zegt Menno Weij, partner bij SOLV Advocaten. Dit probleem is niet uniek voor dataopslag in de VS. „Ook bij opslag in andere landen is hierover veel onduidelijk”, zegt Richard van Staden ten Brink, partner van De Brauw Blackstone Westbroek.

Privacyexperts zeggen dat er al langer onzekerheid bestaat over de legaliteit van het opslaan van gegevens in de Amerikaanse cloud, maar dat door de Safe Harbor-uitspraak nog meer verwarring is ontstaan. „Multinationals waren hier al langer mee bezig”, zegt Johan van Duijn, manager bij KPMG. „Maar ook andere organisaties die veel te maken hebben met de cloud komen nu met vragen.”

Er moet een standaard komen die voor rust zorgt

Adviseurs en advocaten hebben een financieel belang om te benadrukken hoe ingewikkeld en riskant de situatie is; daaraan verdienen zij immers hun geld. Maar ook de gezamenlijke Europese privacytoezichthouders, waaronder het College bescherming persoonsgegevens (CBP), hebben de afgelopen week gewaarschuwd dat het zeer onduidelijk is hoe gegevens nu legaal op servers in de VS servers gestald kunnen worden. Zij eisen snelle actie van Europese instellingen. Een nieuw verdrag tussen de EU en de VS zou een oplossing zijn.

Ook werkgeversorganisatie VNO-NCW/MKB Nederland pleit voor een ‘Safe Harbor 2.0’: „Dat moet op hoog politiek niveau gebeuren”, zegt secretaris David de Nood. „Het dataverkeer tussen de Verenigde Staten en Europa is van groot economisch belang.”

De toezichthouders hebben een deadline gesteld op 31 januari. Als bedrijven hun Amerikaanse dataverwerking dan nog niet goed hebben geregeld, overwegen zij in te grijpen, waarschuwden ze vrijdag. Dat zorgt voor nog meer druk op bedrijven.

(Bron: NRC.nl)

Ondernemers moeten zich voor hun internetverkopen van goederen sneller dan voorheen voor btw-doeleinden registreren in Frankrijk, als zij goederen leveren aan in Frankrijk woonachtige vrijgestelde ondernemers of particulieren. Het drempelbedrag wordt vanaf 2016 verlaagd van € 100.000 naar €  35.000 en is dan even hoog als in België. Het drempelbedrag voor Duitsland bedraagt € 100.000. Blijft btw registratie ten onrechte achterwege? Dan loopt u het risico op een btw naheffingsaanslag en een fikse boete.

 

Regeling voor afstandsverkopen

De regeling voor afstandsverkopen geldt voor verkopen op afstand. Dit zijn verkopen vanuit een andere lidstaat. Een dergelijke levering aan een btw-ondernemer leidt normaal gesproken tot een intracommunautaire verwerving in de lidstaat van aankomst van de verzending.

 

De levering aan de volgende afnemers leidt echter niet tot een verwerving:

  • Particulieren (= niet-btw-ondernemers).
  • Landbouwregelaars (= toepassing landbouwregeling).
  • Btw-ondernemers die uitsluitend btw-vrijgestelde prestaties verrichten.
  • Niet-btw-plichtige rechtspersonen, die uit de lidstaat minder afnemen dan

o    € 10.000 (lidstaat van verwerving: Nederland)

o    € 11.200 (lidstaat van verwerving: België)

o    € 12.500 (lidstaat van verwerving: Duitsland)

o    € 10.000 (lidstaat van verwerving: Frankrijk).

 

Doordat in de lidstaat van aankomst geen heffing btw plaatsvindt, bepaalt de lidstaat van verzending het btw-tarief. De leveranciers doen er dus goed aan om zich in de lidstaat te vestigen met het laagste btw-tarief. Zij zorgen ervoor, dat het voor de afnemers niet uitmaakt vanwaar de goederen worden verzonden. Dit bereiken de leveranciers door zorg te dragen voor de verzending van de goederen.

 

Concurrentie voorkomen

De regeling voor afstandsverkopen moet voorkomen, dat er concurrentie optreedt tussen lidstaten. Boven een bepaalde omzetdrempel bepaalt de lidstaat van aankomst het btw-tarief. Er moet dan btw worden voldaan in de lidstaat van aankomst van de verzending. De leverancier is deze btw verschuldigd.

 

Btw-registratie in ander EU-lidstaat

Bij overschrijding van de drempelwaarde (of het jaar ervoor) bent u verplicht tot btw-registratie in de andere EU-lidstaat. Doet u dit niet? Dan riskeert u een naheffingsaanslag en een fikse boete van de buitenlandse Belastingdienst. De kans op een dergelijke buitenlandse naheffing wordt namelijk steeds groter.

 

Tip

Levert u goederen aan vrijgestelde ondernemers of particulieren in andere lidstaten? Ga dan na of u uw onderneming moet registreren in de andere lidstaat.

(Bron: ABAB)