DIT IS MIJN WINST SOFTWARE B.V.

All posts in Nieuws

Als u een onderneming start, dient u zich te melden bij de Kamer van Koophandel. Die geeft uw gegevens automatisch door aan de fiscus. U krijgt, als u alle benodigde gegevens bij u hebt, gelijk een btw-nummer mee. U bent voor de btw namelijk al vrij snel ondernemer.

Om te beoordelen of u fiscaal gezien ondernemer bent, geldt een aantal criteria. Op basis van deze criteria bent u wel of niet ondernemer. Zo is de omvang van uw winst van belang, maar ook of u wel zelfstandig genoeg kunt opereren. Verder is onder meer van belang dat u risico loopt, dat u investeert, meerdere opdrachtgevers heeft en hoe u zich naar buiten toe presenteert.

Geldt dit ook voor de inkomstenbelasting?

Het kan zijn dat u als ondernemer wordt aangemerkt voor de btw, maar niet voor de inkomstenbelasting. Hiervoor gelden namelijk andere eisen. U moet deelnemen aan het economisch verkeer en er moet een redelijke kans zijn dat u winst maakt. Dit laatste zorgt er nogal eens voor dat permanent verliesgevende bedrijven niet als ondernemer worden aangemerkt. Het verlies is dan niet verrekenbaar.

Voorlopig oordeel

Startende ondernemers krijgen soms een kennismakingsbezoek van de fiscus. U hoort dan wat uw fiscale rechten en plichten zijn en waar u heen kunt met vragen. Er wordt nog geen oordeel gegeven of u voor de inkomstenbelasting ondernemer bent. Dit beoordeelt men pas achteraf, op basis van de feiten.

Tip: U kunt voor uzelf nagaan of u waarschijnlijk fiscaal als ondernemer wordt gezien door online de ondernemerscheck in te vullen. Zie www.belastingdienst-ondernemerscheck.nl.

Let op! Wordt u in eerste instantie niet als ondernemer aangemerkt maar in een later jaar wel, dan kunnen de aanloopkosten van de vijf jaar die voorafgaan aan het ondernemerschap alsnog ten laste van de winst worden gebracht.

Fiscale voordelen

Als u fiscaal gezien als ondernemer wordt aangemerkt, heeft u recht op een aantal faciliteiten. De belangrijkste is de zelfstandigenaftrek, een aftrek van €7.280 op de winst. Voor starters geldt een extra aftrek van €2.123. Voor deze aftrekposten is vereist dat u minstens 1.225 uur per jaar in uw bedrijf werkzaam bent. Dat geldt ook voor de oudedagsreserve en de aftrek voor speur- en ontwikkelingswerk. Voor de mkb-winstvrijstelling van 14% en de stakingsaftrek geldt deze eis niet.

Heeft u vragen over het fiscale ondernemerschap, neem dan contact met ons op.

(bron: HLB)

De regels voor partner- en kinderalimentatie gaan flink wijzigen als de Eerste Kamer de hierover ingediende wetsvoorstellen aanneemt. Vooral de hoogte en duur worden aangepakt.

In het initiatiefwetsvoorstel Wet herziening partneralimentatie is opgenomen dat de hoogte van het inkomensverlies niet meer het uitgangspunt voor de berekening van de alimentatie is, maar dat het berekende bedrag gezien moet worden als vergoeding voor de ontstane achterstand op de arbeidsmarkt doordat één van de partners minder inzetbaar was voor de arbeidsmarkt. Daarnaast zijn de volgende voorstellen gedaan:

  • Bij een huwelijk zonder kinderen (of met kinderen die al ouder zijn dan 12 jaar) dat korter dan drie jaar heeft geduurd, bestaat er geen recht op partneralimentatie.
  • Als een huwelijk zonder kinderen (of met kinderen die al ouder zijn dan 12 jaar) langer dan drie jaar heeft geduurd, wordt de partneralimentatie beperkt tot de helft van de duur van het huwelijk met een maximum van vijf jaar.
  • Als het jongste kind de leeftijd van 12 jaar nog niet heeft bereikt, eindigt de alimentatieplicht pas op het moment dat het jongste kind 12 jaar wordt.
  • Bij huwelijken langer dan 15 jaar en als de alimentatiegerechtigde binnen tien jaar de AOW-gerechtigde leeftijd bereikt, eindigt de alimentatieplicht zodra de AOW-gerechtigde leeftijd wordt bereikt. Dit geldt ook als de alimentatieplichtige de AOW-gerechtigde leeftijd heeft bereikt: de alimentatieplicht vervalt dan van rechtswege.

Verlaging alimentatieleeftijd van 21 naar 18 jaar
Er is ook een wetsvoorstel voor de kinderalimentatie ingediend. Hierin is opgenomen dat beide ouders moeten bijdragen aan de kinderalimentatie, dus niet alleen de meestverdienende ouder. Ook is voorgesteld de leeftijd te verlagen van 21 naar 18 jaar. Voor studerende kinderen loopt de plicht echter door tot hun 23e jaar.

Nieuwe regels gaan gelden als wetten intreden
De huidige regels blijven op de lopende alimentatieverplichtingen van toepassing. De nieuwe regels gaan pas gelden als de nieuwe wetten zijn ingetreden. Wel is het altijd mogelijk om van de regels af te wijken door in de huwelijkse voorwaarden andere afspraken op te nemen.
In de aangifte inkomstenbelasting kan de betalende partner de kosten van partneralimentatie aftrekken. De ontvangende partner moet dit bedrag dan natuurlijk aangeven in de aangifte.
Kinderalimentatie (in de vorm van kosten voor levensonderhoud) is vanaf 2015 niet meer aftrekbaar.

(Bron: Redement)

Tandarts X was in 2011, 2012 en 2013 op basis van overeenkomsten van opdracht werkzaam in een tandartsenpraktijk. De inspecteur stelde een boekenonderzoek in en constateerde dat X zijn werkzaamheden verrichtte voor slechts twee opdrachtgevers, die beide verbonden waren aan dezelfde tandartsenpraktijk. X verrichtte de tandheelkundige werkzaamheden onder de naam en voor rekening van die praktijk en factureerde uitsluitend aan beide opdrachtgevers. Hij ontving een vast percentage van het bruto honorarium dat de opdrachtgevers factureerden aan zorgverzekeraars of patiënten en liep geen debiteurenrisico. X investeerde niet in de tandartsenpraktijk, was niet verantwoordelijk voor personeelsbeleid, planning en organisatie, beheer van het patiëntenbestand of overige werkzaamheden. De inspecteur nam de inkomsten uit de werkzaamheden van X hierop in de jaren 2011-2013 in aanmerking als resultaat uit overige werkzaamheden. Rechtbank Gelderland was het daarmee eens. X had feitelijk slechts één opdrachtgever bij wie hij sinds 2007 zijn gehele omzet genereerde. Dat X (vaktechnisch) verantwoordelijk was voor zijn werkzaamheden, wat bleek uit de beroepsaansprakelijkheidsverzekering, de op eigen naam gesloten behandelingsovereenkomsten, het risico van herstelwerkzaamheden, het aangesloten zijn bij een klacht- en tuchtregeling en dergelijke, bracht nog niet mee dat hij ondernemer was. Deze aangelegenheden vloeiden volgens de Rechtbank primair voort uit de uitoefening van het beroep. De Rechtbank verklaarde het beroep van X ongegrond.

(Bron: FUTD)

Tijdens de vergadering van dinsdag 4 oktober 2016 heeft de Tweede Kamer zeven moties aangenomen inzake de Wet deregulering beoordeling arbeidsrelaties (DBA). De Tweede Kamer wil onder andere een kortere doorlooptijd voor de beoordeling van modelovereenkomsten en uiterlijk half december een besluit over de voortgang van de wet.

In de moties wordt de regering verzocht om:

(Bron: Taxence)

Rechtbank Den Haag oordeelt dat het verlaagde overdrachtsbelastingtarief op 80% van het pand van toepassing is. Afgaande op de bouwtekeningen moet 20% van het pand namelijk als werkruimte worden bestempeld.

X verkrijgt op 4 april 2013 een onroerende zaak. Het betreft een pand dat in 1906 in opdracht van een architect is gebouwd als woonhuis met atelier. Vanaf 1989 fungeert het pand deels als advocatenkantoor en deels als woonhuis. Vanaf 2008 wordt het object anti-kraak bewoond en wordt het niet langer gebruikt als kantoor. In geschil is de toepassing van het verlaagde overdrachtsbelastingtarief. X is van mening dat het van toepassing is op het hele pand. De inspecteur stelt dat het pand voor 43% dient als kantoor en voor 57% als woning. Hij sluit daarbij aan bij de situatie ten tijde van het gebruik als advocatenkantoor, en legt een naheffingsaanslag op.

Rechtbank Den Haag oordeelt dat het pand van oorsprong naar zijn aard is bestemd om te wonen en te werken. Vervolgens stelt de rechtbank vast dat er na de bouw aan het exterieur, noch aan het interieur van het pand wezenlijke wijzigingen zijn aangebracht. Volgens de rechtbank moet er daarom van worden uitgegaan dat het pand ook ten tijde van de verkrijging door X naar zijn aard een gemengde bestemming had. Het verlaagde tarief is dan alleen van toepassing op de verkrijging van het gedeelte dat bestemd is voor bewoning. De rechtbank stelt vervolgens het aandeel van de werkruimte, aan de hand van de overgelegde bouwtekeningen, schattenderwijs vast op 20% van het pand. De rechtbank verlaagt de naheffingsaanslag.

(Bron: Taxlive)

Mogelijk alsnog zwangerschapsuitkering voor zelfstandigen periode tussen 1 augustus 2004 en 4 juni 2008

Categories: Nieuws, Nieuws voor de Zelfstandige Zonder Personeel, Nieuws voor de Zelfstandige zonder personeel (ZZP), subsidies, diversen
Reacties uitgeschakeld voor Mogelijk alsnog zwangerschapsuitkering voor zelfstandigen periode tussen 1 augustus 2004 en 4 juni 2008

De Rechtbank Midden-Nederland oordeelde op 26 september 2016 dat vrouwen die tussen 1 augustus 2004 en 4 juni 2008 als zelfstandig ondernemer zwanger waren, alsnog recht hebben op een zwangerschapsuitkering. Volgens de rechter schond uitkeringsinstantie UWV destijds het VN-Vrouwenverdrag door zwangere zelfstandigen geen zwangerschapsuitkering te geven.

 

Op 1 augustus 2004 verviel voor deze groep het recht op een zwangerschapsuitkering. Het kabinet besloot die uitkering voor zwangere zelfstandigen per 4 juni 2008 toch weer in te voeren. Een vrouw die in de tussenliggende tijd geen zwangerschapsuitkering kreeg, stapte naar de rechter omdat ze vindt dat ze daar alsnog recht op heeft.

Nadat haar eis in eerdere procedures was afgewezen, gaf de rechtbank Midden-Nederland de vrouw nu gelijk. Het VN-comité oordeelde eerder op basis van het VN-Vrouwenverdrag dat de vrouwen recht hadden op een uitkering.

 

Geen regeling

De rechtbank heeft in haar beoordeling meegenomen dat de wetgever een voor vrouwelijke zelfstandigen gunstige voorziening heeft afgeschaft en na vier jaar ter bescherming van moeder en kind weer heeft ingevoerd. De wetgever kwam daarmee terug op zijn eerdere wetswijziging, zonder een regeling te treffen voor de vrouwelijke zelfstandigen die door zwangerschap en bevalling niet hebben kunnen werken tussen 1 augustus 2004 en 4 juni 2008.

 

Het ministerie van Sociale Zaken gaat zich op de uitspraak beraden. Het is niet uitgesloten dat het ministerie zich op grond van deze uitspraak verplicht voelt om de vrouwen die in genoemde periode zwanger waren alsnog tegemoet te komen.

 

Meer informatie

Was u tussen 1 augustus 2004 en 4 juni 2008 in verwachting en werkte u als zelfstandige? Laat uw adviseur dan onderzoeken of u met terugwerkende kracht alsnog aanspraak kunt maken op een uitkering of schadevergoeding.

(Bron: Abab)

Koopt u voor het eerst een eigen woning? Dan mag u in uw aangifte inkomstenbelasting (hypotheek)rente en andere kosten aftrekken. Ook moet u jaarlijks een bedrag bij uw inkomen tellen: het eigenwoningforfait.

Wat mag u aftrekken?

Als u een eigen woning koopt, kunt u jaarlijks rente en kosten aftrekken van uw inkomen. In het jaar dat u uw  woning koopt, hebt u daarnaast een aantal eenmalig aftrekbare kosten. Bijvoorbeeld bepaalde kosten die u bij de notaris maakt.

Let op!

Vanaf 1 januari 2013 gelden nieuwe regels voor renteaftrek.

Hoe trekt u de kosten af?

U kunt de aftrekbare kosten op 2 manieren terugkrijgen:

Wat moet u bijtellen?

U moet jaarlijks in uw aangifte een bedrag bij uw inkomen tellen, het zogenoemde eigenwoningforfait.

Overdrachtsbelasting

Als u een huis hebt gekocht, betaalt u meestal overdrachtsbelasting. U kunt de overdrachtsbelasting meefinancieren in uw eigenwoningschuld, zodat de rente over de lening aftrekbaar is.

Voorbeelden

Onder de voorbeelden wordt uitgelegd hoe u de vraag ‘Eigen woning’ in de aangifte moet invullen. En wat u moet doen als u niet de gehele lening hebt gebruikt voor de eigen woning.

(Bron: Belastingdienst)

Hof Arnhem-Leeuwarden beslist dat rijksambtenaar X niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij aan zijn werkzaamheden als zelfstandige, naast zijn dienstbetrekking, ten minste 1225 uren heeft besteed.

X werkt fulltime bij een ministerie. In de jaren 2010 en 2011 stelt zijn werkgever hem in de gelegenheid zich gedurende 25% van zijn arbeidstijd te ontwikkelen als zelfstandige. Met zijn zelfstandige activiteiten, de opbouw en ontwikkeling van een CPTES-database, behaalt X in het in geschil zijnde jaar 2011 een resultaat van € 7871. Het resultaat in de jaren 2012 en 2013 bedraagt € 5086 resp. € 8463. In zijn aangifte ib/pvv voor het jaar 2011 claimt X de zelfstandigen- en startersaftrek en de MKB-winstvrijstelling. Volgens de inspecteur heeft X geen recht op deze ondernemersfaciliteiten omdat er niet sprake is van ondernemerschap. Hof Arnhem-Leeuwarden beslist dat X niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij in het jaar 2011 aan het vereiste urencriterium, 1225 uur besteden aan de werkzaamheden voor zijn onderneming, heeft voldaan. In de door X overgelegde overzichten worden de opgenomen uren in hele uren vermeld. Het hof vindt het niet aannemelijk dat X aan alle werkzaamheden steeds hele uren heeft besteed. De overzichten worden ook onvoldoende ondersteund door stukken waaruit de omvang van de werkzaamheden volgt. Daarbij is de door de werkzaamheden gegenereerde omzet zeer laag in verhouding tot het gestelde aantal bestede uren. Ook indien ermee rekening wordt gehouden dat niet alle gewerkte uren in hetzelfde jaar tot baten zullen hebben geleid. Het incidenteel hoger beroep van X is ongegrond.

(Bron: Taxlive)

Volgens A-G Niessen mocht de Belastingdienst bij controle van rittenregistraties gebruik maken van informatie die met behulp van de ANPR-camera’s van de politie is vergaard.

Aan belanghebbende, X, is door zijn werkgever in de jaren 2011 en 2012 een auto ter beschikking gesteld. X beschikte vanaf het jaar 2006 over een Verklaring geen privégebruik auto. Op verzoek van de inspecteur heeft X zijn zakagenda overgelegd met daarin de rittenadministratie over de hiervoor genoemde periode. De inspecteur heeft de rittenadministratie vergeleken met (foto)camerabeelden afkomstig van camera’s van het KLPD (thans: de Landelijke eenheid) met Automatic Number Plate Recognition (ANPR)-technologie. Aan de hand van deze informatie heeft de inspecteur geconstateerd dat de auto is gesignaleerd op locaties die niet overeenkomen met de door X verstrekte informatie, waarna hij naheffingsaanslagen loonbelasting heeft opgelegd. In geschil is of de inspecteur in verband met de controle van de rittenregistratie van de ‘auto van de zaak’ gebruik mocht maken van de informatie die met behulp van de ANPR-camera’s van de Politie is vergaard. X betoogt in hoofdzaak dat het vergaren van de ANPR-gegevens door de Belastingdienst in strijd is met het recht op privacy en de Wet bescherming persoonsgegevens, nu daarvoor geen wettelijke grondslag voorhanden is. Hof ‘s-Hertogenbosch is van mening dat door het gebruik door de Belastingdienst van de foto’s van de KLPD in beginsel wel een inmenging van het privé leven plaatsvindt, maar dat hier sprake is van een geoorloofde inbreuk op het recht op privacy. Deze inbreuk is bij wet geregeld en is noodzakelijk in het belang van het economische welzijn van het land. Naar aanleiding van het beroep in cassatie van X heeft Advocaat-Generaal (A-G) Niessen een conclusie genomen. De A-G is het met Hof ‘s-Hertogenbosch eens dat de Belastingdienst de door het KLPD met ANPR-camera’s verkregen gegevens mag gebruiken als contra-informatie bij de controle op de juistheid van de Verklaring geen privégebruik auto. Het opvragen van ANPR-data door de Belastingdienst bij de politie kon plaats vinden binnen de kaders van artikel 55 AWR. Dit hoewel de politie de informatie onbevoegd heeft verkregen (i.e. de gegevens in strijd met de wet heeft bewaard). De ANPR-data zijn volgens de A-G door de Belastingdienst namelijk niet verkregen op een wijze die zozeer indruist tegen wat van een behoorlijk handelende overheid mag worden verwacht, dat dit gebruik onder alle omstandigheden ontoelaatbaar moet worden geacht. Het beroep in cassatie van X dient ongegrond te worden verklaard.

(Bron: Taxlive)