DIT IS MIJN WINST SOFTWARE B.V.

Nieuws

Een goed gestructureerd debiteurenbeleid versterkt de liquide en daarmee financiële positie van je onderneming, het levert dus geld op!

Goed debiteurenbeheer begint met ‘selectie aan de poort’. Wie accepteer je als klant en wie niet? Win informatie in over de potentiële debiteur bij de KvK, via het internet en/of je netwerk. Voorkomen is immers beter dan genezen!

Zorg dat kort na de levering van je product(en) of dienst wordt gefactureerd. Dit leidt tot een snellere betaling. Let er op dat de factuur juist is en alle juiste gegevens bevat, zoals de tenaamstelling, het factuurnummer, datum, BTW nummer en omschrijving. Verwijs op de factuur ook naar de algemene voorwaarden die je gebruikt. Hier zijn meestal de gevolgen voor de debiteur bij niet tijdige betaling in opgenomen.

 

Achterstallige betalingen

De volgende stap in effectief debiteurenbeheer is het tijdig signaleren van achterstallige betalingen en een adequate reactie. Stuur de debiteur (direct) een vriendelijk bericht wanneer de betalingstermijn overschreden is met het verzoek alsnog te betalen. De debiteur raakt er zo mee bekend dat je de termijnen strikt in de gaten houdt.

Mocht ook nu betaling achterwege blijven, stuur dan een aanmaning (sommatie). Bel vervolgens enkele dagen later na en attendeer de debiteur op de factuur. Blijft betaling uit, stuur dan een sommatie waarbij ook een boete of administratiekosten in rekening worden gebracht. Levert dit geen betaling op, geef de vordering dan uit handen en neem geen nieuwe opdrachten aan van de debiteur tot de openstaande facturen betaald zijn.

 

Vastlegging

Zorg voor dossieropbouw. Documenteer alle brieven, mails, telefoongesprekken (inclusief terugbelverzoeken) en toezeggingen. Deze komen van pas als het tot een gerechtelijke procedure komt.

Hanteer een strakke planning en hou je ook aan de termijnen. Al met al zou een goed georganiseerd debiteurenbeheer moeten leiden tot minder afschrijvingen op je debiteuren, toename van de liquiditeit van je onderneming, lagere rentelasten en toename van je winst. De (extra) tijd die je in een adequaat debiteurenbeheer steekt, verdient zich dus terug.

(Bron: Jan)

Sommige leasemaatschappijen bieden als optie om te kiezen voor een vakantieauto. Hoe gaat dat in zijn werk en wat betekent dat voor de bijtelling? Voorkom dubbele bijtelling!

Vakantieauto?

De vakantieauto komt er in grote lijnen op neer dat u een bepaalde periode van het jaar uw leaseauto tijdelijk kunt omwisselen voor een andere. Bijvoorbeeld omdat u standaard prima met een wat kleinere auto uit de voeten kunt, maar in de vakantie wel wat ruimer wilt zitten. De extra kosten van deze optie worden verdisconteerd in een maandelijks hogere leaseprijs.

Bijtelling?

De fiscale bijtelling voor privégebruik wordt in beginsel berekend op basis van het aantal maanden dat een auto van de zaak ter beschikking staat. Beschikt u bijvoorbeeld 11 maanden van het jaar over een auto van € 30.000 en één maand over een auto van € 40.000, dan is de bijtelling 11/12 x €30.000 + 1/12 x €40.000 x het percentage aan bijtelling.

Let op! U moet hard kunnen maken dat de auto in de ene maand niet ter beschikking staat. Neem dus geen risico en lever de sleutels en papieren in bij de leasemaatschappij. Leasemaatschappijen stellen dit vaak ook als voorwaarde, zodat ze de auto tijdens uw vakantie een onderhoudsbeurt kunnen geven.

Let op! Als u de auto van de zaak niet meer dan 500 km per jaar privé gebruikt, ontgaat u de bijtelling. Dit lukt dus niet als u tijdens de vakantie de auto wel privé gebruikt. Er wordt namelijk gekeken naar de privékilometers van beide auto’s samen.

Tip: Huur in dat geval in privé een auto voor uw vakantie. Dit is veel goedkoper dan wat u kwijt bent aan bijtelling.

Auto blijft ter beschikking

Blijft uw auto tijdens uw vakantie ter beschikking staan en krijgt u voor uw vakantiekilometers een extra auto, dan geldt in principe de bijtelling voor uw standaard auto het hele jaar en voor de extra auto alleen tijdens de vakantieperiode. De inspecteur heeft echter de mogelijkheid hiervan af te wijken als de waarde van uw privégebruik meer is dan het bedrag van de bijtelling. Gebruikt u bijvoorbeeld de vakantieauto in de vakantie 3.000 km privé, dan zal de inspecteur waarschijnlijk niet akkoord gaan met slechts een extra bijtelling van € 40.000 x 1/12 x 22% = € 733 en het werkelijke voordeel tot het loon rekenen.

(Bron: HLB)

Volgens Hof Den Bosch kan het Europese Fuchs-arrest met terugwerkende kracht worden toegepast en kunnen ondernemers die voor de datum van het arrest in zonnepanelen hebben geïnvesteerd de voorbelasting op hun factuur terugkrijgen.

Een particulier heeft op 27 maart 2013 een factuur ontvangen voor de plaatsing van zonnepanelen op zijn woning. Naar aanleiding van het Fuchs-arrest van het Hof van Justitie van 20 juni 2013, waarin is geoordeeld dat een particulier die zonnepanelen op zijn huis plaatst en energie aan het net terug levert als btw-ondernemer kan worden aangemerkt, heeft hij zich op 27 juni 2013 aangemeld als ondernemer voor de omzetbelasting en verzocht om jaaraangifte te mogen doen. De particulier wordt door de inspecteur als ondernemer aangemerkt en hij reikt een aangiftebiljet uit voor de periode 27 juni 2013 tot en met 30 september 2013. De particulier verzoekt in het aangiftebiljet om een teruggave van de omzetbelasting op de factuur van maart 2013. De inspecteur is echter van mening dat het verzoek te laat is ingediend omdat de particulier zich niet binnen een maand na afloop van het kwartaal waarin de factuurdatum valt heeft aangemeld als ondernemer.

In tegenstelling tot de inspecteur is het hof van mening dat het Fuchs-arrest met terugwerkende kracht kan worden toegepast. Uit vaste jurisprudentie van het Europese Hof volgt dat de rechter een uitleg van het Europese Hof kan en moet toepassen op zaken die zijn ontstaan en tot stand gekomen voor het arrest waarin om uitleg van het betreffende voorschrift is beslist. Alleen het Europese Hof kan beslissen dat voor de uitleg een beperking in tijd geldt. De rechter moet de rechten van een belastingplichtige, die aan het Unierecht worden ontleend, waarborgen.

(Bron: PKF)

Staatssecretaris Wiebes van Financiën voelt er niets voor de restschuldregeling tot na 31 december 2017 te verlengen. Dat stelt hij in antwoord op Kamervragen van de leden Ronnes en Omtzigt (CDA).

De problematiek die in 2012 aanleiding was voor het introduceren van de restschuldregeling is volgens de staatssecretaris sterk afgenomen. Bij de introductie is ervoor gekozen om deze crisismaatregel tijdelijk van aard te maken. Nu, vijf jaar later, is de conclusie dat het herstel van de woningmarkt sterker is geweest dan toen kon worden verwacht. Verlenging zou bovendien een fiscale derving als gevolg hebben.

De restschuldregeling is ingevoerd per 29 oktober 2012 voor een termijn van vijf jaar en loopt op 31 december 2017 af. De maatregel heeft tot doel de doorstroming op de woningmarkt te bevorderen.

Personen met een zogenoemde onderwaterhypotheek, een hypotheek waarbij de waarde van de eigen woning lager is dan de op die woning rustende schuld, kunnen door de tijdelijke aftrekbaarheid (maximaal 15 jaar) van de rente en kosten op de bij verkoop van die woning resterende schuld in staat worden gesteld te verhuizen.

(Bron: Taxlive)

Volgens Hof Arnhem-Leeuwarden kan X aan de automatisch verstrekte VAR-wuo het rechtens te honoreren vertrouwen ontlenen dat de opbrengst uit haar werkzaamheden als tandarts winst uit onderneming vormt.

Belanghebbende, X, is werkzaam als tandarts. X heeft op 27 juni 2005 met D een “Overeenkomst van praktijkmedewerking met premieplicht” gesloten. X beschikt ten behoeve van haar werkzaamheden betreffende het belastingjaar 2010 over een VAR-wuo. Over de jaren 2005 tot en met 2009, 2011 en 2012 beschikt X eveneens over een VAR-wuo. Naar aanleiding van een boekenonderzoek in het jaar 2012 corrigeert de inspecteur de aangifte ib/pvv 2010 van X omdat er volgens hem niet sprake is van ondernemerschap. Het beroep van X wordt gegrond verklaard. De rechtbank beslist dat X voor de behandeling van de inkomsten in de inkomstenbelasting, aan de omstandigheid dat de inspecteur voor het jaar 2007 en de daaropvolgende jaren een VAR-wuo heeft afgegeven, het in rechte te beschermen vertrouwen kon ontlenen dat haar tandartswerkzaamheden in het jaar 2010 een onderneming vormden. De inspecteur gaat in hoger beroep.

Hof Arnhem-Leeuwarden stelt voorop dat de automatische afgifte van de VAR-wuo voor het jaar 2010 zonder voorafgaand daaraan het aanvraagformulier te raadplegen, berust op een keuze door de inspecteur. De gevolgen van die keuze (automatische afgifte op basis van gegevens van voorafgaande jaren) dienen voor rekening en risico van de inspecteur te komen. De inspecteur is volgens het hof gebonden aan een VAR die is afgegeven op basis van juiste informatie. Dat is volgens het hof niet anders, indien de Belastingdienst ervoor kiest de VAR af te geven op basis van voor eerdere jaren verstrekte informatie, mits de feitelijke situatie in het desbetreffende jaar niet afwijkt van die in de jaren waarop de verstrekte informatie betrekking heeft. Dat de feitelijke situatie in het jaar 2010 zou afwijken van die in de jaren daarvoor, is gesteld, noch gebleken, althans dat heeft de inspecteur niet aannemelijk gemaakt. Door de inspecteur is ook overigens niet aannemelijk gemaakt dat X de aanvragen Verklaring Arbeidsrelatie onjuist heeft ingevuld. Volgens het hof kan X aan de VAR-wuo 2010 het in rechte te honoreren vertrouwen ontlenen dat de opbrengsten van haar activiteiten als tandarts winst uit onderneming vormen. Het hoger beroep is ongegrond.

(Bron: Taxlive)

BV X ontving naheffingsaanslagen LB voor 2009 tot en met 2013, omdat zij geen rekening had gehouden met een bijtelling voor het privégebruik van de auto die zij aan haar directeur ter beschikking had gesteld. De kilometeradministraties waren volgens de inspecteur onvoldoende controleerbaar. Rechtbank Den Haag was het daar op het beroep van BV X niet mee eens. Voor de jaren 2009 tot en met 2012 was gebleken dat de auto voor minder dan 500 km voor privédoeleinden was gebruikt, zodat die naheffingsaanslagen ten onrechte waren opgelegd. Voor 2013 was dit niet gebleken maar moest de naheffingsaanslag worden verminderd omdat de bijtelling ten onrechte over het hele jaar was berekend in plaats van over de periode van 1 januari tot en met 31 juli 2013. De inspecteur ging in hoger beroep. Hof Den Haag besliste echter dat de gebreken in de rittenadministraties niet van dien aard waren dat uit de rittenadministratie niet bleek voor welke doeleinden de directeur van BV X van de auto gebruik had gemaakt. De gebreken waren ook niet van dien aard dat bleek dat de auto in de jaren 2009-2012 voor meer dan 500 km was gebruikt voor privé. Het Hof was het niet met de inspecteur eens dat een deel van de ritten van de directeur naar het voetbalstadion waar BV X vier business seats tot haar beschikking had, niet zakelijk waren. De ritten waren gemaakt om contacten te leggen en te onderhouden met (potentiële) klanten. BV X had volgens het Hof aannemelijk gemaakt dat de ritten in overwegende mate zakelijke doeleinden dienden. Het Hof verklaarde het hoger beroep van de inspecteur ongegrond.

(Bron: FUTD)

Heeft u een eigenwoningschuld dan moet u de door u betaalde hypotheekrente verplicht in aftrek brengen in uw aangifte inkomstenbelasting.

Deze aftrek van hypotheekrente is geen keuze, maar een verplichting.

Heeft u een kleine eigenwoningschuld dan kan het belastingvoordeel door aftrek van hypotheekrente in uw aangifte inkomstenbelasting, omslaan in een nadeel. Dan is het voordeliger om geen hypotheekrenteaftrek te claimen. U heeft echter geen keuze. Heeft u een eigenwoningschuld dan moet u deze schuld en de daarmee samenhangende rente en kosten in box 1 opvoeren in uw aangifte inkomstenbelasting.

Er is geen keuze met betrekking tot de aftrek, maar alleen in bepaalde gevallen een keuze voor de kwalificatie van de schuld (box 1 of box 3).

Let op! Soms is het mogelijk een eigenwoningschuld zodanig aan te passen dat deze niet meer kwalificeert als eigenwoningschuld. Laat u hier echter goed over informeren. De fiscale regels rondom de eigen woning zijn namelijk steeds ingewikkelder geworden.

Juist en volledig

Kwalificeert de schuld als een eigenwoningschuld, dan moet de hypotheekrente worden afgetrokken, zelfs als dit nadelig uitpakt. U bent namelijk verplicht een juiste en volledige aangifte inkomstenbelasting in te dienen. Juist en volledig geldt niet alleen voor positieve inkomensbestanddelen, maar bijvoorbeeld ook voor aftrekbare kosten en aftrekbare hypotheekrente.

(Bron: Foederer)

X werkte 32 uur per week in loondienst als Hoofd ICT. In 2012 besteedde hij 1.419 uur, inclusief reistijd, aan zijn dienstbetrekking. Daarnaast genoot X winst uit onderneming met activiteiten als discjockey (DJ) waaraan hij in 2012 in totaal 1.387 uur had besteed. Verder verrichtte X binnen zijn onderneming automatiseringsactiviteiten. Hieraan had hij 65 uur besteed in 2012. X claimde in zijn aangifte IB 2012 de zelfstandigenaftrek. Hof Den Haag besliste dat de activiteiten als diskjockey en de automatiseringsactiviteiten samen niet als één onderneming konden worden aangemerkt, omdat er tussen de activiteiten onvoldoende samenhang bestond. Vervolgens besliste het Hof dat de DJ-activiteiten als onderneming kwalificeerden maar de automatiseringswerkzaamheden, gelet op het geringe aantal uren dat X hieraan had besteed, niet. Die activiteiten waren volgens het Hof belast als resultaat uit overige werkzaamheden. Doordat de automatiseringsactiviteiten niet meetelden voor het grotendeelscriterium, kwamen de uren die X had besteed aan werkzaamheden binnen zijn onderneming (1.387) niet uit boven de uren die hij had besteed aan werkzaamheden in loondienst (1.419), zodat X niet voldeed aan het grotendeelscriterium en daarom geen recht had op de zelfstandigenaftrek. Het Hof verklaarde het hoger beroep van X ongegrond.

(Bron: FUTD)

De afgelopen weken valt geregeld te lezen over de discussie rondom het zelf wel of niet beslissen over een medische behandeling, de wils(on)bekwaamheid. Stel u bent door ziekte of een ongeval niet meer in staat om zelf uw zaken te regelen. Wie regelt dan uw vermogen? Wat gebeurt er met uw onderneming? Of wie bespreekt met de arts uw behandelplan?

In een levenstestament kunt u iemand aanwijzen die uw belangen behartigt. U wordt hiermee in juridische zin wilsonbekwaam, maar u houdt op deze manier zelf de regie in handen. Dat is dan ook het verschil met een gewoon testament, daarin regelt u wat er met uw bezittingen moet gebeuren na uw overlijden.

Toegevoegde waarde notariële akte

Een levenstestament is vormvrij. Maar in de praktijk is het levenstestament vaak een notariële akte. De toegevoegde waarde van een notariële akte is de bewijskracht. Een ander voordeel is dat een notarieel levenstestament kan worden geregistreerd.

De belangrijkste onderdelen van het levenstestament

De belangrijkste onderdelen van het levenstestament zijn uw wensen, geboden en verboden. Dit kunnen wensen zijn ten aanzien van uw vermogen, bedrijf, lijf en leven. Denkt u daarbij aan bijvoorbeeld:

  • het doen van betalingen;
  • de verkoop van uw woning;
  • het beheer van uw vermogen;
  • het doen van schenkingen;
  • het bestuur van uw onderneming;
  • of het bespreken van een behandelplan met een arts.

In een levenstestament neemt men doorgaans ook volmachten op. Bijvoorbeeld een algemene volmacht voor alle rechtshandelingen, maar ook specifieke volmachten voor de bankzaken of een volmacht met wensen ten aanzien van uw bedrijf.

In een medische paragraaf wijst u één of meer medisch gevolmachtigde(n) aan of wordt uw wens van een behandelverbod of euthanasie opgenomen.

Toezichthouder van belang

Van groot belang is ook de benoeming van een toezichthouder en/of de opname van een rekening- en verantwoordingsplicht voor degene die tot levensexecuteur (gevolmachtigde) wordt benoemd. Hoewel degenen die benoemd worden vaak vertrouwenspersonen zijn van degene die het levenstestament opstelt, kan controle geen kwaad. Financieel (ouderen)misbruik is helaas aan de orde van de dag.

Is niets doen een optie?

Als u niets regelt en u wordt wilsonbekwaam dan kent de wet een aantal andere maatregelen: bewind, mentorschap en curatele. Bij bewind wordt het vermogen van de rechthebbende beschermd, het mentorschap ziet op de medische (zorg)beslissingen en curatele is een combinatie van beiden waarbij in het laatste geval de betrokkene ook handelingsonbekwaam wordt. Het is dan voor u niet meer mogelijk om een levenstestament op te stellen. U hebt de regie uit handen gegeven.

(Bron: GT)

In het Belastingplan 2018 gaat de staatssecretaris van Financiën een wijziging opnemen ten aanzien van het partnerbegrip. Hierdoor zal er geen partnerschap meer kunnen bestaan tussen een belastingplichtige en een pleegkind. Dat is nu nog wel het geval.

De Belastingdienst gebruikt de Basisregistratie Personen (BRP) om te bepalen of er voor de toeslagen een partner (tool) is. Uit deze BRP blijkt echter niet of het hier gaat om een kind of een pleegkind. Dit kan ertoe leiden dat als voldaan wordt aan het partnercriterium bij een samengesteld gezin een pleegkind toeslagpartner kan zijn. Dit is niet wenselijk. Staatssecretaris Wiebes heeft aangegeven dat hij een wettelijke maatregel in het Belastingplan 2018 gaat opnemen waardoor deze onwenselijkheid teniet wordt gedaan.

Geen partners meer van elkaar

Wiebes gaat de partnerregeling van toepassing verklaren voor bloed- en aanverwanten in de eerste graad van de belanghebbende waarbij het pleegkind hieronder valt als een meerderjarige voor dit kind een pleegvergoeding ontving of ontvangt op grond van de Wet op de Jeugdzorg of de Jeugdwet of kinderbijslag voor het kind krijgt/kreeg. Door de aanpassing van deze definitie zal er geen partnerschap meer ontstaan tussen belanghebbende en pleegkind. Dit kan dan alleen als ze beide 27 jaar of ouder zijn en voldoen aan de overige criteria die gelden voor het partnerschap. Deze regeling moet dus op 1 januari 2018 ingaan.

(Bron: Rendement)