DIT IS MIJN WINST SOFTWARE B.V.

Nieuws

Heeft u over 2016 te weinig btw aangegeven, doe dit dan alsnog met een suppletieformulier omzetbelasting. Doet u dat vóór 1 april 2017, dan betaalt u geen belastingrente. Een correctie van € 1.000 of minder kunt u ook in uw eerstvolgende aangifte verwerken.

Heeft u in een btw-aangifte over 2016 te weinig btw aangegeven, dan moet u dit corrigeren middels een suppletie. Wacht daar niet te lang mee. U bent namelijk geen belastingrente verschuldigd als u de verschuldigde btw alsnog aangeeft en betaalt vóór 1 april 2017. Ook kunt u zo een boete voorkomen, maar dan mag het alsnog te betalen btw-bedrag niet hoger zijn dan € 20.000 of niet meer zijn dan 10% van de betaalde btw over 2016.

Tip! Corrigeren kan met een suppletie omzetbelasting. Neem hiervoor contact op met uw adviseur.

Na het indienen van de suppletie ontvangt u van de Belastingdienst een naheffingsaanslag.

Tip! Heeft u teveel btw aangegeven, dan kunt u dit ook met een suppletieformulier corrigeren. U ontvangt dan binnen enkele weken een teruggaafbeschikking van de Belastingdienst.

Kleine correcties

Voor kleine correcties hoeft u geen suppletie in te dienen. Het gaat dan om een bedrag van € 1.000 of minder aan te veel of te weinig opgegeven btw. Deze btw mag u verwerken in uw eerstvolgende btw-aangifte. U krijgt dan van de Belastingdienst geen teruggaafbeschikking of naheffingsaanslag.

I

Heeft u over 2016 te weinig btw aangegeven, doe dit dan alsnog met een suppletieformulier omzetbelasting. Doet u dat vóór 1 april 2017, dan betaalt u geen belastingrente. Een correctie van € 1.000 of minder kunt u ook in uw eerstvolgende aangifte verwerken.

Heeft u in een btw-aangifte over 2016 te weinig btw aangegeven, dan moet u dit corrigeren middels een suppletie. Wacht daar niet te lang mee. U bent namelijk geen belastingrente verschuldigd als u de verschuldigde btw alsnog aangeeft en betaalt vóór 1 april 2017. Ook kunt u zo een boete voorkomen, maar dan mag het alsnog te betalen btw-bedrag niet hoger zijn dan € 20.000 of niet meer zijn dan 10% van de betaalde btw over 2016.

Tip! Corrigeren kan met een suppletie omzetbelasting. Neem hiervoor contact op met uw adviseur.

Na het indienen van de suppletie ontvangt u van de Belastingdienst een naheffingsaanslag.

Tip! Heeft u teveel btw aangegeven, dan kunt u dit ook met een suppletieformulier corrigeren. U ontvangt dan binnen enkele weken een teruggaafbeschikking van de Belastingdienst.

Kleine correcties

Voor kleine correcties hoeft u geen suppletie in te dienen. Het gaat dan om een bedrag van € 1.000 of minder aan te veel of te weinig opgegeven btw. Deze btw mag u verwerken in uw eerstvolgende btw-aangifte. U krijgt dan van de Belastingdienst geen teruggaafbeschikking of naheffingsaanslag.

(Bron: Schipper Groep)

Bent u arbeidsongeschikt of bent dit geworden en beschikt u over een lijfrente? Dan kunt deze onder voorwaarden afkopen zonder dat u extra belasting hoeft te betalen. Wat zijn in deze situatie de regels en voorwaarden?

Belasting plus belasting

De overheid beschouwt een lijfrente als aanvullende oudedagsvoorziening. Voortijds afkopen hoort daar dus niet bij. Om dit onaantrekkelijk te maken betaalt u 20% extra belasting bij voortijdige afkoop, de zogenaamde revisierente. Naast dus de belasting die u sowieso al over de lijfrente-uitkering zelf betaalt, in veel gevallen al 52%.

Uitzondering bij arbeidsongeschiktheid

U kunt een lijfrente afkopen zonder 20% revisierente te betalen indien u arbeidsongeschikt bent. U hoeft niet een bepaald percentage arbeidsongeschikt te zijn.

Let op! Uw arbeidsongeschiktheid moet blijken uit een verklaring van een arts. Deze moet verklaren dat u uw hoofdberoep niet volledig uit kunt oefenen en dat deze situatie naar verwachting nog minstens 12 maanden voortduurt.

Hoeveel mag ik afkopen?

Welk bedrag u jaarlijks mag afkopen zonder dat u revisierente hoeft te betalen, is afhankelijk van uw inkomen. Hiermee is duidelijk dat de faciliteit bedoeld is als aanvulling op uw inkomen uit arbeidsongeschiktheid.

Let op! Vanwege de uitvoerbaarheid is bepaald dat de afkoop van een bedrag van €40.321 (2017) per jaar niet tot heffing van revisierente leidt.

Tip: Heeft u meer aan lijfrentes en heeft u ook meer nodig om uw inkomen voldoende te kunnen aanvullen, dan kunt u via uw inspecteur te weten komen tot welk bedrag u zonder revisierente te betalen vrij kunt opnemen.

Wilt u uw lijfrente (deels) afkopen, neem dan tijdig contact op met uw verzekeraar. Na ontvangst van de artsenverklaring zal deze dan geen revisierente inhouden.

(Bron: HLB)

Het Besluit Uitsluiting Aftrek omzetbelasting (BUA) moet ook worden toegepast als de terbeschikkingstelling van huisvesting noodzakelijk is voor de bedrijfsvoering. Dit heeft rechtbank Gelderland onlangs aangegeven.

Een organisatie kan in principe de BTW verrekenen die in rekening is gebracht door leveranciers. Op deze hoofdregel bestaan een aantal uitzonderingen. Eén van deze uitzonderingen betreffen goederen en diensten die door een organisatie worden betaald, maar worden gebruikt voor de werknemers. Dit privégebruik door werknemers mag uiteraard niet leiden tot aftrekbare BTW voor de organisatie. Hiervoor is het BUA  ingevoerd. Hierdoor is bijvoorbeeld de BTW op uitgaven voor huisvesting van werknemers niet aftrekbaar als voorbelasting. In onderstaande zaak ging het om de vraag of het BUA ook van toepassing is als het gaat om huisvesting die noodzakelijk is voor de bedrijfsvoering.

Werknemers waren hier maar tijdelijk

Het ging hier om een uitzendbureau dat vooral buitenlandse uitzendkrachten ter beschikking stelde aan opdrachtgevers. Voor deze uitzendkrachten werden overnachtings/verblijfsplekken geregeld waarvoor ze geen vergoeding hoefden te betalen. Het uitzendbureau vond dat het BUA niet van toepassing was omdat de werknemers hier alleen maar tijdelijk verbleven en in het land van herkomst bleven wonen. Daarnaast waren de belangen van de uitzendkrachten ondergeschikt aan die van het uitzendbureau. De benodigde werknemers met specialistische kennis waren in Nederland ook niet te vinden. Het ging daarom om kosten die rechtstreeks verband hielden met de uitzendactiviteiten. Het uitzendbureau was dus de verbruiker van de geleverde huisvestingsdienst.

Verstrekking in persoonlijk belang

De Belastingdienst was het hier niet mee eens omdat hier sprake was van een verstrekking in het persoonlijke belang van de uitzendkracht. Het uitzendbureau had er zelf voor gekozen om iets te regelen voor de werknemers. De rechter sloot zich aan bij de fiscus. Zelfs als de verstrekking noodzakelijk was voor de bedrijfsvoering bleef het BUA gelden. Er was ook geen sprake van dat het BUA in strijd was met het Europese recht.

Beste ondernemer,

Bij echtscheiding in de familie wordt niet altijd gedacht aan het opstellen of aanpassen van een testament. Met name als u (minderjarige) kinderen uit het huwelijk heeft, kan het zinvol zijn het testament te actualiseren

Wat kunt u regelen in uw testament na echtscheiding?

1. Bewind 
Zonder nadere regeling krijgt uw ex-partner na uw overlijden het beheer over het vermogen van het minderjarige kind. Bij minderjarige kinderen kunt u desgewenst in uw testament een bewind instellen over de verkrijging met iemand anders als bewindvoerder.

2. Voogdij
Een voogd zorgt voor de verzorging en opvoeding van een minderjarig kind. Voogdij komt in principe pas aan de orde als beide ouders zijn overleden. Soms is een voogdijregeling ook praktisch wanneer de ex-partner nog leeft. Bijvoorbeeld als die, om wat voor reden dan ook, niet geschikt is voor de verzorging/opvoeding van het kind.

3. Uitsluiting ouderlijk vruchtgenot
Zonder nadere regeling heeft de langstlevende echtgenoot het ouderlijk vruchtgenot van het vermogen van het minderjarige kind. Dit kan in een testament worden uitgesloten.

4. Uitsluiting ex-partner als verkrijger 
Als een gescheiden ouder overlijdt, is het niet uitgesloten dat diens ex-partner nog als erfgenaam optreedt als zijn/haar kind overlijdt zonder achterlating van een echtgenoot of afstammelingen en zonder testament. Dit voorkomt u via een tweetrapsbepaling. Hiermee wordt bepaald dat het vermogen in eerste instantie vererft op het kind. Is er bij overlijden van het kind nog iets van de erfenis over, dan wordt bepaald dat de resterende erfenis opvolgend overgaat op een tweede verkrijger, bijvoorbeeld de broers/zussen.

5. Uitsluiting ex-schoonzoon of ex-schoondochter als verkrijger
Een scheiding van een kind kan ook aanleiding zijn voor de ouders van dat kind om hun testament aan te passen. Als het kind eerder overlijdt dan de ouders, erven bij het overlijden van de ouders de kleinkinderen in plaats van het eerder overleden kind. Ook dan is – zonder regeling in het testament van de grootouders – niet uitgesloten dat de ex-schoonzoon of ex-schoondochter het beheer krijgt over de erfenis of de erfenis ontvangt als het kleinkind overlijdt.

(Bron: Schipper Groep)

De Bond voor Belastingbetalers heeft de Autoriteit Persoonsgegevens schriftelijk verzocht te onderzoeken of de Belastingdienst bij de aangifte inkomstenbelasting handelt in overeenstemming met de privacywetgeving.

De aanleiding voor dit verzoek is onder andere een recent arrest van de Hoge Raad. Hierin oordeelt de hoogste rechter in Nederland dat de wijze waarop de Belastingdienst jarenlang gegevens systematisch verzamelt en gebruikt een ongeoorloofde inbreuk is op het privéleven van de betrokkenen. Een voldoende precieze wettelijke grondslag – die in zo’n geval is vereist op grond van artikel 8 EVRM – ontbreekt voor deze werkwijze van de overheid. Het oordeel van de Autoriteit Persoonsgegevens is derhalve relevant, Aldus de Bond.

Kruisje

De Bond heeft grote zorgen dat de Belastingdienst alles opslaat wat burgers invullen in het aangifteprogramma. Zo kan de Belastingdienst nagaan of getallen een aantal malen zijn aangepast voordat de aangifte werd verstuurd. Iemand die bijvoorbeeld de waardering van een woning of bedrijfspand een aantal malen aanpast, kan zo een kruisje achter zijn naam krijgen en gecontroleerd worden. Hetzelfde geldt voor iemand die een aantal keren zijn giften of ziektekosten aanpast of aanvult.

Bang voor slechte reputatie bij fiscus

De Bond wijst erop dat iedereen het recht heeft te zoeken naar, en te verfijnen tot, een optimale belastingaangifte. De vermeende werkwijze van de Belastingdienst kan ertoe leiden dat burgers zodoende geen aanspraak durven te maken op hun rechten, omdat ze bang zijn voor een slechte reputatie bij de Belastingdienst. Jurgen de Vries, oprichter van de Bond voor Belastingbetalers: “Wij zijn niet tegen controle door de Belastingdienst, maar vinden wel dat de Belastingdienst de burger correct en duidelijk moet informeren over de wijze waarop met data wordt omgegaan. Het is niet duidelijk of dat nu gebeurt en daarom verzoeken wij de Autoriteit Persoonsgegevens onderzoek te doen.”

(Bron: Accountantweek)

De politieke partijen blijken sterk verdeeld in hun visie hoe de Wet DBA uit het slop te trekken. Zo voelt de PvdA veel voor het hanteren van criteria zoals die door de Commissie Boot zijn gesuggereerd (duur opdracht, hoogte tarief), wil de VVD sleutelen aan het arbeidsrecht en ziet D66 de oplossing in een zelfstandigheidsverklaring. Het CDA ziet niets in een terugkeer naar de VAR, zoals een aantal andere partijen voorstelt.

Dat blijkt uit interviews die ZZPkiest.nu hield met verschillende Tweede Kamerleden.

IJskast

De Wet DBA is door staatssecretaris Eric Wiebes van Financiën de facto in de ijskast gezet in afwachting van een nieuwe manier waarop zowel opdrachtgevers als zelfstandigen zekerheid kunnen krijgen over hun fiscale status. Een ambtelijke commissie brengt momenteel verschillende opties in beeld. De onrust over de Wet DBA blijft ondertussen bestaan. Dinsdag meldden fiscalisten in het FD dat grotere opdrachtgevers zzp’ers veelal via uitzendconstructies inhuren om alle mogelijke risico’s uit te sluiten.

Uiteenlopende meningen

De Kamerleden die verantwoordelijk zijn voor de zzp-dossiers zijn het over een ding eens. De Wet DBA in zijn huidige vorm werkt niet. Maar hoe dat opgelost moet worden, daarover  blijken ze zeer uiteenlopende meningen te hebben.

“Terug naar de VAR is geen oplossing. Afschaffen van het arbeidsrecht ook niet,” zegt Mei Li Vos (PvdA) tegen zzpkiest.nu. “Er moet een vernieuwde Wet DBA komen.” De PvdA is wel gecharmeerd van de suggesties die de Commissie Boot deed door zelfstandigheid te koppelen aan de duur van de opdracht, hoogte van tarief en aard van de werkzaamheden.

“Je moet de kern van het probleem aanpakken. Schijnconstructies moeten financieel onaantrekkelijk gemaakt worden,” aldus aspirant Kamerlid voor de SP Mahir Alkaya. “Elke maatregel die gericht is om een juridische verankering van de zzp’ers – zonder schijnzelfstandigheid financieel onaantrekkelijk te maken – leidt tot veel bureaucratie en hoge handhavingskosten.”

Steven van Weyenberg (D66) wil veel meer de eigen keuze van de zelfstandige centraal stellen. “D66 wil naar een systeem van een eigen zelfstandigenverklaring. Daarin heeft iemand zelf de keuze of hij ondernemer wil zijn of werknemer.”

“Haastige spoed is zelden goed.” Met die woorden maakt Erik Ziengs (VVD) duidelijk dat zijn partij de kaarten nog tegen de borst houdt. De partij denkt aan het “sleutelen aan het arbeidsrecht”, maar wil geen overhaaste conclusies trekken en aanpassingen vooral doen in nauw overleg met zzp-bonden en werkgevers en werknemers organisaties.

De ChristenUnie schrijft in haar verkiezingsprogramma dat het (voorlopig) terug naar de VAR wil. “Geen goed plan,” zegt Pieter Heerma (CDA): “Met de VAR blijft het probleem bestaan dat er niet gehandhaafd wordt. Die handhaving is nodig, ook voor de zzp’ers zelf, om er voor te zorgen dat de markt niet verstoord wordt”.  CDA-collega Pieter Omtzigt pleitte eerder voor een snelle aanpassing van het arbeidsrecht.

Wiebes en Asscher hebben beloofd dat hun ambtelijke commissie snel na de verkiezingen voorstellen gaat overdragen aan de formateur.  Die commissie laat zich voeden door zowel ‘de polder’ als experts. Net als de politiek zijn ook die het verre van eens met elkaar.  Net als in de politiek is men het ook in de polder verre van eens over de oplossing.

ZZPKiest.nu

ZZPKiest.nu is wordt mogelijk gemaakt door de grote belangenbehartigers van zzp’ers: FNV Zelfstandigen, ZZP Nederland, PZO en FNV MOOI en door Brainnet, Eerlijke Flex, ZZP-pensioen en Freelance.nl. Het ZZPKieskompas is onafhankelijk ontwikkeld volgens wetenschappelijke methoden en onderdeel van Het Kieskompas. Een volledige overzicht van alle standpunten van de politieke partijen over de Wet DBA en schijnzelfstandigheid, plus videofragmenten met de interviews met genoemde Kamerleden over dit onderwerp, is te vinden op deze pagina op ZZPKiest.nu.

De Hoge Raad heeft op 24 februari 2017 beslist dat de Belastingdienst voor de controle van rittenregistraties in het kader van het privégebruik van een auto van de zaak geen gebruik mag maken van met ANPR-camera’s (Automatic Number Plate Recognition) vastgelegde beelden. Voor het gebruik van deze beelden bestaat volgens de Hoge Raad geen toereikende wettelijke grondslag en dat is vereist op grond van artikel 8 EVRM. Het privéleven van de betrokkenen wordt geraakt door de manier van het verzamelen en gebruiken van de met ANPR-camera’s verkregen gegevens. Het gaat hier namelijk niet om één of enkele waarnemingen in de openbare ruimte, maar om het systematisch verzamelen, vastleggen, bewerken en jarenlang bewaren van gegevens over de bewegingen van voertuigen op diverse plaatsen in Nederland. Dit geldt volgens de Hoge Raad ook als de Belastingdienst de ANPR-gegevens heeft verkregen van het Korps Landelijke Politiediensten op basis van artikel 55 AWR, en deze niet zelfstandig heeft verzameld. Ook artikel 55 AWR biedt volgens de Hoge Raad geen voldoende precieze grondslag voor het verzamelen, vastleggen, bewaren en gebruiken van de ANPR-gegevens.

(Bron: FUTD)

Het uitgangspunt voor erfrecht voor gehuwden met kinderen is de zogenaamde ‘wettelijke verdeling’. Dit betekent dat na het overlijden van de eerste ouder, de langstlevende ouder van rechtswege het bezit ontvangt van alle goederen en schulden uit de nalatenschap van de eerst overleden ouder. Het is mogelijk om na overlijden deze wettelijke verdeling ‘ongedaan’ te maken. Hierdoor kunnen kinderen al meteen hun erfdeel ontvangen in de vorm van bijvoorbeeld geld, aandelen of onroerend goed.

 

Quasi-wettelijke verdeling

De langstlevende ouder moet binnen drie maanden de keuze  maken voor het ongedaan maken.  Vaak ervaren mensen deze termijn als erg kort. Door gebruik te maken van een andere testamentsvorm, kan flexibel worden omgegaan met de termijn waarbinnen de langstlevende ouder moet kiezen. De quasi-wettelijke verdeling is een testamentsvorm die in de praktijk vaak gebruikt wordt om de driemaandstermijn te omzeilen.

Voordelen quasi-wettelijke verdeling

Gevolg van de quasi-wettelijke verdeling is dat de erfgenamen (de langstlevende en hun langstlevende ouder) in een zogenaamde ‘onverdeeldheid’ van de nalatenschap terechtkomen. De langstlevende houdt alle touwtjes in handen en kan beslissen hoe de uiteindelijke verdeling van de nalatenschap verloopt. Hij of zij kan beslissen dat hij of zijn zelf alsnog alle goederen krijgt, net als bij de wettelijke verdeling. De langstlevende ouder kan echter ook bepalen dat de kinderen de mogelijkheid hebben om al een aandeel in de nalatenschap van hun overleden ouder te ontvangen. Dit kan vanwege fiscale redenen (beperking van de erfbelasting) interessant zijn. Deze laatste optie kan bijvoorbeeld aan de orde zijn als een kind het aandeel in het bedrijf van dienst overleden ouder wil overnemen. Ook als een kind een aandeel in onroerend goed wil overnemen, is het vanwege besparing van overdrachtsbelasting interessant om dit (deel van het) onroerend goed rechtstreeks vanuit de nalatenschap te ontvangen.

Nadelen quasi-wettelijke verdeling

Er kleven ook een aantal nadelen aan de quasi-wettelijke verdeling. Eén van deze nadelen is dat de bank ontslag van aansprakelijkheid moet verlenen ten aanzien van de kinderen, als de langstlevende toch besluit om de gehele nalatenschap van diens overleden echtgeno(o)t(e) aan zichzelf toe te delen.

Het gevolg van het erfgenaamschap van de kinderen is dat zij mede aansprakelijk worden voor schulden die tot de nalatenschap behoren. Bij een (hypothecaire) geldlening op de echtelijke woning, betekent dit dat de kinderen, naast de langstlevende ouder, hoofdelijk aansprakelijk worden voor de hypothecaire geldlening. De hypotheekverstrekker moet dan worden verzocht om de kinderen uit de hoofdelijke aansprakelijkheid te ontslaan. Hiervoor moet het volledige traject voor de aanvraag van een hypotheek te worden doorlopen, op grond van de aangescherpte regels.

Flexibiliteit

Een quasi-wettelijke verdeling biedt dus in de regel veel flexibiliteit, maar kan het traject voor de afwikkeling van een nalatenschap ook bemoeilijken.

Laat u zich dus goed adviseren bij de opmaak van uw testament. Houdt hierbij rekening met uw financiële situatie en kies de testamentsvorm die het beste bij uw situatie past.

(Bron: Abab)

Kleine leveranciers moeten binnen zestig dagen worden betaald door de grootbedrijven waaraan ze leveren. Bedrijven die deze maximumtermijn overschrijden, kunnen in de toekomst op een boete rekenen. De Tweede Kamer nam dinsdag het initiatiefwetsvoorstel van CDA en PvdA aan dat dit regelt.

Er zijn grootbedrijven die hun kleine leveranciers te veel als bank gebruiken. Bepaalde grootbedrijven hanteren structureel betaaltermijnen van 90 dagen en soms wel van 120 dagen. Kleine leveranciers kunnen hierdoor in problemen komen. Daarnaast zorgt deze werkwijze van het grootbedrijf er ook voor dat de economie in haar geheel wordt geschaad.

Door het wetsvoorstel worden betaaltermijnen van meer dan 60 dagen van grootbedrijven aan kleine leveranciers van rechtswege nietig verklaard. De betaaltermijn wordt dan omgezet in een norm voor betaaltermijnen, namelijk een betaaltermijn van 30 dagen. Doordat met deze wetswijziging geen enkele discussie meer nodig is over de vraag of betaaltermijnen van meer dan 60 dagen bij deze handelsrelatie wel of niet mogen, zal een gang naar de rechter niet meer nodig zijn om hier uitsluitsel over te krijgen. De rechter komt alleen nog om de hoek kijken indien het grootbedrijf de wet expliciet gaat overtreden en hierbij na 30 dagen de verschuldigde handelsrente niet betaalt.

(Bron: Accountancyvanmorgen)

De inspecteur gaf aan X, die vanaf 2013 een organisatieadviesbureau dreef, een VAR resultaat uit overige werkzaamheden af. Na bezwaar van X wijzigde de inspecteur de VAR over 2013 in winst uit onderneming (WUO). Ook over 2014 had X een VAR WUO. In 2013 had X twee opdrachtgevers (C en D) en in 2014 alleen opdrachtgever D. Voor beide overeenkomsten had X gebruikgemaakt van modelovereenkomsten van de Belastingdienst. Op 15 oktober 2015 was X bij D in dienst getreden. Naar aanleiding van een boekenonderzoek stelde de inspecteur dat X geen ondernemer was voor de inkomstenbelasting. Rechtbank Gelderland besliste op het beroep van X dat hij aannemelijk had gemaakt dat hij ondernemer was. X had met twee opdrachtgevers in twee jaar tijd maar in beperkte mate voldaan aan de vereisten van zelfstandigheid en duurzaamheid. Twee opdrachtgevers was in het geval van X voldoende omdat zijn echtgenote in die periode ernstig ziek was geweest. X was hierdoor volgens de Rechtbank tegen zijn wil niet in staat om meerdere opdrachten te aanvaarden. Dat X wel meerdere opdrachten wilde aanvaarden en had kunnen krijgen, had hij volgens de Rechtbank aannemelijk gemaakt door de correspondentie met een potentiële opdrachtgever over te leggen. Hieruit bleek dat X een nagenoeg aanvaarde opdracht had teruggegeven in verband met de ziekte van zijn echtgenote. Dat X meerdere opdrachten kon en wilde aanvaarden bleek volgens de Rechtbank ook uit het feit dat X in 2015, na de ziekte van zijn echtgenote, voor vier opdrachtgevers had gewerkt. De Rechtbank besliste – anders dan de inspecteur – dat ook aan de vereisten van duurzaamheid en zelfstandigheid kon worden voldaan door het voltijdig verwerven van klanten. Het was niet noodzakelijk dat gelijktijdig voor meerdere klanten werd gewerkt. X had volgens de Rechtbank ook ondernemersrisico gelopen omdat de contracten tussentijds konden worden opgezegd, X verplicht een arbeidsongeschikheids- en wettelijke aansprakelijkheidsverzekering had moeten afsluiten, hij in geval van ziekte en vakantie geen inkomsten had en de gewerkte uren niet zonder meer waren uitbetaald. Dat de opdrachtgevers van X financieel gezond waren maakte dit niet anders. De Rechtbank verklaarde het beroep van X gegrond.

(Bron: FUTD)